Column Stijn Fens

Dick Bruna's kerstevangelie helpt je om te geloven als een kind

Mijn eerste kerstverhaal was niet dat van Lucas, maar van Bruna. Een langwerpig prentenboek met op de grijsblauwe kaft in grote letters ‘Kerstmis’ en daarboven een engeltje met gele vleugels. Het heeft lange tijd mijn beeld van de geboorte van Jezus bepaald. Mijn vader moet dat ‘Kerstevangelie volgens Bruna’ tientallen keren aan mij hebben voorgelezen. Maar eigenlijk ging het mij vooral om de illustraties. De Jozef van Dick Bruna heeft geen baard. Maria is van­zelfsprekend in het blauw gekleed en heeft haar handen gevouwen, net als haar echtgenoot. Jezus ligt strak ingebakerd in zijn kribbe. Hij lijkt nauwelijks lucht te krijgen.

Dat was voor mij de Heilige Familie.

Vroeger bij mij thuis stond – als de tijd daar was – een kerststal in de kamer, pal naast de kerstboom. Die stal werd bewoond door een kerstgroep die nog van mijn grootouders was geweest.

Misschien is er wel het volgende gebeurd, dacht ik laatst. Ik zie die Jozef en Maria van mijn grootouders voor de eerste keer. Hoe oud ik ben? Vijf of zo. Vervolgens zwijg ik de hele dag. Uit boosheid. Als mijn moeder eindelijk vraagt wat er met mij aan de hand is, ren ik naar mijn kamer, pak het evangelie volgens Bruna en druk die in haar handen. “Dít zijn Jozef en Maria”, schreeuw ik door de kamer. Is nog een hele rel geworden.

Afgelopen week reisde ik – in het voetspoor van Jozef en Maria – van Nazareth, over de Westbank via Nabloes en Jericho, naar Bethlehem. Niet op een ezel, maar in een Japanse four wheel drive met navigatie. Het verslag van deze pelgrimstocht leest u binnenkort in Trouw. Het evangelie volgens Bruna (25ste druk) reisde die paar dagen met mij mee, in mijn koffer tussen mijn kleding. Dat gaf me een veilig gevoel.

Pas in Bethlehem sloeg ik het open. Ik heb altijd gedacht dat Bruna zijn kerstverhaal op rijm geschreven had, net als die boekjes over Nijntje. In de trant van:

o, dacht de goede Jozef
daar heb je het al
dat wordt niet slapen in
een herberg
maar in een oude stal

Maar toen ik in mijn hotel, op een paar honderd meter van de ­Geboortekerk, voor het eerst sinds lange tijd weer in het evangelie volgens Bruna las, was het anders. Niks rijm, maar proza van een behoorlijk hoog niveau.

Het begint zo: ‘Het gebeurde in een donkere nacht, heel lang geleden, dat er herders in het veld waren, die de wacht hielden over hun schapen. Zij stonden net wat met elkaar te praten, toen zij plotseling een licht zagen. Dat licht was zo mooi en zo helder, dat het leek alsof het dag werd. Maar dat werd het niet.’

Vooral dat laatste zinnetje is geniaal.

Ook zo fijn: Bruna heeft het gewoon over een kribbe. Dat kerstwoord heeft de Nieuwe Bijbelvertaling nooit gehaald. Jezus wordt daar in het Lucasevangelie in een voederbak gelegd, een woord dat pijn doet aan je ogen. Een kaal en hard woord dat het beeld van lege akkers en mislukte aardappel­oogsten oproept.

Nee, dan liever de katholieke Willibrordvertaling waar woorden als kribbe en herberg nog wel in staan, of anders dat kerstevangelie van Dick Bruna. Dat kan ook nog eeuwen mee.

Nu hoor ik u denken: is dat niet iets voor kinderen? Dat kan zo zijn, maar er is helemaal niks mis met een kinderlijk geloof. Hoe ouder je wordt, des te moeilijker het is om te kunnen geloven als een kind. Dick Bruna helpt je daarbij.

Aan het eind van de middag loop ik in Bethlehem de Geboortekerk binnen. Het grijsblauwe langwerpige boek in mijn schoudertas. Ik sluit aan in een lange rij pelgrims om naar de plek in de kerk te kunnen waar die stal ooit moet hebben gestaan. Ik kan soms niet tegen mensenmassa’s, word duizelig en eenmaal in de heilige ruimte zelf veranderen de pelgrims om mij heen in figuren van Dick Bruna. Japanners, Italianen, Duitsers, allemaal gevangen in de zwarte lijntjes van de grote illustrator. En dan staan ze daar plotseling: Jozef zonder baard en Maria in haar blauwe jurk, beiden blij lachend en met hun handen gevouwen.

De kribbe is weliswaar nog leeg, maar voor mij is het nu al Kerstmis.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden