De heilige van de varkens

Een aantal jaren terug was een groep koptische monniken te gast in de abdij van Egmond. Groot was hun ontsteltenis toen zij tijdens een rondleiding door het klooster oog in oog kwamen te staan met een beeld van Antonius.

Wouter Prins

Naast hun geliefde heilige, de vader van het monnikendom, stond een onrein dier! Van ‘Sint Antonius met het varken’ hadden zij nog nooit gehoord. De richting die de devotie van Antonius (17 januari is 'zijn' dag) in West-Europa gedurende de middeleeuwen was ingeslagen, was aan het vaderland van de heilige dan ook geheel en al voorbijgegaan.

Antonius is de eerste onder de vroege woestijnvaders, asceten die de boodschap van het evangelie ‘Als gij volmaakt wilt zijn, ga dan, verkoop al uw bezit; geef het aan de armen en kom, volg mij. Dan zult gij een schat in de hemel vinden’ (Matteüs 19:21) naar de letter uitvoerden en zich terugtrokken in de wildernis. Antonius nam dit radicale besluit toen hij een jaar of achttien was, kort na de dood van zijn ouders. Hij deed afstand van zijn vermogen en ging in de leer bij kluizenaars in de nabijheid van zijn woonplaats, een dorp in midden-Egypte. Toen hij voldoende kennis en ervaring op had gedaan, sloot hij zich af in een graf niet ver daar vandaan. Hij verbleef er in volkomen eenzaamheid. Alleen een oude vriend bracht op gezette tijden wat brood. De stilte werd slechts onderbroken door het geraas van de demonen, die naar men meenden in de woestijn huisden en de standvastigheid van de heilige op de proef stelde. Toen hij deze bekoringen had weten te doorstaan, trok hij dieper de wildernis in en vestigde zich in een verlaten Romeinse vesting midden in de woestijn ten westen van de Nijl. De twintig jaren die hij er doorbracht, zouden hem louteren. Zijn faam begon zich te verspreiden en volgelingen richtten zich naar zijn voorbeeld. Zijn nederigheid en religiositeit maakten diepe indruk op de toehoorders. Het Grieks, de linga Franca van zijn tijd, was hij niet meester, maar ‘in zijn geestelijke wijsheid wist hij de Griekse wijsgeren, die hem bezochten, de mond te snoeren’. Toen hij zijn rust door een toenemend aantal nieuwsgierigen verstoord zag, nam hij zijn toevlucht in een oase bij de Rode zee. Heremieten die zich tot zijn ascetische levenswijze, inspirerende uitleg en charisma aangetrokken voelden, bezochten hem net als de demonen, in een ultieme en wanhopige poging hem alsnog voor hen te winnen. Maar Antonius weerstond hun laatste plaagstoten en bereikte naar jaren van eenzaamheid en meditatie zo’n hoge graad van volmaaktheid dat hij in staat was wonderen te verrichten en de toekomst te voorspellen. Hij stierf op hoge leeftijd, men zegt dat hij 105 jaar oud werd, in 356. Kluizenaars vestigden zich later bij zijn graf. Hun primitieve onderkomens zouden in de loop der eeuwen uitgroeien tot het kloostercomplex Deir Anba Antonius, dat jaarlijks nog talrijke pelgrims en bezoekers uit binnen- en buitenland trekt.

Leven en leer van Antonius zijn overgeleverd in de Vaderspreuken (zesde eeuw), in zeven brieven die op zijn naam staan en in een biografie, die Athanasius, bisschop van Alexandrië, kort na de dood aan de heilige wijdde. Het succes van dit laatste geschrift was verbluffend. Athanasius’ Leven van Antonius werd spoedig in andere talen omgezet, verspreidde zich ongekend snel over heel de christelijke wereld van zijn tijd en werd het voorbeeld voor talloze hagiografieën (heiligenlevens), waaronder die van Martinus. De populariteit van zijn Leven droeg er ook aan bij dat Antonius het voorbeeld werd voor velen die kozen voor het heremitisme (kluizenaarsschap) en voor het coenobitisme (monnikendom), zelfs al stond zijn solistisch optreden nog ver af van een georganiseerde vorm van kloosterleven, waarvoor het optreden van zijn tijdgenoot Pachomius in het zuiden van Egypte van grotere invloed zou blijken te zijn. Meer dan duizend jaar later zou het Leven van Antonius en dan vooral de passages waarin de demonen hem kwellen en te lijf gaan, kunstenaars als Schongauer, Bosch en Grünewald inspireren tot even indrukwekkende als bizarre kunstwerken. Deze stonden aan het begin van een lange traditie ‘Verzoekingen’, een onderwerp dat door vele kunstenaars van grote naam (Rodin, Ensor, Beckmann, Dali, Ernst‿) maar al te graag ter hand werd genomen.

Toch zou Antonius in het Westen niet tot volksheilige zijn uitgegroeid als rond 1070 er geen relieken van de heiligen zouden zijn overgebracht naar de kerk van de priorij van de benedictijnen in La-Motte-au-Bois. Niet lang daarna brak er in de regio een pestepidemie uit en velen zochten steun bij de heilige. Zijn bijstand werd er ook gevraagd voor de genezing van een toen nog onbekende ziekte die ontstond door het eten van rogge, waarvan het meel vermengd was met besmette aren van het moederkoren. Het moederkoren bevatte een giftig schimmel, ergotine, waardoor de huid van de getroffenen begon te jeuken. Armen en voeten droogden, onder brandende pijnen, uit en verdorden. Vandaar de naam ignis sacer (heilig vuur) voor de kwaal, die tegenwoordig Ergotismus gangraenosus genoemd wordt en onder het volk als Sint-Antoniusvuur bekend werd. Om de zieken te verplegen werd eind elfde eeuw een broederschap opgericht in de directe nabijheid van het klooster. Het gasthuis zou uitgroeien tot de orde der Antonieten of Antonianen, die georganiseerd was als een ridderlijke hospitaalorde en in haar bloeitijd tijdens de veertiende eeuw, verspreid over heel West-Europa 369 huizen beheerde, overwegend in de stedelijke centra. In 1777 kwam een einde aan de orde en werd zij ingelijfd bij die Johanietters, ook bekend als Maltezer Kruisridders. Het herkenningsteken van de orde was een blauw Tau-kruis. Het T-kruis prijkte op de muren van hun kapellen en hospitalen, was verwerkt in hun zegels en sierde hun mantels. Het merkteken keert ook terug in het collare van de ridderbroederschappen van Barbefosse in Henegouwen en Hau bij Kleef. Deze adellijke tak van de Antonianen beleefde in de vijftiende eeuw een kortstondige bloei, maar kwam nooit helemaal los uit de schaduw van de orde van het Gulden Vlies. De keuze voor het T-kruis gaat mogelijk terug op de pelgrimstaf of monnikskruk en verwijst tevens naar de slachtoffers van het Sint-Antoniusvuur. Het Sint-Antoniusvuur tastte immers de voeten en benen aan en maakte velen kreupel. Behalve met kruk, lange mantel met kap en vuur aan de voeten (Sint-Antoniusvuur), wordt de heilige vanaf 1400 voorgesteld met een varken. Dit attribuut dankt hij een bijzonder privilege dat de Antonianen genoten. In veel steden werd het hen toegestaan om varkens, gebruikt voor eigen consumptie en die van hun patiënten, vrij te laten rondlopen. De varkens voedden zich met het afval in de straten en waren herkenbaar aan een bel om de hals en gemerkt met het T-kruis. Het T-kruis moet er voor zorgen dat niemand zich aan deze varkens vergreep. Ook in de dorpen moeten varkens hebben los gelopen. Op de feestdag van Antonius werden zij geslacht, het vlees werd verdeeld onder de armen. Deze intentie is nog terug te vinden in de veiling van varkenskoppen op ‘Sint Teunisdag’ in Vierlingsbeek, Limburg en vooral Vlaanderen. De opbrengst is nu veelal bestemd voor een goed doel.

Werd Antonius eerst aangeroepen door slachtoffers van het Antoniusvuur, later zijn het vooral de boeren die zich tot hem wenden. Ter bescherming van, hoe kan het anders, hun varkens. Op het platteland werd Antonius’ voorspraak echter ook gevraagd tegen de pest. In Noord-Brabant is Antonius een populaire heilige gebleven. Zelfs de bloeiende verering van zijn naamgenoot uit Padua heeft de Abt niet uit het hart van de bevolking op het platteland kunnen verdrijven. In het oosten van de provincie (en in de aangrenzende gebieden van Gelderland en Limburg) zijn nog talrijke Antonius Abtgilden, herkenbaar aan de kleuren groen en wit, actief. Hier was de devotie voor de heilige van oudsher het sterkst ontwikkeld. Toevallig of niet, nu een gebied gezegend met een grote varkensstapel.

Wouter Prins is conservator van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden