null

InterviewEric Brinckmann

Deze filosoof leerde van zijn eigen zoon pas écht buiten leven

Beeld Herman Engbers

Hoe beoefen je friluftsliv, de buitenleefkunst uit het ruige Noorwegen in Nederland? Jurist en filosoof Eric Brinckmann (1961) schreef er met zijn zoon en friluftsiv-expert Benjamin een boek over.

Het is zonnig. Eric Brinckmann trekt zijn vergadercolbert uit en de laarzen aan. Met een hoed op gaat hij een paar waterlopen checken op Het Lankheet, een landgoed op de grens van Gelderland en Overijssel. Brinckmann is er directeur en aandeelhouder.

Bij een watertje staat hij stil. “Dit is het waterkunstwerk. Twee niervormige vijvers tegen elkaar aan, met een licht verloop en loopstenen ertussen. Hier kun je mediteren, of naar poëzie luisteren.” Het heeft, bewijzen de kikkers, een uitstekende akoestiek. “Kunst en natuur horen hier bij elkaar, dat is een ideaal uit de Romantiek; we zijn nog steeds romantici.”

Brinckmann beschreef in Filosofische wandelingen (2015) hoe het wijsgerig denken het landschap heeft gevormd. “Toen we in de achttiende eeuw al veel wisten over het heelal en we met wis- en natuurkunde de natuur onder controle hadden, konden we ervan gaan genieten. Dat doet de Romantiek: je laat je overweldigen door de natuur, maar je weet dat het gevaar is geweken.”

Filosofische wandelingen was, zegt Brinckmann, een ‘hermeneutiek’, een leeswijzer om landschappen te snappen. Daarop volgde Wandelen met Meester Li (2018). “Een bezoeker van Het Lankheet bleek thuis in het taoïsme. Van hem leerde ik heel anders naar de natuur te kijken. Er ook de hemel erbij te betrekken, het verval en de groei als eenheid te ervaren en niet meer naar een deel te kijken, maar naar het geheel.”

Na de taoïstische mijmeringen en het ‘zenzitten’ zette zijn zoon Benjamin Eric op een nieuw spoor. “Ik wilde na al het gewandel om na te denken over het landschap de wil ontwikkelen om buiten te zijn. Mijn zoon stimuleerde dat, hij is milieukundige en woont in Sandefjord, in het zuiden van Noorwegen, waar hij aan friluftsliv (‘vrije-lucht-leven’, red.) doet. Dat is een praktijkfilosofie die de natuur niet ziet als iets wat je moet bedwingen, maar waarin je je op je gemak kunt bewegen. Ook in ruig, koud Noorwegen.”

Op pad om te overleven

Benjamin deed zijn vader inzien dat hij een wandelende kamergeleerde was, met veel in zijn hoofd maar weinig echt contact met buiten. Daarom ging Eric nu niet met een taomeester op stap, maar met zijn eigen vlees en bloed. Zowel in Noorwegen, geboortegrond van het friluftsliv, als in Nederland.

Samen schreven ze er een boek over. De rolverdeling is steevast: Eric is van goede wil, Benjamin leert hem hoe je écht buiten leeft. Hoe je aan eten komt en vuur maakt. Waar je het best een kampement kunt opslaan – liefst met een tarp, een tent zonder bodem, zodat je echt buiten slaapt en de nattigheid en kou trotseert.

In de Noorse vorst weet vader niet hoe de nacht door te komen, niks liv, maar hooguit overleven, terwijl de verbaasde zoon ‘op zijn gemak een potje kookt’. In Nederland zijn de omstandigheden minder bar. Benjamin kan wat meewarig reageren als het buiten slapen in de tuin ter sprake komt, of, bij gebrek daaraan, een op het balkon doorgebrachte nacht. Ieder land heeft zo zijn eigen buitenmogelijkheden. Eric: “Nederland is niet alleen veel kleiner dan Noorwegen, maar ook veel dichter bevolkt. En boeren hebben hier twee derde van alle grond en sluiten die hermetisch af voor 17 miljoen medeburgers die in een fractie van het land zitten opgepropt.”

Brinckmann heeft het als beheerder van Het Lankheet goed getroffen, met 500 hectare waar hij de bordjes ‘natuurgebied, niet betreden’ mag negeren. Terwijl een koekoek roept, zwengelt hij een stuw wat op, om het waterpeil te verhogen. Verderop loopt hij een weiland in, komt terug en laat een volgelopen spreng juist leegstromen. “Het land ernaast moet gemaaid, nu was het te nat.”

De laarzen komen van pas, het beheer van Het Lankheet is de regie van water en grond, met modder als constante. “Zo komen we droge zomers door, stimuleren het bodemleven, net als boeren het vroeger deden. Het wordt nu erkend als immaterieel erfgoed, deze bevloeiing, een subtiel spel van opletten en meebewegen met de natuur.”

Leren samenvallen met de natuur

Dat meebewegen heeft hij vooral geleerd van zijn zoon die hem op sleeptouw nam. En van Arne Næss, de grondlegger van deep ecology en friluftsliv. “Hij zocht harmonie tussen natuur en mens en kwam bij Spinoza terecht. Die stelde God en natuur gelijk, Næss zag geest en materie als zijden van dezelfde medaille. Het leverde een immanente filosofie op: je beschouwt de natuur niet, maar wilt ermee samenvallen.”

De friluftsliv-ideologie heeft trouwens een scherp randje, zegt Brinckmann. “Die Noren vinden zichzelf geweldig. Hun friluftsliv gebruikten ze om zich los te maken van Denemarken en Zweden. Dus wat nationalistisch sentiment zit er wel in. Maar ook Engelse en Canadese invloeden, en elementen uit de Sami- en de Inuit-cultuur. Het is een amalgaam van ideeën.”

En zeker geen outdooractiviteit met hightechapparatuur en dure uitrusting. In het Noors, zegt Eric Brinckmann, is frilufstliv juist et rikt liv med enkle midler – rijk leven met weinig middelen.

Eric en Benjamin geven volop tips. Hun boek is zowel een wijsgerige verkenning van de ideeën achter friluftsliv, als een paklijst voor wie zelf de paden op, de lanen in wil – maar dan van de paden en de lanen af. Ze leveren nuttige tips, zoals het schatten van de leeftijd van een eik, of het oriënteren zonder kompas.

Eric doet het voor: het is half vijf, hij steekt een vuist in de lucht met vrije duim en pink en richt die naar de zon. “Elke hand is 15 graden, is één uur.” Vier keer kantelt de vuist. “Dus dáár is het zuiden.” Het friluftsliv kent de norm dat je buiten niets storends achterlaat, zegt Eric Brinckmann, die daarvoor wijst op de invloed van Nietzsche op Scandinavië. “Zijn oproep ‘wees trouw aan de aarde!’ vond weerklank.” Voor het leven thuis, in Amersfoort, heeft dat ‘ongemakkelijke’ consequenties. “Ik rij in een ouwe diesel, maar ik vlieg niet, ook niet naar mijn zoon, vlees eet ik niet en al zou ik het leuk vinden, ik heb geen hondje, dat eet net zoveel vlees als een mens.”

Nederland kent drie grote natuureigenaren: Natuurmonumenten bezit 100.000 hectare, Staatsbosbeheer 300.000 en de landgoederen zitten er tussenin. Mochten Trouw-lezers zelf onder de blote hemel willen vertoeven, mogen ze dan hun tarp ophangen tussen de bomen van dit landgoed? Dat is een lastige, erkent Eric Brinckmann. Hij heeft er zelf overnacht, maar de geesten van de andere aandeelhouders van Het Lankheet zijn er nog niet allemaal rijp voor. Toch zegt hij: “bij een oude waterloop die aan herstel toe is, leggen we een strandje aan. Voor een paar losse friluftsliv-buitenslapers maken we plaats.”

Eric en Benjamin Brinckmann
Friluftsliv. Noors buitenleven in de Lage Landen.
Noordboek; 208 blz. €22,50

Lees ook:

Wat zegt de filosofie over het buitenleven?

Lange tijd niet veel goeds, ontdekte Monica Wesseling. Wat is er toch mis met de wilde natuur? Wesseling wandelde een van de tien routes die Eric Brinckmann besproken heeft in ‘Filosofische wandelingen’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden