InterviewJürgen Habermas

Een goed publiek debat, hoe voer je dat eigenlijk?

Beeld Suzan Hijink

Het publieke debat over corona laait telkens op. Maar hoe voer je dat debat goed? In het denken van de Duitse filosoof Jürgen Habermas zoeken Govert Buijs en Henk de Roest een antwoord.

De Messi van de Duitse filosofie. Zo karakteriseerde De Groene Amsterdammer in 2014 Jürgen Habermas. Hij was met zijn ‘Strukturwandel der Öffentlichkeit’ in 1962 de spelbepaler, die de norm voor een goed Diskurs opstelde: bespreek vrijuit voorstellen, ideeën en argumenten. Die regels gelden nog steeds. En Messi Habermas speelt, 91 jaar oud inmiddels, nog altijd een flink partijtje mee.  

Henk de Roest, hoogleraar praktische theologie in Groningen en gespecialiseerd in Habermas’ werk, en de Amsterdamse hoogleraar politieke filosofie Govert Buijs gaan in gesprek over hoe het er in een publiek debat tijdens een pandemie aan hoort toe te gaan.

Is het wel een goed idee, debatteren over tegengestelde opvattingen over de aanpak van de viruscrisis, terwijl eenheid geboden is? 

Ja, reageert De Roest, “want zo gaan we van consensus naar consensus, zou Habermas zeggen.” De Roest wijst eerst op de rol die ‘debat’ daarin heeft. “Het kabinet wisselt langdurig argumenten uit en neemt dan een besluit. Die consensus kan weer aangepast worden door nieuwe cijfers of doordat wetenschappers tot andere inzichten komen over wat het virus is of doet. En vergeet niet dat ook burgers opvattingen hebben. Onder die druk gingen in de eerste lockdown scholen dicht en dragen we in de tweede mondkapjes, hoewel de epidemiologen dat eigenlijk niet nodig vonden.”

Dat bevordert de duidelijkheid niet, vindt ook Buijs. Toch moet je er ‘zo min mogelijk restricties aan verbinden’. Behalve dan, dat je je aan de democratisch afgesproken regels hebt te houden. “Maar dat is niet ‘einde discussie’. Je mag het hebben over zin en onzin van regels, en over of corona een gewone griep is. Ik zie wel dat deskundigen het beleid hebben overgenomen van de burgers. Daar ben ik blij mee, ik zeg het Habermas na: dat is werkelijke, betrouwbare kennis die het publieke debat vooruit helpt. Maar dat je als expert automatisch je beleidsmatige zin krijgt, dat kan niet, dan leg je het debat stil.” De Roest: “Goed dus dat de virologen de leiding weer hebben teruggeschoven naar de politiek, die je ter verantwoording kunt roepen.” 

Habermas ziet een belangrijke rol weggelegd voor de media, als verslaggevers van het maatschappelijk debat. Maar al in 1962 maakte hij zich zorgen over de massamedia. Die brengen niet meer de argumenten, maar scheppen zelf het debat, gestuurd door kijkcijfers, oplages en advertentie-inkomsten. 

Dan kies je aan de talkshowtafel voor de onenigheid in het Outbreak Management Team over sluiting van de horeca en nodig je een gedupeerde cafébaas uit. Conflict plus emotie is kassa. 

Buijs: “Het debat raakt zo inderdaad zijn eigen karakter kwijt. Habermas vreesde al voor de ‘kolonisering’ van het vrije debat door marktbelangen. Habermas zegt het niet zo, maar je kunt het spektakeldemocratie noemen. Dat is een groot risico. Kijk naar het klimaatdebat: 97  procent van de wetenschappers houdt de mens verantwoordelijk voor klimaatverandering, 3 procent denkt er anders over. Vervolgens zet je vertegenwoordigers van beide opvattingen voor de camera. Dan is de verhouding plotseling fiftyfifty. Dat zie je nu ook: de klimaatontkenner van toen is de complotdenker van nu. Het is de emancipatie van de marginale minderheid. Laten journalisten en presentatoren daar eens op wijzen: u ziet zo dadelijk iets marginaals.” 

Voor het weghouden van die margespelers zijn De Roest en Buijs niet in, al is het maar omdat ook een eenling gelijk kan hebben. 

Zoals Maurice de Hond: eerst uitgespuwd, nu omarmd.

Buijs: “Ja, maar hij is een legitieme stem, van meet af aan rationeel. De Hond baseert zich op openbare feiten. Dat is wel wat anders dan de complottheoretici. Die kun je niet als gelijkwaardige gesprekspartij opvoeren.” 

Volgens De Roest is de mediataak te schiften, “niet censureren, maar een kwaliteitstoets uitvoeren. Daar heb je kranten voor. Trage journalistiek, die de feiten checkt.”

Dat is het ideaal, aldus Buijs, “maar Rutte heeft gelijk: je moet 100 procent beslissingen nemen, met 50 procent van de feiten. Je kunt dus niet alles checken. Over die onzekerheid dienen politici open te zijn. Dat is deel van wat Habermas ‘waarachtigheid’ noemt.”

Het probleem van politici is, zegt De Roest, “dat ze moeilijk waarachtig kunnen zijn, hun gedrag correspondeert dan niet met wie ze zijn, met hun idealen. Ze doen beloften in het licht van samenwerking met andere partijen, sluiten compromissen. Die ongeloofwaardigheid dragen ze met zich mee.”

Dat is een fnuikende vaststelling in tijden van crisis.

Buijs: “Dat hoeft niet. Want soms voel je dat iemand wél waarachtig is. Zo bezocht Rutte zijn stervende moeder niet in het ver­pleeghuis, want hij mocht er net als iedereen niet heen. Dat droeg bij aan zijn waarachtigheid.” Omgekeerd: de trouwende minister Grapperhaus negeerde de anderhalvemeterregels. “Hij raakte daar iets kwijt wat hij niet meer op kan bouwen. Excuses of niet. En neem de koning die naar Griekenland op vakantie ging – als je iets moeilijks vraagt van je bevolking, dan moet je dat ook van jezelf verlangen. Doe je dat niet, dan krijgt het volk het gevoel dat je niet de waarheid spreekt, er zelf niet in gelooft. Dat maakt effectief regeren lastig.” 

We hebben de politici gehad en de media – maar hoe zit het met Habermas’ pronkjuweel, de vrije burger die in een machtsvrije ruimte tot zijn of haar oordeel kan komen?

De Roest: “Ah, de befaamde herrschaftsfreie Kommunikation. Die is vaak verkeerd begrepen, voor burgers speelt macht onvermijdelijk een rol. Dat erkende Habermas ook. Alle communicatie is doorspekt met beïnvloeding en belangen.”

Ach, relativeert Buijs, echt vrij ben je nooit, maar je wordt wel vrijer door botsende meningen in het publiek debat. “Waar ik echt bang voor ben, is de nieuwe verzuiling, in bubbels waarin je niet wordt tegengesproken. Breek die zuilen dus open, niet om je overtuiging kwijt te raken, maar om die confrontatie.” Grijnzend: “Als ik niet word tegengesproken, dan ben ik, eh, best eng.”

Intussen duizelt het de beide professoren, die ook krantenlezende en tv-kijkende burgers zijn. Buijs. “Het is wel héél veel, op al die kanalen die gevuld moeten worden. Zinnigs en spam door elkaar. Al vind ik niet dat iemand zijn mond moet houden.” 

“Dat ben ik met je eens”, zegt De Roest. Maar hij neemt zelf af en toe wel een debatpauze. “Wij hebben thuis besloten ’s avonds even niet meer naar al die praatprogramma’s te kijken. Anders slapen we er niet van.” En dan, met een knipoog naar het bijbelboek Prediker: “Er is een tijd voor coronadebat, en een tijd om dat niet te doen.” 

Jürgen Habermas (1929)

Nog altijd publiceert filosoof en socioloog Jürgen Habermas (91), en is hij een heldere stem in het publieke debat. Tijdens de eerste lockdown liet hij zich uit over de coronacrisis. Dat deed hij eerst vragenderwijs, in de Frankfurter Rundschau. “De economische en sociale gevolgen ervan zijn niet te overzien. Daar hebben we, anders dan rond het virus, geen experts voor. Nog nooit wisten we zoveel over ons niet-weten.” Habermas ziet in de crisis een ethische vraag opdoemen: heeft het redden van een individu voorrang op een ‘verrekening met de economische gevolgen’? “Laat de staat de epidemie voortwoeden om immuniteit in de bevolking te bewerkstelligen, dan neemt ze het vermijdbare risico dat de gezondheidszorg ineenstort, en neemt ze een groter aantal sterfgevallen op de koop toe.”

Uitgesproken politiek geladen was Habermas’ oproep die hij met anderen in Die Zeit en Le Monde deed: Europa had ‘coronabonds’ nodig, geld dat door alle EU-lidstaten samen op de kapitaalmarkt moest worden opgehaald om de toen nog meest getroffen landen in Zuid-Europa te hulp te schieten. Nederland was bij monde van minister Wopke Hoekstra mordicus tegen deze coronabonds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden