Beeld Idris van Heffen

Filosofie

Dit kunnen we Spinoza leren over geluk, vrijheid en democratie

Het regent boeken over Spinoza, de zeventiende-eeuwse filosoof. Wat kunnen we van hem leren over geluk, vrijheid en democratie? Drie publicaties leggen het uit. 

De aantrekkingskracht van de Joods-Nederlandse filosoof Spinoza (1632-1677) blijft enorm. De Franse Frédéric Lenoir bejubelt hem populariserend als gids in een persoonlijke zoektocht naar geluk. De Belg Herman De Dijn analyseert academischer wat geluk precies betekent bij Spinoza, waarbij hij ver blijft van al te moderne interpretaties. En de Nederlandse Victor Kal wil hoogst polemiserend af van Spinoza als pre-verlichtingsdenker en ontmaskert hem als een autoritaire aartsconservatief.

Spinoza was een systeembouwer die in de geest van zijn tijd de deductieve methode van de meetkunde toepaste. Dat maakt zijn geluksbegrip allesbehalve behapbaar. Toch leest Frédéric Lenoir Spinoza als een hedendaagse gids die hem persoonlijk na aan het hart ligt. In ‘Spinoza en de weg naar het geluk’ koppelt hij Spinoza’s denkbeelden telkens aan diens levensgeschiedenis.

Geluk voor de massa en voor de filosoof

Herman De Dijn probeert in ‘De andere Spinoza. De twee wegen naar het ware geluk’ de zeventiende-eeuwse denker juist te begrijpen binnen de context van zijn tijd. Hij biedt een accuraat overzicht van Spinoza’s denken, gebaseerd op zijn ‘Tractatus Theologico-politicus’ en ‘Ethica’, waarbij hij zelfs zaken die tegenstrijdig klinken weet te duiden als paradoxen die juist de coherentie van Spinoza’s filosofie bevestigen. De Dijn presenteert de ‘Tractatus’ en de Ethica als twee wegen die leiden tot geluk of ‘heil’. De Tractatus beschrijft de weg naar het geluk voor de massa, de Ethica toont de weg naar het geluk voor de filosoof.

Daaronder ligt de gedachte dat de mens een gelukszoeker is die geen genoegen neemt met geluksmomenten, maar streeft naar gelukzaligheid of heil: bestendig geluk. Het geluksverlangen hangt samen met Spinoza’s stelling dat elk zijnde een streven heeft om zich te bestendigen. Dat gaat verder dan louter bestaan, het gaat om zelfverwezenlijking. Dat is voor de mens het hoogste goed, het hoogste geluk. Als dat streven wordt bevredigd, levert dat een blijdschap op die haar gelijke niet kent. Maar hoe verwezenlijk je jezelf? Hoe bereik je het geluk? Dat kan via twee wegen: één voor de massa en één voor de filosoof.

De ‘gewone’ mens moet genoegen nemen met de religie. In de Tractatus beschrijft Spinoza hoe hij dat ziet. Het boek klinkt vanwege de religiekritiek hedendaags, wat Lenoir sterk in de verf zet. Maar dat religie bij Spinoza ook positief wordt ingevuld, lijkt Lenoir te verdringen. 

De Franse filosoof en godsdiensthistoricus Frédéric Lenoir tijdens een lezing op het Happinez festival.Beeld Maarten Hartman

Vroomheid

Daarin is De Dijn een betere gids. In de Tractatus bestempelt Spinoza alles wat bovennatuurlijk is – mirakelen, sacramenten – als bijgeloof. Bovendien is geen enkele religie volgens hem geprivilegieerd. De kern van religie ligt immers niet in specifieke dogma’s of rituelen, maar in de gehoorzaamheid aan de goddelijke wet: bemin God boven al en uw naaste zoals uzelf. 

Nogal merkwaardig is dat religie voor Spinoza niets met waarheid te maken heeft. Religie is een zaak van vroomheid, wat een innerlijke, morele houding is, zoals zowel Lenoir als De Dijn beklemtonen. Tegelijk legt Spinoza sterk de nadruk op de werken, aldus De Dijn. Vroomheid is een praktische levenshouding, al vraagt die wel een elementair geloof: je kunt niet gehoorzaam zijn aan God als je niet gelooft dat hij bestaat. Vroomheid als gehoorzaamheid aan het goddelijke gebod van de naastenliefde biedt de gewone mens een zekere gelukzaligheid, ook al blijft die afhankelijk van ‘allerlei maatschappelijke en politieke omstandigheden’, aldus De Dijn.

Beeld Brechtje Rood

De tweede weg om het geluk te bereiken, is die van de filosoof. Wat hem gelukkig maakt, is ‘alles wat er gebeurt in de wereld’ te begrijpen – en te begrijpen dat dit noodzakelijk moet gebeuren. Daaruit spreekt natuurlijk een grote gelatenheid. De verleiding om hierin een soort stoïcijnse levenshouding van berusting te lezen, is groot. De Dijn erkent dit ook voor wat hij ‘de rationele ethiek’ van Spinoza noemt. Die bestaat erin zich niet te laten leiden door passies. Dat zijn bewustzijnsvormen die niet berusten op inzicht, maar louter reflecties zijn van invloeden van buitenaf die ons onvrij maken. 

Maar ook al zijn we als affectieve wezens bepaald door de uiterlijke omstandigheden die deel uitmaken van ons bestaan, we zijn er niet volledig aan onderworpen. In de mate waarin we rationeel denken - en dus de noodzakelijke samenhang van alles wat is inzien - is ons denken niet passief (niet geraakt door invloeden van buitenaf), maar actief. Rationeel denken is denken vanuit onze eigen inzichten, niet vanuit impressies die van buiten komen. In de mate waarin we als rationeel denkende wezens onze gedachten produceren, zijn die gedachten ook vrij. Precies dat aspect van Spinoza’s geluksbegrip vindt Lenoir zo inspirerend voor de hedendaagse mens.

Conservatieve denker

Spinoza’s eerste weg naar het geluk - gehoorzamen aan de goddelijke wet - is problematisch. Want die weg, bestemd voor de massa, krijgt invulling in de gehoorzaamheid aan het staatsgezag. In ‘De list van Spinoza’ poneert Victor Kal dat Spinoza niet zozeer een liberale, maar juist een heel conservatieve denker is, die in zijn staatsopvatting teruggrijpt op Mozes en de Israëlieten. 

Spinoza stelt dat het Israëlitische volk ‘uit eigen overtuiging’ zijn oorspronkelijke vrijheid overdroeg aan een transcendente God, en bij uitbreiding op diens vertegenwoordiger Mozes, die in rechtstreeks contact stond met God. Na die ‘democratische’ overdracht was de mens niet langer vrij, maar absoluut onderworpen aan het absolute staatsgezag.

Beeld Idris van Heffen

Van het grootste belang is daarbij de door Spinoza zelf uit de Bijbel gedistilleerde ‘eenvoudige’ religie, die dan wel ‘onwaar’ is (voor de filosoof), maar die volstaat voor de massa, die immers graag gelooft in dingen die tot de verbeelding spreken. De heerser daarentegen, beseft maar al te goed dat religie ‘onwaar’ is, maar dat deert hem niet: als ze maar dienst kan doen als ideologie die de eenheid van de staat waarborgt. Het is dan ook de taak van de leider om zichzelf geloofwaardig te maken via een geslaagde enscenering van de ‘religie als ideologie’. ‘De list van Spinoza’ bestaat erin dat hij het bijgeloof uit de religie ontmaskert, maar de harde kern ervan bewaart en inzet als ideologie die een sterke staat moet ondersteunen.

Een standbeeld van Spinoza in Amsterdam.Beeld ANP

Vrijheid met een korrel zout

‘Democratie’ in de zin van gelijkheid en vrijheid van allen bestaat volgens Spinoza niet in een staat die zo tot stand komt, ze bestaat eigenlijk enkel in de toestand van vóór de staat, voordat het volk democratisch afstand deed van zijn rechten.

Waar veel interpretatoren Spinoza’s verwijzingen naar ‘vrijheid’ en ‘democratie’ graag zien als voorafspiegelingen van de moderniteit, ziet Kal iemand die vooral bekommerd is om een sterke staat. Alleen die kan zorgen voor de nodige ‘rust en orde in de samenleving’. Daarbij bestaat er bij Spinoza niet zoiets als een moderne constitutie, een contract dat de onderdanen ook rechten geeft. Er is enkel een informele band tussen staat en onderdanen, waarbij de leider alle macht waarover hij beschikt, mag gebruiken, al is dat niet raadzaam omdat dit tot opstand zou kunnen leiden.

Een verdere aanwijzing dat Spinoza een conservatief denker is, is volgens Kal dat hij hamert op ‘inschakeling’ van de mens in de bestaande orde, zonder dat hij zich kan voorstellen dat mensen ‘uit zichzelf’ daarboven kunnen uitstijgen en iets anders willen. In dat verband spreekt Kal graag over de ‘openheid op een nog niet gekende toekomst’ die typisch zou zijn voor de moderniteit, waarbij de staat burgers de ruimte geeft om die toekomst gaandeweg te realiseren. Dat is voor Spinoza onvoorstelbaar: hij leefde dan ook in de zeventiende eeuw. Beweren dat begrippen als ‘vrijheid’ en ‘democratie’ bij hem een moderne betekenis hebben, is voor Kal een farce.

In het zeventiende-eeuwse Holland ontlook de pluriformiteit, wat wees op een nieuw soort eigenzinnigheid die typisch modern is. Spinoza zag dat juist als bedreiging. Kal vindt dan ook dat we het citaat op het standbeeld tegenover het stadhuis van Amsterdam – ‘Het doel van de staat is de vrijheid’ – met een flinke korrel zout moeten nemen.

Lees ook:

Wil je écht gelukkig worden? Denk als Spinoza

Het denken van de grote zeventiende-eeuwse filosoof Spinoza biedt een uitstekende gids voor het goede leven, betoogt filosoof Steven Nadler. ‘Spinoza geeft een heel overtuigend beeld van de werking van onze geest.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden