AnalysePatstelling

De seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar

null Beeld Sjoerd van Leeuwen
Beeld Sjoerd van Leeuwen

De spanning tussen orthodoxe religieuze minderheden en de liberale meerderheid groeit. Moeten we daar maar mee leren leven? Deskundigen op het gebied van religie en maatschappij geven antwoord op die vraag.

Hoofdschuddend heeft godsdienstpsycholoog Joke van Saane ernaar zitten kijken. Twee reformatorische kerken die, tegen de corona-adviezen in, de deuren weer voor iedereen openzetten en kerkgangers die journalisten klappen verkopen. Hadden ze niet beseft hoe dit overkomt bij de buitenwereld, die al zo kritisch is op wat er in orthodoxe kringen gebeurt? Hebben ze echt geen idee hoe klein hun draagvlak nog is in een geseculariseerde samenleving?

“Volle kerken, dat moet je echt niet doen”, zegt Van Saane. “Ze snijden zichzelf hiermee in de vingers. Straks hebben ze niks meer. Geen eigen scholen, niet meer het recht om klokken te luiden. Ik denk dat ze onderschatten hoeveel gevolgen dit gaat hebben.” Van Saane, rector van de Universiteit voor Humanistiek en lid van de Protestantse Kerk in Nederland, doet die voorspelling niet alleen op basis van de incidenten bij de twee orthodoxe kerken in Urk en Krimpen aan de IJssel. Er gebeurde meer. NRC berichtte over de reformatorische school Gomarus in Gorinchem. Homoseksuele leerlingen onthulden dat ze gedwongen werden hun ouders te vertellen dat ze homo waren. Ook veel aandacht kreeg Lale Gül voor haar boek Ik wil leven. Daarin doet ze verslag van het voor haar verstikkende klimaat in het orthodox-islamitische gezin waarin ze opgroeide. De ideeën over vrouwen en homo’s werden versterkt door de verplichte Koranschool in het weekend. Gül wordt bedreigd en verblijft nu in een hotel. Een verdachte is deze week opgepakt.

Hoe ongelijk deze gevallen ook zijn, bij allemaal gaat het om orthodoxe, gesloten geloofsgemeenschappen met opvattingen die ver afstaan van de liberale hoofdstroom. Voor zover het opvattingen over vrouwen en homoseksuelen betreft, botsen die met het verbod op discriminatie uit artikel 1 van de Grondwet, terwijl tegelijkertijd de vrijheid van godsdienst deze groepen beschermt.

Dat dit spanning oplevert, is voor iedereen duidelijk. Moeten we daarmee leren leven?, vroeg Trouw aan Van Saane en drie andere deskundigen op het gebied van religie en maatschappij. Moeten religieuze minderheden de vrijheid houden voor hun ­eigen scholen en afwijkende opvattingen, ook als die botsen met de wet of met corona-maatregelen?

Geloof is niet zomaar ‘een mening’

Van Saane was deze week vooral verbaasd over het ‘totale onbegrip’ van de seculiere samenleving voor wat de orthodoxen drijft. Geloof is voor hen niet zomaar ‘een mening’, het is allesbepalend in hun leven, zegt ze, en de kerk is de heilige plek waarin dat wordt beleefd. Er is geen onderscheid tussen privé en publiek. Gezin, kerk, school en samenleving zijn één. Hun waarheid is altijd geldig, en die waarheid heeft gevolgen voor alle delen van het leven, en niet alleen voor ­henzelf, maar voor iedereen.

Wie die waarheid betwist en zich daaraan wil ontworstelen – zoals Lale Gül – wordt het leven zuur gemaakt. “Als je nuanceert, is het einde oefening”, weet Van Saane. “Uitsluiting hoort bij de orthodoxie. Als je daar ruimte voor twijfel geeft, geef je de orthodoxie op. Dan kun je de tent wel sluiten.” Begrip voor de buitenwereld valt er van die kant dan ook niet te verwachten, zegt ze.

Begrijp haar niet verkeerd, zegt ze: dit is een analyse van hoe deze groepen in elkaar steken. Het is beslist geen goedkeuring. Wat Gül overkomt is afschuwelijk, de jonge vrouw heeft alle recht op bescherming. Dezelfde afschuw heeft hoogleraar Van Saane voor het gedrag van het Gomarus. Ze vindt dat reformatorische en islamitische scholen zich moeten houden aan het verbod op discriminatie van homo’s en vrouwen, en als ze dat niet doen is hard ingrijpen in haar ogen op zijn plaats: een boete, of sluiting van de school. “Ze vinden gelijke behandeling niet passen bij de normen uit de Bijbel, discriminatie zegt hun niks. Maar wij kunnen wel zeggen: dit mag gewoon niet, en dit zijn de ­consequenties.”

Afschaffen van die bijzondere scholen lost volgens Van Saane – lid van de raad van toezicht van een Apeldoornse koepel van openbare en christelijke scholen – niks op. Dan komen er naast de Koranscholen Bijbelscholen, verwacht ze, en daar heeft de overheid in de huidige wetgeving nauwelijks toezicht op.

Kinderen staan meer buiten de samenleving

De Nijmeegse religiewetenschapper Renée Wagenvoorde weet ook niet of ze de vrijheid van onderwijs zou willen opgeven. Maar ze ziet wel voordelen van een openbare school, zoals ook Lale Gül die benoemt in haar boek. Gül schrijft dat ze blij was dat ze op haar openbare school met kinderen in de klas zat met een heel andere achtergrond. Ze vindt dat ze het daarmee beter heeft getroffen dan haar jongere zusje. Dat zit op een islamitische school, met kinderen die islamitisch worden opgevoed.

“Op een bijzondere school met een orthodoxe identiteit groeien kinderen op in een vaste overtuiging die ze ook van huis uit kennen. Daardoor wordt versterkt dat kin­deren meer buiten de samenleving staan”, zegt wetenschapper Wagenvoorde. “Bepaalde dingen die daar worden geleerd gaan in tegen de mainstream. Afwijkende opvattingen zijn over het algemeen niet zo erg, maar wel als het gaat om de ontwikkeling van kinderen.” Een openbare school voor iedereen, met les in levensovertuigingen, zou kinderen meer aansluiting geven bij de samenleving, overweegt de wetenschapper, die zelf is opgegroeid in een niet-religieus gezin.

 Schrijfster Lale Gül uitte in haar debuutroman 'Ik ga leven kritiek' op Turkse en islamitische tradities waarmee ze oproeide en ontving wekenlang online dreigberichten. Beeld ANP
Schrijfster Lale Gül uitte in haar debuutroman 'Ik ga leven kritiek' op Turkse en islamitische tradities waarmee ze oproeide en ontving wekenlang online dreigberichten.Beeld ANP

Sowieso helpt het volgens haar niet om elke discussie over de vrijheid van onderwijs meteen te smoren. Net zomin lijkt het haar wijs artikel 23 naar aanleiding van excessen overboord te gooien. Maar aangezien die vrijheid van onderwijs steeds in het geding is, is een gedegen debat hard nodig: “Niet om religie te bash­en, religie heeft ook veel waardevolle kanten, het is niet zwart-wit en de meeste kerken volgen gewoon de ­regels. Maar onderwijs heeft een ­publieke taak. We moeten weten wat we leerlingen in de breedte mee willen geven. De vraag is dan of artikel 23 daar nog bij past.” Bij zo’n discussie moet volgens haar wel worden betrokken wat de samenleving verliest als er alleen nog openbare scholen zouden zijn. Ook veel niet-gelovige ouders sturen hun kind nu naar een christelijke school.

In de politiek is afschaffing van artikel 23 niet aan de orde; ook de meeste seculiere partijen vinden het bijzonder onderwijs daarvoor een te groot goed. Maar er is onmiskenbaar een roep om modernisering, tot aan CDA-leider Wopke Hoekstra aan toe. Het non-discriminatiebeginsel gaat voor politieke partijen boven de ­vrijheid om scholen naar de eigen ­orthodoxe leer in te richten. Of, met andere woorden, de dominante cultuur wordt steeds meer leidend. ­Iedereen mag denken wat hij of zij wil, ouders kunnen hun kinderen opvoeden in hun eigen geloof. Maar in de publieke ruimte wordt aanpassing verlangd. Van scholen om zich aan artikel 1 te houden, van orthodoxe kerken om de coronamaatregelen op te volgen.

Hoe tolerant is de dominante cultuur?

Hoeveel ruimte is er nog voor diversiteit, voor subculturen?, vraagt Wim Dekker zich af. De lector aan de Christelijke Hogeschool Ede ging zondagmiddag na het zien van de beelden uit Urk en Krimpen aan de IJssel onmiddellijk aan het schrijven. Zijn artikel verscheen deze week in het tijdschrift Sociale Vraagstukken. ‘Vreemdelingen in eigen land’ stond er boven zijn analyse dat de kloof tussen de refo’s en de liberale hoofdstroom steeds groter wordt.

Geen misverstand: ook hij verwonderde zich over de twee kerken die dwars tegen de coronaregels ingingen. Ook hij veroordeelt de schadelijke omgang van het Gomarus met homoseksuele leerlingen. Maar Dekker, afkomstig uit een christelijk-gereformeerd milieu, zegt ook: “Je raakt aan een levensstijl, een ­manier van leven waar hart en ziel in zit. De liberale samenleving komt op voor het recht om te kwetsen, maar we pikken het niet als de orthodoxe religieuzen dat doen. Ik snap dat, maar het heeft iets vreemds. Vergeet ook niet dat de maatschappij er een hele tijd over heeft gedaan voordat homoseksuele relaties werden ­aanvaard. En in de krochten ervan is de afwijzing er nog steeds.”

Kerkgangers bij de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel. De kerk van de zeer orthodoxe Oud Gereformeerde Gemeente werd afgelopen week beschadigd door zwaar vuurwerk, en wordt al langer bedreigd vanwege zijn controversiële denkbeelden over euthanasie, abortus, homoseksualiteit en inenten. Beeld Arie Kievit
Kerkgangers bij de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel. De kerk van de zeer orthodoxe Oud Gereformeerde Gemeente werd afgelopen week beschadigd door zwaar vuurwerk, en wordt al langer bedreigd vanwege zijn controversiële denkbeelden over euthanasie, abortus, homoseksualiteit en inenten.Beeld Arie Kievit

Dekker noemt het voetbal, hij wijst naar Splinter Chabot, die ­opgroeide in een open, tolerant gezin maar niettemin worstelde met zijn coming-out. En bij de viering van twintig jaar homohuwelijk ­komen ook weer verhalen boven van afwijzing en onbegrip van een om­geving die tot dan toe verdraagzaam leek. Zo tolerant is die dominante cultuur niet, wil Dekker maar zeggen. “En je kunt refo’s en conservatieve moslims moeilijk dwingen tot een standpunt dat ze vanuit hun ­geloof niet kunnen aannemen.”

De lector ziet een patstelling, maar hij ontwaart in de excessen ook lichtpunten. Dat de homoseksuele leerlingen naar buiten komen met hun verhaal en op school een coming-out durven te doen, eerder dan thuis, vindt hij een positief teken aan de wand. Dat was twintig jaar geleden onmogelijk geweest, zegt Dekker. En Lale Gül werd mondig en brak met haar geloofsgemeenschap, mogelijk is dat een stap naar normalisering van afvalligheid.

Verandering komt van binnenuit

“De beweging moet van binnenuit komen”, denkt Mardjan Seighali, voorzitter van het Humanistisch Verbond en directeur-bestuurder bij de stichting voor vluchtelingen UAF. “Het probleem met de orthodoxie, vanuit de islam, het jodendom, het christendom, is dat het niet openstaat voor vrijheid in de brede zin. Er heeft geen modernisering plaatsgevonden en dat hangt als een schaduw over ons heen.”

Ook vanuit haar achtergrond als vluchteling uit Iran, waarschuwt ze dat de politiek zich niet moet bemoeien met privé-aangelegenheden van mensen. De overheid mag niet voorschrijven wat ze moeten denken en hoe ze hun kinderen moeten opvoeden. Maar ze verwacht van de overheid wel bescherming van mensen als Gül, die zich niet houden aan de regels van de orthodoxie. “En dan heb ik het niet alleen over beveiliging, maar ook over het standpunt dat de overheid inneemt. Die moet uitdragen dat die bedreigingen verwerpelijk zijn. Dit mag niet, dit kan niet, dit tolereren we niet. Of mensen religieus zijn of niet, ze moeten in vrijheid kunnen leven.”

Lees ook:

Kerk op Urk overtreedt de wet: afstandsregels gelden ook in de kerk

Kerken, moskeeën en andere gebedshuizen zijn van een aantal coronaregels uitgezonderd, maar níét van de regel dat er onderling anderhalve meter afstand moet worden gehouden.

Lale Gül groeide op in een streng-islamitisch gezin. ‘Nee, blijf, anders word je helemaal een hoer’

Lale Gül schreef de roman Ik ga leven, over opgroeien in een streng-islamitisch gezin. Sindsdien is het ruzie bij haar thuis. ‘Ik kan m’n koffers wel pakken, maar dan heb ik geen verandering teweeggebracht.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden