Column

De Nederlandse wet op genmodificatie moet vooral streng blijven

Leonie Breebaart Beeld Maartje Geels

Vindt u het naar dat kippesnaveltjes worden weggebrand, omdat de dieren elkaar anders doodpikken? Daar is iets aan te doen, zo lazen we onlangs in deze krant.

Het Nederlandse bedrijf Hendrix Genetics - jaaromzet 550 miljoen euro - fokt kippen die zulk gedrag veel minder vertonen. Een tijdrovend karwei is dat wel, want door die éne gewenste eigenschap ‘in te fokken’, krijg je er soms weer andere ongunstige bij, zoals minder productiviteit. “Het is zoeken naar een optimum”, vertelde Johan van Arendonk, Chief Innovation & Technology Officer.

Fokken en verbeteren, het is een vak dat al eeuwen bestaat. Zolang wij mensen dieren houden, selecteren we op eigenschappen die onze koeien, paarden, honden en vissen sterker, makker, schattiger en vleziger maken. En tegenwoordig worden er ook nog eens revolutionaire nieuwe verbetertechnieken ontwikkeld. Van Arendonk gebruikt ze nog niet, wegens de strenge Nederlandse wet op genmodificatie. 

In principe is daarmee mogelijk nóg meer dierenleed te voorkomen. Neem de praktijk dat ‘nutteloze’ babyhaantjes meteen na geboorte vernietigd worden. Genmodificatie kan ervoor zorgen dat de kip geen haantjes meer legt. Ethisch probleem opgelost.

Catalogus

Toch is het goed dat de Nederlandse wet dat tegenhoudt. Niet alleen omdat de biologische gevolgen van gentechnologie niet helemaal te overzien zijn, zoals Van Arendonk toegeeft, maar ook omdat een commercieel bedrijf als het zijne het belang van het dier alleen maar overweegt als de klant daarom vraagt. 

Als de klant een keurmerkkalkoen beter verkocht krijgt, dan maakt Hendrix Genetics een keurmerkkalkoen, maar als de klant een razendsnel groeiende zalm wil hebben, dan werkt het bedrijf daaraan even bereidwillig mee. “Je mag ons vergelijken met een autofabrikant. We hebben een catalogus met modellen.”

Tekenend leek me het lot van de zeug, die dankzij slimme foktechnieken, ik had daar nooit zo bij stilgestaan, almaar meer tepels op haar buik heeft gekregen en meer biggetjes kan werpen. Technisch gesproken zou Van Arendonk nu al zeugen kunnen afleveren die 35 biggen werpen, vertelde hij. Alleen zou het ‘sterftepercentage’ onder biggen dan ook hoger uitvallen. Dus dat model zou hij niet zo snel leveren. 

Dat zo’n dier de catalogus niet gaat halen, lijkt meer ingegeven door economische motieven, dan door de vraag wat je aan productie van een zoogdier mag verwachten. Vijf-en-dértig slobberende biggen!

Biggenmachine

Dát er een grens kan zijn aan het fokken van nóg ‘gewenstere’ modellen, lijkt voor commerciële bedrijven als Hendrix Genetics nu al nauwelijks het overdenken waard. Behalve als biggen van ellende doodgaan - wat een kostenpost is. Of als de wet er een uitdrukkelijke grens aan stelt. 

Mij lijkt dat een bedrijf als Hendrix Genetics nú al een dierethicus aan het bureau zou moeten hebben om de fokkers eraan te herinneren dat een auto iets anders is dan een dier. “Helaas, in het belang van het varken kunnen we dit model niet leveren. Een varken is meer dan een biggenmachine.”

De wetgeving op modificatie moet streng blijven. Sterker: de regels voor gewone fokbedrijven mogen nog wel strenger.

Wat is daar nou erg aan? Leonie Breebaart onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze. Breebaart is filosoof en redacteur van Trouw. Haar andere columns leest u hier

Lees ook:

Doe-het-zelven met je DNA

Met een spoedcursus moleculaire biologie en wat hulp van internet kun je een poging wagen zelf je genen te veranderen. Twee Amerikanen nemen het voortouw bedachten hun eigen gentherapie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden