InterviewLorraine Datson

De natuur het nastreven waard? ‘Nee, dat is een denkfout’

Beeld Jean-Pierre Jans

Wij mensen, betoogt wetenschapshistorica Lorraine Daston, menen normen en waarden te kunnen afleiden uit de manier waarop de natuur zich gedraagt. Wat afwijkt, geldt als onnatuurlijk en vaak als fout. Het is een hardnekkige denkfout, zegt Daston.

Is homoseksualiteit onnatuurlijk? Als je het aan ex-paus Benedictus XVI vraagt wel. Homoseksuelen ‘ontkennen hun natuur’, zei hij tijdens zijn kersttoespraak in 2012. Het behoort “tot het wezen van het mens-zijn dat we als man en vrouw geschapen zijn door God”. Maar als je het aan biologen vraagt is homoseksualiteit helemaal niet zo onnatuurlijk. Allerlei diersoorten, van apen tot vogels, van reptielen tot insecten, vertonen vormen van homoseksueel paringsgedrag, genegenheid en ouderschap.

De Amerikaanse wetenschapshistorica Lorraine Daston vraagt zich af waarom we de natuur als scheidsrechter gebruiken in zulke debatten. In haar onlangs verschenen essay ‘Tegen de natuur in’ toont ze aan dat we de natuur al eeuwen zien als nastrevenswaardig. De natuur gedraagt zich volgens een bepaald stramien: wat daar van afwijkt wordt als onnatuurlijk en vaak ook als fout gezien.

Een natuurlijke drogreden

“Herinner je je nog de verschrikkelijke hittegolf afgelopen zomer?” zegt Daston. “Mensen zeiden toen, ‘dit gaat tegen de natuur in, het is onnatuurlijk’. Ze bedoelen daarmee niet alleen dat zoiets niet vaak gebeurt, maar ook dat het niet zou mógen gebeuren.”

Lorraine Datson (1951) studeerde wetenschapsgeschiedenis aan de universiteit van Harvard, en filosofie in Cambridge. Ze is directeur emerita van het Max-Planck instituut voor wetenschapsgeschiedenis in Berlijn en is als gasthoogleraar verbonden aan de Universiteit van Chicago. Eerder verschenen boeken van haar zijn ‘Wonders and the Order of Nature, 1150-1750' (1995) dat ze schreef met Katharine Park en waarvoor ze de Pfizerprijs ontvingen en ‘Objectivity’ (2004, met Peter Galison)

Die gedachte is een denkfout, zegt Daston. Uit hoe de natuur is kunnen we niet afleiden hoe die zou moeten zijn. Laat staan dat we er normen en waarden aan kunnen ontlenen, zoals Benedictus deed. In ‘Tegen de natuur in’ onderzoekt ze waarom we die fout keer op keer maken.

Daston zit op een gemakkelijke sofa in de lobby van het Ambassadehotel in Amsterdam. Net voor de coronamaatregelen zijn aangescherpt, komt ze naar Nederland vanuit haar woonplaats Berlijn, waar ze als onderzoeker verbonden is aan het Max Planck Instituut voor wetenschapsgeschiedenis. Ze praat soepel en eloquent en dist zonder moeite voorbeelden uit de geschiedenis op die haar verhaal illustreren.

“Denk aan John Stuart Mill”, zegt Daston. Mill, een filosoof uit de negentiende eeuw, vond het absurd om de natuur te gebruiken als leidraad voor ons handelen. “Hij zei: ofwel we moorden, plunderen en martelen omdat het ook in de natuur gebeurt, óf we doen wat wij als goed beschouwen en slaan geen acht op de natuur.” De Schotse filosoof David Hume, die een eeuw eerder leefde, werd beroemd om zijn uitspraak dat we uit een ‘is’ – hoe de natuur zich gedraagt – geen ‘zou moeten zijn’ – hoe de natuur zich zou moeten gedragen – kunnen afleiden.

Het is een drogreden, zei Hume. Het dieet van de Neanderthalers is geen argument om vlees te eten. Dat veel vrouwtjesdieren voor het kroost zorgen, betekent niet dat wij onze samenleving naar dat voorbeeld moeten inrichten.

Waarom we onze slechte gewoonte niet afleren

“Dus het vraagstuk is waarom het fenomeen nog steeds bestaat terwijl de knapste koppen ons al heel lang proberen te genezen van deze slechte gewoonte. Ik maak me geen illusie: ik denk niet dat ik zal slagen waar Hume dat niet lukte, maar ik wil begrijpen waarom dit de hele tijd blijft gebeuren. Het is zo’n dom argument”, lacht Daston. “Waarom blijft het keer op keer terugkomen?”

Beeld Jean-Pierre Jans

Het heeft te maken met onze verwachtingen over regelmatig terugkerende gebeurtenissen, denkt Daston. We worden aan de ene kant geconfronteerd met een ‘natuurlijke orde’, zoals Daston het noemt, en aan de andere kant een ‘morele orde’. Een orde is niets anders dan een stel regelmatigheden.

“In de natuur verwachten we dat de zon morgen opkomt, dat de seizoenen zich volgens een bepaalde regelmaat voltrekken, enzovoorts.” En ook op moreel vlak is er een bepaalde regelmaat. Onze omgangsvormen, normen en waarden, moeten enigszins stabiel zijn. Als we niet van die regelmaat uit kunnen gaan, zoals in tijden van oorlog, dan is menselijke samenwerking bijna onmogelijk, zegt Daston.

“Nou, dan zul je zeggen: prima, er zijn regelmatigheden in de natuur en regelmatigheden in de maatschappij. Wat hebben ze met elkaar te maken?” Het antwoord, zegt Daston, heeft te maken met ons menselijke onvermogen met abstracties om te gaan. “Wij zijn een diersoort die, om een morele orde in stand te houden, een representatie van die morele orde moeten maken.” Een stel waarden en normen die de morele orde uitmaken, is nogal abstract voor ons. “Om die morele waarden te kunnen begrijpen moeten we ze representeren, op dezelfde manier als waarop we symbolen of plaatjes gebruiken om wiskunde te begrijpen.”

Het belang van representeren

Denk aan een bijenkorf. Dat is lange tijd het toonbeeld voor de ideale monarchie geweest. Daston slaat haar boekje open en laat daaruit een afbeelding zien van een zeventiende-eeuws geschrift over bijen. “Kijk, hier heb je de koning – toen dachten ze nog dat het hoofd van de bijen een koning was, want je wilt natuurlijk geen vrouw als leider”, lacht Daston. “Onder de koning zie je een rijtje ‘hertogen’, daaronder een aantal ‘burgers’ en dan de werkbijen. Het is een soort poppenkastvoorstelling van de monarchie.” Die kunnen we makkelijker bevatten dan het abstracte begrip monarchie.

“Margaret Thatcher, oud-premier van Groot-Brittannië, stelde de beroemde vraag: ‘Maatschappij? Waar is de maatschappij?’ Want je kunt haar niet zien. Als je er geen afbeelding van hebt, dan kun je er niet over praten, niet over nadenken.

“Ik denk dat het feit dat we de natuur zo vaak gebruiken toevallig is, we hoeven de natuur niet te gebruiken. De economie wordt vaak verbeeld als hydraulisch model. Daarin heb je pijpen waar water door stroomt; als het aanbod laag is, dan stroomt er water uit, en gaat de vraag omhoog, enzovoorts. Maar het beeld van de natuur heeft een aantal voordelen boven door de mens gemaakte producten.

“Ten eerste is iedereen bekend met de natuur. Ten tweede bevat de natuur veel voorbeelden die je kunt gebruiken om een analogie te trekken. Als je een discussie over monogamie of polygamie wilt voeren, heb je allerlei diersoorten tot je beschikking. Ben je voor monogamie? Kijk dan naar de zwanen. Ben je voor polygamie? Dan zijn er de kalkoenen.”

Ons lichaam doet er wél toe

Daston beantwoordt in haar essay niet alleen de vraag waarom we ons de natuur als morele spiegel voorhouden. Ze ontwikkelt, in haar antwoord op die vraag, ook een theorie over de mens. De noodzaak van het representeren van onze normen en waarden heeft te maken met hoe ons verstand werkt.

Daarmee zet Daston zich af tegen Immanuel Kant, de beroemde Verlichtingsfilosoof. “In een wat vergeten deel van zijn geschriften heeft Kant het over de ratio, ons redelijk vermogen. Daarin zegt hij: als er wezens op Mars of Venus bestaan dan zouden ze er waarschijnlijk anders uitzien dan wij. Omdat de omstandigheden op die planeten anders zijn dan hier op aarde, zullen ze ook andere lichamen hebben. Maar, zegt hij, hun rede zou hetzelfde zijn, ongeacht hoe hun lichaam eruitziet.

“Mijn punt in dit boek is: het maakt wél uit wat voor lichaam je hebt. Herinner je je de barscène uit de eerste Star Wars-film? Het is een soort parodie op de westernfilms. In die scène zitten allerlei bizarre wezens samen aan de bar. Als Kant Star Wars zou zien, zou hij zeggen: dat zei ik toch?” Al die verschillende wezens kunnen in het café praten en drinken, zegt Kant, omdat ze dezelfde redelijke vermogens hebben: ze denken op dezelfde manier. Maar Daston gelooft daar niets van.

“Er is ten minste één aspect wat voor ons van cruciaal belang is: onze zintuigen. Dat hele representeren is alleen belangrijk omdat wij zulke visueel ingestelde wezens zijn. Onze behoefte om de wereld af te beelden zodat we erover kunnen denken is heel wezenlijk.”

Lorraine Daston, Tegen de natuur in (vertaling door Willem Visser, nawoord Lukas M. Verburgt), Octavo publicaties, 94 blz., €17,50

Lees ook:

De evolutie leert ons geen moraal

Het is populair - de ‘aap in ons’ - en het klinkt ook mooi: het dierenrijk leert ons wat goed is. Maar het is een griezelige fictie, schrijven Johan Bolhuis en Marcus Düwell in dit essay.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden