De zin vanVanesa Abajo Pérez

De zin van documentairemaker Vanesa Abajo Pérez: ‘Ik voelde altijd … que yo realmente no existia’

Vanesa Abajo Pérez

In tijden van corona vertellen mensen over hun persoonlijke leefregel of een inspirerende zin. Vandaag documentairemaker Vanesa Abajo Pérez (1979). 

“Twee jaar geleden ontruimden mijn ouders hun appartement in Het Oude Noorden van Rotterdam. Ik maakte er opnamen van voor mijn film ‘Het leven is droom’, die aanstaande zaterdag in première gaat op het Nederlands Filmfestival in de Gouden Kalfcompetitie. Dat we in coronatijden zelfs een fysieke première kunnen organiseren, is wel bijzonder; veel andere documentaires komen alleen online uit.

“Mijn ouders waren in de jaren zestig naar Nederland verhuisd, weg uit het arme Spanje onder Franco, om later terug te keren. Dan zouden ze eindelijk iemand zijn, in een mooi huis. Dat was hun droom.

“Een paar jaar voordat mijn vader en moeder hun Rotterdamse huis uitruimden, waren ze geremigreerd naar Spanje. Het huis had lang leeggestaan, toen ik er binnen kwam, het rook er muf. Toch hing ook de geur van mijn jeugd er nog, vooral in de slaapkamer van mijn ouders. Ik zag weer voor me hoe we op zondagochtenden op hun bed lagen, zij, mijn broer en ik. We fantaseerden er als gezin samen op los. Hoe we eindelijk terug zouden gaan naar Spanje, het dorp waar m’n ouders vandaan kwamen, hoe mooi het daar was. Daar zou het echte leven beginnen.

“Elk jaar kregen we daar een glimp van te zien. Dan gingen we op vakantie, naar dat Noord-Spaanse, idyllische dorpje met 100 inwoners. Ons leven stond 45 jaar in het teken van de terugkeer. Daarom hoefden we in Nederland geen wortel te schieten, waardoor ik me altijd een vreemdeling bleef voelen.”

Het ideaal van mijn ouders

“Het verzet kwam toen ik puber werd, vooral met mijn moeder botste het. Op mijn vijftiende ben ik het huis uitgegaan, ja, dat was heel jong. Mijn ouders stuurden me naar Spanje. Kinderen van Spaanse migranten reisden hun families wel vaker vooruit. Zo konden ze opgroeien in de omgeving waar ze volgens hun ouders eigenlijk thuishoorden. Ik sprak de taal, studeerde in Madrid, maar hoe ik ook mijn best deed, ik bleef la Holandesa.

“In Het leven is droom verken ik het ideaal van mijn ouders. Ze wonen nu in het huis waar ze zo lang aan hebben gewerkt, met goudkleurige aluminium kozijnen en volgestouwd met Hollandse spullen. In het dorp ruik en proef ik het verleden, krijg weer dat gevoel van vroeger, ik verwacht er de gelukzalige zomers van mijn jeugd terug te vinden. Maar er is niets meer, het is een spookdorp geworden. Dat was ook voor mijn ouders een grote teleurstelling. Pas nu beginnen ze te wortelen in een ander, democratisch, welvarender Spanje.

“Wat ik in mijn film verken, is hoe ze mij altijd gevangen hebben gehouden in hun droom, maar mij niet echt zagen. No existia. Dat ik niet bestond, heb ik bevestigd, toen ik in Spanje woonde, door suïcide te plegen. Daar had ik nooit met mijn ouders over gepraat. In ‘Het leven is droom’ confronteer ik ze daarmee. ‘Mírame!’, zeg ik dan ook tegen ze – kijk naar me! Misschien zien ze me nu een beetje beter. Ik wilde ze uit hun droom wekken. Of dat gelukt is? Dat weet ik niet. Zijn wij überhaupt in staat om uit de droom waarin wij leven te ontwaken?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden