zin in het alledaagse

‘De monnik en ik hadden in China het geluk geruild’

Gerda van Delden met de gebedssjaal die zij van een monnik kreeg in China. Achter haar het schilderij waarin ze pluisjes van de sjaal heeft verwerkt. Beeld Lars van den Brink

Welke verhaal geeft uw leven zin? In een nieuwe reeks gaat de redactie Religie & Filosofie op zoek naar zingevingsverhalen. Vandaag: Gerda van Delden (66): ‘Af en toe komt er iets voorbij dat je echt raakt. Daarom was het voor mij zo'n zinvol moment.’

Het was 2001. Mijn man en ik bereidden ons voor op een rondreis door China, het volgende jaar. Per regio inventariseerden we alle highlights. Om in korte tijd zoveel mogelijk te kunnen zien, zouden we de afstanden met binnenlandse vluchten en een privétaxichauffeur overbruggen.

“Het liep anders. Mijn man werd ziek en overleed een jaar later. Ik had van huis uit geleerd om in moeilijke tijden mijn tranen te drogen en een flinke meid te zijn. Ik probeerde mijn leven, zo goed en kwaad als het ging, weer op te pakken. Na enkele jaren later besloot ik alsnog naar China te gaan, nu met een groepsreis. Om nog iets van de oorspronkelijke cultuur te ervaren, was zelfs enige haast geboden. In de grote ­Chinese steden verwonderde ik me over de ­invloed van het Westen. Niet alleen werden steden nagebouwd, ook veel mensen lieten zich naar westers voorbeeld ‘verbouwen’. Dachten zij werkelijk dat geluk afhankelijk was van deze uiterlijkheden?”

Monnik

“Als ik aan deze reis terugdenk, springt er één moment, één gebeurtenis uit die ik als bijzonder zinvol heb ervaren. Waarom nu juist dit moment? Ik heb het me vaak afgevraagd. Ik was met een groepsreis op pad, maar had er toen behoefte aan eventjes alleen te zijn. De steden zijn tjokvol en ongelooflijk lawaaierig. Nu was ik ineens alleen, in een stil dorpje – ik ervoer dat als een fysieke gewaarwording.

“Ik bekeek de tempel van het dorpje, en luisterde naar het mooie gezang van monniken. Ook dat viel me nu meer op, omdat ik er ineens de tijd voor had. In een parkje zag ik een man met een kind aan een gebedstrommeltje draaien. Dat beeld zette mijn fantasie onmiddellijk in werking: is het zijn kleinkind, wat vertelt hij, wat toont hij, leert hij het kind het trommeltje gebruiken? Ik kreeg natuurlijk geen antwoord en slenterde verder.

“Toen kwam ik langs een klein klooster, de poort stond wijd open. Schuchter liep ik eronderdoor, ik betrad de binnenplaats. Doordat het er zo stil was, kreeg ik het gevoel een indringer te zijn. Op een balkon hingen kadavers te besterven. Ik vond het niet afstotelijk. Als mijn opa vroeger kippen slachtte, stond ik er als kleinkind bovenop; ik vond het interessant te zien wat er uit die kip kwam. Mijn opa legde dat dan uit.

“Ik pakte mijn fototoestel. Plotseling verscheen er een monnik. Hij kwam dichterbij, ik begon me af te vragen of ik hier wel mocht zijn. De monnik wees naar mijn rugzak. Waar doelde hij op? Toen begreep ik dat hij naar het gelukspoppetje wees, dat we van de reisleider gekregen hadden, en dat aan mijn rugzak bungelde.”

Gebedssjaal

“Hij maakte een gebaar alsof hij in zijn pij op zoek ging naar geld, waarmee hij mij duidelijk maakte het poppetje graag te willen hebben. Ik gaf het hem, de monnik begon te glunderen en gebaarde mij even te wachten. Hij rende het klooster in, kwam er met een gebedssjaal uit, liep daarna snel een andere ruimte binnen en kwam naar mij toe met een handvol verschillende zaden. Die vouwde hij in de gebedssjaal, knoopte hem dicht en overhandigde die mij. De symboliek ervan ontging mij niet: zaden staan voor nieuw leven, voor iets wat groeit. Met een lichte buiging nam ik de sjaal in ontvangst. De monnik en ik hadden het geluk geruild. Ik voelde me een bevoorrecht en rijk mens. Zonder taal bleken wij in staat te communiceren.

“Af en toe komt er iets voorbij dat je echt raakt. Dat gebeurde daar, toen. Daarom was het voor mij zo’n zinvol moment. Thuis heb ik de zaden gezaaid. Helaas, dat is niets geworden. De gebedssjaal hangt nog steeds aan mijn kapstok. Ik schilder weleens, één keer heb ik een doek gemaakt van een landschap, waarin ik pluisjes van de sjaal heb verwerkt. Dat doek noem ik ‘Het geluk voorbij’.”

In de verhalenreeks ‘Zin in het alledaagse’ vertellen Trouw-lezers hoe ze zin geven aan hun bestaan. Heeft u ook zo’n verhaal te vertellen en wilt u dat delen? Mail dan naar zingeving@trouw.nl.

Lees ook: Lotte wordt doof en blind, maar ze redt zich wel: dát geeft haar leven zin

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden