InterviewVincent Bacote

Deze Amerikaanse theoloog raakte in de ban van Abraham Kuyper, ondanks diens racisme. ‘Het is niet essentieel voor zijn denken’

Vincent Bacote.Beeld Werry Crone

Het denken van Abraham Kuyper heeft wereldwijd invloed gehad. De Amerikaanse theoloog Vincent Bacote zou hem ‘met alle soorten van genoegen onder de bus duwen’. Toch was het Kuyper die hem antwoord gaf op zijn geloofsvragen. 

De Amerikaanse theoloog en ethicus Vincent Bacote (1965) promoveerde een jaar of vijftien geleden op Abraham Kuyper. Wanneer je hem vraagt hoe een Afro-Amerikaanse baptist zo in de ban kon raken van Kuyper, is het verrassende antwoord: “Door de rockmuziek.”

Al sinds zijn tienerjaren houdt Bacote van hardrock: Iron Maiden, The Scorpions, Black Sabbath. Maar toen hij als gelovige baptistenjongen theologie ging studeren, hekelden zijn medestudenten die muzieksmaak. “Sommigen noemden het duivels; ze zeiden dat ik er mijn relatie met God mee op het spel zette. Dus ik moest aantonen dat het oké was om als christen naar zulke muziek te luisteren. Maar mijn vragen gingen verder: ik vond het belangrijk om als christen actief te zijn in de samenleving, in de politiek en in de cultuur. Ik had het gevoel dat dat ook moest, ik wist alleen niet hoe ik die opvatting theologisch moest onderbouwen.”

En dan kom je uit bij een Nederlandse theoloog uit de negentiende eeuw?

“Niemand anders gaf me handvatten om mijn vragen te lijf te gaan. Er waren domweg niet veel baptisten-theologen die nadenken over maatschappelijk engagement, of ik kende ze niet. Niemand moedigde je ook aan om de Bijbel te lezen in het licht van de moderne cultuur. Je moest de Bijbel vooral bestuderen om er als mens beter van te worden. Totdat iemand zei: lees Abraham Kuyper eens.”

Kunt u zich nog herinneren wat uw eerste indruk was?

“Absoluut! Van tevoren wist ik dat hij zich in elk geval had uitgelaten over deelnemen aan de cultuur. Daardoor was ik echt nieuwsgierig en ik weet nog hoe spannend ik het vond: eindelijk zou ik de man ontmoeten die het me ging vertellen. Dat moment dat ik in de Stone Lectures (in 1898 hield Kuyper aan Princeton Theological Seminary in de VS zes lezingen waarin hij zijn calvinistische wereldvisie uiteenzette, red.) voor het eerst las over ‘gemene gratie’, dat was ongelofelijk! (‘Gemene gratie’ is een leerstuk van Kuyper om aan te geven dat God in de hele cultuur werkzaam is, red.) Het was alsof ik een zuurstofmasker opgezet kreeg. Eindelijk iemand die me een theologisch raamwerk aanreikte voor iets wat ik tot dan toe alleen maar aanvoelde of veronderstelde. Geweldig! Helaas werd het een paar bladzijden verderop ingewikkelder. Vooral het eind van het boek, dat gaf wel spanning.”

Kunt u daar iets specifieker over zijn?

“Aan het eind van de eerste Stonelezing, laat ik het met een understatement formuleren, is hij niet erg complimenteus over mensen met een Afrikaanse afkomst.”

U bedoelt, is hij ronduit racistisch?

“Ik zeg het liever op deze manier. Wat hij in dat eerste hoofdstuk zegt, gaat in principe terug op de zogeheten ‘vloek van Cham’, de foutieve lezing van Genesis 9 die je ook elders wel tegenkomt. (De vervloeking die lange tijd is aangevoerd als legitimatie van de slavenrol van zwarte volkeren, red.) Ik las dat en dacht: oké, idioot, maar veel mensen hadden destijds zulke idiote ideeën. Dus ik zette het van me af. Maar toen kwam ik bij het slot van het laatste hoofdstuk, over het calvinisme en de toekomst. Wacht, ik wil dit letterlijk voor je citeren. Kuyper schrijft dan: ‘Was u een bloem, dan zou u liever een roos zijn dan een paddenstoel; was u een insect, dan zou u liever een vlinder zijn dan een spin, als vogel liever een adelaar dan een uil; als zoogdier liever een leeuw dan een hyena; en als mens bent u liever rijk dan arm, liever geniaal dan bot, liever van het Arische ras dan Hottentot of Kaffer’.

Abraham KuyperBeeld ANP

“Ik zal nooit vergeten dat ik dit las. Ik weet nog waar ik zat, aan welk bureau en op welke stoel. Het bezorgde me een diepe crisis. Bij die passage in hoofdstuk één had ik nog gedacht: laat maar, da’s de negentiende eeuw. Ik was ervan overtuigd dat ik de persoon gevonden had die het onderwerp van mijn dissertatie zou worden. Ik was er heel blij mee. Maar bij deze woorden moest ik het boek wegleggen.”

In uw boek ‘The Spirit in Public Theology’ benoemt u het racisme van Kuyper maar heel terloops. Hoe komt dat?

“Ik moest voor mezelf uitmaken wat ik hiermee moest. Ik worstelde met wat mensen me voor de voeten zouden kunnen werpen: hoe kun je in vredesnaam promoveren op iemand die zulke verschrikkelijke dingen zegt? Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik juist vanwege deze problematische kant van Kuyper een kritische denker ben geworden!

“Ik moest mezelf de vraag stellen: als ik me inlaat met zijn ideeën, haal ik daarmee dan als een Trojaans paard ook zijn racisme binnen? Als Kuyper zegt dat calvinisme betekent dat elk mens gelijk is voor God, meent hij dat dan? Of schuilt onder dit oppervlak de opvatting dat Afrikanen nooit zo beschaafd zullen zijn als de witte westerse volken? Hij zegt dat nergens expliciet, maar het lijkt erop dat hij meent dat ze onder de welwillende invloed van de Europeanen wel op een hoger plan kunnen worden gebracht. Echt negentiende-eeuws Europees vooruitgangsdenken: frustrerend, maar niet verrassend. Dus, zoals ik daar in die crisis aan dat bureau zat, moest ik hierin positie kiezen.

“Ik kwam tot de slotsom, en daar blijf ik tot op de dag van vandaag bij, dat zijn racisme niet essentieel is voor zijn denken over gemene gratie. Je moet dit onderscheid maken. Helaas is hij niet uitgestegen boven zijn eigen culturele vooronderstellingen, terwijl hij dat op basis van zijn theologie en zijn geloof wel had kunnen doen.”

De vraag blijft waarom u dit onbesproken heeft gelaten in uw boek. Zeker gezien het actuele debat over racisme lijkt dat jammer.

“Mijn onderwerp was nu eenmaal de rol van de Geest in de schepping, in relatie tot het werk van Kuyper. Ik wilde benadrukken hoe het werk van de Heilige Geest in de schepping een katalysator is voor maatschappelijke betrokkenheid. Ik zwijg overigens niet over de schaduwkant van Kuyper. Ik geef college over de multiculturele relevantie van het neocalvinisme. En ook over de vraag hoe je iemands kwalijke kanten eerlijk onder ogen kunt zien zonder zijn kwaliteiten te verdonkeremanen.

“Met andere woorden: hoe je omgaat met een gecompliceerde traditie. Vrijwel iedereen die zich langdurig en diepgaand met een bewonderde figuur bezighoudt, zal op een gegeven moment barsten ontdekken in het ideale plaatje. Dat leidt onvermijdelijk tot teleurstelling.”

Hoe komt het dat u overkomt als een apologeet voor Kuyper?

“Ik zou hem met alle soorten van genoegen onder de bus duwen! Ik verdedig hem niet, ik verhoud me kritisch tot hem. Maar als ik hem recht wil doen, noem ik niet slecht wat hij goed heeft gedaan. Aan sommige denkbeelden heb ik veel gehad en ik ben niet van plan het tegenovergestelde te beweren.”

Zegt u dit niet omdat u denkt dat de – in meerderheid witte – Kuyper-adepten dit graag willen horen?

“Dat is het laatste waar ik aan denk! Dan zou ik immers helemaal niets kwaads over hem zeggen. Weet je, het is als met een liedje dat je op de radio hoort: als je het mooi vindt en je koopt het album van die band, dan ontdek je al gauw dat je sommige nummers leuk vindt, maar de rest laat je koud. Helaas gebeurt dat vaak.

“Zo is het ook met Kuyper. Al was hij nuttig op bepaalde fronten, op andere had hij grote gebreken. Neem het feit dat hij niet in staat geweest is om een opvolger aan te wijzen. Hij duwde ieder die zich aandiende weg. Hij was zo onder de indruk van zijn eigen onmiskenbare gaven, dat hij vond dat anderen hem moesten gehoorzamen. En dit is maar een aspect van wat je van de geschiedenis van Kuyper kunt leren. Wie durft van zichzelf te zeggen dat hij, als hij in die tijd met dat wereldbeeld geleefd zou hebben, nooit zulke racistische ideeën gehad zou hebben? Hoeveel Europeanen zouden in die tijd gedacht hebben: ik ben echt voor de gelijkheid van alle mensen?”

Dit is een ingekorte en bewerkte versie van een hoofdstuk uit ‘Mijn Kuyper’ van Agnes Amelink, dat volgende week verschijnt. Daarin gaat Amelink met vijftien verschillende mensen in gesprek over hun relatie tot Abraham Kuyper.

Lees ook:

 ‘Hij was de eerste echte democraat’

Abraham Kuyper was een radicaal democraat, schrijft historicus Johan Snel in zijn biografie over de gereformeerde staatsman, die een eeuw geleden overleed. ‘In een puur calvinistische samenleving zou hij zich diep ongelukkig hebben gevoeld.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden