Kerkorde

De Nederlandse jezuïetenorde in vijftig voorwerpen

De zilveren penning van de opheffing van de jezuïtenorde uit 1773.

De orde der jezuïeten blijft krimpen in Nederland. Hun laatste Nederlandse archivaris, Paul Begheyn SJ, schreef als afscheid van die functie een geschiedenis van de Nederlandse orde in vijftig voorwerpen.

Tegenwoordig weten de meeste mensen niets meer over de jezuïeten”, zegt hun laatste archivaris Paul Begheyn SJ melancholisch. Terwijl de huidige paus een jezuïet is en de katholieke orde een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het Nederlandse onderwijs. Veel notabelen, zoals oud-premier Ruud Lubbers en D66-oprichter Hans van Mierlo, werden opgeleid aan een jezuïetencollege.

Begheyn schreef het boek ‘De Nederlandse jezuïeten: een geschiedenis in 50 voorwerpen’, waarin hij vertelt over de 500-jarige geschiedenis van de orde in Nederland. De aanleiding voor het boek is een trieste: het einde van het archief van de katholieke orde in Nederland. Dat verhuisde in 2016 van Nijmegen naar Leuven, en werd samengevoegd met de Vlaamse en de Waalse archieven. Begheyn vond dat hij deze periode goed moest afsluiten.

Het idee van een geschiedenis in voorwerpen kreeg hij door ‘A History of the World in 100 Objects’ van de Britse kunsthistoricus Neil MacGregor. “Een boek schrijven over 500 jaar geschiedenis, dat lukt niet zomaar. Dit was uiteindelijk de enige optie. In afzonderlijke hoofdstukjes vertel ik aan de hand van een voorwerp een grotere geschiedenis.”

Catechismus van Petrus Canisius (1555)

Het verhaal begint bij de eerste Nederlandse jezuïet: Petrus Canisius (1521-1597). Geboren als Peter Kanis in Nijmegen trok deze naar Keulen om filosofie en theologie te studeren. In Duitsland kwam hij in aanraking met de jezuïeten. “Canisius hoorde dat er iemand rondreisde van een nieuwe religieuze beweging. Dat was Pierre Favre, een van de eerste jezuïeten”, vertelt Begheyn. “Daarop ging Canisius onmiddellijk naar Mainz om geestelijke oefeningen te doen bij Favre. Op zijn 22ste verjaardag trad hij in.”

In 1555 kwam Petrus Canisius met een ‘internationale bestseller’, de catechismus ‘Summa Doctrinae Christianae’. “Dat was een buitengewoon populair boekje, dat over de hele wereld werd gebruikt en ik weet niet in hoeveel talen vertaald”, zegt Begheyn.“Canisius probeerde om op een positieve manier het katholieke geloof te verwoorden en te verdedigen, zonder daarmee iedereen te verketteren die het niet met hem eens was. Oecumene avant la lettre dus.”

Schrijven was niet het enige waar Canisius zich mee bezighield, vervolgt Begheyn. “Vooral in Centraal-Europa heeft hij colleges en universiteiten gesticht. Op een blauwe maandag was hij nog bisschop van Wenen, maar dat wilde hij eigenlijk helemaal niet.” Canisius stierf in 1597 in het Zwitserse Fribourg. In 1864 werd hij door de paus zalig, en in 1925 heilig en tot kerkleraar verklaard.

Zilveren penning van de opheffing van de jezuïetenorde (1773)

De jezuïeten zijn niet altijd even populair geweest; in Nederland herinneren de termen ‘jezuïetenmoraal’ en ‘jezuïetenstreek’ daaraan. Die impopulariteit leidde tot vele tijdelijke verbanningen van de orde: in 1594 uit Frankrijk, in 1758 uit de Nederlandse Republiek en in 1773 werd de orde zelfs wereldwijd opgeheven door paus Clemens XIV.

“Veel vorsten vonden dat de jezuïeten teveel macht hadden en zetten de paus onder druk: als hij de orde niet zou opheffen zou hij het heel moeilijk krijgen”, verklaart Begheyn. “Hij was zo laf om daar gehoor aan te geven. Van de ene op de andere dag bestonden we niet meer.”

Begheyn kan er nog steeds kwaad om worden. “We zijn toen alles kwijtgeraakt: colleges, universiteiten, kunstvoorwerpen, bibliotheken. Musea in Oostenrijk bezitten daardoor nu de prachtigste schilderijen en bibliotheken in Parijs en Brussel de mooiste bibliotheekstukken.”

In Rusland kon een klein groepje de orde voortzetten. “De tsarina Catharina II had niets tegen de jezuïeten, maar wel iets tegen de paus”, aldus Begheyn. “Ze zei: ‘Ze blijven hier, ze doen goed werk.’”

Het was uiteindelijk een Nederlander die er mede verantwoordelijk voor was dat de orde weer in ere werd hersteld. Jan Philip Roothaan, uit de Jordaan, stapte op een schip en klopte in Rusland aan bij de jezuïeten. Hij werd uiteindelijk generaal-overste en onder zijn leiding werd de orde door paus Pius VII in 1814 weer toegestaan.

Gedenkpenningen van het Tweede Vaticaans Concilie (1963) en De Nieuwe Katechismus (1966)

In 1962 riep paus Johannes XXIII het Tweede Vaticaans Concilie bijeen. Bisschoppen en kardinalen zouden drie jaar lang in gesprek gaan om de katholieke kerk weer bij de tijd te brengen. “In Nederland was het Concilie geliefd”, zegt Begheyn. “In het hele land ontstonden er gespreksgroepen over allerlei onderwerpen. Dat was fantastisch.”

Het was ook tijd voor een modernere catechismus, vonden de Nederlandse bisschoppen. De jezuïet Willem Bless kreeg hiervoor de leiding, en in 1966 kwam ‘De nieuwe katechismus’ uit. Begheyn: “Het bracht het geloof op een eigentijdse manier onder woorden. Het was enorm gewild, ik weet niet hoeveel duizenden exemplaren er werden verkocht. Maar andere katholieken beklaagden zich bij het Vaticaan, die vonden het ketterij. Een drama, maar ondertussen werd het vertaald tot het Chinees en Japans aan toe.”

Als compromis met het Vaticaan werd besloten een bijlage bij de tekst te voegen met correcties. “In Rome miste men bepaalde formuleringen en klassieke theologische opvattingen. Het Vaticaan heeft altijd bepaald wat orthodox is en wat niet. Als je dan een plaatselijke kerkprovincie zoiets laat uitgeven, dan krijg je een machtsstrijd.”

Zulke teleurstellingen over het achterblijven van moderniseringen in de kerk hadden ook hun gevolg op de jezuïeten. Vele Nederlandse leden traden uit tijdens de jaren ’60 en ’70. “Zij hadden gehoopt dat bij het concilie allerlei dingen mogelijk zouden worden, zoals gehuwde priesters en de modernisering van de liturgie.” Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk lieddichter Huub Oosterhuis, die uittrad omdat hij niet mocht trouwen.

De toekomst van de jezuïeten

Ondanks de teruglopende aantallen jezuïeten in Nederland, ziet Begheyn de toekomst van de orde niet somber in. Ze bloeit in de voormalige missiegebieden, zoals in Azië en Zuid-Amerika.

“Het verhaal gaat door. Er komen nog vele jezuïeten bij, op alle mogelijke plekken. Die hebben andere inzichten dan hun voorgangers twee generaties daarvoor. Maar het zou gek zijn als dat niet zo was.”

De Sociëteit van Jezus

De Sociëteit van Jezus, ook bekend als de orde van de jezuïeten, werd in 1534 opgericht door een groep studenten rondom de Bask Ignatius van Loyola. Sindsdien worden jezuïeten aangespoord om de wereld in te gaan in plaats van zich te bezinnen op een spiritueel leven in een klooster. Tegenwoordig vormen ze de grootste van de mannelijke katholieke orden, met ruim 16.000 leden wereldwijd. In Nederland waren dat er in 2016 nog maar 80, terwijl dat een paar decennia eerder nog honderden waren.

Lees ook:

Jezuïeten betreuren de Reformatie nog

In de zoektocht naar de sporen van de Reformatie kan de katholieke reactie niet ontbreken. In Spanje sloeg de boodschap van de Reformatie nooit aan. Dankzij de Jezuïeten. Deel 6 van een serie.

Wat is de orde van de jezuïeten eigenlijk?

De Sociëteit van Jezus (jezuïeten), waartoe de nieuwe paus behoort, is met ongeveer 19.000 leden de grootste religieuze orde in de Rooms-Katholieke Kerk. Hoewel de generaal-overste van de orde wel eens de zwarte paus wordt genoemd, heeft de orde nog nooit een paus voortgebracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden