Een afschrikwekkend voorbeeld

Dave Gahan, oud-voorman van Depeche Mode, kent de lusten des vlesches. Toch is zijn zoektocht naar een zinvol leven oprecht. Het duurt even, maar dan wordt duidelijk: Gahan presenteert zichzelf als afschrikwekkend voorbeeld.

De titel Hourglass (zandloper) zegt het al: Dave Gahan is zich er van bewust dat ook zijn tijd niet eeuwig duurt. Eind jaren ’90 kreeg hij een hartstilstand als gevolg van jarenlang drank- en drugsmisbruik. We horen het terug in Kingdom, een nummer dat eindigt met een kloppend hart en een langgerekte piep. Uiteindelijk is er alleen nog de piep, een rechte lijn op het scherm. Het hart is ermee gestopt.

In werkelijkheid leeft Gahan nog. En hij wil in de tijd die hem nog rest iets doen dat ertoe doet. Zegt hij. Ik kan hem niet zomaar geloven. Want zijn worsteling duurt al zo lang.

Met name het 15-jaar oude “Songs of faith and devotion” getuigt ervan. Liederen van geloof en vroomheid zijn het volgens de titel. In werkelijkheid draait alles om geloof en zondige seks, waarbij hij duidelijk kiest voor het laatste. “Jij brengt mij waar het koninkrijk komt, jij leidt mij door Babylon, waar de hemel wacht met zijn gouden poorten... mijn koninkrijk komt!” zingt hij in 'I feel you'. En in 'Walking in my shoes' vraagt hij om niet te oordelen. Hij heeft zoveel pijn moeten doorstaan, dat ‘de Heer zelf ervan zou blozen’. Het gaat daarbij echter om verboden vruchten die hij moest eten. ‘Maar nu ben ik op zoek naar absolutie.’ Hij ziet zichzelf als een Judas, ‘het lot van de zondebok is voor mij’. En in Condemnation (verdoemenis) voegt hij toe: ‘ik zal geen berouw tonen, ik zal lijden met opgeheven hoofd’.

Dat was 1993. In 2005 komt Depeche Mode met "Playing the angel" (pain and suffering in different tempos). Gahan heeft dan zijn hartstilstand al achter de rug. Onmiddellijk wordt met 'A pain that I’m used to' de thematiek weer opgepakt en spreekt hij zichzelf toe met: ‘er zit een gat in je ziel; geen berouw; voor je paradijs moet je de prijs betalen.’ ‘Je moet iets volbrengen dat waarachtig klinkt’, zingt hij tenslotte, maar dan komen er toch een onechte geluiden! Het is elke keer dubbelheid troef. Zo klinkt het in 'The sinner in me': ‘wat zou het leven toch mooi zijn als ik vrij kon zijn van de zondaar in mij’. En in 'Lilian' zingt hij ene Lilian toe: ‘je hebt mijn hart gevild en uiteen gereten, vanwege de lol’.

Een onverbeterlijke hedonist is Dave Gahan. En aan het eind van "Playing the angel" komt het muzikaal mooiste nummer 'The darkest star': ‘blijf wat je bent, de donkerste ster, die voor mij schijnt, met majesteit’. Zingt hij hier niet warempel de duivel toe!?

En nu is daar dan "Hourglass". En toch heb ik de neiging te geloven dat Dave oprecht is. Hoewel het graafwerk vergt om hierin zijn bijdrage-die-ertoe-doet te herkennen.

Wat hij doet is het afschrikwekkende voorbeeld laten zien van een doorgeslagen hedonist. De sleutel ligt in 'Insoluble' (onoplosbaar), waarin hij zingt over een stem die in zijn oor fluistert: ‘mijn engel’, en ‘je hoeft nergens bang voor te zijn’. Ondertussen knettert de electronica, zijn angsten weerspiegelend. Hij herinnert zich zijn moeder. Of het is zijn intussen verloren geliefde. Die hij eerder in vertrouwen had moeten nemen. Maar nu lijkt het te laat. ‘Ik heb de grens al overschreden’.

Dave Gahan lijkt een zombie te zijn geworden. De hele cd, die fantastisch klinkt, ademt een sfeer van wanhoop. En toch wel degelijk ook van hoop. Jawel, Dave heeft een gedegen christelijke opvoeding meegekregen, met zondagsschool en al. Daarom is hij ook altijd zo aan het worstelen geweest als hij zich over gaf aan de lusten des vleesches. In 'Saw something' zingt hij: ‘ik wacht nog steeds op een goddelijk ingrijpen om mij op te tillen uit mijn stoel’.

En in 'Kingdom': ‘open de deur en bevrijd mij, als er een koninkrijk is achter alle dingen, en een god die ons allen liefheeft..’ In 'Miracles' tenslotte: ‘ik geloof niet in wonderen, maar ze gebeuren elke dag. Ik geloof niet in Jezus, maar bidden doe ik niettemin’.

In Hourglass zingt hij dat hij stil is geworden. ‘Forever and ever, endless, your body is endless’. Opnieuw vindt hij het in het lichamelijke. De vrouw is bij hem echt minnares, hoer, én moeder. Alleen in vrouwenarmen vindt hij rust.

Ik zou hem Psalm 131 willen voorlezen. ‘Heer, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik, ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mijn. Israël (en Dave!), hoop op de Heer, van nu tot in eeuwigheid.’

Dominee Jan Andries de Boer is predikant in Broek op Langedijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden