Column

De happy diversity van New York kent scherpe scheidslijnen

Leonie Breebaart. Beeld Maartje Geels

De komende twee weken zal ik geen column produceren, want dan zit ik in New York. Een vriendin, zelf opgegroeid in Londen, vroeg zich af hoe ik het daar zou vinden. 

Zelf had ze bedenkingen bij de knuffelbestemming. “Op Manhattan zie je iedereen door elkaar lopen, maar als je de subway neemt naar Brooklyn of verder het centrum uit, zie je steeds minder witte mensen.” 

Ze heeft familie buiten dat centrum, weliswaar in een ‘goede buurt’ waar het sterft van de advocaten, maar wel in een gefragmenteerde. In het blok van haar oom wonen uitsluitend Afro-Amerikanen, iets verderop uitsluitend joodse Amerikanen, burencontact is er nauwelijks. 

Verzuild

Een verzuilde samenleving, zouden Nederlanders zeggen. Emancipatie vindt plaats binnen de eigen zuil, community, kerk. Amerika mixt alleen tijdens het werken – of winkelen. Op Manhattan.

Hoe erg is dat, afgezien van het pijnlijke gegeven dat zwarte New Yorkers kennelijk buiten het centrum wonen, een effect dat Nederlandse stedelingen niet onbekend is. Maar als je het racisme even wegdenkt, hoe erg is het dan dat New York is opgedeeld in cultureel homogene blokjes?

Daarover verschillen de meningen. De socioloog Richard Sennett, zelf opgegroeid in een heel ruig stukje Chicago, ziet geen principieel probleem. Zolang de verschillende subculturen (orthodoxe joden, sikhs, Chinezen, baptisten) in het openbaar maar door één deur kunnen. Op de werkvloer bijvoorbeeld, zoals in New York het geval lijkt. We hoeven niet dezelfde levensstijl te hebben, zolang we in de winkel, op straat, op het werk maar vriendelijk tegenover elkaar blijven. 

Authentiek

Kijk dus naar Manhattan, zegt Sennett, niet naar oost-Brooklyn of Queens. Diversiteit heeft bovendien iets aantrekkelijks. De toerist kan er genieten van ‘authentieke’ subculturen en dito restaurants. De New Yorker ervaart juist hier het Amerikaanse ideaal te kunnen leven zoals je zelf wilt, zonder dat je je geloof of levensstijl hoeft op te geven. New York als voorbeeld van happy diversity.

Maar zo positief was mijn Jamaicaans-Engels-Nederlandse vriendin niet. Het had toch iets pijnlijks, die scherpe grens tussen bevolkingsgroepen. Wat houdt zo’n stad bij elkaar?

De Canadese schrijver Michael Ignatieff deelt die scepsis. Voor zijn boek ‘Gewone deugden’ (2017) bezocht hij landen, steden, buurten waar zeer diverse bevolkingsgroepen samenwonen. In New York verkende hij het multiculturele Jackson Heights in Queens. Wat hem opvalt: de inwoners geven hoog op van het ‘samenleven’ met mensen van diverse rassen, religies en etnische achtergronden, maar leven in feite volledig in hun eigen bubbel. Jackson Heights functioneert, maar niet als melting pot, niet als gemeenschap. 

Breekbaar

De samenhang is breekbaar: immigranten zien Queens vooral als opstapje naar een beter leven buiten de buurt. Witte Amerikanen blijven zwarte wijken ontvluchten.

Waarop Ignatieff de volgende conclusie trekt: buitenstaanders die de happy diversity van New York prijzen (witte toeristen bijvoorbeeld) zoeken te gretig naar bewijs dat raciale en culturele stereotypen overwonnen zouden zijn. Dat is een beetje voorbarig.

Wat is daar nou erg aan? Leonie Breebaart onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze. Lees meer columns op trouw.nl/leoniebreebaart.

Lees ook:

Rotterdam zal gaan bewijzen dat het kan: een vreedzame multiculturele samenleving

Nadat ik schreef over mijn emigratie van het armlastige Rotterdam-Zuid naar het welvarender Rotterdam-Noord, werd Stevo Akkermans van verschillende kanten op de vingers getikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden