Fatima Alahyane (links) en Malika Bedri.

Hoofddoek bij boa's

Een boa met hoofddoek? Deze vrouwen zien het probleem niet. ‘Mijn hoofddoek geeft juist een krachtig gevoel’

Fatima Alahyane (links) en Malika Bedri.Beeld Patrick Post

Mag de boa een hoofddoek of keppel dragen? Enkele gemeenten willen het mogelijk maken, maar de Tweede Kamer probeert het tegen te houden. Deze moslimvrouwen begrijpen daar niets van.

Djuna Spreksel

Ze heeft het nieuws over de boa’s – buitengewone opsporingsambtenaren – en de vraag of die een hoofddoek of keppel mogen dragen, wel zijdelings gevolgd de afgelopen tijd. En daar hield ze een licht bevreemdend gevoel aan over, vertelt Fatima Alahyane (36). Ze is als vrijwilliger buurtmoeder in de Amsterdamse wijk Slotervaart, en begrijpt niet goed wat het probleem is.

Samen met zestiger Malika Badri, die naast haar zit, komt ze net uit een vergadering met de andere buurtmoeders in de lokale ‘jeugdbuurtkamer’. Ze ploffen op de bank. Iedere week hebben de vrijwilligers een aantal diensten, vertellen ze bij een kop thee. Dan patrouilleren ze door het stadsdeel met een hesje aan. Ze praten met groepjes jongeren in de buurt, wijzen hen zo nodig terecht, onderzoeken welke problemen er spelen.

Leefbaar

In feite doen de vrouwen werk dat lijkt op dat van een boa: ze zorgen dat Amsterdam Nieuw-West leefbaar blijft. Een belangrijk verschil is dat Alahyane en Badri vrij zijn om een hoofddoek te dragen, en ‘echte’ boa’s niet. Contact maken met mensen is hun belangrijkste taak, benadrukt Badri. “We voorkomen dat er problemen ontstaan, in plaats van dat we ons pas laten zien als er al herrie geschopt wordt en het al te laat is.”

Of ze een boa zou willen worden, als ze daarbij een hoofddoek mag dragen? Over die vraag hoeft Alahyane, die ook coördinator bij de vrouwenorganisatie Saaam is, niet lang na te denken. Haar ogen beginnen te glimmen. “Ja,” zegt ze resoluut, “dat zou ik graag willen.” Ook Badri twijfelt geen moment en antwoordt bevestigend.

Over het uiterlijk van boa’s is de afgelopen maanden een discussie ontstaan die tot in de Tweede Kamer wordt gevoerd. Het begon met plannen van vier verschillende gemeenten: Utrecht, Tilburg, Amsterdam en Rotterdam willen boa’s toestaan een hoofddoek, keppeltje of tulband te dragen. Ze hopen daarmee een inclusieve gemeente te zijn.

Niet neutraal

Maar landelijke politieke partijen proberen deze initiatieven juist tegen te houden. In de Tweede Kamer was een meerderheid voor een motie van de PVV, om hoofddoeken en keppeltjes bij boa’s wettelijk te verbieden. Het belangrijkste argument daarvoor is dat boa’s anders niet neutraal zouden zijn. Onder meer de VVD, SP, FvD en Kamerlid Pieter Omtzigt stemden voor. Ook de vakbond voor boa’s, de Boa Bond, is tegen het toestaan van keppeltjes en hoofddoeken. Zij noemde de initiatieven bij gemeenten ‘een oplossing voor een niet-bestaand probleem’.

Het leek vervolgens alsof de gemeenten de plannen op de lange baan schoven. Woordvoerders van de verschillende gemeenten vertelden Trouw niet alleen te zullen handelen, en eerst in gesprek te willen gaan met andere gemeenten en de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG).

Vorige week kwam er alsnog een gemeente bij die een hoofddoek of keppel bij boa’s wil toestaan: de Arnhemse raad stemde in met een motie daarover. Het Arnhemse raadslid Yildirim Usta van Denk legt uit: “Men gaat ervan uit dat iemand die vanuit religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging zijn hoofd bedekt, niet neutraal zou zijn. Maar het dragen van een hoofddoek of keppel heeft geen negatieve invloed op het vermogen van een boa zijn of haar werk te doen.”

Lapje stof

In wezen is een hoofddoek niet meer dan ‘een lapje stof’, een soort sjaal, meent Usta, die gemakkelijk aan het arsenaal aan kledingstukken in het boa-uniform kan worden toegevoegd. Zo zou het wat hem betreft ook door de buitenwereld beoordeeld moeten worden. “Het gaat er uiteindelijk om dat iedereen zichzelf kan zijn. Voor iedereen betekent het dragen van een hoofddoek iets anders. Maar ook als je het ziet als een onlosmakelijk deel van je identiteit, moet daar gewoon de ruimte voor zijn. De discussie moet gaan over het functioneren van de boa, niet wat voor uiterlijk hij of zij heeft.”

Usta verwijst naar een aantal andere landen, waar hoofddoeken en keppels bij agenten en boa’s sinds enkele jaren zijn toegestaan. “De hoofdbedekking die in Engeland is geïntroduceerd, kan gedragen worden in combinatie met hoofddeksels en boa-uitrusting. Ook heeft de hoofddoek veiligheidsvoorzieningen zoals magnetische sluitingen die gemakkelijk loskomen als ze worden vastgepakt. De Nieuw-Zeelandse versie is gemaakt van sportstof, die is comfortabel en biedt bewegingsvrijheid, is licht, robuust en ademend.”

Triest

Dat de Boa Bond stelt dat het een ‘niet-bestaand probleem’ is, noemt Usta ‘te triest voor woorden’. “Het is geen wonder, als je bij voorbaat al mensen met een hoofddoek en keppel uitsluit. Zij maken geen deel uit van je omgeving. Bovendien, de Boa Bond gaat hier niet over. Niet zij, maar de gemeenten zijn de werkgevers van boa’s.”

De discussie over hoofddoeken en keppels bij boa’s is in grote lijnen dezelfde als het debat over agenten. In 2017 ging de Rotterdamse Sarah Izat (30), werkzaam bij de Nationale Politie, de strijd aan om een hoofddoek te mogen dragen op de werkvloer. Ze krijgt een machteloos gevoel van de discussie, zegt ze.

De hoofddoek van Izat werd een probleem toen ze ging meewerken in het team dat via een beeldverbinding aangiften van slachtoffers opneemt, omdat ze daarbij een uniform moest dragen. En dat ging volgens haar leidinggevenden niet samen met een hoofddoek. Izat besloot het er niet bij te laten zitten en diende een klacht in. Ze werd in het gelijk gesteld door het College van de Rechten van de Mens, maar de politie legde die uitspraak uiteindelijk naast zich neer.

Vrijheid

“In dit land leer je om te vechten voor je eigen vrijheid, om je niet de les te laten lezen,” zegt Izat. “Maar als een moslima voor zichzelf opkomt op de juiste gronden, namelijk de vrijheid van godsdienst, wordt ze teruggefloten. Alsof een ander voor mij kan bepalen hoe mijn vrijheid eruitziet.” Izat vermoedt dat veel mensen bang zijn dat een handhaver met een hoofddoek plots de islamitische religie boven de Nederlandse wetten stelt. “Maar zodra een politieagent een uniform aantrekt, staat dát op de eerste plaats.”

Wie als politieagent of handhaver werkt, zet zich volgens Izat in voor rechtvaardigheid. “En dat is precies waar het in de islam ook om draait. Niet stelen, niet bedriegen. De normen en waarden komen overeen. Ik ben een diender, ik wil verantwoordelijkheid nemen. Daarom heb ik op mijn werk een belofte afgelegd.”

Mannen als handhaver

Voor Izat is het recht om als handhaver een hoofddoek of keppeltje te kunnen dragen een zaak die alle vrouwen aangaat, los van hun kleur of geloofsachtergrond. “Er werken allerlei mannen als handhaver die praktiserend moslim zijn, en hun werk naar behoren doen en neutraal optreden. Dat bewijst dat neutraliteit in het handelen zit. Dus waarom zou een hoofddoek ons vrouwen ineens niet capabel maken?”

Alahyane en Badri begrijpen ook niet goed waarom een boa met een hoofddoek niet neutraal zou zijn. “Mijn hoofddoek is een belofte aan God, een privékwestie. Dat er wordt getwijfeld aan onze kundigheid op basis van een uiterlijk kenmerk, vind ik beledigend”, zegt Badri. De vrouwen geven aan dat het belangrijk is dat ze herkenbaar zijn voor de jongeren in de buurt. Dat zorgt voor overwicht en vertrouwen. Of zoals bestuursadviseur van de gemeente Amsterdam Tofik Dibi – oud-Kamerlid voor GroenLinks – op Twitter schreef: ‘de boyz in the hood weten natuurlijk uit eigen ervaring thuis dat mama ain’t the one to be played with’.

De vrouwen worden door jongeren in de buurt liefkozend galtoes (‘tante’) genoemd, vertellen ze. Daaraan merken ze dat hun hoofddoek bijdraagt aan herkenbaarheid, en dus aan respect, zegt Alahyane. “En het geeft ons een krachtig gevoel.”

Wie beslist er over het uiterlijk van de boa?

Als werkgevers gaan gemeenten zelf over het uiterlijk van boa’s. Ze gebruiken doorgaans het modeluniform dat de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft ontworpen: een blauw-gestreepte jas en dito broek. Het doel van het modeluniform is de herkenbaarheid en zichtbaarheid van boa’s vergroten, en om meer eenheid tussen gemeenten te krijgen, vertelt een woordvoerder van de VNG.

Uit een schriftelijke toelichting over het modeluniform van de VNG blijkt tussen de regels door dat het niet de bedoeling is dit met een hoofddoek of keppel te combineren. Maar de VNG laat de mogelijkheid open voor gemeenten die dat toch willen om een ander uniform te gebruiken. ‘Een gemeente kan ervoor kiezen hun handhavers een ander uniform dan het modeluniform in combinatie met bijvoorbeeld een keppel of hoofddoek te laten dragen’, zo valt er te lezen.

Hoe zit het met de keppels?

In zowel de landelijke politiek als de media doet de hoofddoek stof opwaaien, maar ook voor boa’s die een keppel willen dragen, heeft de koers van gemeenten gevolgen. Is het goed als handhavers straks zichtbaar een keppel kunnen dragen?

“Als je een uniform draagt, dan representeer je een werkgever. Ik kan me goed voorstellen dat die werkgever onder bepaalde omstandigheden religieuze zichtbaarheid uitsluit”, zegt de joodse Daniel Levy. Hij vertelde eerder in Trouw dat hij over zijn keppel heen een pet draagt als hij in zijn woonplaats in Rotterdam over straat gaat. “Een keppeltje is niet neutraal. Ik geef de boodschap af dat ik religieus joods ben, daar hoort een bepaalde ethiek bij. Kan dat wel samengaan met een uniform, waar een hele andere code bij hoort?”

Maar binnen de joodse gemeenschap zijn er ook stemmen die pleiten voor het toestaan van keppels en hoofddoeken. Opperrabijn Binyomin Jacobs is er één van. “Het enige waarin we in deze multiculturele samenleving uniform zijn, is onze vrijheid. Sommige mensen dragen een keppeltje of een hoofddoek, en anderen hebben niets op hun hoofd. Maar let wel: niets is ook iets”, zegt hij stellig. “Hoe komen we erbij dat mensen die een uniform aan hebben zonder religieuze uiting, neutraal zijn? Voor mij is het juist abnormaal om niets op het hoofd te hebben.”

Iedereen moet volgens Jacobs als handhaver kunnen werken. “En als mensen zeggen dat een hoofddoek of keppel gevaarlijk is voor boa’s zelf, dan hebben we een probleem in onze maatschappij wat we moeten oplossen, namelijk discriminatie. We mogen nooit zwichten voor de schreeuwers.”

Lees ook:

Sarah Izat twijfelt niet aan haar loyaliteit: ‘Bij politiewerk staat de wet voorop’

De Rotterdamse politieagent en rechtenstudent Sarah Izat (26) is opgelucht. Vandaag stelde het College voor de Rechten van de Mens haar in het gelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden