null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

InterviewDenkers van de Lage Landen

Deze dwarse denkers van Sumatra hadden Europese ideeën

Wat hebben de Lage Landen aan wijsgeren voortgebracht? Een gesprek met filosoof Erno Eskens, die een overzichtswerk maakt van deze denkers. Vandaag deel zeven: twee Sumatranen in verzet tegen koloniaal Nederland.

Lodewijk Dros

De denkers die in deze serie tot nu toe de revue hebben gepasseerd, zijn allemaal wit. Bij het speuren naar andere geluiden kijkt filosoof Erno Eskens ook naar de voormalige koloniën. Die mag je tot de Lage Landen rekenen, meent Eskens, omdat ze nu eenmaal onder de invloedssfeer vielen van de Republiek en van het latere Nederland en België. “Helaas is er naar die denkers weinig onderzoek gedaan”, vertelt hij. “Ik kon niet eens een lijstje met interessante namen vinden. De koloniën waren zo groot als een half continent, die moeten toch interessante denkers hebben voortgebracht?”

Eskens heeft er een paar gevonden. Hij was vooral onder de indruk van twee Sumatranen die allebei betrokken waren bij het antikoloniale verzet. “De eerste is Sutan Ibrahim, beter bekend als Tan Malaka (1897-1949). Hij had het geluk dat hij een Nederlandstalige opleiding kon volgen. De inlandse bevolking daar was doorgaans analfabeet, het Nederlandse ideaal van verheffing van het volk strekte zich niet uit tot de overzeese gebieden. Waarom zou je de Indonesische jeugd leren na te denken, was de gedachte. Daar komt alleen maar ellende van.

Maar Malaka mocht doorleren, in Haarlem. Daar leest hij veel over de Franse Revolutie, maar hij wordt vooral gegrepen door Marx, Trotski en Lenin. Als hij ziek wordt, keert hij naar Indië terug, zonder diploma, maar belezen. Daar richt hij scholen op voor de kinderen van de koelies. Hij sluit zich aan bij de Partai Komunis Indonesia, organiseert stakingen en wordt in een mum van tijd partijleider, tot ongenoegen van de gouverneur, die hem dreigt te verbannen naar een uithoek van de archipel. Malaka wijkt daarop uit naar Nederland, waar hij als vrijheidsstrijder met open armen wordt ontvangen door de leden van de Communistische Partij Nederland. Hij komt, als eerste uit Indonesië, in 1922 op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer, maar verovert net geen zetel.

Wel mag hij Indonesië vertegenwoordigen bij de Russische Komintern, de internationale communistenbond. Hij krijgt daar de spreektijd van Trotski, die was verhinderd. Malaka houdt een opvallende speech: de revolutie in Indonesië maakt alleen kans als ook moslims worden gemobiliseerd. Marx had niets op met religie, maar Malaka zei ‘wanneer ik voor God sta, dan ben ik een moslim, maar wanneer ik voor de mensen sta dan ben ik geen moslim’. Hij oogstte ‘luide bijval’ voor zijn pan-islamisme, dat zich tegen het kapitalisme verzette.

Van de Komintern kreeg hij de opdracht revoluties te ontketenen in Zuid-Oost Azië - China, Japan, Thailand, Filippijnen. En natuurlijk Indonesië. Met die revoluties wilde het niet erg vlotten. In eigen land werd hij wel een volksheld.

In 1943 schreef Malaka onder de schuilnaam Iljas Hussein zijn meest filosofische werk, Madilog – van ma(terie), di(alectiek) en log(ica) – een compacte samenvatting van de stand van zaken in de wetenschap en een pleidooi voor een materialistisch wereldbeeld op communistische leest.”

Het klinkt nogal opportunistisch: communist mobiliseert moslims en zet daarbij z’n islamitisch masker op en af, al naar gelang de situatie.

“Ach, religie is een goed middel om mensen op de been te krijgen. In Madilog combineert Malaka communisme met een geseculariseerde islam. Hij was uit op de val van het kapitalisme, denk ik, en religieuze idealen mochten natuurlijk niet de revolutie in de weg zitten.”

Hij schreef dat boek, terwijl Indië bezet werd door de Japanners.

“Hij zag ze als de nieuwe bezetters. Malaka had ook ideologische bedenkingen. De Japanners propageerden namelijk de oosterse mystiek – die riep op tot zitmeditatie en dat was slecht voor de klassenstrijd. Je moet niet gaan zitten, je moet opstaan. Hij noemde dat de valkuil van de mystiek: je legt je hand in de schoot, je staart naar je neus en gaat ‘oum oum zeggen’.”

Nadat Nederland in 1945 de macht heeft teruggegrepen, grijpt Malaka met Soekarno en Hatta naar de wapens.

“Ja. En als het gerucht gaat dat Soekarno en Hatta zijn gesneuveld, roept hij zichzelf uit tot president van Indonesië. Dat trekt hij snel weer in, als blijkt dat ze nog leven. Niet veel later sterft hij zelf, hij is standrechtelijk geëxecuteerd, waarschijnlijk door medestrijders die hem een sta-in-de-weg vonden.”

De andere denker van Sumatra heeft een iets poëtischer inslag en is bijna een generatie jonger dan Malaka: Sutan Sjahrir (1909-1966). Eskens: “Over zijn tijd in het intellectuelen-interneringskamp van Boven-Digoel schreef hij een brievenroman onder het pseudoniem Sjahrazad, met Indonesische overpeinzingen.”

Eskens leest een passage voor. ‘Zo dom, zo onbeschaafd, zo ruw en beestachtig is in wezen de mens nog. Hij mag geleerd worden en wetenschappelijke uitdrukkingen hebben om zich achter te verschuilen, hij mag zich hullen in zijn academische titels en dat hele schijngebouw van beschaving en cultuur…’

Sjahrirs kritiek richtte zich niet alleen op de Nederlandse bezetter die hem gevangen had gezet, maar daarna ook op de Japanners. Daarbij bediende hij zich, net als Malaka, van ideeën afkomstig uit Europa.

Een antipatriot

Eskens: “Sjahrir was een bijzondere nationalist, omdat hij zich tégen de cultuur van zijn eigen land keerde. Hij wilde onafhankelijkheid, maar was cultureel gezien een antipatriot. Het beeld dat hij van zijn eigen volk schetst, is schokkend. Luister maar: ‘Geestelijk leven wij hier nog in de tijd van de slavernij. Al die zogenaamde mooie oosterse eigenschappen zijn overblijfselen van ons feodale stelsel met veel armoede en veel werkeloosheid, waardoor wij ten slotte bijna behoefteloze mensen zijn geworden in de loop der eeuwen, en virtuozen in het niets-doen.’

“Sjahrir voelt niets voor Malaka’s poging om de islam en het marxisme te verenigen. Het heil komt niet uit het Oosten, maar uit het Westen.” Eskens illustreert het met een lang citaat: ‘Wij willen het leven, dit aardse leven, tot het hoogste en mooiste doel maken; dat is het wat het Westen ons geleerd heeft, en daarom houd ik van het Westen, ondanks zijn bruutheid, ondanks zijn grofheid. Want die bruutheid en grofheid, als begeleidende verschijnselen van de winstzucht, neem ik op de koop toe bij dit nieuwe levensbesef, dat het ons geleerd heeft. Zélfs het kapitalisme aanvaard ik daarbij als beter dan de hooggeroemde oosterse wijsheid en religie. Want precies die zo hooggeroemde oosterse wijsheid en religie maakten dat wij niet begrepen dat wij tot het laagste gezonken zijn, waartoe een mens kan vallen: tot de slavernij, tot de eeuwige onderwerping. Wat wij in het Westen bewonderen en liefhebben is die onverwoestbare vitaliteit, die liefde tot en begeerte naar het leven, naar de vervolmaking van het leven. Iedere levenskrachtige jongeman en jonge vrouw hier in het Oosten moest zich dáárom richten naar het Westen, want alleen van het Westen kan hij of zij leren om zich een krachtcentrum te voelen, in staat en bereid om deze wereld te veranderen, te beheersen.’

Dat zullen ze de nationalist Sjahrir niet in dank hebben afgenomen, die flirt met het denken van de vijand.

“Nee, voor sommige Indonesiërs was het veel te Hollands. Ze vertrouwden hem niet echt en hebben hem daarom nog een tijdje gevangengezet.”

U bent op zoek naar niet-witte denkers en presenteert dan twee mannen die zich niet oriënteerden op hun eigen tradities, maar op het Westen. Vindt u dat niet ironisch?

“Ja, zeker. Kolonialistisch ook. Het probleem is dat hier alleen die denkers bekend zijn die intellectueel aansluiting zochten bij Europese intellectuele tradities. Anti-Europese denkers, zoals de Javaan Ahmad Rifa’i, drongen hier niet door. Je vindt ze niet in de overzichtswerken. Rafa’i riep in de negentiende eeuw al op tot onafhankelijkheid. Om uit beeld te blijven van de blanda (Hollanders) schreef hij in een Javaanse taal en gebruikte hij Arabisch schrift, zodat de Nederlanders het niet konden lezen. Dat werkt door in de vakliteratuur. Niemand in Nederland nam de moeite om zijn werk te ontsluiten.”

Hebt u wel goed gezocht naar andere denkers?

“Ik loop hier tegen mijn onkunde aan, en misschien ook wel tegen die van de Nederlandse filosofiegemeenschap als geheel. Wie leest er hier Bahasa of Papiaments? Ik niet. Bovendien, we zoeken verkeerd, want we hebben een al te Europees idee van filosofie in onze kop. Zo heb ik als uitgever op de Frankfurter Buchmesse jarenlang gezocht naar te vertalen boeken van moslimdenkers. Nooit had een van die tientallen uitgevers uit islamitische landen een manuscript in de aanbieding. Het duurde een paar jaar voordat ik besefte dat ik niet moest vragen naar filosofen, maar naar kenners van de islam, de politiek, het onderwijs of wat dan ook. In het Westen is filosofie vooral een aparte discipline, in veel andere werelddelen zitten de denkers elders. Moeilijk hoor, want waar begin je je zoektocht dan, en wat moet je precies zoeken? Als je het van tevoren al weet, heb je een vooroordeel. Als je het niet weet, verdwaal je.”

Klinkt als een mooie uitdaging.

“Ik vraag het me af. Want mijn allergrootste probleem is: is het wel aan ons, nazaten van kolonisatoren, om te bepalen wie de grote denkers in de voormalige koloniën waren? Laten we eerst maar eens luisteren naar onderzoekers daar. Helaas presenteren ze hun resultaten vaak niet als filosofie, waardoor het lastig blijft. Ik heb een beginnetje gemaakt, meer niet. Mijn boek over wijsgeren in de Lage Landen gaat Denkers & dwalers heten, en bij het schrijven over de filosofie in de voormalige koloniën voelde ik me vaak een dwaler.”

Lees ook:

Filosoof Carlo Ierna heeft een beurs gekregen om te onderzoeken hoe de canon van de filosofie verantwoord verbreed kan worden. Die mag minder mannelijk en minder wit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden