Drijven de remonstranten af van hun christelijke basis?

De Nationale Synode van Dordrecht op 13 november 1618. In het midden de later uitgezette 'ketterse' remonstranten. Beeld Collectie Rijksmuseum

Rotterdamse en Haagse remonstranten maken zich zorgen over de richting van hun vrijzinnige geloofsgemeenschap. Ze vrezen dat de predikantenopleiding te veel de humanistische kant opgaat. 

Het moment had niet beroerder gekund. Juist in het jaar dat de ­remonstranten hun 400-jarig ­jubileum vieren, komt een conflict aan de oppervlakte over de koers van dit kleine, vrijzinnige kerkgenootschap dat ‘vrijheid en verdraagzaamheid’ als motto heeft. De onrust draait om de vraag hoe christelijk deze geloofsgemeenschap nog wil zijn.

Jubileumglossy

Vrijdag valt bij de circa 5000 remonstranten die Nederland telt de jubileumglossy in de bus. Get out! heet die, naar de woorden waarmee de voorzitter van de Dordtse synode 400 jaar geleden het groepje rekkelijke theologen de vergadering uitzette waarin de calvinistische leer werd bepaald. Ite, ite, zei hij. Wegwezen! Hun geloof was fout. Het jaar daarop richtten de verdrevenen de remonstrantse broederschap op, de ­geloofsgemeenschap die onder andere door een spraakmakende campagne meer bekendheid heeft dan hun geringe aantal doet vermoeden.

Zondagmiddag wordt in de Arminiuskerk in Rotterdam de feestelijke jubileumdienst gehouden. ‘Vier eeuwen lang hebben remonstranten zich ingezet voor een vrij en verdraagzaam christendom’, staat er in de uitnodiging. ‘In een geest van openheid, gelijkheid en vrijmoedigheid houden zij zich tot de dag van vandaag bezig met de diepere vragen rond zingeving, geloof en spiritualiteit.’

Zorgelijke brief

Maar een week na de festiviteiten en deze mooie woorden komen de jubilarissen weer bij elkaar, voor een dag met een minder vrolijke aanleiding: een zorgelijke brief aan het landelijke bestuur, afkomstig van de kerkenraden van de remonstrantse gemeenten in Den Haag en Rotterdam. Dat is niet zomaar wat. Den Haag en Rotterdam zijn grote gemeentes, met respectievelijk 400 en 650 leden zijn ze samen goed voor ongeveer een vijfde van het totale aantal remonstranten. Bovendien, zo’n brief – ook wel een brandbrief genoemd – is heel ongewoon binnen dit gezelschap waar over het algemeen in alle rust en redelijkheid met elkaar wordt gesproken.

Rotterdam en Den Haag hebben ­grote zorgen over de koers van hun vrijzinnige kerk. Die spitsen zich toe op de opleiding voor de predikanten, maar de onrust heeft een bredere betekenis. Ze heeft betrekking op de grenzen tussen christelijk geloof en humanisme. Met haar afkeer van dogma’s en leerstelligheden is de vrijzinnigheid volgens orthodoxere gelovigen altijd al inwisselbaar voor humanisme, maar de Rotterdamse en Haagse remonstranten brengen dat debat over de grensvlakken nu ook naar de eigen bestuurlijke kringen. Zij willen een ‘fundamentele, open discussie over de koers’ en vinden dat de algemene landelijke vergadering het beleid voor de komende jaren ‘ondubbelzinnig’ moet vaststellen.

Steen des aanstoots

Zover is het nog niet. Althans, er komt nu eerst een dag die afwisselend studiedag, brainstormdag en beraadsdag wordt genoemd. Of bliksemafleider. Hoe dan ook gaat deze bijeenkomst over de predikantenopleiding van de remonstranten – want die is voor Rotterdam en Den Haag steen des aanstoots.

Dit seminarium, aangesloten bij de Vrije Universiteit, werd geleid door Tjaard Barnard, predikant te Rotterdam, en hoogleraar Christa Anbeek. ­Nadat Barnard zich om persoonlijke ­redenen terugtrok, is Anbeek nu interim-rector, de eerste vrouw op die positie, afkomstig van de Universiteit voor Humanistiek. Zij won onlangs met haar boek ­‘Joseph en zijn broer’ de prijs voor het beste spirituele boek van dit jaar. Eerder schreef ze met Ada de Jong, die haar gezin verloor bij een bergongeluk, een boek over hoe, vanuit zo’n verlies, een weg te vinden naar een leven dat opnieuw waardevol is.

Theologie van de kwetsbaarheid

Als hoogleraar systematische theologie ontwikkelde Anbeek de theologie van de kwetsbaarheid, een benadering die wortels heeft in de feministische en bevrijdingstheologie. Ze gaat uit van ­ervaringen die mensen verwonderen, dan wel ontregelen: schoonheid, liefde, en ook verlies of onrecht. Met de theologie van kwetsbaarheid wil ze hun een handvat geven om deze ervaringen ­samen te onderzoeken, op te staan en nieuwe richting te zoeken.

Anbeeks theologische benadering is niet alleen richtinggevend op het seminarium, ze is ook de basis van de vernieuwingsoperatie van de remonstranten. Er zijn vier predikanten aangesteld die nieuwe mensen met zingevingsvragen moeten aantrekken; zij werken vanuit die theologie van de kwetsbaarheid.

Rotterdam en Den Haag vinden deze benadering zeer eenzijdig. Zij missen de aansluiting met het remonstrantse gedachtegoed, of breder gezegd, met de christelijke traditie, met het christelijk geloof. Ze halen in hun brief de beginselverklaring aan, waarin staat: ‘De remonstrantse broederschap is een geloofsgemeenschap die geworteld is in het evangelie van Jezus Christus en getrouw aan haar beginsel van vrijheid en verdraagzaamheid God wil eren en dienen.’

Van dat uitgangspunt zien ze niets terug in de theologie van de kwetsbaarheid, die begint bij de mens én daar ook kan eindigen. De opleiding heeft daardoor volgens deze critici geen specifiek christelijk karakter meer. Ze is ook nog eens verkort, zodat nieuwe predikanten in hun ogen ‘onvoldoende kennis en onvoldoende theologische bagage’ hebben om in de Broederschap te functioneren op het vereiste niveau. Dat ‘niveau’ is betekenisvol: remonstranten staan zich er graag op voor dat ze ‘zulke goede dominees’ hebben.

De versmalling die Rotterdam en Den Haag zien doet, vinden ze, ook geen recht aan andere theologische richtingen in de Broederschap. Ze zijn bang dat ze in humanistisch vaarwater komen: “Bovendien brengt een eenzijdige ontwikkeling in de richting van een in hoge mate humanistische levensbeschouwelijke benadering, het gevaar met zich mee dat onze eigenheid verloren gaat.”

Liever binnenskamers

Peter Nissen, hoogleraar oecumene aan de Radboud Universiteit en lid van het curatorium van het remonstrants seminarium, heeft het landelijke bestuur een tegenreactie geschreven. Hij wijst de kritiek van de hand. Nissen, van katholiek remonstrants geworden, schrijft dat er veel meer docenten betrokken zijn bij de opleiding, en dat die allemaal hun eigen benadering hebben. Ook is er volgens hem aandacht voor de diversiteit van stromingen in de geschiedenis van de remonstranten.

Nissen vraagt zich ook af hoe Rotterdam en Den Haag erbij komen dat de studenten niet aan het vereiste niveau zouden kunnen voldoen. Hij hoort ‘alleen maar positieve geluiden’ over de diensten die studenten hebben geleid.

En, schrijft Nissen, is het het goed recht van elke hoogleraar om zijn of haar eigen theologie te ontwikkelen. ‘Dat hebben haar voorgangers ook gedaan. Ook toen zal het theologisch onderwijs een zekere eenzijdigheid gehad hebben, namelijk die van de persoonlijke voorkeur van de hoogleraar.’

In een toelichting zegt hij dat het hem verbaast dat de beginselverklaring nu tot toetssteen wordt gemaakt van rechtzinnigheid. Dat past, vindt hij, niet bij de remonstrantse traditie van theologische ruimhartigheid. ‘Het lijkt nu alsof de remonstranten op hun ­eigen, interne Synode van Dordrecht afstevenen, waarop opnieuw de ‘preciezen’ de ‘rekkelijken’ gaan veroordelen en wegsturen. Ik hoop dat het niet zover komt.’

Zijn Rotterdam en Den Haag daarop uit? Een toelichting willen de voorzitters van de kerkenraden in Rotterdam en Den Haag niet geven. Hun brief stond weliswaar op hun website, en is verstuurd naar alle circa vijftig plaatselijke remonstrantse gemeenten, maar bleek niet bedoeld voor de pers. Sleutelfiguren zijn graag bereid aan Trouw hun visie te geven, maar ze willen niet met naam en toenaam in de krant. Zeker in dit jubileumjaar steken ze liever de vlag uit, dan dat ze de vuile was buiten hangen. En voor een geloofsgemeenschap die verdraagzaamheid als motto heeft, is ruzie over de richting geen reclame. Ze houden dat liever binnenskamers.

Zwarte wolk

Hoe hoog de onenigheid oploopt en hoe ondermijnend die is voor dit toch al kleine kerkgenootschap, is niet zo makkelijk vast te stellen. Of beter gezegd: de inschatting is afhankelijk van het oordeel over Anbeeks benadering. Ze heeft beslist fans, die blij zijn met Anbeek nu een theoloog te hebben die in een tijd van ontkerkelijking mensen weet aan te spreken in een taal die ze begrijpen en die hen helpt bij hun zingevingsvragen. Zij doen de klachten af als stemmen uit het verleden, die treuren om het teloorgaan van hun eigen klassieke opleiding. Van de discussie schrikken ze niet en met de commotie valt het volgens hen wel mee.

Getalsmatig heeft Anbeek in elk geval succes. Er zijn jaren geweest dat het seminarium geen nieuwe aanwas had, nu heeft het 25 studenten. Vijf van hen hebben het examen voor predikant gedaan. Anbeek leidt de dienst waarin zij worden bevestigd in hun ambt. Dan wordt ook de beginselverklaring van de remonstranten voorgelezen.

Remonstranten die de kritiek delen van Rotterdam en Den Haag zijn van die getallen niet onder de indruk. Zij vrezen dat het vrijzinnige geloof plaatsmaakt voor humanisme. Niet dat er wat mis is met humanisme, maar het kan ook in een vrijzinnige kerk volgens hen niet bij de mens blijven. Anders worden de remonstranten een soort School of Life, een internationale organisatie die mensen ‘op basis van 2500 jaar cultuur en wetenschap’ helpt wijzer te worden.

Deze vleugel ziet de richtingenstrijd als ‘zwarte wolk’ die elk evenement overschaduwt. Zoveel is zeker: ze gaan de jubileumglossy met argusogen lezen. Daarin zet Christa Anbeek haar volgens hen zo eenzijdige theologische visie nog eens uitgebreid uiteen.

Reactie Christa Anbeek

Christa Anbeek noemt de verwijten vanuit Den Haag en Rotterdam desgevraagd heel pijnlijk.

“Ik geloof oprecht dat ik met het evangelie bezig ben. Ik ben het er van harte mee eens dat het niet bij de mens kan blijven. Wij hebben niet genoeg aan onszelf, we hebben op zijn minst elkaar nodig, én de traditie. Het humanisme is heel prijzenswaardig, maar het gaat erom dat wij voorbij het menselijke komen. Wij worden ingehaald door de Geest die ons bezielt en meevoert naar Jezus Christus, venster op God, onnoembaar.”

Ze zegt dat het haar er echt niet om te doen is, de predikantenopleiding te beperken tot haar theologie van de kwetsbaarheid. “Ik heb maar een beperkte aanstelling en ik ben de eerste om te zeggen: er moet iemand bij, een stevige, meer klassieke theoloog. Dat is een kwestie van geld. Ik heb niet de waarheid in pacht, maar de briefschrijvers ook niet. Ik begrijp dat het pijnlijk is afscheid te nemen van oude vormen, maar het oude werkt voor velen niet meer. We moeten op zoek naar nieuwe wegen.”

Lees ook:

Voor theologe Christa Anbeek bracht haar eerste kleinkind het leven terug

De dood beheerste leven en werk van theologe Christa Anbeek. Totdat ze een burn-out kreeg en niets meer kon. En een kleinzoon. Spelen met hem, dat kon ze wél.

Remonstranten flirten met de PKN, 400 jaar na dato

De vrijzinnige remonstranten zoeken 400 jaar nadat ze uit de gereformeerde kerk werden gezet, toenadering tot de brede Protestantse Kerk in Nederland. In een doopdienst in Rotterdam wordt het karakter duidelijk van dit kleine vrijzinnige kerkgenootschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden