null Beeld

Tussen angst en hoop

Een beetje angst voor het klimaat krijgt mensen in beweging, menen filosofen

Angst zou een slechte raadgever zijn. Maar filosofen menen dat, als het om het klimaat gaat, een beetje angst de mensen juist in beweging krijgt. Al is er meer vereist. ‘We hebben hoop en realisme nodig.’

tekst Djuna Spreksel en illustraties Brechtje Rood

De beelden waren de afgelopen periode niet te missen: hitte, overstromingen en bosbranden. Het is de barre werkelijkheid, en die wordt ernstiger als de aarde nog verder opwarmt. Je kunt er zomaar doodsbang van worden. En dat is misschien maar goed ook, schreef filosoof en columnist Jurriën Hamer onlangs in deze krant. Hij wenste premier Rutte bijna ‘enige klimaatangst’ toe. Dan zou de premier beseffen dat het zo niet langer kan.

Hamer bevindt zich in goed gezelschap. De wereldberoemde klimaatactiviste Greta Thunberg riep op de VN-klimaatconferentie in 2019 op tot collectieve angst. “Ik wil dat jullie in paniek raken”, zei ze. Maar zet angst burgers en politici aan tot actie? Of hebben we iets anders nodig, een positief toekomstbeeld, verlangen, hoop?

null Beeld

Angst heeft wel een functie, maar angstgevoelens zetten niet zomaar aan tot actie, zegt John Grin, die zich aan de Universiteit van Amsterdam als transitiewetenschapper bezighoudt met grote systeemveranderingen. “Om mensen werkelijk tot handelen aan te zetten, vervult angst een specifieke rol: het zorgt ervoor dat we een probleem ontwaren. Maar we moeten tegelijkertijd een oplossing zien die binnen ons bereik ligt en ons niets wezenlijks kost.”

Het klimaatrapport van het internationaal klimaatpanel IPCC dat afgelopen week verscheen vertelt vooral nog eens hoe ernstig de huidige situatie is. Het schetst toekomstscenario’s die er niet om liegen. Behapbare, overzichtelijke oplossingen biedt het rapport niet. “Dat zorgt voor grote onzekerheid bij burgers”, aldus Grin. “Want kan het allemaal wel, die grote veranderingen die we moeten doorvoeren?”

null Beeld

Gevoelens van angst zetten ons in beweging, zegt milieufilosoof Marc Davidson. Maar alleen als het onszelf of naasten treft. Davidson houdt zich aan de Radboud Universiteit in Nijmegen bezig met de vraag hoe mensen nu goed kunnen handelen in het licht van de klimaatcrisis. Maar juist in het geval van de klimaatcrisis zijn met name verre, toekomstige generaties de dupe. Dat betekent dat we minder snel in actie komen.

De mens is beter in repareren

Ook moet de gevoelde dreiging van dichtbij komen, meent Davidson. En het werkt het beste als er beeldmateriaal van is. Er moeten dus al rampen zijn geweest voordat mensen iets gaan doen. Davidson verwijst naar de watersnood van 1953. “De dijken hebben we daarna pas gebouwd. We zijn beter in repareren dan in voorkomen.”

null Beeld

Hoe verschrikkelijk ook, misschien hebben we de bosbranden en overstromingen de afgelopen tijd dus nodig gehad om helder te krijgen wat we te verliezen hebben, denkt ook filosofe Ingrid Robeyns. Ze is hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht. Robeyns ziet dat het onder de aandacht brengen van het klimaatprobleem kan zorgen voor grote angst en onzekerheid. Ze gelooft niet dat die angst mensen zomaar in beweging brengt. Robeyns vermoedt eerder dat het de motivatie ondermijnt. En dat het zelfs de neiging in de hand werkt de ernst te bagatelliseren.

Om dat te voorkomen, zijn er volgens Robeyns klimaatleiders nodig die ons bij de hand nemen. Ze ziet niet alleen een belangrijke rol weggelegd voor politici, maar ook voor religieuze leiders, filosofische denkers en ook influencers. Zij moeten in de eerste plaats het eerlijke verhaal vertellen. “We kunnen niet meer twee keer per jaar vliegen. Dat zijn we bijna gaan zien als een recht, maar de waarheid is dat we veel te lang boven onze ecologische stand hebben geleefd.”

null Beeld

Verbeelding is onontbeerlijk

De crux bij klimaatverandering is dat verwachtingen over de toekomst, die aanzetten tot actie, niet meer voldoen. Verwachtingen baseren we volgens Grin altijd op de geschiedenis, op levenslessen, kortom, op het verleden. Tegelijkertijd maken die verwachtingen onze toekomst, omdat ze bepalen hoe we nu handelen. Voor zowel burger als overheid geldt dat we in de klimaatcrisis onze verwachtingen moeten herijken vanuit de nog onbekende toekomst. En dat gaat volgens Grin niet vanzelf.

Verbeelding is daarbij onontbeerlijk. Volgens de Duitse filosofe Hannah Arendt is verbeelding van fundamenteel belang voor oordelen en actie, omdat het ons in staat stelt ons een toekomstige wereld voor te stellen die er anders uitziet dan de huidige wereld. Maar deze verbeelde wereld moet volgens Arendt tegelijkertijd enige herkenning bieden, en overeenkomsten hebben met onze wereld. Want anders kunnen we het contact met de realiteit en feitelijke waarheid verliezen.

Een aanlokkelijk perspectief

In het televisieprogramma Zomergasten sprak Rijksbouwmeester Floris Alkemade er ook over: het tonen van nieuwe, mogelijke werelden. We zijn immers altijd in beweging, en de klimaattransitie ís al in volle gang. Door de verbeelding aan het werk te zetten, creëren we volgens Alkemade een verlangen naar verandering. Hij schetste een beeld van een wereld waar het goed vertoeven is, omdat we de aarde niet langer uitputten en niet verder opwarmen. Een aanlokkelijk perspectief.

null Beeld

Grin is het met hem eens. “Het prikkelen van de verbeelding, van het denken buiten onze vaste kaders, zorgt ervoor dat we anders gaan denken over wat er nu precies mogelijk is. We gaan onze begrippen herdefiniëren. Ineens zijn er hele andere dingen aanvaardbaar en haalbaar.”

Volgens Grin is het de wezenlijke taak van de overheid een kader te scheppen en onzekerheden bij burgers weg te nemen. Dat kan concreet door te zorgen dat mensen hun maandlasten niet beduidend zien stijgen als ze schone keuzes maken. Sterker nog, dat ze er juist toe gestimuleerd worden. Over dat soort zaken is in het klimaatakkoord onvoldoende nagedacht, vindt Grin, en dat houdt angst en onzekerheid in stand.

En toch is dat precies wat er moet gebeuren: naast eerlijkheid moet er meer nadruk worden gelegd op de positieve kant van het verhaal, zegt Robeyns. Ze wijst op een belangrijk verschil tussen hoop en optimisme. “Als optimist negeer je de ernst van de zaak. Wat we nodig hebben, zijn realisme en hoop als antwoorden op angst.” In de plaats van de doemscenario’s ontstaat er zo ruimte om de kansen van deze crisis te gaan zien. “We kúnnen het, als we echt gaan samenwerken. In de eerste plaats om nog meer klimaatdoden te voorkomen en natuurlijk ook om de ecologische balans op aarde te herstellen.”

Lees ook:

Zeespiegelstijging is een feit. Maar met hoeveel centimeters, dat hebben we zelf in de hand

De stijging van de zeespiegel is door de mens niet meer te keren. Wel kunnen we dit logge, maar massieve klimaateffect nog flink beperken.

Vergeet de SUV, koop minder kleding: we zullen anders moeten leven om het klimaat te redden

De levensstijl moet groener, staat steeds vaker in klimaatrapporten. Maar hoe de burger te bewegen is naar klimaatvriendelijk gedrag, maakt nog nauwelijks deel uit van klimaatbeleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden