ColumnStijn Fens

De serie Gomorra biedt een blik in wat de hel zou zijn

Het is nu al dagen Gomorra-weer in ons land. Ik doel dan niet op die bijbelse stad die door God zou zijn verwoest vanwege de ‘verdorvenheid’ van haar inwoners, maar op de gelijknamige Italiaanse tv-serie die in Napels speelt en op Netflix wordt uitgezonden. Daarin lijkt het altijd bewolkt, alsof de zon geen zin heeft om te schijnen. Het is er donker, naargeestig en alles draait om drugs en dood. Terwijl ik Napels ook anders ken. Vrolijk, anarchistisch en vol kleur.

Gomorra gaat over de camorra, de misdaadorganisatie die het leven in de Zuid-Italiaanse stad al zo lang beheerst, en laat de nietsontziende strijd zien tussen de verschillende clans. Centraal staat de Savastano-clan. Eerst geleid door vader Pietro, later door zijn zoon Gennaro. De serie is hard, rauw en bij vlagen misselijkmakend, schreef de Volkskrant ooit. De serie loopt al een aantal jaren en ik geloof dat ik in die tijd al zo’n 250 – vaak jonge – mensen vermoord heb zien worden. Vaak op een gruwelijke manier, meestal door schoten uit zo’n pistool met geluidsdemper. “Tik, tik”, hoor je dan. Vervolgens zie je hoe het bloed uit een jong hoofd spuit.

De verslaving van het donkere, naargeestige

En toch: ik ben verslaafd aan Gomorra. Als ik dit stukje niet had hoeven maken, had ik weer een aflevering kunnen kijken. Die verslaving heb ik te danken aan het feit dat de serie zo goed gemaakt is. Maar ook dat donkere en naargeestige dat Gomorra kenmerkt, trekt me blijkbaar aan. Terwijl ik zelf echt nog geen vlieg kwaad doe. Deze zomer nog trapte ik er per ongeluk een dood. Met mijn schoen als geluidsdemper. Ik voelde me meteen schuldig. Gomorra biedt een blik in wat de hel zou zijn, mocht ’ie bestaan. Er komt niemand in voor, voor wie je sympathie kunt opbrengen. En altijd die dreigende, pompende muziek. Dan weet ik: er gaat bloed vloeien.

Er zijn maar een paar vaste rustpunten in de serie, een daarvan is de maaltijd. Keurige mensen hoor, die camorristi. Aan tafel wordt niet gerookt en voordat de maaltijd begint, wordt er gebeden. Het katholiek geloof speelt überhaupt een grote rol in Gomorra. Soms begint een scene bij een klein altaar, je ziet het eerst in de verte. Er branden lichtjes, zo te zien. Je komt dichterbij en er blijken verse bloemen op te liggen. Even later ligt er toch weer een portiek vol met lichamen. In alle huizen staan heiligenbeelden. Van Maria tot pater Pio. Je denkt wel eens : ‘Doe eens wat.’ Maar ook zij lijken machteloos tegen al dat kwaad om hen heen.

De meest schokkende geloofsuiting in Gomorra zag ik in de slotaflevering van het tweede seizoen. Malammore, vertrouweling en huurmoordenaar van Pietro Savas­tano, kust het kruisje dat aan zijn nek hangt, alvorens de jonge dochter van een tegenstander koelbloedig te vermoorden. Inderdaad: we zitten midden in de hel.

Een ander soort broederschap, die van het kwaad

Nog iets: de hipsterboefjes telen hun wiet in een oud franciscaner klooster. Boven de ingang is een kruis zichtbaar met daaronder de arm van Christus en die van Sint-Franciscus, beide met een gat erin. Later zag ik dat franciscaanse symbool in neon terug op een boot waar een afrekening plaatsvindt. De roomse vormentaal is nog zichtbaar, maar de inhoud is eruit gezogen. Het heeft niets met Christus of Franciscus te maken, laat staan met broederliefde. Nee, dat kruis met die armen duidt hier op een ander soort broederschap, die van het kwaad. Je ziet het niet alleen in Napels, maar overal waar bloedvergieten gepaard gaat met een verraderlijke vroomheid.

Ik zit nu in het vierde seizoen van Gomorra. Gisteren keek ik nog een halve aflevering in de trein. Patrizia, een vrouwelijke boss, is zwanger. We zien dat ze een echo krijgt. Ik werd meteen rustig. Je hoorde alleen de hartslag van het ongeboren kind. Iedereen lijkt schuldig in Gomorra, maar dit kind was onschuldig. Nog wel.

Ik stapte uit bij een Amsterdams station, maar ik zat nog midden in Gomorra. Was ik misschien toch in Napels? Eenmaal op straat zag ik scooters rijden met daarop jongens met hoodies aan, capuchon over hun hoofd. Aan de overkant van de straat liep een zwangere vrouw, het was eigenlijk nog een meisje. Een van die scooters stopte, een jongen stapte af en liep naar het meisje. In mijn hoofd klonk dreigende muziek. Ik wilde nog roepen: “Pas op!”

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden