Het beste van 2021Religie- en filosofieboeken

De ziel achterhaalde meuk? Nee, want wie ziel zegt, zegt blijkbaar ook hoop

null Beeld Mart Veldhuis
Beeld Mart Veldhuis

Wolter Huttinga merkt tot zijn verbazing dat de taal van de ziel veel oproept.

Wolter Huttinga

Een recensie schrijven van het boek Ziel voelde in maart dit jaar meer als een persoonlijke liefhebberij dan als een noodzakelijke bespreking van een boek voor het grote publiek. Het bevat de vertaling van drie verhandelingen over de ziel, geschreven door de cisterciënzer monniken Willem van Saint-Thierry, Aelred van Rievaulx en Isaac van Stella. De ondertitel: Monastieke psychologie uit de twaalfde eeuw.

Achterhaalde meuk nietwaar? Toch was ik uiterst ­gefascineerd en toen ik erover twitterde, merkte ik tot mijn verbazing dat mijn interesse bij velen resoneerde.

Waarom? De ziel is toch gewoon een dood concept, net zoals God? Wetenschappelijk onderzoek heeft nooit een ziel in de mens aangetroffen, dus laten we het er maar niet meer over hebben, zou je zeggen. Niet alleen natuurwetenschappers, ook theologen hebben de ziel al jaren geleden bij het grofvuil gezet. Immers, wie gelooft er nog in zo’n rare dualistische mensvisie? Dus je hebt de mens met al z’n materiële, biochemische en psychische processen en dan zou er ‘iets’ in ons zijn dat daar los van staat en daar bovenuit stijgt? Iets dat niet verloren gaat als het lichaam sterft?

Het lijkt een slechte combinatie van Grieks dualisme en hemelsprookjes, waar de natuurwetenschap om lacht en de theologie zich voor schaamt.

Wat is de ziel eigenlijk?

Een van de redenen waarom Ziel me fascineerde, is dat je daar de eerste beginselen aantreft van de moderne, technische zoektocht naar de ziel. Willem, Aelred en Isaac waren contemplatieve monniken voor wie de ziel het instrument was waar ze dagelijks op speelden. ‘Maar waar spelen we dan op?’, vragen ze zich hier af. ‘En hoe verhoudt die ziel zich tot het lichamelijke?’ Tja, als je zo maar lang genoeg doorvraagt en onderzoekt, zal de conclusie vroeg of laat zijn dat die hele ziel dus niet bestaat, zeggen wij tien eeuwen later.

Waarom dan toch die heimwee naar de ziel? In Trouw van 22 november spreekt Stevo Akkerman over populistische leiders die inspelen op de angst en woede van onze cultuur. Ze bieden een gevoel van veiligheid, maar dat gaat dan wel ten koste van de vrijheid. ‘Erger nog, dat gaat ten koste van de ziel, waar nu juist de hoop huist. Maar ja, wat is de ziel?’

Een mal dingetje

Het is opvallend wat de taal van de ziel blijkbaar ­oproept. We hebben het niet over een losstaand, mal dingetje dat je gerust kunt wegverklaren. Wie ziel zegt, zegt blijkbaar ook hoop. En ik moet me al sterk vergissen als je niet ook liefde zegt. En geloof. Of vriendschap, interesse, samenleven. Of misschien gewoon mens zijn? Heeft er ooit iemand moeite gehad met een pleidooi voor ‘bezielde zorg’ of ‘onderwijs met bezieling’?

Grappig genoeg stond in diezelfde krant een interview met theologe Martine Oldhoff die promoveerde op de betekenis van de ziel in de Bijbel en de christelijk ­traditie. Ook zij kwam een hoop theologische koudwatervrees tegen voor de ziel, maar raakte overtuigd van de noodzaak om in ons denken over de mens het begrip ziel niet te veronachtzamen.

Het is raar met die ziel. Als je haar wilt doorgronden als een ding laat ze zich niet vinden. Maar als we over de mens willen spreken, lijken we er niet zonder te kunnen. Blijkbaar staat met het begrip ziel niet een of andere oude theologische trukendoos, maar de mens zelf op het spel.

Lees ook:

‘Waarom denken theologen zonder ziel te kunnen?’

Martine Oldhoff promoveerde onlangs cum laude op een zoektocht naar de ziel. Hoe denken cultuur, filosofie en haar eigen vak theologie erover? Oldhoff pleit voor eerherstel van de ziel.

De beste filosofieboeken van 2021 volgens Fleur Jongepier

1. Toon Tellegen, De egel, dat ben ik (Querido)

Met grote afstand op één, en dat ondanks dat het een verhalenbundel is over een egel. Of misschien dankzij? Ja, dankzij. Écht filosoferen gaat het best via verhalen, laat Toon Tellegen ons zien. Filosoferen is niet alleen strak en consistent nadenken, maar ook stekelige vraagstukken durven doorvoelen en verdrietig, verbaasd en verheugd kunnen meevoelen met een introvert, gekkig egeltje.

null Beeld
Beeld

2. Lotte Spreeuwenberg, Liefde en revolutie (Vrijdag)

Liefde en revolutie: water en olie, toch? Nee hoor, zegt Spreeuwenberg. In dit onwaarschijnlijk open en helder geschreven essay laat Spreeuwenberg aan de hand van het werk van Iris Murdoch zien dat de wereld, de ander en jezelf echt liefhebben kan betekenen, kan verlangen, dat je de barricade op gaat en eens goed kwaad wordt.

null Beeld
Beeld

3. Rahil Roodsaz en Katrien De Graeve (red), Intieme revoluties. Tegendraads in seks, liefde en zorg (Boom)

Filosoferen over seks. Oei! Spannend, op vele fronten. Seks en intimiteit zijn thema’s die velen van ons vaak uit de weg gaan, zowel thuis als buiten. Waarom eigenlijk? Dit boek laat zien dat hierover veel vrijer nadenken verrijkend en amusant is. En bovendien maatschappelijk noodzakelijk, omdat allerlei vormen van onrecht in de wereld stiekem vaak genoeg bij ons tussen de lakens kruipen.

null Beeld
Beeld

De beste filosofieboeken van 2021 volgens Sofie Messeman

1. Martin Mittelmeier, Adorno in Napels (Ten Have)

Martin Mittelmeier onderzoekt hoe Adorno’s reizen naar Napels zijn denken hebben beïnvloed. Het landschap en de mentaliteit van de plek brachten hem tot het concept ‘constellatie’: ‘het samenvoegen van poreuze, kapotte dingen tot iets verbazingwekkend nieuws’. Mittelmeier speurt dit ‘Napolitaanse’ na in het oeuvre van Adorno, dat zich daarmee meeslepend voor de lezer openbaart. Al even boeiend is de levendige beschrijving van de bohème aan de Amalfikust.

2. Benjamin Bratton, The Stack (Mitt Press)

Bratton betoogt dat het wereldwijde computergebeuren leidt tot nieuwe vormen van soevereiniteit, die conflicteren met bestaande soevereiniteiten. Het virtuele heeft repercussies in de realiteit. Het klimaat wordt bedreigd door grote servers, die energie vreten. De ‘cloud’ doet dan weer nieuwe vormen van feodaliteit ontstaan: oude mannen die in campers de onzekere jobs in Amazonwarenhuizen volgen voor hun levensonderhoud. En wat als Google Maps de staatsgrens tussen Nicaragua en Costa Rica iets verschuift? Dan krijg je troepenbewegingen in de werkelijkheid. Een verhelderend boek over nieuwe fenomenen.

null Beeld
Beeld

3. Éric Sadin, Het tijdperk van de ik-tiran (Wereldbibliotheek)

De Franse techniekfilosoof Éric Sadin (1973) meent dat het tijdperk van de ik-tiran is aangebroken, waarbij mensen niet langer zoeken naar wat ze gemeenschappelijk hebben, maar slechts nog eisen stellen die enkel betrekking hebben op zichzelf. Hij noemt het ‘totalitarisme van onderaf’, gedreven door een almachtgevoel dat sommige nieuwe technologieën veroorzaken. Boeiend om over door te denken.

null Beeld
Beeld

De beste filosofieboeken van 2021 volgens Laura Molenaar

1. David Edmonds, The murder of professor Schlick. The rise and fall of the Vienna Circle (Princeton University Press)

In dit boek neemt Edmonds ons mee naar fin de siècle Wenen, naar een bijzondere groep filosofen die zich later de Weense Kring is gaan noemen. Met veel vertrouwen in de natuurwetenschap en de logica luidden zij een nieuwe richting binnen de filosofie in. Edmonds is een rasverteller en hij laat de lezer dat oude glorieuze Wenen echt beleven, zonder aan feitelijkheid in te boeten.

null Beeld
Beeld

2. Al-Ghazali, Verlost van onzin (Boom)

Ghazali wordt ‘de belangrijkste moslim na Mohammed’ genoemd. Maar ook als filosoof is hij heel interessant. Hij wordt steeds gedreven door een aan obsessie grenzende nieuwsgierigheid naar ware kennis. Wat kunnen we zeker weten? In deze biografische tekst vertelt hij over de verschillende leerscholen in zijn tijd (1058-1111), en wat hij daar voor kennis (of kolder) tegenkomt.

null Beeld
Beeld

3. Amia Srinivasan, The right to sex (Farrar, Straus and Giroux)

Hebben we recht op seks? Nee, zegt Srinivasan, hoogleraar in Oxford. In een bundel essays behandelt ze hedendaagse onderwerpen rondom seks en seksualiteit vanuit een feministisch perspectief, zoals incels, porno, #MeToo en de ingewikkelde verhouding tussen kleur, gender en klasse. Ze wordt nergens moraliserend, maar stelt de lezer vragen aan de hand van veel (goede!) voorbeelden. Binnenkort verschijnt de Nederlandse vertaling bij De Geus.

null Beeld
Beeld


De beste filosofieboeken van 2021 volgens Maurice van Turnhout

1. Helmuth Plessner, Grenzen van de gemeenschap. Kritiek van radicale sociale bewegingen (Noordboek)

Radicale politiek is terug van weggeweest. Daarom is deze uitstekende nieuwe vertaling van Helmuth Plessners Grenzen van de gemeenschap meer dan welkom. Er gaapt een eeuw geschiedenis tussen Plessners boek en de politiek-culturele eksterogen van vandaag de dag. Toch biedt de filosoof nog altijd een stevige intellectuele uitdaging aan utopisten, idealisten en revolutionairen.

null Beeld
Beeld


2. Sandra Langereis, Erasmus. Dwarsdenker. Een biografie (De Bezige Bij)

Na haar biografie van Christoffel Plantijn wilde Sandra Langereis een doorwrochte Erasmus-biografie schrijven voor een breed publiek. Die missie is met vlag en wimpel geslaagd. Niets ontsnapt aan Langereis’ aandacht. Haar boek is een prachtig portret van een vroege rationalist (en ironicus!) die door religieuze fundamentalisten werd ingehaald.

Deze biografie won de Libris Geschiedenis Prijs 2021. Ter gelegenheid daarvan sprak Eric Brassem met Sandra Langereis. ‘Erasmus was een optimistische man die ook echt geloofde in de kracht van de literatuur, wetenschap en onderwijs.’

null Beeld
Beeld

3. Virginie Maris, Het wilde deel van de wereld. Over de natuur in het antropoceen (Boom)

Een verfrissende exercitie in tegendenken. Filosofen als Bruno Latour menen dat het moderne onderscheid tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’ een roofbouw op de natuur heeft veroorzaakt. Virginie Maris ontkent die roofbouw allerminst, maar zij ziet een ‘ecologie van de scheiding’ juist als noodzakelijk om de natuur te beschermen – zij het met een andere invulling dan voorheen.

null Beeld
Beeld

De beste religieboeken van 2021 volgens Wolter Huttinga

1. Willem van Saint-Thierry, Aelred van Rievaulx, Isaac van Stella, Ziel. Monastieke psychologie uit de twaalfde eeuw (Damon)

Oude, verjaarde, complexe teksten over de ziel. Waarom zou je die lezen? Het voorwoord zegt alles: ‘Ziel is een woord dat verdwenen is uit de meeste moderne disciplines, niet omdat we nu over woorden beschikken die adequater zijn, maar omdat we een samenhangende visie op de menselijke persoon missen die nodig is om een dergelijk term te kunnen gebruiken.’

null Beeld
Beeld


2. Marc de Kesel, Ik, God & mezelf. Mystiek als deconstructie (Sjibbolet)

Hersengymnastiek met Marc de Kesel. Kortweg zegt de Kesel dat de mystieke poging om het ‘ik’ te deconstrueren gedoemd is te mislukken. Dat wil zeggen: wij als moderne subjecten zijn daar gewoon niet toe in staat. Dit boek roept theologisch verzet in me op, maar man, wat kan de Kesel goed teksten interpreteren. Geweldige docent.

3. Johan ter Beek, Tempel (Ekklesia)

Dit boek vond ik geen geweldige leeservaring. Ter Beeks centrale idee is echter schitterend. Vanuit de centrale metafoor van de tempel bekijkt hij de wereld. De tempel als ruimte die hemel en aarde verbindt, en die je op de weg tussen oorsprong en doel plaatst. Boeken die de verbinding tussen het sacrale en het gewone leven leggen, ik hou ervan.

De beste geschiedenis- en religieboeken van 2021 volgens Marijke Laurense

1. Irene Vallejo, Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken (Meulenhoff)

De titel Boek der boeken is al even vergeven, maar anders zou Papyrus er een uitgelezen kandidaat voor zijn. De Spaanse classica Vallejo schreef de avontuurlijke geschiedenis van het boek van het oude Alexandrië met z’n legendarische bibliotheek tot en met Rome, waar men de aardige gewoonte kreeg om elkaar in december een goed boek te geven. Dat is dit jaar makkelijk kiezen.

null Beeld
Beeld


2. Anneke B. Mulder en Rolf H. Bremmer (red.), Geleefd geloof. Het geloofsleven en boeren en burgers in Friesland en de Ommelanden van Groningen, 1200-1580 (Walburgpers)

Prachtig lees- en kijkboek over hoe de gewone boeren en burgers in Noord-Nederland tot aan de Reformatie hun geloof beleefden. Het is verbazend hoeveel simpele en beduimelde gebruiksvoorwerpen vertellen over de religieuze toewijding in deze uithoek van Europa, waar men een opmerkelijke voorkeur had voor de vrolijker momenten uit het familieleven van het kindje Jezus, moeder Maria en oma Anna.

3. Marita Mathijsen, L. De lezer van de 19de eeuw (Balans)

Literatuurgeschiedenis saai? De negentiende eeuw kneuterig? Niet als Marita Mathijsen erover schrijft. Ze riep daartoe een verrukkelijk type in het leven: L., de doorsneelezer van die tijd. Waar werd die warm of koud van? En waarom lijken de toptienlijstjes van toen nauwelijks op wat er in de canon is terechtgekomen? Tien met een griffel en een zoen van de schoolmeester voor Mathijsen.

De beste religieboeken van 2021 volgens Sjoerd Mulder

1. Jozef de Kesel, Geloof en godsdienst in een seculiere samenleving (Halewijn)

Kardinaal De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, sombert totaal niet over de ontkerkelijking. Natuurlijk, het is jammer, en De Kesel houdt er ook rekening mee dat de kerk in Europa totaal verdwijnt. Maar past het niet veel beter bij het christendom om een marginale beweging te zijn? De Kesel betoogt in dit boek hoe de kerk juist in de marge van betekenis kan zijn voor de wereld.

null Beeld
Beeld

2. Nicolaas Sintobin, Vertrouw op je gevoel: Leren keuzes maken met Ignatius van Loyola (KokBoekencentrum)

Het klinkt als een hippe dooddoener: vertrouw op je gevoel. Maar internetpastor en jezuïet Sintobin laat zien hoe je werkelijk kunt leren luisteren naar je gevoel, en zo intuïtiever én verstandiger kunt gaan leven. Daarbij maakt hij gebruik van de zogeheten ‘ignatiaanse methode’, ontworpen door de zestiende-eeuwse heilige Ignatius. Niks geen oppervlakkige spiritualiteit, maar een werkelijk nuttig boek voor iedereen die moeilijke keuzes goed wil kunnen maken.

3. Daniël de Waele, Ontluikend christendom. Cultuurgeschiedenis van een nieuwe religie in de Grieks-Romeinse wereld (KokBoekencentrum)

Op een gemiddeld gymnasium lijkt de klassieke oudheid te eindigen bij Seneca, zo in de eerste eeuw na Christus. Toch groeit onder classici de aandacht voor de periode erna, waarin het christendom zich als jonge beweging in de Romeinse wereld vestigt. Daniël de Waele getuigt daarvan, en laat prachtig zien hoe het christendom nieuw was maar tegelijkertijd eeuwenlang een onderdeel van die klassieke wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden