De Haagse tak van Yalla! met (van links naar rechts) Fatima Akchar, Yasir Sued, Hanneke Gelderblom-Lankhout, Mostafa Hilali en Mattitjahu Kranendonk.

ReportageVredesdialoog

Deze joden en moslims gaan juist nu met elkaar in gesprek: ‘We laten ons niet uit elkaar drijven’

De Haagse tak van Yalla! met (van links naar rechts) Fatima Akchar, Yasir Sued, Hanneke Gelderblom-Lankhout, Mostafa Hilali en Mattitjahu Kranendonk.Beeld Inge van Mill

Hoe gevoelig het ook ligt, een groep joden en moslims gaat toch in gesprek over het oplaaiende geweld tussen Israëliërs en Palestijnen. ‘We laten ons niet uit elkaar drijven.’

Het is eerst een minuut stil in het zaaltje waarin enkele Haagse joden en moslims woensdagmiddag plaatsgenomen hebben. Ze hebben de ruimte in allerijl geregeld om met elkaar in gesprek te gaan over het oplaaiende conflict tussen Israël en de Palestijnen. Op verzoek van Mostafa Hilali, een van de organisatoren, benutten ze de stilte om iemand in gedachten te nemen die is geraakt door het geweld.

Als hij zegt dat het iemand ‘levend of overleden’ mag zijn, lijkt het nog iets stiller te worden. Zo iemand kennen de drie moslims en drie joden die hier bijeen zijn allemaal wel – en dat is dan ook een van de voornaamste redenen dat de situatie hen danig beroert. Ze voelen dat er onrust en verwijdering ontstaat, maar zijn hier om dat tegen te gaan.

Dan gaat Hilali – in het dagelijks leven luitenant-kolonel bij de Koninklijke Landmacht – voor in gebed. Hij vraagt om wijsheid, en haalt een uitspraak van de profeet Mohammed aan: “Je bent pas een ware gelovige als je je broeder hetzelfde toewenst als jezelf”. En ja, licht hij toe, ook de joden ziet hij als broeders.

Van joodse zijde wordt dat gebed beantwoord met een Hebreeuws lied: Hinei ma tov uma najim / shevet achim gam yachad. De 85-jarige Hanneke Gelderblom – oud-Eerste Kamerlid voor D66 – zingt het voor. Dat deed ze liever, zegt ze verontschuldigend. “Ik ben niet zo goed in bidden.” Ze vertaalt de liedtekst: “Het is een mooie dag als vrienden bij elkaar zijn”.

‘De olifant in de kamer kunnen we niet negeren’

De zes aanwezigen – en een zevende die via een videoverbinding meedoet – kennen elkaar al langer, en zijn verbonden aan de stichting Yalla!, die de onderlinge verbondenheid tussen joden en moslims bevordert, en antisemitisme en moslimhaat bestrijdt. Hilali: “Bij de oprichting vorig jaar was het idee: we gaan het over leuke, mooie dingen hebben met elkaar, maar niet over het conflict, want dat zou ons maar uit elkaar drijven. Alleen merken we nu: die ‘olifant in de kamer’ kun je niet negeren.”

Daags na het gesprek blikken Gelderblom en Hilali erop terug. Het was een mooie, geslaagde bijeenkomst, vindt Hilali. “Soms was het emotioneel, en botste het. Maar we konden het gewoon tegen elkaar zeggen als we het niet met elkaar eens waren. Al pratende bleek dat ook binnen islamitische en joodse gelederen onderling niet iedereen hetzelfde denkt.”

Zo vertelde een orthodox-joodse man die deelnam aan het gesprek dat hij, als er in zijn synagoge gebeden wordt voor Israël en het leger, niet meedoet, en dan gaat zitten. “Daar kan hij niet voor bidden, vanwege zijn morele kompas, zei hij. Vervolgens spreken mensen uit zijn eigen synagoge hem erop aan, en kijken hem met de nek aan. Hij vertelde het allemaal heel kalm, maar je voelt dat er een wereld van pijn achter zit.”

Mostafa Hilali: 'Onze zenuwen zijn nu rauw, omdat ze overprikkeld zijn door het geweld van de afgelopen week. Daardoor doet alles gelijk pijn.’  Beeld Inge van Mill
Mostafa Hilali: 'Onze zenuwen zijn nu rauw, omdat ze overprikkeld zijn door het geweld van de afgelopen week. Daardoor doet alles gelijk pijn.’Beeld Inge van Mill

De gevoeligheid van het gesprek heeft alles te maken met het geweld, dat vrienden en bekenden van hen raakt. Aan wie dachten zij tijdens de minuut stilte? Hilali vertelt over een gezin dat hij kent vanuit Nederland, dat naar Israël is verhuisd. “Dat zijn ontzettend lieve, fijne mensen. Ze wonen dus niet als kolonist op Palestijns gebied, maar echt in een Israëlisch gedeelte.” En hij dacht aan een Palestijns gezin dat op de Westbank woont. “Ik heb hen via een vriend leren kennen, en ik weet dat een van de familieleden in de dialoogbeweging zit die zich middels vreedzame weerstand – schrijven, filmpjes maken en demonstreren – inzet voor een vrij Palestina.”

Schuilkelders

Via Facebook had hij een bericht van de Israëlische familie langs zien komen: dat ze zich al een keer in een schuilkelder hebben moeten verstoppen. Daarmee moest hij onwillekeurig ook aan de Palestijnse familie denken. “Die hebben niet zo’n schuilkelder, daar hebben ze in Palestina vaak geen geld voor. Nou ja, en het zou helaas ook kunnen zijn dat het in Gaza bewust beleid van Hamas is om geen schuilkelders te bouwen, zodat ze het menselijk leed daar kunnen uitbuiten.”

Als je aan Hanneke Gelderblom vraagt aan wie ze dacht in de minuut stilte, komt ze met een hele lijst namen die ze bij haar jarenlange werk met vredesactivisten – ze begon daarmee in 1985 – heeft leren kennen. “Ik dacht aan de rabbijnen die ik ken van Rabbijnen voor Mensenrechten, en aan mijn vriend Harry Polak, die jarenlang voorzitter van de Dialoogcommissie was, en er enkele jaren geleden heen verhuisd is. Ik dacht ook aan de Palestijnse vredesactivist Bassem Eid. Allemaal mensen die zeggen: laten we in godsnaam samen praten.”

Ze maakt zich er boos over dat het niet gebeurt. “Want het mag niet van Netanyahu, en het mag niet van Hamas. Kun jij je voorstellen hoe ze denken? Dat Netanyahu denkt: ‘nee, ik moet nog een paar Hamashuizen en hoofdkwartieren kapotschieten, dus ik wacht nog even met een staakt-het-vuren?’ Vreselijk toch? Met de raketten op Israël net zo. Ik word daar ontzettend bedroefd van.” En in die ene minuut gingen haar gedachten ook nog naar de jongste slachtoffers van het geweld. “Ik rouw om ieder kind.”

Digitale kotspartijen

Soms zit het onbegrip hem in een enkel woord. Dat merk je al op sociale media, zegt Hilali, waar de discussies over het Israël-Palestina-conflict al snel uitlopen op ‘digitale kotspartijen’. “Spreek je van ‘het conflict’, dan is er iemand die zegt: ‘bagatelliseer niet zo – het is een genocide op de Palestijnen. ‘Nee’, zegt een ander dan, ‘je kunt het geen genocide noemen, want er zijn nu meer Palestijnen dan een paar jaar geleden’. ‘Maar de intentie is wel genocide’, zegt de ander dan weer. Spreek je van ‘oorlog’, dan is er wel weer iemand die zegt: ‘maar er zijn geen twee staten’. Ik denk dan: leg dat maar uit aan iemand die een bom of raket op zich krijgt.”

Iemand met wie Hilali twee weken geleden nog een positieve interactie had op Facebook, las eerdaags dat hij pro-Palestina en anti-bezetting is. “‘O, dus je bent voor de terroristen’, was zijn conclusie. Nou, als je mij maar een klein beetje kent, weet je dat ik dat niet ben.”

Hij probeert het zich niet te veel aan te trekken. “Onze zenuwen zijn nu rauw, omdat ze overprikkeld zijn door het geweld van de afgelopen week. Daardoor doet alles gelijk pijn. Het probleem is dat woorden extra betekenis hebben als de context verscherpt.”

In hoeverre versterkt religie de verwijdering? Voor Hilali doet zijn geloof er in dezen weinig toe, zegt hij. “De ene partij is niet-joods, de ander niet-islamitisch – al was het maar omdat er ook veel Palestijnse christenen zijn en omdat er binnen Israël ook Palestijnse moslims leven. Nee: de één leeft in vrijheid, en de ander niet. Daar gaat het om.” Het is ook niet zo dat hij zich hardmaakt voor zijn ‘islamitische broeders’. “Ik zie alle mensen als mijn broeders, en maak me zorgen om beide kanten. Mijn hart bloedt net zoveel om een joods-Israëlische vrouw die haar kind verliest door een Hamasraket als dat een islamitisch-Palestijnse vrouw dit overkomt met een IDF-bom. Het leed is precies hetzelfde.”

Hanneke Gelderblom: 'Je ziet de moslimhaat en het antisemitisme toenemen. Haat verdrijf je door te praten.' Beeld Inge van Mill
Hanneke Gelderblom: 'Je ziet de moslimhaat en het antisemitisme toenemen. Haat verdrijf je door te praten.'Beeld Inge van Mill

Het oplaaiende geweld tussen de Israëliërs en de Palestijnen heeft wel gevolgen voor moslims en joden in Nederland, zegt Hanneke Gelderblom. “Je ziet de moslimhaat en het antisemitisme toenemen. Ik lees dat in de kranten, vooral ook op Facebook, en je hoort het ongestraft in de straten bij pro-Palestina-demonstraties. ‘Joden, onthoud Khaybar, het leger van Mohammed keert terug’, werd er geroepen, een leus die verwijst naar een moordpartij in de zevende eeuw.”

Aan alle kanten zie je de Jodenhaat weer toenemen, zegt ze. Een verzuchting: “Daar voel ik mij diep ongelukkig om.” Dan een vraag. “Wist je dat ik van 1936 ben? Ik heb het er nooit over, maar ik ben een onderduikkind dat het heeft overleefd.” Dus, ja, zegt Gelderblom, soms hoor je in de Joodse gemeenschap: ‘stel dat het hier in Europa weer misgaat’. “Daarom is men blij dat Israël er is. Zelf voel ik me veilig in Nederland, en ik wil dat dat zo blijft.”

Rechtser en rechtser

Maar de ontwikkelingen binnen Israël verontrusten haar ook, zegt ze. “Het wordt steeds rechtser en rechtser, ten koste van de democratie, en de rechten voor Palestijnse Israëli’s. Alleen: iemand zei in het gesprek met Yalla dan weer dat er sprake is van ‘apartheid’ – en dat vind ik dan weer veel te ver gaan. Zeker als je weet dat 20 procent van de Israëlische bevolking niet-joods is, maar wel in vrijwel alle beroepen vertegenwoordigd zijn.”

Van geloofsgenoten hoort ze vaak: ‘Maar Netanyahu is toch onze enige garantie op vrede in Israël?’ Nee, zegt Gelderblom, dat is hij niet. “Hij jaagt extreemrechtse provocateurs aan binnen Israël. En zo wakkert hij zelf Jodenhaat aan.” Ze moet denken aan een uitspraak van Martin Luther King die haar erg dierbaar is. ‘Duisternis verdrijf je niet met duisternis, maar met licht. Haat verdrijf je niet met haat, maar met liefde’. Dat is waarom dit gesprek zo belangrijk was, zegt Gelderblom. “Haat verdrijf je door te praten.”

Het mooiste vond ze dat de anderen hun pijn durfden uit te spreken, zegt Gelderblom. Zelf doet ze dat niet zo snel. “Ik laat dat als overlevende niet toe. In plaats daarvan heb ik het liever meteen over wat we kunnen doen. Mijn naam, Hanneke, is afgeleid van Chanoeka. Dat betekent ‘brenger van licht’. Denken in oplossingen, dat zie ik als mijn opdracht.”

“Godzijdank”, zegt ze, zijn er nog mensen die het belang van praten en vrede inzien. “Hamas wil, met steun van Iran, dat Israël helemaal verdwijnt, omdat ze ieder stukje land als geroofd Palestijns gebied beschouwen. En iedereen die het anders ziet, moet ook weg. Dus worden Palestijnen die wél willen praten over vrede, door hen bedreigd en vermoord. Zo erg is het.”

Frustratie over mislukken Oslo-akkoorden

Mostafa Hilali vindt de angst dat Israël weggevaagd wordt, irrationeel: “Hamas roept dat wel, maar Israël heeft een van de sterkste legers op aarde.” Toch deed het hem goed om Hanneke’s verhalen te horen, zegt hij, over de tijd van de Oslo-akkoorden, in 1993 en 1995 gesloten onder leiding van wijlen de Israëlische premier Yitzhak Rabin en de Palestijnse leider Yasser Arafat. “Ik hoor de wanhoop in haar stem als ze vertelt over hoe diep de Israëliërs en Palestijnen in dat vredesproces waren, hoe dicht bij vrede ze kwamen, en dat het dan toch niet lukte. Je voelt de ultieme frustratie: we hadden er kunnen zijn, maar zoveel mensen zijn daarna nog doodgegaan.”

Hoewel hij gelooft dat geweldloosheid de beste optie is, vindt Hilali wel dat Palestijnen recht hebben op zelfverdediging en verzet tegen bezetting. Maar tegelijk hoopt hij vurig dat de Palestijnse jongen die nu nog actief is in de dialoogbeweging het niet opgeeft. “Het geweld kan er ook voor zorgen dat hij denkt: het heeft toch geen zin meer. Dan is er weer iemand minder die het zonder geweld probeert. En dan gaan ongetwijfeld meer mensen geloven dat geweld de enige optie is.”

Met het radicalisme aan Israëlische zijde is het net zo erg, zegt Gelderblom. “Daar zijn ook doden gevallen onder mensen die vredesonderhandelingen voerden.” Premier Rabin werd in 1995 gedood door een extreemrechtse tegenstander van de Oslo-akkoorden. Een gedicht dat hij meezong tijdens een grote vredesdemonstratie, vlak voor de moordaanslag, hangt boven haar bureau, vertelt ze. Via de mail stuurt ze later het vergeelde krantenknipsel door waarop het staat afgedrukt. De laatste regels luiden: ‘En zing, zing een lied voor de vrede / Fluister geen gebed’.

Lees ook:

Waarom de timing van het oplaaiende geweld tussen Israël en Hamas zo opvallend is

De verleiding is groot om de huidige strijd tussen Israël en Hamas te vergelijken met de vorige conflicten tussen de twee kemphanen. Toch is de ronde van 2021 anders.

Joden en moslims willen samen vooroordelen te lijf gaan: ‘Ons wordt een vijandsbeeld van elkaar opgelegd’

Joden en moslims beginnen samen ‘Yalla!’, een nieuwe stichting om de onderlinge verbondenheid te bevorderen. En om de toenemende moslimhaat en antisemitisme tegen te gaan.

‘Het Israël-Palestina-conflict is geen joods-islamitische impasse’

Ze hoorde het alom: dat het Israël-Palestina-conflict voor spanningen zorgde tussen joden en moslims in Nederland. Maar het promotieonderzoek van religiewetenschapper Suzanne Roggeveen naar joods-islamitische relaties in Amsterdam liet iets anders zien. Ze deed onder meer veldwerk tijdens pro-Palestina en pro-Israël-demonstraties die in 2014 en 2015 werden gehouden ten tijde van de voorlaatste Gaza-oorlog. “Je merkte bij sommige groepen angst en boosheid over en weer - bijvoorbeeld als er een Hitlergroet werd gebracht bij een pro-Palestinademonstratie, of als moslims werden weggezet als aanhangers van IS. Er zijn ook vriendschappen om verbroken.”

Toch zorgde de kwestie ook juist voor toenadering, zegt Roggeveen. “Ik merkte dat meningen van joden en moslims soms dichter bij elkaar lagen dan ze van elkaar dachten. Men schatte elkaar soms radicaler in.”

Je kunt je ook afvragen waarom joods-islamitische relaties vaak ter sprake komen als het over Israël en Palestina gaat, aangezien het conflict net zo goed andere groepen in stelling brengt, zegt Roggeveen. “Allerhande christelijke groepen, extreemrechts, en ook linkse partijen.”

Intussen werkt de gedachte dat dit een probleem van joden en moslims is, als een self-fulfilling prophecy, zegt Roggeveen. “Moslims en joden durven het daardoor soms niet meer met elkaar over Israël en Palestina te hebben, merkte ik. Ik was bij een dialoogbijeenkomst waar een ambtenaar letterlijk zei: ‘daar moeten we het maar niet over hebben’, terwijl moslims en joden er zelf wel graag over wilden praten. Het gesprek werd hier letterlijk afgekapt. Terwijl we veel kunnen leren van waar de dialoog wél plaatsvindt.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden