Eddy Boevink:

Zin in het alledaagseEddy Boevink

Eddy Boevink was jarenlang verslaafd: ‘Doodgaan wilde ik niet, leven kon ik niet’

Eddy Boevink: "Ik leefde op straat, in trappenhuizen. Hartje winter sliep ik in een kartonnen doos."Beeld Jörgen Caris

Welk verhaal geeft uw leven zin? Trouw-lezers vertellen hun zingevingsverhaal. In deze aflevering: Eddy Boevink. ‘Ik vroeg aan een begeleider of ik God kon vergeven voor wat hij mij had aangedaan. Hij glimlachte en zei: ‘Natuurlijk kan dat, maar vergeef jij het jezelf ook?”

Ik lag op mijn bed in een studentenflat. Ik was geen student, maar een verslaafde van 29 jaar. Geen vrienden meer, geen familie. Ineens was ik weer een jongetje dat uitriep naar God: ‘Als U werkelijk bestaat, laat dan een licht zien!’ Niets. In de seculiere hulpverlening stond ik bekend als een ‘HG’: een Hopeloos Geval. In die tijd schijnt er in de verslavingszorg zelfs een project te zijn gestart dat ze ‘stervensbegeleiding’ noemden. Iemand die zolang verslaafd is geweest als ik, daar is geen hoop voor. Binnen dat project accepteerden ze dat je altijd verslaafd bleef, met behulp van methadon het leven doorkwam.

“Ik kom uit een katholiek gezin van zeven kinderen, zes jongens en een meisje. Mijn vader was hoofdconciërge van een Middelbare Technische School, we woonden in de conciërgewoning achter de school. We hadden heel veel speelruimte, doordat het voetbalveld voor de leerlingen naast ons huis lag. En als het in het weekeinde regende, mochten we van mijn vader in de school spelen. We renden door de gangen, deden verstoppertje en maakten als gezin gebruik van de gymzaal. Blokje trappen en apenkooi waren onze favorieten. Omdat we aan speelruimte geen gebrek hadden, kwamen er altijd vriendjes en vriendinnetjes spelen.

“Op een ochtend, vlak voordat ik naar school zou gaan, stond ineens mijn oudste broer voor me. ‘Eddy’, zei hij, ‘ik moet je iets ergs vertellen, je vader is overleden’. Ik geloofde hem niet, keek naar mijn moeder. Ze draaide zich om en keek me aan met behuilde ogen. Ik rende naar haar toe en sprong huilend in haar armen. Mijn vader overleed een week voor mijn tiende verjaardag. Het jaar daarop ben ik heel boos op mijn vader geweest: hij had mij alleen gelaten, zonder iets te zeggen als afscheid. Nog bozer was ik op de God die mijn vader had weggenomen. Ik heb Hem vervloekt. Na een ruzie lag ik op mijn bed naar de hoek van mijn slaapkamer te turen. ‘Als U werkelijk bestaat, God’, zei ik, ‘laat dan een lichtje zien.’ Niets.

Stelen als de raven

“Ik belandde in een neerwaartse spiraal van ongelukkige, eigengemaakte keuzes. Nadat ik allerlei soorten drugs had uitgeprobeerd, kwam ik op mijn vijftiende in aanraking met heroïne. De eerste keer chinezen – heroïne roken – wow, wat was dat een zaligmakend en rustgevend gevoel, alsof ik thuiskwam. Dat gevoel zorgde ervoor dat ik de tweede vijftien jaar van mijn leven aan de heroïne verslaafd was. Ik stal als de raven, bedonderde mensen en loog ze voor. Familie en vrienden, niets en niemand ontzag ik. Ik was een junk – afval. Ik leefde op straat, in trappenhuizen. Hartje winter sliep ik in een kartonnen doos. Twee keer liep ik langs een spoorlijn om een einde aan mijn leven te maken. Het gekke was: doodgaan durfde ik niet en leven kon ik niet.

“Mijn wilskracht was weg, de nutteloosheid, de onzin van mijn leven maakte dat al het ‘leven’ uit mij weggevloeid was. Toch bleef ik proberen mijn leven op de rails te krijgen. Na zeven afkickklinieken en meerdere bizarre afkickpogingen, zoals een week geketend zijn aan een verwarmingsbuis, kwam ik via een goede vriend bij een christelijke afkickkliniek terecht, De Hoop GGZ. Laatste afkickpoging, wist ik. Dood of leven. Gelukkig dachten ze bij De Hoop GGZ anders over het leven en over hopeloze gevallen in ‘stervensbegeleiding’.

“Op 4 december 1995 werd ik opgenomen in de kliniek, waar ik anderhalf jaar intern gebleven ben. Na een aantal weken ‘binnen’ lichamelijk afgekickt te zijn, stond ik op een dag uit het raam te staren. Daarna keek ik naar de vingers van mijn handen. Hoe ingenieus zijn vingers gemaakt? Hoe ingenieus ben ik gemaakt? Er moet toch iemand zijn die dit bedacht heeft? Iets als ‘intelligent designer’.

Het onbestendige gevoel leek ten einde

“Niet veel later hoorde ik op een avond tijdens een dagsluiting een lied. Als katholiek jongetje herkende ik de tekst: het was het Onzevader, dat we iedere dag voor het eten baden. Dit lied raakte mijn hart. Die avond vroeg ik aan een begeleider of ik God kon vergeven voor wat Hij mij had aangedaan. Hij glimlachte en zei: ‘Natuurlijk kan dat, maar vergeef jij het jezelf ook?’ Ik heb nauwelijks geslapen die nacht, de woorden schoten door mijn hoofd: vergeving, God en mezelf. De volgende ochtend was ik alleen, dacht aan God als liefdevolle Vader, Papa. Bij Hem moest ik zijn. Mijn onrust, het onbestendige gevoel, leek ten einde. Het verhaal van Jezus als Zoon van de Vader, Verlosser, vol van genade, was niet zomaar meer een verhaaltje voor mij. Het werd werkelijkheid. Ik geloofde! In mijn uppie ben ik daar op de knieën gegaan, grote dikke tranen rolden over mijn wangen, wat een verdriet kwam eruit. Toen heb ik mijn leven aan Jezus gegeven, om vergeving gevraagd voor al die ellende die ik had veroorzaakt. Dat was de dag dat alles veranderde, nu 25 jaar geleden.

“Tegenwoordig is mijn leven van grote waarde. Ik ben niet het afval maar een kroon op de schepping. Zo voel ik mij ook en daar mag ik van genieten. Mijn leven staat ten dienste van God en de mens. Ik sta daarbij met mijn beide benen op de grond, met de voeten in de klei. Ik ben namelijk niet de enige kroon op Gods schepping. Ieder mens is dat, maar geloven we dat ook? Ik werd bemoedigd door een uitspraak in het verhaal van de ongelovige Thomas, waarin Jezus zegt: ‘Zalig zijn zij, die wel in Mij geloven, maar Mij niet gezien hebben.’ Yes, dacht ik, dat ben ik!”

Heeft u ook een zingevingsverhaal te vertellen en wilt u dat delen? Mail dan naar: zingeving@trouw.nl.

Lees ook:

Zin in het alledaagse

In de verhalenreeks Zin in het alledaagse vertellen Trouw-lezers hoe ze zin geven aan hun bestaan. Eerdere afleveringen uit de reeks zijn hier terug te lezen. Bij de reeks hoort ook een podcast. Klik hier om de podcast te beluisteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden