column

De vraag is niet of Nederland ooit vol kan zijn, maar wanneer dat punt bereikt is

Beeld Trouw

In het jaar waarin ik geboren werd, telde Nederland iets meer dan 10,5 miljoen inwoners. Op het moment waarop ik dit stukje tik zijn het er op de kop af 17.256.627. 

In de jaren vijftig zou dat onvoorstelbaar zijn geweest. Nederland raakte in hoog tempo vol. Nog een miljoen of wat erbij en het land zou zoveel burgers onmogelijk meer kunnen onderhouden.

Er zit kennelijk nogal wat rek in wanneer een land precies vol is. Deels is dat een technische kwestie. Hoeveel voedsel het land kan opbrengen om de bevolking in leven te houden is afhankelijk van de staat van de landbouwtechnologie. In Nederland is daarin de afgelopen halve eeuw zoveel vooruitgang geboekt dat het de op één na grootste exportnatie van landbouwproducten is geworden. Nummer één, de VS, is meer dan 200 keer zo groot.

‘Vol is vol’ is dan ook net zo’n rekbare constatering als het hardnekkig opduiken ervan in het politieke debat hardnekkig. "Waarom buigt niemand zich over de bevolkingsgroei? Die overkomt ons gewoon", constateerde Jan Latten, afscheidnemend hoofddemograaf van het CBS, drie maanden geleden al in deze krant. "Bij aanhoudende hoogconjuctuur gaan we tegen 2050 opnieuw richting 20 miljoen mensen, maar niemand maakt zich zorgen."

Een veel pijnlijker vraag

Wie aan een filosoof vraagt of een land ooit werkelijk vol kan zijn, krijgt als antwoord die vraag geherformuleerd terug: is er een situatie denkbaar waarin de bevolkingsdruk onaanvaardbaar groot is? Daarop is snel een antwoord te geven: wanneer de Nederlandse bevolking alleen nog hutje-mutje opeengepakt op het grondgebied zou passen. Het zou ongeveer vijf keer de huidige wereldbevolking vergen om, pak weg, elke vierkante meter van het land door vier personen te laten bezetten. Maar hoe abstract ook, denkbaar is het.

De vraag is dus niet of Nederland ooit vol kan zijn, maar wanneer dat punt precies bereikt is. Oneindige groei is mathematisch onmogelijk, maar wanneer de rek er bij die groei praktisch uit raakt, is een politieke zaak. In het verleden is volte nooit alleen maar een cijferkwestie geweest. Altijd is onder de dekmantel daarvan de veel pijnlijkere vraag uitgespeeld wie er eigenlijk recht hadden op leven in dat ‘volle’ land. 

In de ogen van de nazi’s moesten minderwaardige rassen daarvoor het veld ruimen. In Janmaats retoriek had het ‘eigen’ volk de eerste (en enige) rechten. En ook nu betekent ‘vol is vol’ al snel: geen immigrant of vreemdeling erbij!

Harde cijfers maken daarmee plaats voor een soort Kulturkampf waarin niet langer het fysieke, maar het morele bestaan van de natie op het spel staat. Met een al even rigoureuze radicalisering kan Thierry Baudet dan spreken over een ‘homeopathische verdunning’ van de Nederlandse bevolking en haar waarden. Alleen gaat het daarbij niet – zoals hierboven - om een abstract gedachtenexperiment, maar om iets wat op korte termijn in het verschiet zou liggen. Het klinkt intellectueel aantrekkelijk, maar verwart twee volstrekt verschillende denkexercities.

Immigranten of baby's?

De belangrijkste vraag is daarmee echter nog niet gesteld. Het geboortecijfer is in veel West-Europese landen gezakt onder het niveau van zelfhandhaving. Wie zal in de toekomst de economische productie en zorg voor de ouderen op zich nemen?, vraagt menigeen zich af. ‘Links’ antwoordt met de noodzaak van verdere immigratie, ‘rechts’ met een zwangerschapsoffensief: nieuwkomers maken we zelf. Maar beide kampen zijn het eens over de noodzaak van voortgezette bevolkingsgroei.

En daar begint de schoen te wringen. Want hoeveel rek er in de volte van het land ook zitten mag, ooit komt er een eind aan. Zoals gezegd is dat deels een technische, deels een politieke kwestie. Maar ook op dit punt moeten we niet langer uitgaan van het idee van eindeloze groei waarop de huidige economie en maatschappelijke organisatie stilzwijgend gestoeld zijn. De omwenteling die daarmee in zicht komt zal de samenleving veel radicaler veranderen dan het alternatief: immigranten of baby’s?

Gevangen in zijn eigen politieke correctheid, om het even of die van links dan wel van rechts komt, lijkt het politieke debat van nu zich daar weinig om te bekommeren. En toch is dat de kwestie die onze cultuur pas wérkelijk uitdaagt. Hoe richten wij een samenleving in waarvan de bevolking niet langer groeit – of zelfs afneemt? Hoe kunnen wij krimp, nog altijd een soort alarmwoord, leren verwelkomen – en er geen bedreiging maar een belofte in zien?

Ger Groot bekijkt de actualiteit door een filosofische bril. Zijn eerdere columns leest u hier.

Lees ook:

Misschien moeten nieuwkomers in Fort Holland een kano op hun balkon zetten

Nú hebben we nog tijd om plannen te maken, zodat wij polderbewoners droge voeten houden, citeert Sylvain Ephimenco een deskundige. Hij vraagt zich af: hebben we die tijd ook nog voor het plannen van de bevolkingssamenstelling?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden