Antje Jackelén, aartsbisschop van de Zweedse lutherse kerk.

Emancipatie

De Zweedse dominee is meestal een vrouw

Antje Jackelén, aartsbisschop van de Zweedse lutherse kerk.Beeld Jan Norden, Ikon

In Zweden is meer dan de helft van de predikanten een vrouw. Kerkgangers zijn te spreken over de inclusie van vrouwen, maar weerstand is er ook.

Susann Senter was in 1975 een van de eerste vier vrouwen die voorganger werden in het bisdom van de Zweedse stad Västeras. Het ambt was in 1958 door de synode van de Zweedse lutherse kerk officieel al opengesteld voor vrouwen, maar de samvets­klausulen, de gewetensclausule, maakte dat bisschoppen die daar vanuit een theologisch oogpunt ­bezwaar tegen hadden, mochten ­tegenhouden dat vrouwen daad­werkelijk voorganger werden. En zo kwam het dat, decennia nadat de geestelijkheid op papier toegankelijk was geworden voor beide seksen, vrouwen nog lang niet overal in elk bisdom welkom waren.

Nu, ruim zestig jaar na de openstelling van het ambt, zijn de vrouwen in de meerderheid. Van de 3060 predikanten die dienen in de Zweedse Kerk zijn er 1533 vrouw – 50,1 procent dus. Het ging een stuk vlotter dan de Zweedse luthersen hadden voorzien: een rapport uit 1990 schatte nog dat het een eeuw zou duren eer de helft van de geestelijke stand uit vrouwen zou bestaan. De Zweedse lutherse kerk heeft momenteel een vrouwelijke aartsbisschop, Antje Jackelén, en in 2009 werd de Stockholmse Eva Brunne de eerste openlijk lesbische bisschop ter wereld.

Toch betekent dat niet dat gendergelijkheid in de Zweedse kerk een voldongen feit is. Neem het bisdom van Gotenburg: daar heeft een conservatieve stroming zo lang de boventoon gevoerd dat pas twee jaar geleden de eerste vrouwelijke bisschop, Susanne Rappman, er met gemengde gevoelens werd ontvangen. Predikant Rune Imberg verklaarde bij Rappmans wijding dat hij haar niet ‘op enige wezenlijke wijze als zijn bisschop’ zou beschouwen. “In administratieve kwesties wil ik haar best als mijn overste zien, maar mijn spiritueel leider zal ze nooit worden.”

Mannen verdienen nog altijd fors meer als geestelijke

Ook bestaat er nog altijd een forse salariskloof tussen mannen en vrouwen: geestelijken die man zijn krijgen 2200 Zweedse kroon meer, zo’n 215 euro. De kerk schrijft dat toe aan het feit dat de hoogste functies toch nog voornamelijk door mannen worden bekleed.

De Zweedse lutherse kerk was tot het jaar 2000 een staatskerk. Op een bevolking van 10 miljoen heeft de kerk nog altijd bijna 6 miljoen leden – wat niet direct betekent dat de Zweden uitzonderlijk religieuze ­burgers zijn. Tot 1996 werden alle pasgeborenen automatisch lid van de Zweedse Kerk. De laatste jaren krimpt het aantal leden, vooral ­onder de jonge bevolking, harder dan ooit tevoren.

En ook onder Zweden die mogelijk uit gemak of traditiegetrouw nog wel staan ingeschreven bij de voormalige staatskerk, is geloofsovertuiging vaak ver te zoeken. In een onderzoek van Gallup International komen de Zweden naar voren als een van ’s werelds minst religieuze volkeren ter wereld. Slechts een op vijf inwoners geeft aan gelovig te zijn, en maar zo’n 2 procent van het leden­bestand van de Zweedse Kerk laat zijn gezicht regelmatig zien tijdens de zondagsdienst.

Aan het begin van de twintigste eeuw – gelijk op met de veranderende positie van de vrouw in de samenleving – kwam in Zweden een debat op gang over de rol van vrouwen in de kerk. Destijds, vertelt onderzoeker in religiestudies en voorganger Johanna Andersson, werden bisschoppen nog benoemd door de ­regering. “En alleen mannen mochten overheidsposities bekleden. ­Later werd het gangbare argument: vrouwen hebben nu eenmaal nooit vooraanstaande functies in de kerk vervuld, en we willen die traditie niet verbreken.”

In feite was het een vraagstuk van functionaliteit versus representatie, zegt kerkhistoricus Alexander Maurits van de Lund Universiteit. “In het lutherse gedachtengoed was een voorganger iemand die het woord verkondigde en de sacramenten toediende. Het was een baan, een functie, die in principe door ­iedereen kon worden vervuld.” Maar tijdens de reactionaire, conservatieve opleving in de eerste helft van de twintigste eeuw neigden steeds meer jonge predikanten naar het idee van representatie: de voorganger vertegenwoordigt Jezus en moet dientengevolge man zijn.

Volgens critici is het ambt onder politieke druk opengesteld

Bij de synode (de landelijke kerkvergadering) van 1957 werd een voorstel om het ambt open te stellen voor vrouwen afgewezen. Het jaar daarop werd, op aansporing van de Zweedse regering, opnieuw over het onderwerp gestemd. Dit keer was een meerderheid voor. “Critici claimen dat het domineesambt onder politieke druk is opengesteld”, zegt Andersson.

Toch is een grote meerderheid van de kerkgangers van meet af aan te spreken geweest over de inclusie van vrouwen, vertelt Maurits. “In de tijd van de emancipatiebeweging, aan het begin van de jaren zeventig, bleek uit een groot onderzoek dat 95 procent van de gelovigen vierkant achter vrouwelijke dominees stond, tegenover circa 50 procent van de geestelijkheid.”

De ervaring van Susann Senter sluit min of meer bij die cijfers aan. “De leden van mijn gemeente waren blij verrast een vrouw te zien. Verreweg de meeste weerstand kwam van andere geestelijken. Sommigen ­vertelden me dat ik nooit een echte predikant kon zijn.”

Toen Senter begin jaren tachtig eens een viering voor collega’s moest leiden, bleef een groot deel van hen thuis. “Toentertijd overheerste de blijdschap dat we als vrouwelijke predikanten mochten dienen. We waren dankbaar voor alle steun die we kregen. Tegelijkertijd doet het iets met je als je diepste ­roeping in twijfel wordt getrokken.” In haar dagelijkse werk was de discriminatie minder evident. “Uiteindelijk besloot de kerkleiding dat je uitsluitend een kerkelijke functie mag vervullen als je bereid bent met alle mogelijke genders ­samen te dienen”, vertelt Senter.

De kerk werd liberaler en staat dichter bij de samenleving

Heeft de toename van vrouwelijke geestelijken het gezicht van de Zweedse Kerk veranderd? Ja, de kerk is liberaler geworden, zegt Senter, en ze staat dichter bij de samenleving dan vroeger. “Toen ik jong was, had de predikant vooral een machtspositie. Nu, mede door de invloed van vrouwen, is de Zweedse Kerk er niet langer een van machtsvertoon, maar staat ze in het teken van het dienen van het volk.”

“De kerk is de laatste vijftig jaar drastisch veranderd”, zegt hoog­leraar theologie Kamilla Skarström Hinojosa van de Universiteit van ­Gotenburg. “Je vindt veel verschillende uitingen van geloof en aanbidding in dezelfde parochie. Komt dat door het openstellen van het priesterambt voor vrouwen? Misschien ten dele, maar de maatschappelijke ­veranderingen gedurende diezelfde periode zijn enorm geweest. De kerk moet mee veranderen.”

Frida Mannerfelt Beeld
Frida MannerfeltBeeld

Prediker Frida Mannerfelt (40): ‘Het is geen keuze, maar een roeping’

“In 2008, vijftig jaar na de synode die het domineesambt voor vrouwen openstelde, verscheen het boek ‘Jag ska bli präst’ (‘Ik wil voorganger worden’). Twintig vrouwelijke predikanten werden ervoor geïnterviewd. Ik was een van hen. Voor de eerste vrouwen in het boek, ook de eersten die predikant waren geworden, was de kwestie aanvankelijk: ik wil dit ambt, maar heb er geen toegang toe. Voor de latere generaties draaide die probleemstelling om: ik kan prediker worden, maar wil ik het wel? Uiteindelijk verschilde mijn motivatie niet veel van die van eerdere generaties. Het is geen keuze – het is een roeping.

Tijdens mijn studie theologie was het aandeel vrouwen en mannen gelijk. Veel van de universiteitsdocenten waren stil­letjes tegen vrouwelijke geestelijken. Toen de gewetensclausule in de jaren tachtig werd geschrapt (die mannelijke geestelijken het recht gaf te weigeren met vrouwen samen te werken, red.) konden tegenstanders van vrouwelijke predikers niet meer in de kerk terecht. Een deel van hen vertrok naar de universiteit. Het was pas in een later stadium van mijn opleiding dat ik erachter kwam dat een van mijn hoogleraren een boek had geschreven over zijn weerstand tegen vrouwelijke geestelijken. Andere docenten gingen geregeld voor in ‘schone kerken’, kerken waar geen vrouwen het priesterambt ­bekleedden.

Ik heb tien jaar in een bisdom ten noorden van Gotenburg ­gewerkt. Daar waren een stuk of vijf ouderen, die verder heel vriendelijk waren, kwamen luisteren als ik predikte, soms namen ze koekjes mee. Maar ze weigerden het sacrament van mij te ontvangen. Afgelopen ­zomer werkte ik met een voorganger die niet naast me wilde staan op het altaar. Het is niet meer gebruikelijk, maar er blijft een kleine groep tegenstanders die zich verzet tegen vrouwen in het ambt. Ze keuren het op theologische gronden af. Het maakt me boos en verdrietig. Als ze me afwijzen als voorganger, wijzen ze me ook af als persoon. Het ambt en het individu hangen zo nauw samen.”

Sigrid Sundmark  Beeld
Sigrid SundmarkBeeld

Prediker Sigrid Sundmark (45): ‘Bij mij kunnen mensen hun hart luchten’

“Ik begon mijn opleiding theologie gelijk na mijn middelbare school. Op mijn vijftiende al wist ik dat dit mijn roeping was. Het gezin waarin ik opgroeide was niet speciaal religieus, maar na mijn belijdenis verdiepte mijn spiritualiteit. Ik bleef actief binnen de jeugdbeweging van de kerk, en toen een vriendin opmerkte dat ze later prediker wilde worden, dacht ik: dat is het, dat wil ik ook. Ik voelde de drang om de kerk onderdeel te maken van mijn dagelijkse ­leven. Wat zeker bijgedragen heeft aan mijn vastberadenheid was dat de predikant in mijn ­gemeente een jonge vrouw was. Ze was mooi, feminien en nam ons altijd serieus. De vooroordelen die ik had over hoe een christen hoort te leven, nam zij weg. Mag je dansen, mag ik wel gewoon mezelf zijn? Het antwoord was ja.

Discriminatie op grond van mijn sekse heb ik nooit meegemaakt. Het is denk ik erg afhankelijk van waar je dient, in bepaalde bisdommen staat er nog altijd een oude garde aan het roer. Wat ik weleens heb gehoord als ik gemeenteleden voor het eerst ontmoette: wat ben je jong, en je ziet er veel te goed uit om predikant te zijn. Ik heb een oudevrouwennaam, Sigrid, dus dat maakt dat verwachtingen niet altijd met de werkelijkheid stroken.

Een week in het leven van een prediker is snel gevuld: ’s avonds heb ik belijdenisgroepen, ik moet de zondagse preken voorbereiden, er zijn tal­loze bijeenkomsten. Ik moet overzicht hebben over de gemeente en alles wat er gaande is. Ik ontmoet families voorafgaand aan begrafenissen. Vandaag schrijf ik een toespraak voor een bruiloft en regel ik het papierwerk voor een doop. En veel leden van de gemeente ­komen regelmatig bij me langs voor själavård, zielenzorg. Ik ben geen therapeut, maar ik ben er voor mensen om hun hart te luchten.”

Lees ook:

De eerste vrouwelijke dominee in de behoudende vrijgemaakte kerk: ‘Ik hoop dat mijn benoeming baanbrekend is’

Almatine Leene is de eerste vrouwelijke dominee in de behoudende vrijgemaakte kerk. ‘Ik heb felicitaties gehad van mensen die ook blij zijn voor zichzelf en voor de kerk.’

Komt de derde vrouwengolf bij de orthodoxen eraan?

Lang hebben orthodoxe protestantse kerken vrouwen geweerd als dominee en als lid van de kerkeraad. Er is verandering – en dat stuit op verzet, ook van vrouwen zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden