Dominee Pieter Versloot nodigt Groningers uit voor de biecht: 'Een kleine service aan de stad'

In de consistorie van de Groningse Martinikerk neemt dominee Pieter Versloot de biecht af. Beeld reyer boxem

De Groningse dominee Pieter Versloot woonde negen jaar in Kazachstan. Daar had hij een biechtvader. Nu is hij dat zelf. Elke woensdagmiddag zit hij in een klein kamertje van de Martinikerk klaar om te luisteren, te vergeven en eventueel te bidden.

In zijn enthousiasme had dominee Pieter Versloot een groot bord bij het zijdeurtje van de Groningse Martinikerk willen zetten. 'Wil je biechten, stap dan binnen!', zou hij daar op zetten. Bij nader inzien leek hem een kleine aankondiging slimmer. Te veel openheid kon potentiële biechtelingen weleens eerder afschrikken dan stimuleren; zo gewoon is dat in Nederland immers niet meer.

Bij de zijdeur van de monumentale kerk, om de hoek bij de ingang van de Martinitoren, hangt nu een bescheiden postertje. 'Waarom zou je ermee rond blijven lopen? Lucht je hart!' staat er boven een vriendelijke tekst die vertelt dat iedereen op woensdagmiddag binnen kan lopen, om te vertellen 'wat je kwijt wil', aan de dominee die een ambtsgeheim heeft: hij vertelt het niet door.

"Het is eigenlijk supersimpel wat ik doe", zegt de 47-jarige predikant aan de biechttafel, waarop standaard een Bijbel en een liedboek ligt. "Iemand vertelt zijn verhaal, ik zit er bij en ik luister. Ik geef geen advies, ik ga niet in iemands ziel roeren. Ik ben geen psycholoog, ik ben dominee. Soms bid ik met iemand, of lees een stukje uit de Bijbel. Vanuit mijn christelijke overtuiging zie ik het zo: God wil ons uit onze benauwdheid halen. Hij geeft licht, lucht en ruimte. Wij creëren die ruimte hier."

Sociale functie

De consistorie, waar de dominee op zondag met de kerkenraad de dienst voorbereidt, is volgens Versloot de perfecte ruimte voor de biecht. Via een bescheiden hal met toilet komt de biechteling in een sobere ruimte, met een tafel en een paar rechte houten stoelen. Er is een keukentje, voor water of thee. Opvallend zijn de hoge raampjes. Ze geven zicht op de Grote Markt met het vroegere stadhuis, het nieuwe VVV en, aan de voet van de kerk, een terras. Dit was het boter- en broodhuisje, vertelt de dominee, die sinds twee jaar is verbonden aan de wijkgemeente van de Protestantse Kerk in Nederland in het Groningse centrum. Van pakweg de zestiende tot de achttiende eeuw deelde de kerk op maandag door die luiken brood uit aan de armen. Ook toen al, lacht Versloot, had de kerk een sociale functie.

De luiken kunnen dicht. Maar de meeste biechtelingen vinden het geen probleem dat mensen van buiten ook naar binnen kunnen kijken. Voor wie echt onzichtbaar wil zijn, is er een andere ruimte in de kerk.

Storm loopt het niet. Maar elke woensdagmiddag zit de dominee daar, en steevast zijn er een paar mensen. Ze komen anoniem binnen, vaak weet de biechtvader alleen een voornaam. Dat vinden ze fijn. Ook zijn ze, zo vertellen ze Versloot vaak, blij dat ze geen afspraak hoeven te maken, en dat ze niet hoeven te betalen. En ze vinden het prettig dat ze van de dominee geen opdrachten meekrijgen, hij houdt hen geen spiegel voor, ze 'hoeven niks'.

Versloot: "Ze vertellen over de grote dingen waar ze mee te maken hebben in het leven. In de relationele sfeer, over geld en schulden. Over ziekte, ellende, verlies. In deze studentenstad komen relatief veel twintigers die doodmoe zijn. De hoge verwachtingen die de samenleving van hen heeft, maar vooral ook de onbarmhartige eisen die zij aan zichzelf stellen worden hen te veel. Ik kan niet meer, zeggen ze."

Heel soms krijgt de dominee mensen met zware psychische problemen. Dan geeft hij ze in overweging een huisarts te bellen. En als het heel ernstig is, als mensen vertellen een einde aan hun leven te willen maken, dan belt hij zelf de dokter. Die - uitzonderlijke - situaties zijn ook de enige keren dat hij 's avonds denkt: 'oei, hoe zou dat aflopen?' "Na zo'n gesprek verdwijnen de mensen weer in de mist. Psychiatrie is niet mijn vakgebied. Ik bied ruimte, ik kan mensen misschien een klein stapje verder helpen, maar ik ben niet deskundig om mensen te helpen bij zware psychische problemen."

Zelf wil Versloot er 'onvoorwaardelijk zijn' voor de mensen die hij voor zich heeft. Hij houdt niet van verborgen agenda's, hij is er niet op uit leden te winnen voor zijn kerk. "Dat is niet mijn doel, ik heb geen grote missie. Soms zie ik mensen weleens terug bij een kerkdienst. Dat is een mooie verrassing. Ik zie dit als een kleine service aan de stad en aan mijn gemeente. Ook kerkleden kunnen hier terecht en dat doen ze soms. Bij een huisbezoek hoor ik weleens: ja, er is nog wat, maar dat vertel ik u wel op het biechtspreekuur."

Biechten hoorde in Nederland bij de katholieke traditie. Het was daar op zijn retour, maar hier en daar gebeurt het wel weer. Niet op een klassieke manier, achter een 'geheimzinnig raster', zoals Yvonne Zonderop in haar boek 'Ongelooflijk' beschrijft. Als priesters en pastores het sacrament weer instellen, dan gaat het zoals bij Versloot, met een kop koffie erbij.

Onbevangen jongeren

Niettemin, bij ouderen merkt hij wel aarzeling, zeker bij mensen met een katholieke achtergrond. De biecht roept bij hen slechte herinneringen op aan opvoeding en kerk. Jongeren hebben dat 'belaste' religieuze verleden over het algemeen niet. Zij staan onbevangener tegenover dit soort religieuze rituelen, ze hebben er, merkt Versloot, geen negatieve associaties bij.

De protestantse Versloot kwam in aanraking met de biecht toen hij en zijn vrouw in Kazachstan woonden. In hun oosters-orthodoxe wijkkerk in de hoofdstad Alma Ata werd er 'grif gebruikgemaakt van de biechtpraktijk'. Anders dan bij katholieken, is de biecht daar een publieke aangelegenheid. Een gemeentelid levert een briefje met 'zondes' in bij de priester. Voor de dienst begint, gaan de biechtelingen naar voren. De priester fluistert de tekst en dan verscheurt de geestelijke het papiertje - symbool dat de fouten zijn vergeven. "Iedereen kan dat zien. Met een schoon geweten nemen mensen dan plaats in de kerkbanken, en dan begint de dienst", zegt Versloot. "Je hoeft het berouw niet nog een keer uit te spreken, het berouw zit al in het feit dat mensen naar voren komen. Dat kan alleen als je je trots laat varen."

Zelf had Versloot in Kazachstan negen jaar een biechtvader. Hij sprak hem elke week, buiten de kerkdienst om. "Ik vond het een enorme verrijking om de dingen waar je mee zat, de ballast, concreet bij iemand neer te leggen. Het hielp mijn leven op orde te brengen. Iedereen loopt butsen op, je maakt akelige dingen mee, of je gaat zelf in de fout. Als je dat aan iemand vertelt, dan is het niet altijd weg, sommige dingen blijven je bij. Maar het relativeert wel."

Bij Versloot is iedereen welkom, van welk geloof of ongeloof dan ook. Maar voor hem heeft de biecht een duidelijke relatie met zijn christelijk geloof: "Je biecht op wat je niet makkelijk vertelt. Mijn biechtvader zei altijd: hou dat wat er is gebeurd in het licht van Christus. Daardoor verliezen de donkere aspecten van je bestaan hun kracht. Ze worden lichter. 'Zolang ik zweeg, kwijnde mijn bestaan', zegt psalm 32. Er valt wat van je af als je het vertelt."

Daar komt bij, de biechteling kan erop rekenen dat zijn zonden worden vergeven. Het komt 'heel weinig' voor dat de absolutie niet wordt gegeven. In het biechten zelf zit het berouw. Bovendien, zegt Versloot: "Gods bereidheid tot vergeven gaat uit boven wie wij zijn en wat wij gedaan hebben."

Inspiratie van Bonhoeffer

Pieter Versloot vindt voor zijn werk als biechtvader onder anderen inspiratie bij de Duitse theoloog en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer (1906- 1945). De protestantse Bonhoeffer benadrukt in zijn boek 'Met elkander leven' het belang van biechten. Hij schreef: "Wie met zijn kwaad alleen blijft, blijft helemaal alleen. (...) In de biecht vindt de doorbraak naar de gemeenschap plaats. Waar jouw zonde aan het licht komt voor het aangezicht van de broeder en zuster in het geloof, met volmacht van Christus zonden aanhoort en in Zijn naam kwijtscheldt. Ga ik biechten bij de broeder, dan ga ik tot God."

Lees ook:

Dominee voor ongelovige millennials

Na vijftien jaar als gemeentepredikant vond Tim Vreugdenhil het tijd om zichzelf opnieuw uit te vinden als dominee. Nu organiseert hij evenementen waar vooral veel ongelovige millennials op af komen.

Dominee Wim Jansen: Eerst bidden dan geloven

Na een hartinfarct herontdekte emeritus predikant Wim Jansen het gebed. Hij schreef er een persoonlijk boek over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden