Beeld Daniel Roozendaal

Het Goede Jan Verplaetse

De mens kan niet anders

Mensen zijn niet in staat iets anders te doen dan ze doen, zegt de Vlaamse rechtsfilosoof Jan Verplaetse. ‘Ook Hitler voerde het programma uit dat ergens voor hem geschreven stond.’

Jan Verplaetse, docent rechtsfilosofie en ethiek aan de Universiteit van Gent, noemt zichzelf een man van de moderniteit. Op zijn website voegt hij daaraan toe dat modern denken ‘niet eenvoudig’ is. “Je neemt afscheid van God en hiernamaals, de ziel, ­ultieme zinsgeving, wie weet zelfs van vrije wil en morele verantwoordelijkheid.” Het is Verplaetse’s bedoeling consequent te doordenken wat het ­betekent als mensen niet verantwoordelijk kunnen zijn voor wat ze doen, en daarbij stuit op de grenzen van wat hij zelf aanvaardbaar vindt. Als niemand anders kan handelen dan hij doet, blijft er dan wel zoiets over als een plicht? “Ik ben daar nog niet volledig uit.”

U gaat ervan uit dat er alleen ­‘materiële werkelijkheid’ bestaat. Is er voor u dan nog wel goed en kwaad?

“Mijn beeld daarvan zal niet veel verschillen van dat van de meeste mensen. Ik denk dat het goede datgene is wat je doet voor het welzijn van anderen. Dat kan een persoon zijn, of een gemeenschap. Het houdt ook in dat je een beetje eigenbelang onderdrukt.

“Het kwade betekent juist dat je probeert het welzijn van een ander te schaden, in extreme gevallen zelfs te verwonden of te doden, zonder dat hij jou iets misdaan heeft. Vaak zul je iets goeds doen voor een ander omdat je weet dat je daarvoor vroeg of laat gecompenseerd wordt of er iets voor terugkrijgt. Maar ik ben toevallig een uitstekend boek aan het lezen over extreme altruïsten – mensen die bijvoorbeeld een nier afstaan aan een wildvreemd iemand. Zo’n honderd mensen doen dat per jaar in de VS, dat is toch wel een bijzondere manifestatie van goedheid. Die mensen ervaren een ongelooflijke voldoening als zij onder het mes gaan. Je kunt je natuurlijk afvragen of dat ook geen vorm van egoïsme is, en louter materialistisch bekeken is het waarschijnlijk zo dat mensen die zoiets doen, niet ook iets anders hadden kunnen doen. Maar toch kan ik dat wel zien als het goede.”

Het goede

“We hebben mensen nodig die het goede zoeken, en dat is meer dan wat niet verboden is.” Met die conclusie besloot Stevo Akkerman zijn boek ‘Het klopt wel, maar het deugt niet’, gebaseerd op een reeks Trouw-interviews over de maatschappelijke moraal. Het leidde vanzelf tot de vraag: maar wat is dan goed? Stevo Akkerman laat daarover vooraanstaande denkers aan het woord.

Is de mens een empathisch wezen?

“Dat is vrij goed onderzocht, en op de leeftijd van drie jaar hebben we in feite al alles om empathisch te kunnen reageren. Dat gebeurt automatisch, en zal te maken hebben met onze kwetsbaarheid: een orang-oetang is al na negen maanden volwassen, een mens kan dan nog bijna niks. Wij hebben aan het ­begin van ons leven veel zorg nodig, en daarom is onze allereerste moraal wat ik noem een hechtingsmoraal. Daarin is empathie onontbeerlijk, en dat legt ook de basis voor de ‘empathie van het verstand’: proberen te begrijpen wat de ­ander denkt. Deze empathie is een biologische noodzaak.”

En die verwijst dus naar een moraal?

“Als je moraal definieert als de capaciteit om het eigenbelang te onderdrukken: ja. Dat begint al met de vaders of moeders die aan de linkerkant van hun kinderen fietsen om hen te beschermen tegen passerende auto’s. Over moraal wordt vaak verondersteld dat je erover moet nadenken, dat je er volwassen voor moet zijn, dat je moet kunnen ­argumenteren en oordelen, maar ik denk dat dat niet het geval is; het ­begint al onbewust. Neem het gegeven dat een broer zal walgen van de gedachte aan seks met zijn zus, ook dat is een vorm van spontane moraliteit. Regels die automatisch in ons opkomen.”

Is de moraal onmiskenbaar de uitkomst van evolutie – en evolueert ze dus nog steeds?

“Ik zie geen enkele reden om het anders te zien, ook al is hier sprake van een paradox. Bij evolutie denken we vaak aan het recht van de sterkste, de survival of the fittest, en dat zou in het voordeel zijn van egoïstische wezens die alles doen om hun eigen kroost succesvol te laten zijn, terwijl de moraal voorbijgaat aan het eigenbelang. Dat is wetenschappelijk nog altijd niet opgelost; het geven van die nier bijvoorbeeld, daar hebben evolutionaire psychologen geen sluitende verklaring voor. Wat kan het voordeel zijn voor de gever? Zijn altruïsme is evolutionair ­gezien eigenlijk een raadsel.”

Onze ideeën over goed en kwaad worden nogal bepaald door cultuur en tijd, denk aan de slavernij of eerwraak. ­Betekent dat dat alles wankel is?

“Ik denk het niet. Natuurlijk, als je de slavernij of het racisme bestudeert, val je achterover van wat mensen elkaar hebben aangedaan. Maar het blijft een ‘inside-outside’-verhaal: je dwingt ­leden van een andere gemeenschap tot slavernij, niet die van je eigen ­gemeenschap. Mocht er een maatschappij zijn die de eigen kinderen tot seksslaven maakt, dan zou ik misschien moeten concluderen dat elke morele regel relatief is, maar ik denk niet dat dat zo is. Er blijft toch altijd een kern – noem het de in-group, het gezin, de familie – waarbinnen je verplicht bent je goed te gedragen. Omdat anders die kleine unit niet levensvatbaar is. Je kunt mij niet wijsmaken dat er samenlevingen bestaan die het folteren van familieleden normaal vinden. Er bestaat een minimale vorm van respect voor verwanten.”

Verwantschap is cruciaal?

“Of althans het gevoel van gehechtheid. Maar het is heel dun hè. Na de Tweede Wereldoorlog hebben we besloten dat iedereen behoort tot de ­in-group, dat iedereen recht heeft op menselijke waardigheid, maar dat idee is alweer aan het afkalven. Ik ben soms verbijsterd over hoe studenten het idee van gelijke rechten in twijfel trekken, hoe ze mensen die om economische redenen naar België komen daarvan willen uitsluiten. Er ontstaan weer nieuwe grenzen tussen de in- en out-groep.”

Thierry Baudet zegt: mensenrechten zijn ‘ongefundeerd’. Het zijn ­‘zogenaamde’ rechten.

“Er is geen ultiem fundament, in dat opzicht denk ik dat hij gelijk heeft. Je kunt niet bewijzen dat mensenrechten intrinsiek goed zijn. Je kunt alleen maar zeggen: dit is een nuttig instrument om de waardigheid van alle mensen te ­garanderen. Dan begrijp je dat er geen verschil is tussen degene wiens wieg in België of in Afrika stond. Maar een ­metafysisch fundament voor de gelijkwaardigheid van alle mensen, dat is er niet.”

Tenzij we ons beroepen op een God als bron van de menselijke waardigheid.

“Dan verschuif je het probleem, want hoe ga je dat aantonen? Daar ben ik nogal pessimistisch over.”

Welke rol speelt het geweten?

“Het is de schatkamer van alle plichten die een mens verzameld heeft, en waaruit je put naar gelang de situatie. Doe je dat niet, dan voel je schuld, doe je het wel, dan voel je een zekere voldoening. Het is een abstracte constructie; als de maatschappij geen plichten kende, zou je ook geen geweten hebben. En achter het systeem van plichten schuilt het motto: moeten impliceert kunnen. Maar daar kun je wel vragen bij stellen. Wat gebeurt er als iemand een plicht verzaakt? Was hij wel in staat tot iets anders? Is dat geen illusie?

“Er is een algemene potentie voor wat mensen allemaal kunnen, maar de specifieke mogelijkheden van iemand op een specifiek moment, dat is heel wat anders. Als je inzoomt op alle factoren die ervoor hebben gezorgd dat ­iemand deed wat hij deed, dan moet je vaststellen dat hij eigenlijk geen andere optie had. Mensen zijn niet in staat ­anders te doen dan ze doen. Wij denken dat wel van onszelf, en zeker ook van anderen, omdat we bepaalde verwachtingen hebben en denken dat wie zich gisteren aan de regels kon houden dat ook vandaag zal kunnen. Maar dan vergeten we dat de omstandigheden vandaag anders kunnen zijn dan gisteren.

“Dit is iets dat mij al lang bezighoudt. Het leidt tot de conclusie dat mensen geen morele schuld kunnen hebben, het maakt ons allemaal ­onschuldig. En dat heeft bijvoorbeeld gevolgen voor het strafrecht: hoe gaan we om met mensen die de wet hebben overtreden? Gaan we over tot vergelding? Tot straf? Of kiezen we liever voor behandeling en het vermijden van recidive?”

Jan Verplaetse

Jan Verplaetse (Sleidinge, 1969) is hoofddocent rechtsfilosofie en ethiek aan de faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent. Hij is de auteur van onder meer ‘Het morele brein’ (2006), gebaseerd op zijn proefschrift over de wetenschappelijke pogingen de moraal te lokaliseren in de hersenen. Daarna publiceerde hij ‘Het morele instinct’ (2008), ‘Zonder vrije wil’ (2011) en ‘Bloedroes’ (2016).

Maar wordt uw vrouw verkracht, dan zult ook u de dader moreel schuldig houden.

“Natuurlijk, ik zal even stevig willen reageren als iedereen. Maar ik ben ook filosoof, ik heb de plicht niet alleen mijn intuïties maar ook mijn verstand aan te spreken en dat zal vragen: hoe is die verkrachter zover gekomen? En wat kan ik doen om te zorgen dat dit zich niet gaat herhalen? Want ook ik vind dat hij zulke dingen niet mag doen.”

Komt die plicht niet ook op losse schroeven te staan?

“Dat vergt nog veel onderzoek. Als moeten inderdaad kunnen impliceert, dan hebben mensen geen echte plichten. De Duitse piloot die zijn toestel tegen een bergwand knalde, met 335 slachtoffers als gevolg, kon niet anders – het was zijn manier om om te gaan met wat er in hem speelde, hij zag geen andere optie. Dat zal het thema zijn van mijn volgende boek: wat het betekent om een vrijewilsceptische moraal te hebben. Ik denk natuurlijk ook dat het de plicht van de piloot is om zijn toestel veilig aan de grond te zetten.

“Als de scepsis jegens de vrije wil ­betekent dat plichten niet houdbaar zijn, en de moraal opzij moet, dan is dat een vrijwel onmogelijke uitkomst. Daar kan ik zelf ook niet achter staan. Uiteindelijk zeg je dan: Hitler heeft niets verkeerds gedaan.”

Hitler was het resultaat van de genen van zijn beide ouders, plus nog wat ­omgevingsfactoren. Daar is deze mens uit voortgekomen en die kon geen ­ander mens zijn dan hij was. Is dat het?

“In de kern, ja. Ik kan zelfs verdedigen dat hij geen morele schuld heeft aan datgene wat hij heeft gedaan. Ik zal dat niet gaan zeggen op de Holocaust Memorial Day, maar hij heeft het programma uitgevoerd dat ergens voor hem geschreven stond. Als je alle keuzemomenten die hij had gaat onderzoeken, dan zal altijd blijken dat hij zo in elkaar zat dat de uitkomst onvermijdelijk was. Kijk naar wat we weten uit hersenonderzoek: tien seconden voordat iemand iets doet, zijn daarvan al de signalen te zien. Dat wijst erop dat het neurale ­apparaat ervoor zorgt dat ­iemand ­bepaalde beslissingen gaat nemen.

“Misschien moeten we tot een heel ander concept van moraal zien te komen. Dat het een groot illusiepakket is dat weliswaar geen realiteit heeft, maar wel waardevol is om de maatschappij in min of meer aanvaardbare banen te leiden. Want dat willen we; in die zin ben ik geen relativist, er blijft in mensen een reëel gevoel aanwezig voor het goede, ook als plichten geen rationele grond hebben. Dat maakt ons in de kern de mooie wezens die wij kunnen zijn.”

Lees ook:

Het Goede

In eerdere afleveringen in deze serie sprak Stevo Akkerman met onder anderen Rowan Williams, Naomi Ellemers, Arnon Grunberg en Eva Meijer. Alle afleveringen zijn hier terug te lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden