Sterfilosoof Julian Baggini.

InterviewJulian Baggini

Deze filosoof beschreef de levensfilosofie van Jezus (en liet God achterwege)

Sterfilosoof Julian Baggini.Beeld Getty Images

Als je de woorden van Jezus ontdoet van alles wat met God te maken heeft, vroeg sterfilosoof Julian Baggini zich af, wat houd je dan voor levensfilosofie over? ‘De radicaliteit van Jezus spreekt me aan.

Jezus die na zijn dood weer opstaat”, zegt de Engelse filosoof Julian Baggini, “dat is toch zoiets als in een kist van een goochelaar stappen, doormidden gezaagd worden, waarna je geen schrammetje blijkt te hebben. Als er niets op het spel staat, verliest de kruisdood alle betekenis. De boodschap van Jezus is veel indringender als je die snelweg naar God weghaalt.”

Baggini maakte als katholiek (“Mijn vader was Italiaan, dan ga je naar de kerk, de katholieke”) vroeg kennis met het geloof. Hij verloor het geloof, en vroeg zich af of ­Jezus ook een boodschap heeft als je God buiten beschouwing laat. Om dat uit te zoeken, stripte hij de evangeliën van alle verwijzingen naar het geloof, ging erover in gesprek met deskundigen en schreef er een boek over: ‘Een evangelie zonder God. Wat heeft Jezus ons nog te zeggen?’

Julian Baggini staat via Zoom te woord vanuit een kamer vol dozen, in zijn huis in Bristol. Hij zit midden in een verhuizing. Onvermijdelijk gaat het over de overvloed aan spullen die je op zo’n moment blijkt te hebben, over materialisme, en over de zwaarbeladen kameel die door de smalle poort moet.

Het boek van Baggini verschijnt volgende week in Nederland.Beeld rv

Deze tijd kent een ongekende opofferingsbereidheid

Maar het gesprek gaat vooral over opoffering. De bereidheid van Jezus, maar ook van mensen tot in deze tijd, om hun leven te ­geven voor anderen. Een teken van opoffering dat hem bijzonder ontroert, zegt Baggini, is een monument in Folkestone, de plaats waar hij ­opgroeide. Hij bezocht er regelmatig de ­gedenkplaats voor de 19.240 Engelse sol­daten die op 1 juli 1916, de eerste dag van de Slag aan de Somme, tijdens de Eerste ­Wereldoorlog, hun leven verloren. “Het is een simpel monument, er liggen 19.240 steentjes, elk met een nummer dat verwijst naar een specifieke soldaat. Als je daar staat, word je geraakt door die enorme hoeveelheid mensen die zich hebben opgeofferd op het slagveld.”

Tegenwoordig, vervolgt Baggini, zie je een vergelijkbare, aangrijpende opofferingsbereidheid, en hij krijgt tranen in zijn ogen terwijl hij het vertelt: “Op het hoogtepunt van de coronapandemie gingen in Engeland duizend mensen per dag dood. De verplegers en artsen waren bereid zich in te zetten voor die zieke mensen, zonder zich om zichzelf te bekommeren. Ik denk niet dat er zo voor ze geapplaudisseerd zou zijn, als we ervan uitgingen dat ze in de hemel zouden ­komen als ze het niet zouden halen.”

Er kwam hier ook veel kritiek op dat ­applaus. Dat zou makkelijk zijn, terwijl er meer geld nodig was voor de zorg.

“Dat was hier in Engeland niet anders. De vrouw die er zo’n beetje mee begonnen was, vroeg uiteindelijk om ermee te stoppen. Een verpleegster schreef op een spandoek dat ze het applaus niet kon opeten. Dat is ook precies de zwakte in Jezus’ leer. Hij is zo gericht op het goede leven dat je als individu moet leiden, dat hij niet inzet op een politieke transformatie. Sterker nog, hij vond dat de armen gezegend waren. Toch zie je in die kritiek op het applaus wel iets dat Jezus zou onderschrijven. Hij spoorde mensen uiteindelijk altijd aan om echt te handelen.”

Het moeilijke aan die opoffering vind ik dat het zo ten koste kan gaan van de mensen die het doen, of ze nu de dood vinden of zich ­alleen maar enorm voor iets inspannen.

“Dat is tricky, Jezus stierf wel, maar toch kun je uiteindelijk niet zeggen dat die daad ten koste ging van hemzelf – dat is alleen het geval als je er heel conventioneel naar kijkt, alsof het alleen maar gaat om gezondheid en een lang leven. Maar als het, zoals Jezus zegt, het belangrijkste is om een goed persoon te zijn, dan is die opoffering soms het beste wat je voor jezelf kunt doen.

“Veel mensen zullen dit ook tegenwoordig herkennen. Denk aan de mensen van Artsen zonder Grenzen, ze hadden comfortabele, goedbetaalde banen, maar ze vertrokken naar het buitenland om zich soms met gevaar voor eigen leven in te zetten voor anderen. Of denk aan ouders die verklaren bereid te zijn zich op te offeren voor hun eigen kinderen.”

Opoffering wordt in onze tijd nog weleens beschouwd als iets wat je voor jezelf doet. Je krijgt er een goed gevoel van.

“In de achttiende eeuw kwamen mensen met hetzelfde bezwaar en toen had de Schotse filosoof David Hume een goed antwoord. Hij zei: ‘Ik help mijn vriend niet omdat het me plezier geeft, ik ervaar plezier omdat ik mijn vriend help’. Met andere woorden, je motief om iemand te helpen is niet dat verlangen naar een goed gevoel, dat goede gevoel komt pas achteraf als consequentie van de hulp die je hebt gegeven.

“Je hebt vast mensen die dit soort dingen doen omdat ze denken er een goed gevoel van te krijgen, maar die hebben dan te veel positieve-psychologieboeken gelezen en menen dat altruïsme goed voor ze is. Maar ik acht de kans groot dat als je met dat soort altruïstische verlangens de straat op gaat, op zoek naar iemand die je kunt helpen, je ­weleens teleurgesteld zou kunnen raken.”

Nog een vraag over het uitgangspunt van uw boek, een evangelie zonder God schrijven. Kan dat wel, God weghalen en toch een boodschap overhouden?

“Veel christenen hebben het zelf ook moeilijk met het idee dat er bij alles een God betrokken is. Daar komt bij dat zelfs zij Jezus overtuigender vinden zonder de wonderen. En ook aansprekender en tragischer in zijn lijden. Verder zijn in het Evangelie de verwijzingen naar God minder uitgesproken dan ze vaak lijken. Als Jezus praat over het Koninkrijk Gods, lijkt het bijna altijd te gaan over een gemoedstoestand van de mens.”

Ik moet nu misschien een misverstand uit de weg ruimen, zegt Baggini. “Ik wil ­opoffering niet glamourous maken. Het is geen daad om naar te streven, je moet geen oorlogen opzoeken. Ik wil alleen maar zeggen dat je je soms in een situatie bevindt waarin je de keuze hebt. Weet dan dat de lengte van het leven niet de enige maatstaf is voor een goed leven. Beter een kort en goed leven dan een langer en slechter ­leven.”

Ik weet het ook wel, vervolgt Baggini, in principe zullen mensen dit best kunnen onderschrijven, maar in werkelijkheid zal het moeilijk zijn om overeenkomstig dit idee te leven. “Mensen hebben toch een heel primitief verlangen om te blijven leven. Maar we hoeven geen slaaf te zijn van die primitieve overlevingsdrift, we kunnen er altijd voor kiezen om ons leven te geven voor een ­hoger doel. Dat vraagt een innerlijke verandering, dat is precies waar Jezus het over heeft.”

Wat is dat voor innerlijke verandering waar Jezus op uit is?

“Het gaat bij hem om metanoia, een innerlijke verandering van hart en geest. Daarmee onderscheidt hij zich van veel andere leren en filosofen over het leven. Filosofen als Aristoteles en ook Confucius vinden het ­bijvoorbeeld heel belangrijk om nieuwe ­gewoonten te kweken, gebruiken die je ­helpen om goede dingen te doen. Dat is bij Jezus helemaal afwezig. Hij doet alleen een beroep op het innerlijk.”

Die verandering die Jezus voorstaat, zegt Baggini, is heel radicaal. “Die radicaliteit van Jezus spreekt me aan, bijvoorbeeld als het gaat over bezit. Jezus is heel anders dan ­Aristoteles, die ons best een prettig voorstel doet. Bij hem kun je heel goed een aan­genaam, comfortabel en zelfs luxe leven ­leiden en tegelijkertijd een goed mens zijn. Dat kan echt niet bij Jezus. Floreren in wereldlijke zin telt niet, dat belemmert je zelfs bij je innerlijke transformatie. Rijkdom kan nooit samengaan met een goed leven, onder meer omdat al je aandacht dan op je bezittingen is gericht. Jezus, die het vaak had over de moeilijke situatie waarin hij verkeerde, zei ook dat zijn last licht was. Daar bedoelde hij mee, denk ik, dat hij niet werd bezwaard door bezit. Juist voor deze tijd, waarin rijkdom zo alomtegenwoordig is, vind ik die radicaliteit van Jezus een goed correctief.”

Julian Baggini (1968, Folkestone, Engeland) is een Brits filosoof, journalist en schrijver van meer dan twintig boeken over filosofie. Recent schreef hij ‘Een evangelie zonder God. Wat heeft Jezus ons nog te zeggen?’, dat volgende week in Nederland verschijnt. Hij is mede-oprichter van The Philosophers’ Magazine, een filosofisch tijdschrift voor een breed publiek. Verder schrijft hij regelmatig voor Engelse en Amerikaanse kranten zoals The Guardian en de New York Times en heeft daarmee een belangrijke stem gekregen in het Engelstalige debat over filosofie, binnen en buiten de universiteit.

Lees ook:

‘Waarom het verhaal over Jezus toen zo’n succes werd, blijft toch een mysterie’

EO-presentator Kefah Allush onderzocht in een nieuwe tv-serie hoe het christendom zich na de dood van Jezus over de wereld verspreidde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden