Een Black Lives Matter-demonstratie tegen racisme, afgelopen 14 juni in Leiden. Op het protestbord rechts staat: ‘Stilte = geweld’.

Filosofisch ElftalTaal in racismedebat

De rol van taal in het racismedebat

Een Black Lives Matter-demonstratie tegen racisme, afgelopen 14 juni in Leiden. Op het protestbord rechts staat: ‘Stilte = geweld’.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

In de discussie over racisme speelt racistisch taalgebruik een belangrijke rol. Het filosofisch elftal buigt zich over de relatie tussen taal en denken. Taal is een belangrijk instrument om de werkelijkheid te veranderen, zegt Marli Huijer. Maar overschat het woord niet, zegt Thijs Lijster.

Denken over racisme stond de afgelopen weken bovenaan de agenda. Ook aan de taal worden daarbij eisen gesteld. Linus Torvalds, oprichter van besturingssysteem Linux, gaf aan dat het bedrijf voortaan niet meer de woorden ‘master’ en ‘slave’ gebruikt om aan te geven welke van de twee het ondergeschikte apparaat is. Eerder veranderden verschillende musea de namen van hun schilderijen. Zo werd ‘slaaf’ veranderd in ‘tot slaaf gemaakt’. En tal van mensen gebruiken tegenwoordig niet meer het woord ‘blank’ voor huidskleur, vanwege de connotatie van superioriteit die het heeft. ‘Wit’ is gelijkwaardiger aan ‘zwart’.

Filosofen wijzen al een paar eeuwen op de samenhang tussen denken, taal en werkelijkheid. Gaan nieuwe manieren van spreken hand in hand met nieuwe manieren van denken? En hoe kleurt taal ons denken?

Deze vragen doen Thijs Lijster, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, denken aan een citaat van de Oostenrijkse denker Karl Kraus. “Hij heeft eens gezegd: ‘De taal is de moeder, niet de dienstmaagd van de gedachte.’ Dat is inderdaad zo: taal is geen neutraal instrument om onze gedachten over te brengen, maar juist bepalend voor die gedachten.

We denken continu in tegenstellingen

“Zo laat filosoof Hélène Cixous zien dat taal in het Westen binair is ingesteld: we denken continu in tegenstellingen. Bijvoorbeeld cultuur-natuur, subject-object, actief-passief en rede-emotie. Beide kanten zijn niet gelijk: de ene kant van de tegenstelling vinden we beter dan de andere kant en zien we als norm. Mensen die we als minderwaardig zien, krijgen de ‘mindere’ kant van de tegenstelling toebedeeld.

“Cixous wijst erop dat vrouwen vaak onterecht worden gezien als passief, emotioneel en object. Voor mensen van kleur geldt hetzelfde; zij zijn lange tijd letterlijk tot object gemaakt, en hebben te maken met racistische aannames die voortkomen uit dergelijke tegenstellingen, bijvoorbeeld dat ze minder intelligent zijn en dichter bij de natuur staan dan witte mensen. Onze woorden maken deel uit van een talig systeem dat een bepaalde machtsuitoefening uitdrukt en versterkt.”

“Taal zorgt er bovendien voor dat je de werkelijkheid op een bepaalde manier ziet”, reageert Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit. “Het gaat niet alleen om de waarde die je toedicht aan een onderscheid, maar ook om welke onderscheidingen je überhaupt maakt. Zo heeft taal een tegenstelling gecreëerd tussen witte mensen en mensen van kleur. Nu kun je zeggen: ‘Maar er zijn in de werkelijkheid toch ook verschillen in huidskleur?’ Dat is zo, maar waarom hebben we dit onderscheid tot een binair verschil verheven en de kleur van onze ogen of haarkleur niet?

Woorden zijn een soort handelingen

“Door verschillen tussen mensen aan te duiden met aparte talige categorieën, ga je die verschillen ook meer opmerken; ze vormen de concepten waarin je denkt. En die concepten hangen weer samen met allerlei associaties. Filosoof Judith Butler zegt daarom dat woorden niet alleen maar woorden zijn, maar dat ze betekenissen, categorieën, identiteiten, vrienden en vijanden creëren. Woorden zijn een soort handelingen: elke keer als je iets zegt doe je een ‘taaldaad’, die ervoor zorgt dat wij op een bepaalde manier naar de wereld kijken. Daarom is het van belang dat we bijvoorbeeld ‘tot slaaf gemaakt’ zeggen in plaats van ‘slaaf’ en dat we niet naar volwassen vrouwen verwijzen met ‘meisje’. Dat is kleinerend en houdt bestaande machtsstructuren in stand.”

Lijster: “Toch moeten we niet denken dat het veranderen van een woord ook de realiteit automatisch verandert. Met het kiezen van de juiste woorden los je een ongelijkheid nog niet op. Niet alleen de taal moet inclusief zijn, maar ook de instituties. Bij de discussie over niet-westerse Nederlanders komt dit duidelijk naar voren. Allerlei termen hebben al de revue gepasseerd: ‘gastarbeiders’, ‘streepjes-Nederlanders’, ‘allochtonen’, ‘migranten’. Het is zeker belangrijk om te zoeken naar een juiste term, maar als het onderwijs niet op orde is of er geen sociale huisvesting is, dan kom je er niet verder mee.”

Huijer: “Dat is waar, maar onderschat de kracht van woorden niet. Taal is een belangrijk instrument om de werkelijkheid te veranderen. Omdat taal samenhangt met macht, is het van belang om te kijken naar de betekenissen, normen en identiteiten die in taal zitten, en je af te vragen: is dat de wereld waarin ik wil leven? Of is het veel interessanter en eerlijker om ongelijke begrippen te vervangen door gelijkwaardige begrippen?”

Zwarte mensen vinden moeilijker een baan

Lijster: “Maar daarnaast moet je wel rekenschap afleggen van de bestaande ongelijkheden tussen mensen. Er zijn mensen die zeggen: ‘Ik maak geen onderscheid tussen zwart en wit, ik ben kleurenblind’. Een nobele uitspraak, maar wel eentje die pretendeert dat de ideale situatie al gerealiseerd is, terwijl dat niet zo is. Onderscheiden als zwart-wit moeten soms ook ingezet worden om ongelijkheden ongedaan te maken. Er is namelijk een reële werkelijkheid mee verbonden, waarin zwarte mensen bijvoorbeeld moeilijker een baan kunnen vinden. Het erkennen van die verschillen is dan, paradoxaal genoeg, de eerste stap in het ervoor zorgen dat ze geen rol van betekenis meer spelen.”

Huijer: “Beide kanten zijn van belang. Het is ook kwalijk als nieuwe termen worden afgeschreven omdat ze artificieel voelen, en mensen het idee hebben ‘dat ze tegenwoordig niets meer mogen zeggen, terwijl ze niet racistisch zijn’. Natuurlijk voelt taal veranderen even artificieel. Maar gelukkig is dat juist de bedoeling van taal: taal evolueert voortdurend, en taal leren is sowieso een kunstmatige ingreep. Juist omdat we als mensen het vermogen hebben om taal aan te passen aan hoe wij willen dat de wereld betekenis heeft, is het van belang om taal serieus te nemen. Als wij racistisch taalgebruik in de ban doen, en bij dat proces ruimte geven voor discussie, geven wij ruimte aan een nieuwe werkelijkheid.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden