Pastoor Titus (in blazer) en Pastoor Joe op straat in Schijndel. Beiden komen uit India. Beeld Otto Snoek
Pastoor Titus (in blazer) en Pastoor Joe op straat in Schijndel. Beiden komen uit India.Beeld Otto Snoek

ReportageRooms-katholieke kerk

De priester komt steeds vaker uit het buitenland. ‘In India wordt het geloof doorgegeven in de gezinnen, hier moeten wij dat doen’

Een op de vier katholieke priesters in ons land komt inmiddels uit het buitenland. Dat aantal neemt de komende jaren alleen maar toe, want ook de studenten van de Nederlandse priesteropleidingen komen steeds vaker van verre.

Stijn Fens en Maaike van Houten

Toen de Indiase priester Titus Amalray Santhanam zes jaar geleden door zijn bisschop gevraagd werd of hij er wat voor voelde om in Nederland het evangelie te gaan verkondigen, wist hij vrijwel niets over ons land, alleen dat er werd gehockeyd en gevoetbald. Koning Willem-Alexander kende hij niet, maar Arjen Robben wel.

Over de kerk in Nederland wist Titus ook maar weinig voordat hij hiernaartoe kwam. Nu is hij pastoor van maar liefst acht geloofsgemeenschappen tussen Maas en Waal, een klein stukje Gelderland dat bij het bisdom ’s- Hertogenbosch hoort. “In India wordt het geloof doorgegeven in de gezinnen. Hier moeten wij dat doen. We steken onze hand uit, maar krijgen vaak geen antwoord.”

Titus vertelt zijn verhaal in de pastorie van Schijndel, waar Joe Michael pastoor is. Ook hij komt uit India en serveert thee met koekjes. “Ik ben hier al sinds 2009”, vertelt Michael. ”Nooit heb ik gehoord dat de mensen in plaats van mij een Nederlandse priester wilden. Wel maakte ik mee dat kinderen een beetje bang van mij werden. Van mijn huidskleur of zo. Ze waren gewend dat een priester wit was.”

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Buitenlandse priesters en de Nederlandse gelovigen moeten dus aan elkaar wennen. Parochianen hebben soms moeite met het gebrekkige Nederlands van de priesters, die op hun beurt weer moeten wennen aan de mores in hun geloofsgemeenschap. Pastoor Joe: “Alles gaat hier op afspraak. Vergadering? Is goed. Dinsdag van half drie tot half vier. En geen minuut langer. In India loop je gewoon bij de mensen binnen.”

Rollen omgekeerd

Inmiddels komt een kwart van de actieve zielzorgers in de Nederlandse parochies uit het buitenland. Ze komen overal vandaan: uit Spanje, Italië, Polen, Colombia en opvallend vaak uit India. Daar hebben ze namelijk een overschot aan priesters. Gingen in de vorige eeuw duizenden Nederlandse missionarissen over zee het evangelie verkondigen, inmiddels zijn de rollen omgekeerd en brengen tientallen buitenlandse priesters als een soort omgekeerde missionarissen het geloof dat ze ooit van ons kregen hier aan de man. Maar, zegt pastoor Joe graag: “Katholiek is katholiek, of je nou in India woont of in Nederland. De harten van de mensen zijn overal hetzelfde.”

Er zijn bisdommen die een overeenkomst sluiten met een congregatie of orde om zo buitenlandse priesters te ‘importeren’. De Poolse priester Józef Okonek (48), nu werkzaam in de parochie Maria, Hertogin van Drenthe, had zijn opleiding aan een seminarie in het Poolse Poznan en zijn wijding al achter de rug toen hij in 2008 naar Nederland verhuisde.

In eerste instantie kwam hij hier om de Poolse gemeenschap te dienen, maar hij kreeg er op verzoek van bisschop Gerard de Korte in Den Bosch, al gauw een parochie bij. Sinds 2010 in Hoogeveen en omstreken en vanaf 2018 is hij pastoor in Zwartemeer, Klazienaveen, Emmer- en Barger-Compascuum.

Voor de parochielocatie in Zwartemeer was het de eerste keer dat ze een buitenlandse priester kreeg, en het toeval wilde dat vlak na hem nog een Poolse priester naar de parochie kwam. De parochianen hadden daar geen invloed op en dat hebben ze nergens: de bisdommen bepalen wie waar komt te werken, dit Poolse tweetal werd naar Drenthe gezonden.

Okonek heeft zijn contacten met zijn landgenoten gehouden. Op zondag reist hij afwisselend naar Groningen, het Friese Sint Nicolaasga en Ens in de Noordoostpolder, om daar de mis voor de Poolse gemeenschappen te verzorgen. De parochianen in Zwartemeer hebben weinig contact met hem op zondag, na de viering is hij snel weg, hij moet op tijd in Groningen zijn. Hun priester heeft het druk, zeggen ze na de ochtendmis een beetje gelaten.

Eigen seminarie

Het bisdom Roermond leidt zijn buitenlandse priesters zelf op. “Wij hebben op dit moment dertig priesterstudenten. Daarvan komen er twee uit Nederland. Maar ik moet zeggen dat die Nederlandse studenten inmiddels goed gewend zijn aan het leven hier met buitenlanders om zich heen”, zegt Lambert Hendriks, rector van het Grootseminarie Rolduc, de priesteropleiding van het bisdom Roermond die gevestigd is in een monumentale voormalige abdij.

Op verzoek geeft Hendriks een rondleiding door het seminarie. We lopen langs een fotowand met daarop de klassenfoto’s door de jaren heen. “Kijk, dat ben ik”, zegt hij en wijst op een jongere versie van zichzelf uit 1998. Terwijl de jaren opklimmen, zie je op de enigszins statige foto’s het aantal buitenlandse studenten toenemen en het aantal Nederlandse studenten afnemen. “Waarom wij buitenlandse priesters opleiden? Er zijn simpelweg te weinig Limburgse jongens die priester willen worden. Dat zal nog wel een tijd zo blijven. En we zijn nu eenmaal een sacramenten-kerk en voor sacramenten heb je priesters nodig. We hebben hier studenten met zo’n veertien nationaliteiten. Waar ze ook vandaan komen, we leiden ze op tot Limburgse priesters.”

null Beeld

De vorige bisschop van Roermond, Frans Wiertz, vroeg aan een aantal Indiase bisschoppen of priesterkandidaten uit hun bisdom niet een tijdje in Limburg zouden kunnen komen werken. “Wij zouden dan hun opleiding betalen. En zo is het gegaan. De studenten worden in India gewijd voor hun eigen bisdom en aan ons uitgeleend.”

Voertaal Nederlands

Daarnaast telt het bisdom Roermond ook een aantal studenten van de Neocatechumenale weg, een in Nederlandse ogen nogal behoudende beweging in de katholieke kerk. Die komen vooral uit Spanje en Zuid-Amerika. “Zodra buitenlandse studenten hier komen, beginnen ze gelijk met een taalcursus. De voertaal op het seminarie is Nederlands. Als ze in een parochie gaan stagelopen, spreken ze onze taal vaak al redelijk. Dat geeft deze studenten een groot voordeel op reeds gewijde priesters die hierheen komen en eigenlijk meteen al op achterstand staan. ”, aldus Hendriks.

Ook pastoor Joe had lange tijd moeite met het Nederlands. “Ik kende aanvankelijk maar vier woorden: goed, lekker, mooi en ja. Ik was hier nog maar drie maanden pastoor en toen vertelde een vrouw aan mij dat haar man nog niet zo lang geleden was overleden en dat ze eraan moest wennen dat hij er niet meer was. Ik zei alleen maar: ‘Mooi!’ Dat was niet zo handig.” Inmiddels spreekt pastoor Joe vloeiend Nederlands en ook zijn collega Titus maakt vorderingen. “Ik heb de taal echt in het pastoraat geleerd. Via huisbezoek. En ik leer nog steeds. Als ik twijfel over een woord vraag ik het gewoon aan de mensen, ook in de mis.”

Volgens kerkhistoricus Paul van Geest is niet alleen de taal een probleem. “De Nederlandse katholieken ontwikkelden in de zeventiger jaren van de vorige eeuw wel heel voortvarend hun eigen liturgische liederen en gezangen, die minder goed aansluiten bij wat er in de Romeinse eucharistische gebeden wordt herinnerd: het leven, lijden en het offer van Christus. Dan komt er een priester die goed gevormd is en die de officieel goedgekeurde teksten als uitgangspunt neemt in de mis. Dat levert spanning op. Als dan ook de preek slecht te verstaan is, krijg je wrijvingen. Al zie ik het ook vaak goed gaan. Maar sommige problemen zie je ook bij jonge Nederlandse priesters. Die zijn vaak ook traditioneel in de leer.”

Inburgeringscursus voor buitenlandse priesters

Om de kennismaking met de Nederlandse cultuur te vergemakkelijken, organiseert het bisdom ’s-Hertogenbosch een heuse inburgeringscursus voor buitenlandse priesters. Pastoor Joe coördineert die cursus. “Ikzelf heb ook moeten wennen aan jullie land. Homoseksualiteit bijvoorbeeld vond ik aanvankelijk een moeilijk onderwerp. Maar langzaamaan werd dat minder. Ik ben gewoon een Brabander geworden. Als een homopaar mij om de zegen vraagt, zou ik dat zeker doen. Inzegenen is iets anders. Maar een zegen geven kan altijd.” Pastoor Titus knikt: “Ik zou hetzelfde doen”.

Pastoor Joe wil niet meer uit Nederland weg, hij heeft zich zelfs laten naturaliseren. Ook Pastoor Titus wil graag in ons land blijven. “Elke week videobel ik met India.” Als het interview erop zit, gaan de twee Indiase priesters samen koken. Iets met kip. Daarna gaan ze voetbal kijken. Nederland speelt die avond tegen Noorwegen en kan zich kwalificeren voor het WK. Pastoor Titus. “We moeten wel winnen, hè!”

Buitenlandse priesters

Als je in Nederland naar een rooms-katholieke parochie belt en naar de pastoor of de kapelaan vraagt, is de kans steeds groter dat je iemand uit het buitenland aan de lijn krijgt. Nederland telt op dit moment 558 priesters met een benoeming in een parochie. Daarvan komen er 140 uit het buitenland. Dat is één op de vier.

Koploper is verhoudingsgewijs het bisdom Haarlem-Amsterdam met 36 zielzorgers uit het buitenland op een totaal van 85 actieve priesters (42 procent). In het bisdom Roermond komen van de 165 actieve priesters er 37 uit het buitenland (22 procent).

Het kan niet anders of dit aantal gaat de komende jaren aanmerkelijk stijgen, want van de priesterstudenten in Limburg komt het overgrote deel niet uit het eigen bisdom. Van de dertig jonge mannen die een opleiding tot priesters volgen aan het Grootseminarie Rolduc komen er maar twee uit Nederland.

Samen met Haarlem-Amsterdam (16 seminaristen, van wie 11 uit het buitenland), zorgt het bisdom Roermond ervoor dat inmiddels ruim de helft van priesterstudenten in ons land van buiten de landsgrenzen komt: 39 op 59 studenten in het totaal.

De overige bisdommen hebben alleen priesterstudenten uit Nederland. Het bisdom Breda heeft geen priesterstudenten.

Lees ook:

De katholieke kerk wil nabij zijn, en dat kan niet meer

De grote kracht van de rooms-katholieke kerk in Nederland is lange tijd haar nabijheid geweest. De kerk was overal, zeker onder de grote rivieren, in elk dorp, in elke wijk. Maar met de ontkerkelijking van de voorbije decennia is die kracht tegelijkertijd de zwakte van de kerk gebleken. Het is een molensteen geworden.

Lees meer verhalen over de staat van katholiek Nederland op trouw.nl/destaatvankatholieknederland.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden