Dichter Willem Jan verdiept zich in het Pinksterverhaal: ‘Ik had Jezus niet geloofd’

Willem Jan Otten Beeld Maartje Geels

Dichter Willem Jan Otten, twintig jaar geleden katholiek geworden, leeft van het Pinksterverhaal, maar is blij dat hij Jezus niet heeft ontmoet. “Ik zou hem niet hebben geloofd.”

Pinksteren was niet het verhaal dat hem na zijn bekering het meest aangreep. “Misschien vond ik het een beetje te vanzelfsprekend”, denkt Willem Jan Otten (67). “Wanneer een geliefde fysiek uit je leven is verdwenen, blijft zijn of haar geest achter. Dat is niet zo moeilijk om te geloven.”

Maar hoe meer hij zich in de bijbelpassage over de uitstorting van de Heilige Geest verdiepte, hoe meer hij het ongelooflijke ervan inzag. Zoals ook deze ochtend weer, als hij op mijn verzoek het Pinksterverhaal voordraagt uit zijn dierbare, Naardense Bijbel.

Na lezing laat Otten een lange stilte volgen en vraagt dan: “Waarom raakt mij dit zo? Niet zozeer vanwege het spreken in tongen, maar omdat al die verschillende volkeren elkaar opeens kunnen verstaan. Ieder hoort het getuigenis over de Geest in zijn eigen taal. Dat is het onbegrijpelijke van Pinksteren. Dat universele heeft iets verrukkelijks. Dat het er niet toe doet waar je vandaan komt en dat je toch de Geest kan krijgen. Er is geen intakegesprek of examen voor nodig, en je mag je paspoort thuis laten.

“Hoe je weet of je de Heilige Geest hebt?” Stilte. “Wat een wonderlijke vraag eigenlijk… Als ik poëzie schrijf, vraag ik me toch ook niet af of ik geïnspireerd ben, maar schrijf ik poëzie. De kwestie is dat ik honger naar God. En dat verlangen groeit, dat is het wonderlijke. Het wordt een verlangen naar een verlangen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben vaker dor dan gelovig, maar ook in de sensatie van de overgave blijft de hunkering.

“Omdat het geloof levensomarmend is, mis je het zodra je vertwijfeld raakt. Je mist dat je iets niet doet wat je wel zou wíllen doen. En je voelt dat je tekortschiet in liefde, en al helemaal in opofferende liefde, waar het bij Christus allemaal om draait. Als ik me niet vergis, was het de Amerikaanse schrijver Christian Wiman die zei: ‘Pas toen ik ging geloven, werd ik bang voor het verlies van mijn geloof’. Ik vrees dat ‘t hetzelfde gevoel is als verlaten worden door je geliefden.”

Afgekeken

In zijn herinnering doemen beelden op van de eerste keer dat hij het Christusverlangen ervoer. Een kerk in Madrid, begin jaren negentig. Een Spanjaard knielt, maakt een kruis en prevelt een gebed. Otten: “Daarna stond hij op en liep weg. Ik zou hem nooit meer zien, maar wist zeker: wat hij deed, dat wil ik ook kunnen. In het begin heb ik het geloof volstrekt afgekeken. Eerst van die Spaanse man en later ook van mijn vrouw Vonne, die zich eerder katholiek liet dopen dan ik. Op z’n pinksterens zou je kunnen zeggen dat in Spanje de Geest voor het eerst vaardig werd over mij.”

Maar ook als kind van agnostische ouders had hij het al, al wist hij het toen niet te benoemen, de ervaring van gezien worden. Otten loopt in zijn Amsterdamse flat naar de boekenkast, komt terug met zijn bundel Gerichte Gedichten uit 2011, en leest voor:

Ik heb u beoefend als jongen van elf.

Ik speelde alleen, belandde na het eten aan een ven niet ver van de moedertent.

Drie zwaluwen flitsten naar muggen, weefden over het blakke water een web.

Hand vol platte steentjes. Schemering. En niemand die mij zag. Keilen tellen keilen tel.

Toch werd ik weergaloos gezien, het was als grifte elke worp zich in de eeuwigheid, al was dat woord mij onbekend.

Natuurlijk, ik was ontvaderd sinds kort. Ik leerde missen, in vergeten was ik hoogbegaafd.

Verlaten weigerde ik te zijn. Keilen tellen kielen tel.

U stond daar al.

Aan zwarte wateren wacht u op de eerste gooi naar poëzie.

Otten slaat de bundel dicht en verzucht: “Ik weet niet of ik zonder dichterschap tot geloof zou zijn gekomen, ofschoon Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Het gaat in beide gevallen om ontvankelijkheid en inspiratie. Dichter was ik eerst, hoewel ik nog maar heel zelden poëzie schrijf: eens in het jaar, of soms zelfs om de twee jaar. Het lijkt op het weer: er zijn hoge- en lagedrukgebieden. Zo is dat met het geloof ook, al mis ik het geloof, in dorre perioden, meer dan de poëzie.”

Hemelvaart

Er staat inmiddels een lichte lunch op tafel, en Otten zegt: “We begonnen dit gesprek een beetje raar, alsof Pinksteren op zichzelf staat. Maar zo is het niet. Hemelvaart en Pinksteren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zozeer zelfs dat we in het kerkelijk jaar tussen die twee feesten negen dagen zonder God zitten. We krijgen met Pinksteren iets, omdat er iets anders is verdwenen: Jezus. Een vertraagd afscheid: sterven, verrijzen, hemelvaart. Een verdwijning met een bedoeling. Als toneelschrijver zeg ik: er is gewerkt aan een scenario en dat heeft Jezus uitgevoerd, een scenario dat voor eeuwig een zielsverwrikkende uitwerking zal hebben op de mensen.

“Ik ben blij dat ik Jezus niet heb meegemaakt, want ik zou hem niet hebben geloofd. Zou ik beter zijn dan Petrus? Als u zegt: maar wij moeten het doen met een Geest, niet met een persoon, en dat is moeilijk, dan is mijn antwoord: ik zou Jezus voor gek hebben versleten. Om er iets van te begrijpen, heb ik het verhaal nodig gehad, de mis en Augustinus. En dat was er allemaal niet in het jaar nul.

“Nu, twintig jaar na mijn doop, denk ik: hoe zou ik in vredesnaam níet gelovig kunnen zijn geworden? Hoe zou ik er langs hebben kunnen leven? Altijd al, als er een geliefde stierf, wilde ik de dode laten opstaan, vanuit de weigering te accepteren dat iemand onherroepelijk was verdwenen.

“Ik denk dat veel mensen, misschien bijna iedereen wel, een gemis ervaart, een gevoel iets kwijt te zijn. Daar gaat het paradijsverhaal over, het eerste en belangrijkste verhaal van onze cultuur.

“Wat me enorm raakt is dat Jezus bij zijn hemelvaart niets nalaat. Geen leer, geen regeltjes, geen wetten, zelfs geen opvolger. Alleen zijn liefde, het enige wat hij te bieden heeft, en precies dat dringt niet tot de mensen door. Er ontstaat na zijn hemelvaart een gapend gemis en uit dat zwarte gat verschijnt de gemeenschap van gelovigen. Het geestelijke wordt fysiek, een adem die van buitenaf door je heen blaast en een lichamelijke reactie ontlokt.”

Lourdes

Otten denkt terug aan een pinksterervaring van dertien jaar geleden, beschreven in zijn boek ‘Onze Lieve Vrouwe van de schemering’, toen hij met zijn zieke broer op bedevaart ging naar Lourdes. “Michiel noemde zichzelf niet gelovig, maar hij schuifelde bijna liturgisch langs de Mariagrot. In zijn handpalm, waarin hij door zijn ziekte geen gevoel meer had, probeerde hij vol overgave een druppel op te vangen. Dat ontroerde mij zeer. Michiel is twee jaar geleden gestorven, maar toen in Lourdes is hij genezen. Daar waren we het over eens. Niet omdat hij de ziekte niet meer onder de leden had, maar omdat hij op dat ogenblik net zo ziek was als ik of, in Gods ogen, net zo gezond als ik. Als je ’t mij vraagt, deden die druppels hem de Geest ervaren. Na afloop dacht ik: wie is er nu katholiek, Michiel of ik?

“In de kerk staan we in een gelijkbenige driehoek tegenover God, allemaal even dicht bij Hem. In die zin zijn we allen gelijk, zoals dat sinds de uitstorting van de Heilige Geest het geval is. Moet je je voorstellen: de Romeinen, de bezetters, werden gelijk aan al die andere volken die in het bijbelboek Handelingen worden beschreven: Parten, Meden, Elamieten en Joden. Die volkeren hadden allerlei onderlinge conflicten, maar met Pinksteren waren ze één en konden ze elkaar verstaan in hun eigen taal. En zo gebeurt dat in het geloof elke dag weer. Het is nooit níet Pinksteren in de wereld.”

Willem Jan Otten

Willem Jan Otten (Amsterdam, 1951) is dichter, (toneel)schrijver en essayist. In 1999 ontving hij de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre, in 2014 gevolgd door de P.C. Hooft-prijs voor beschouwend proza. Zijn bundel Genadeklap is genomineerd voor de Grote Poëzieprijs die op 16 juni wordt uitgereikt tijdens het Poetry International Festival Rotterdam. Otten bekeerde zich in 1999 tot het katholieke geloof.

Lees ook: 

 Het algemeen beschaafd levenseinde

Het zinloze leven is ook maar een overtuiging. Willem Jan Otten legt uit hoe je van dat geloof kunt vallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden