Preekwedstrijd

Dit zijn de winnende preken uit de nieuwste preekwedstrijd

Nederland Amersfoort Joriskerk dominee in toga op de preekstoel ds van Nieuwpoort 20-12-2016 foto: Jaco Klamer Beeld HH/Jaco Klamer
Nederland Amersfoort Joriskerk dominee in toga op de preekstoel ds van Nieuwpoort 20-12-2016 foto: Jaco KlamerBeeld HH/Jaco Klamer

Hoe preek je over een beladen bijbeltekst? De website Liberaal Christendom schreef daarvoor opnieuw een preekwedstrijd uit. De twee winnende preken gingen over teksten die in het verleden hebben geleid – en soms nog steeds leiden – tot antisemitisme en racisme.

“Het zijn teksten die je misschien liever overslaat of met zwarte inkt weglakt, zoals gebeurt met documenten in pijnlijke kwesties als de toeslagenaffaire”, zei de jury van de preekwedstrijd van Liberaal Christendom. “Maar ze staan wel in de Bijbel.” Liberaal Christendom schreef een preekwedstrijd uit en droeg daar vier beladen bijbelteksten bij aan. De deelnemers konden kiezen uit die vier.

Eerst in het kort even over die vier teksten.

De eerste komt uit het eerste bijbelboek, Genesis, en gaat over de vervloeking van Cham, een van de zonen van Noach. Die tekst heeft geleid tot racisme. Heel kort samengevat: Cham is in de kerkgeschiedenis door sommigen gezien als de voorvader van de bewoners van het Afrikaanse continent. Als Cham wordt vervloekt – over hoe dat precies zit: lees Genesis 9 erop na – wordt daarmee ook zijn nageslacht vervloekt. Bijbels gerechtvaardigd racisme dus.

De tweede tekst staat in Leviticus, wederom in het Oude Testament, en verbiedt mannen om met mannen het bed te delen. Die tekst (hoofdstuk 20 vers 13) wordt tot op de dag van vandaag gebruikt om homoseksualiteit te veroordelen.

De derde tekst: Matteüs 27 vers 25. In dat eerste boek van het Nieuw Testament zeggen de Joden kort voordat Jezus ter dood wordt veroordeeld: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’. Die tekst heeft tot antisemitisme geleid. Immers, zo luidde de antisemitische redenering: de Joden hebben Jezus gedood en met deze uitspraak wraak op die dood over zich afgeroepen.

De vierde tekst is een zogenoemde zwijgtekst, afkomstig uit 1 Korinthe 14, in het Nieuwe Testament: ‘Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat.’ Die tekst is lange tijd – en wordt in behoudende kerken nog steeds – gebruikt om vrouwen van de preekstoel te weren.

De vier bijbelteksten hebben in de geschiedenis van het christendom geleid tot racisme, tot het afwijzen van homoseksualiteit, tot antisemitisme en tot het uitsluiten van vrouwen.

En daar dan over preken. Voor de preekwedstrijd van Liberaal Christendom werden 73 preken ingestuurd, 43 van professionele predikers, de rest van leken. De winnende preek bij de leken, over de tekst uit Genesis over Cham, is van verhalenverteller Guido de Bruin uit Amsterdam. Bij de theologen won predikant Menno Rappoldt uit Emmen, met een preek over de tekst uit Mattheüs. Hieronder staan de beide preken.

Beste preek in de lekencategorie

Guido de Bruin, verhalenverteller uit Amsterdam

tekst: Genesis 9:25-27

“Eerherstel voor Cham en zijn nakomelingen. Daarvoor is het de hoogste tijd. Omdat dit verhaal over hen eeuwenlang is misbruikt om de minderwaardigheid van mensen van kleur ‘aan te tonen’ – een geschiedenis waarvoor de witte christenheid zich diep moet schamen. Én omdat Cham eigenlijk de held van dit verhaal is.

De eerste vraag die we aan dit verhaal moeten stellen: hoeveel waarde moeten we hechten aan een vervloeking die wordt uitgesproken door een man die net is ontwaakt uit zijn dronkemansroes? Het is veelzeggend dat over de 350 jaar die Noach na de vloed nog heeft geleefd, dit verhaal kennelijk als enige het vertellen waard was. Over een man die naakt en dronken in zijn tent ligt.

De Britse rabbijn Jonathan Sacks wijst erop dat de oude rabbijnen zich al afvroegen hoe het komt dat Noachs leven na het glorieuze nieuwe begin zo weinig verheffend verloopt. Hun antwoord: hij kon er niet mee leven dat hij alleen zichzelf en zijn gezin had gered en zijn mond niet had opengedaan om, zoals Abraham eeuwen later, bij God te pleiten voor zijn medemensen en andere medeschepselen.

Noachs verval, schrijft Sacks, “vertelt ons dat als je jezelf redt zonder iets te doen om de wereld te redden, je niet eens jezelf redt”. Daarom zoekt Noach in de roes van de dronkenschap een uitweg uit het schuldgevoel van de overlevende. En in die toestand ziet zijn zoon Cham hem liggen. Misschien komt het door de Bijbelvertellingen op de lagere school dat ik altijd heb gedacht dat Cham zijn broers op spottende toon inlicht over de naaktheid van hun vader. Maar dat staat er niet.

Misschien wilde Cham juist zijn zorg met zijn broers delen: “Kijk eens hoe pa er aan toe is. Wat moeten we met hem?” Of: “Hoe kunnen we hem helpen om echt een nieuw begin te maken, zich te bevrijden van de roes?” Zo’n vraag is aan zijn broers niet besteed. Zij durven hun vaders naaktheid niet onder ogen te zien. En keren het verleden dat zich daarin openbaart, letterlijk de rug toe. Om het toe te dekken.

De man wiens schaamte is onthuld, ontsteekt in woede. Zo reageren we vaak als we met onze schaamte worden geconfronteerd: met agressie naar de onthuller, om iets van onze waardigheid overeind te houden. Het is het lot van de klokkenluider.

Noach vervloekt niet Cham zelf, maar diens zoon Kanaän. Alsof Cham voor hem al niet meer bestaat. Of realiseert hij zich dat de vervloeking door een vader van zijn nakomelingen generaties lang doorwerkt? De man die een nieuw begin had moeten maken, richt een ravage aan tot in het derde en vierde geslacht. Met een beroep op de Eeuwige nog wel – als dat geen godslastering is?

En wat zien we: één van Chams nakomelingen is Nimrod de geweldenaar. Vervloeking baart geweld, doordat de vervloekte met alle geweld wil laten zien dat hij echt wel iets waard is, echt wel meetelt. Het geweld dat aanleiding was voor de zondvloed, is terug.

Natuurlijk kun je historisch aannemelijk maken dat dit verhaal is geschreven om te rechtvaardigen dat de toenmalige Israëlieten de Kanaänieten tot slaaf hadden gemaakt. Maar als dat het enige is dat erover te zeggen valt, moeten we dan niet concluderen dat het ten onrechte terechtgekomen is in het heilige boek van een volk van bevrijde slaven?

Zoals zo vaak in de Bijbel, zit er een tegenverhaal onder de oppervlakte. Dat laat zien hoe moeilijk het is om te leven met de eigen kwetsbaarheid, schaamte en schuld, en om die van een ander aan het licht te brengen, hoe liefdevol ook. Dat tegenverhaal brengt ons terug naar hoe het ooit bedoeld was: dat wij naakt zijn, en ons niet voor onszelf en elkaar hoeven te schamen, hoe peilloos onze schuld en schaamte ook lijken.

En nee, dit verhaal gaat niet over huidskleur. Maar mensen van kleur kunnen zich heel goed in Cham herkennen als ze de schaamte en schuld van de witte mens blootleggen die ontwaakt uit de roes van wit privilege, en diens agressie over zich heen krijgen. En moeten toezien hoe hun witte broeders en zusters, met hun rug naar de pijnlijke geschiedenis, de schaamte liever toedekken.

Moge het niet zo zijn.”

Beste preek in de theologencategorie

Menno Rappoldt, predikant uit Emmen

tekst: Mattheüs 27:25

“Ik was er bij.

Het is lang geleden. Jong en oud waren er, mannen en vrouwen, mensen van stad en platteland. Aangevuurd door onze leiders.

We waren teleurgesteld. Hij was zo’n grote belofte. Hij maakte bijzondere keuzes en had aandacht voor zieken, hoeren, buitenlanders en zelfs Romeinen, bezetters! Hij stond dichter bij ons dan onze officiële leiders. Hij was een herder met aandacht voor ieder van ons.

Hij schiep hoge verwachtingen. We hadden hem nodig.

Maar het leek of hij zich losmaakte uit onze verwachtingen. We raakten in verwarring door zijn niet-zijn en niet-doen van wat wij hoopten: ons bevrijden van de Romeinen en de zelfzuchtige leiders.

Hij was kort daarvoor opgepakt. Was dit nou van hem over? We voelden ons teleurgesteld en kwaad. En als je met een groep bent, kan je tot rare dingen komen.

Later beschreef Mattheus wat er gebeurde in zijn evangelie over de betekenis van Jezus’ leven. Ik schrok toen ik het zwart op wit zag staan: ’Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’. We hadden dat geroepen, ja. Maar als je het op papier zet, kan het een eigen leven gaan leiden. Had Mattheus dat maar niet gedaan. Want hoe zal hier in de toekomst mee worden omgegaan? Christenen worden nu zelf vervolgd, maar ze groeien enorm als beweging. Wat als ze veranderen in een grote en sterke macht? Joden krijgen al zo vaak de schuld als er iets mis gaat. Hier kunnen onze haters mee uit de voeten, dacht ik toen ik die zin las in Mattheüs’ verhaal en een onbestemd gevoel beving mij.

Als iets zwart op wit staat, gaan mensen er mee aan de haal. Zeker als ze anoniem kunnen blijven of zich verbergen in een groep. Elk geloof brengt mensen voort die niet kunnen relativeren of niets in de context zien. Ze maken wat geschreven staat absoluut. Nog erger: elk geloof brengt mensen voort die denken dat ze namens God moeten oordelen, straffen en zelfs doden. Zal dat de aanhangers van Jezus niet gebeuren?

Ik ben nu oud. En als ik terug kijk op wat er eigenlijk speelde, zie ik het zo: Pilatus zei: ‘Ik was mijn handen in onschuld’. Hij deed of hij als individu onschuldig was aan het gebeuren. Maar het was geen schuld of onschuld van een individu. We deden het met elkaar. Pilatus had de macht om Jezus los te laten, maar hij durfde niet.

Pilatus sprak over ‘ik’, maar het was een ‘wij’ gebeuren, inclusief hij.

Misschien heeft Mattheus dat duidelijk willen maken. Dat de verwerping van Jezus door álle mensen was. Niemand mag zeggen: Ik had het niet gedaan.

Ik was er bij. Ik heb het geroepen en jij zou het ook geroepen hebben als je daar was geweest. We waren mensen die dé mens verwierpen. Zo erg was en is het met ons als mensheid gesteld.

Wat wij riepen kreeg voor mij naderhand een andere betekenis.

Toen wij daar op dat plein Jezus verwierpen, verwierpen we onszélf. Niet als jood, maar als mens: onze werkelijke vrijheid, waarachtige liefde, ons léven. We verwierpen God. Want alles wat we toen van hem verwachtten, draaide om onszelf. Er was niets wezenlijk veranderd als hij had gedaan wat wij wilden.

Zijn trouw en het offer van zijn dood en zijn verrijzenis maakten pas duidelijk wie hij is en dat zíjn leven is wat we werkelijk nodig hebben.

‘Bloed’ betekent ‘leven’. Zijn leven kan ons en onze kinderen redden, bevrijden en doen leven.

‘Zijn leven kome over ons en onze kinderen’, betekent die zin nu voor mij.

Hoewel we toen iets andere bedoelden, en hoewel Mattheus de uitroep gebruikt om te corrigeren wie denkt dat hij zich vrij kan pleiten aan die veroordeling van Jezus.

‘Zijn leven kome...’: want zijn leven maakt ons en onze kinderen tot geheelde mensen.”

Lees ook:

Wat is het geheim van een goede preek?

In de meeste kerken – zeker de protestantse – is de preek het belangrijkste onderdeel van elke viering. Maar aan welke voorwaarden moet een goede preek eigenlijk voldoen? Vijf theologen over wat een preek tot een goede preek maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden