null

Moskeeën

De Nederlandse moskee verandert enorm. ‘Vrouwen eisen hun plek op’

Beeld Hedy Tjin

In moskeeën volgen de veranderingen elkaar snel op. Onderzoekers Ineke Roex en Najib Tuzani beschreven de belangrijkste ontwikkelingen. Ze delen vijf observaties.

Wat verandert er zoal in Nederlandse moskeeën? Die voor de hand liggende maar weinig gestelde vraag staat centraal in het onderzoek dat antropoloog Ineke Roex en theologisch deskundige Najib Tuzani deden in opdracht van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Veel, zo luidt het antwoord, nadat ze twee jaar gesprekken voerden in en om zes gebedshuizen. Zoveel, dat het woord ‘gebedshuis’ de lading niet meer dekt. Bidden is allang niet meer het enige dat in de moskee gebeurt.

In het rapport ‘Moskeeën in verandering’ van onderzoeksbureau Nuance door Training en Advies is te lezen hoe moskee­bestuurders de ontwikkelingen soms amper kunnen bijbenen. Ze hebben niet alleen te maken met extremisme binnen de eigen gelederen, maar ook met de onveiligheid die radicalisering bij extreemrechts met zich meebrengt. En al werken moskeeën dankzij die kwesties meer samen met de overheid, het gaat vaak mis in het contact, door argwaan en onbegrip.

Het tekort aan Nederlands sprekende imams wordt alsmaar sterker gevoeld

Nu er een generatie moslims groot is geworden die het Arabisch, Riffijns of Turks niet meer zo goed machtig zijn, wordt de nood aan imams die de Nederlandse taal spreken steeds groter. Maar het gaat ook om een gerichtheid op Nederland, zegt Roex. “Jongeren zitten met vragen die specifiek gaan over de Nederlandse context, en waar een imam die in Marokko is opgegroeid niet mee bezig is. Ze willen niet alleen maar leren om de Koran te reciteren, of het Arabisch te begrijpen. Maar ze zijn bezig met theologisch-maatschappelijke kwesties. Bijvoorbeeld: hoe moet ik ermee omgaan als ik niet geaccepteerd word door mijn werkgever? In hoeverre kan ik het religieuze gebed uitstellen vanwege werk of school? Kan ik als jongen een studieproject draaien met een meisje? Op zulke vragen kan een les Arabisch geen antwoord geven. Dat wil niet zeggen dat Arabisch niet relevant is voor jongeren. Maar ze hebben meer nodig.”

Tuzani: “Het is niet zo dat ze nu geen idee hebben wat te doen. Die moslimjongeren die redden zich wel. Als ze vinden dat het onderwijs in moskeeën niet geschikt is, dan ontplooien ze eigen initiatieven buiten de moskee.”

Roex: “Er zit ook een kloof tussen wat er allemaal niet van een imam wordt verwacht, en hoe hij feitelijk wordt gewaardeerd, qua arbeidsvoorwaarden.”

Jongeren en vrouwen eisen hun plek op in de moskee

Van oudsher was de moskee vooral een plek voor mannen. Maar dat is al jaren langzaamaan aan het veranderen, zegt Roex. “Hoeveel generaties zijn we intussen niet verder? In moskeebesturen zijn het nog voornamelijk de oudere mannen die aan het roer zitten. Dat zorgt voor clashes. Jongeren zijn helemaal niet bezig met wat er in het herkomstland speelt. Die weten bijvoorbeeld niet eens dat er spanningen zijn die teruggaan tot stammenconflicten. Ook de komst van Syrische vluchtelingen speelt een rol, en andere etnische groepen die zich binnen moskeeën meer laten horen.”

Tuzani: “Ook vrouwen eisen steeds vaker hun plek op, zij voelen zich ook onderdeel van de gemeenschap en willen meer activiteiten organiseren. Net als bij jongeren zie je: als dat niet lukt langs de gebaande paden, dan gaan ze zichzelf organiseren. Moskeeën zijn hier echt iets anders aan het worden dan in Marokko en Turkije. In herkomstlanden zijn moskeeën vrij letterlijk gebedshuizen – meer dan bidden is er niet te doen. Hier wil men aan maatschappelijke activiteiten kunnen doen zoals huiswerkbegeleiding, en is er vraag naar allerlei vormen van religieus onderwijs.”

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

Roex: “Die verbreding van de functie van de moskee zet druk op de financiën. Helemaal als de financiering uit het buitenland wordt gestopt. Daar kunnen ook spanningen door ontstaan als de financiering vervolgens niet van de grond komt. Of dat er wel geld is, maar het niet besteed wordt zoals de donateurs hadden gewild. Dan heeft de oudere generatie bijvoorbeeld al tientallen jaren geld en juwelen ingeleverd voor een verbouwing van de moskee, maar gebeurt er niks. En dan komen er plots jongeren, die, zo klinkt het dan, nog weinig hebben bijgedragen, maar die het aanwezige geld liever besteden aan religieus onderwijs.”

Salafismenetwerk splijt vanwege theologische onenigheid

Het oude salafistische netwerk is aan het versplinteren, omdat er ‘hevige interne debatten’ gaande zijn binnen deze gemeenschappen. Die gaan over opvattingen als stemmen bij verkiezingen en de omgang met andersdenkenden. Roex: “Zo zie je bijvoorbeeld dat de ene prediker oproept om te gaan stemmen en dat inmiddels als een plicht beschouwt, terwijl de ander vindt dat je daarmee uit het geloof treedt. Binnen het salafisme zijn twee tendensen waar te nemen: een stroming die meer afzijdig blijft, en een stroming die meer aansluiting zoekt bij de rest van de maatschappij, en minder dan voorheen bezig is met het verketteren van anderen.”

Tuzani: “Onder meer door toenemende anti-islam-uitingen heeft men een gezamenlijk doel. Daardoor zie je ook meer theologisch overstijgende samenwerkingen. Je ziet orthodoxe moskeeën en salafistische moskeeën nu soms samen optrekken. En ook binnen een moskee kan er trouwens een mix zijn van deze invloeden. Dan is het moskeebestuur bijvoorbeeld orthodox islamitisch, en wordt het onderwijs georganiseerd door salafistische jongeren. Voor buitenstaanders is het niet altijd duidelijk dat een moskee intern zo divers of verdeeld kan zijn. Horen ze verschillende geluiden uit één moskee, dan wordt dat al snel als dubbelhartigheid gezien.”

Roex: “Door interne machtsverhoudingen kan de salafistische invloed in een moskee ook zo weer verdwijnen. Het is een komen en gaan. Je hoort in de media en politiek weleens dat het salafisme toeneemt, maar dat hebben we niet kunnen vaststellen. Wat we wel weten: het salafisme blijft een factor van belang. Tenslotte zijn ze vaak beter georganiseerd dan de andere moskeeën.”

Tuzani: “Ze hebben een goede voorsprong. Als je je wilt verdiepen in de islam, kom je redelijk snel uit op salafistische literatuur. Helemaal online.”

Roex: “Zij waren tientallen jaren geleden een van de eersten die islamitische teksten in het Nederlands gingen vertalen, en dus ook vragen van Nederlandse moslimjongeren gingen beantwoorden. Maar ook qua financiering zijn ze in het voordeel, omdat er vanuit de Golfstaten aan hen werd gedoneerd. Het salafisme gedijt ook bij een gebrek aan alternatief. Bij moskeeën die niet in staat zijn om jongeren te bedienen, ontstaat er een vacuüm waar gastsprekers met salafistische signatuur in springen.”

Tuzani: “Maar je ziet ook dat mensen een tijdje een voorliefde hebben voor salafistische lectuur, en zich vervolgens weer in andere dingen gaan verdiepen. Salafisme is vaak een fase.”

Bij gemeenten heerst verwarring over salafisme en radicalisering

Over begrippen als salafisme en radicalisering heerst grote verwarring, zeker op gemeentelijk niveau, merken de onderzoekers. Ze kwamen bijvoorbeeld een politieagent tegen die een moskee ‘salafistisch’ noemt, als hij ziet dat vrouwen en mannen apart bidden, en mensen donkere kleding dragen. Roex: “Hij vertaalt een hele normale gang van zaken in een moskee als salafisme, en begint over de zorg dat men er aan het radicaliseren is, en ‘we dat maar goed in de gaten moeten houden’. Er gebeuren wat dit betreft hele rare dingen. Het helpt ook niet dat binnen de islamitische gemeenschappen niet iedereen doorheeft wat een salafistisch profiel beketent. Je hoort vooral ouderen zeggen: ik volg ook de salaf, de eerste generaties volgelingen van de Profeet, dus wat is het probleem eigenlijk? Het komt voor dat een moskeebestuur zulke theologische diepgang ook mist. Dan hebben ze niet eens door dat een gastprediker een salafistische of controversiële achtergrond heeft. Ze zijn blij dat zo iemand Nederlands spreekt, maar hebben geen idee wie ze uitnodigen.”

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

Tuzani: “Als het gaat om de verwarring die heerst over salafisme, dan heeft de overheid een hele dikke vinger in de pap gehad. Ga maar eens kijken hoe vaak die term van definitie is veranderd in overheidspublicaties – bij wijze van spreken vier of vijf keer. Ik vind het niet zo raar dat er onbegrip en onwetendheid is bij burgers. Van de overheid mag je meer verwachten: er wordt namelijk beleid op geschreven en dat heeft gevolgen voor burgers. Het lijkt alsof de overheid soms met zichzelf in de rats zit. Dan krijgt een moskee van het ene departement te horen dat er geen probleem is, en gaat het andere departement wel moeilijk doen.” Roex: “Dit zet de relatie tussen de overheid en moskeeën natuurlijk onder druk.”

Moskeeën en de overheid werken vaker samen, maar dit loopt vaak mis

Onder druk van extreemrechtse acties voelen moslims in Nederland zich onveiliger, en zoeken moskeebestuurders contact met de overheid. Zodoende is er meer samenwerking dan voorheen. Maar die relaties zijn omgeven door argwaan, teleurstelling en onwetendheid, stellen de onderzoekers vast.

Roex: “Na de aanslagen in Christchurch in Nieuw-Zeeland zijn heel wat moskeeën met de gemeente in gesprek gegaan. Maar dan krijgen ze daar vragen als: ‘Jullie gaan toch geen radicale predikers uitnodigen? Of hebben jullie soms problemen met jongeren?’”

Tuzani: “Moskeeën en de overheid zitten met heel andere zorgen. Van beide kanten zijn de vertrekpunten begrijpelijk. Maar hier kan dus wat onnodige ruis en polarisering voorkomen worden.”

Roex: “Zulke ervaringen kunnen een moskee heel argwanend naar de overheid maken. De moskee gelooft niet dat de ambtenaar het achterste van zijn tong laat zien. En andersom is dat ook vaak zo.”

Tuzani: “Wat meespeelt, is dat niet alle moskeebestuurders even goed weten hoe de overheid werkt. Dat er een verschil is tussen landelijke en lokale overheid bijvoorbeeld, of tussen politici en ambtenaren, is hen niet altijd bekend. Als bestuurders dan verschillende geluiden horen, vragen ze zich vervolgens af: hoe betrouwbaar is de overheid eigenlijk?”

Roex: “Een veelgehoord geluid in moskeeën is ook dat de overheid extreemrechts gevaar wel noemt, maar slechts voor de vorm, en dat er niets gebeurt. Dit alles leidt tot een soort fatalisme. Zelfs bij moskeeën die altijd heel welwillend zijn geweest, kom je die houding nu tegen. Soms leidt het ertoe dat moskeeën zich geheel afsluiten, en in de buurt niets meer aan samenwerking willen doen.”

Tuzani: “Ja. Als je zo hoort wat er afkomt op moskeebestuurders begrijp je misschien wel: ze zijn moe.”

Lees ook:

Het mag, wat de overheid doet om de rechtsstaat te beschermen. Maar is het wenselijk?

‘Anti-democratisch’ of ‘slecht voor de sociale cohesie’ zijn de nogal vage oordelen waarmee de overheid haar ingrijpen bij het Cornelius Haga Lyceum legitimeert. Of waarmee ze islamitische figuren aanpakt. Zo ondermijnt de overheid de rechtsstaat die ze zegt te beschermen, menen critici.

Wie spreekt er namens de moskeeën?

De overheid zoekt vaker contact met de islamitische gemeenschap. Maar wie praat er namens moslims met de overheid? En zijn dat wel de aangewezen figuren?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden