Beeld Trouw

ColumnEva Meijer

De povere werkelijkheid van economisch meten

Terwijl het coronavirus onze levens inkruipt, is in het dorp waar de honden en ik sinds kort wonen de paddentrek begonnen. Op een natte avond zaten ze ineens roerloos op stoepen en straten. Er is hier geen paddenwerkgroep en weinig kennis over de padden, laat staan dat er maatregelen getroffen worden. Ik breng er zoveel mogelijk naar de overkant, toch liggen er elke ochtend lijkjes op de weg. De auto’s rijden door.

De Franse filosoof Michel Foucault schrijft dat kennis en macht verstrengeld zijn: de kennis die we hebben is gevormd door machtsrelaties en versterkt die macht weer. In onze tijd draait kennis voor een groot deel om nut, waarmee economisch nut bedoeld wordt – dat volgt uit een ideologie die mensen als consumenten ziet. Een kenmerk van macht in de moderne tijd is ook dat mensen die internaliseren, schrijft Foucault, en dat gaat vaak onbewust. Onder invloed van instellingen – zoals scholen en ziekenhuizen, die mensen monitoren en beïnvloeden – gaan we ons op een bepaalde manier gedragen. We passen ons aan aan de norm zonder dat we het opmerken.

Cursusevaluaties

Op de universiteit waar ik werk, was afgelopen week een discussie over cursusevaluaties. Aan het eind van elk vak krijgen studenten vragen over de inhoud van dat vak en het functioneren van de docent. In de afgelopen jaren is de functie van deze evaluaties veranderd: van een middel om de docent feedback te geven, zijn ze een indicator van haar of zijn kwaliteit geworden. Ze tellen mee bij functioneringsgesprekken, maar bijvoorbeeld ook bij sollicitaties.

Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat ze daar niet geschikt voor zijn. Als je de studenten chocoladekoekjes geeft, valt de evaluatie hoger uit. Op zonnige dagen zijn studenten eerder geneigd tevreden te zijn dan op regenachtige. Studenten zijn niet in staat om de deskundigheid van de docent of van wat ze geleerd hebben te beoordelen. Vrouwelijke docenten worden standaard slechter beoordeeld dan mannelijke docenten van hetzelfde niveau, en anders beschreven. Op de website Ratemyprofessor.com worden woorden als ‘genie’ en ‘slim’ bijvoorbeeld vooral voor mannen gebruikt; bij vrouwen gaat het er vooral over of ze hulpvaardig, aardig en goed georganiseerd zijn. Niet-witte docenten worden overigens ook structureel slechter beoordeeld.

Ongemak en moeite

Toch worden studentenevaluaties steeds serieuzer genomen. Studenten worden als klanten beschouwd, de universiteit als bedrijf: als de klant tevreden is, is het goed. Terwijl zeker in de filosofie ongemak en moeite belangrijker zijn dan tevredenheid – kritisch denken leidt over het algemeen helemaal niet tot tevredenheid, en hoewel ataraxia (gemoedsrust of onverstoorbaarheid) volgens veel antieke denkers het doel van filosofie is, begin je daar niet mee.

De politieke partijen die ons land regeren, zien burgers ook graag als consumenten. Dat zien we bijvoorbeeld terug in de aanpak van het coronavirus, die voor een groot deel gericht lijkt op het draaiend houden van de economie. Wat we meten, en dus wat we weten, staat daar in dienst van. Maar waarde economisch meten levert een povere werkelijkheid op. Voor burgers, voor studenten en voor padden, die ook maar proberen er het beste van te maken.

Eva Meijer (1980) is filosoof, schrijver en singer-songwriter. Ze promoveerde op de politieke stem van het dier en in 2011 debuteerde ze met de roman ‘Het schuwste dier’. Voor Trouw schrijft ze tweewekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden