Bubbelonië

De grenzen van onze taal zijn de grenzen van onze wereld

Beeld Jenna Arts

Onze taal verandert en daarmee ook de betekenis die we geven aan bepaalde termen, zoals professional. Denker des Vaderlands René ten Bos: ‘Gezag is geen cadeautje’.

Je bent net afgestudeerd en gaat solliciteren. Met de directeur van je aanstaande bedrijf voer je een gesprek over noodzakelijke flexibiliteit en productiviteit, de mate waarin je stressgevoelig bent en kunt omgaan met werkdruk. Thuisgekomen stelt je moeder de vraag: “En?” Jij antwoordt: “Nou, ik weet het nog niet, ik ben bang dat ik me in het weekeinde ook te pletter moet werken”.

Een paar maanden geleden tijdens een gesprek over deze woorden, bleken studenten van ROC Friese Poort hier veel van te herkennen. Maar ze hadden er zelf ­zelden over nagedacht. En ze hadden ook niet het idee dat ze invloed konden uitoefenen op hun eigen flexibiliteit, op hun werkdruk. Het waren termen uit het bedrijfsleven, niet van henzelf.

Territoriumdrift

Thuis gebruik je andere taal dan op het werk. Volgens voormalig Denker des Vaderlands, wijlen René Gude, gebruiken we taal in vier verschillende sferen: thuis klets je met familie en vrienden; op het werk draagt je meerdere je in woorden op wat te doen om het beste resultaat te behalen; in de publieke ruimte overleggen we hoe we ­respectvol met elkaar kunnen omgaan, en in de politiek debatteren we over te nemen maatregelen. Die vier sferen duidt Gude aan met vier p’s: privé, privaat, publiek en politiek.

Met de taal uit de private sfeer is volgens Gude iets vreemds aan de hand, want die leidt aan territoriumdrift. De taal van de economie breidt zijn invloed uit naar ons dagelijks leven en bepaalt ook steeds meer hoe we denken over de openbare ruimte en de politiek. Behalve aan woorden als flexibel – dat we ooit gebruikten voor bomen – kun je denken aan woorden als doel, missie, visie, strategie, autonoom, vitaal, inclusief, autoriteit, harmonie, succes, polder, integer, autonoom, respect, integriteit, betrokkenheid, afrekenen, verantwoorden. En honderden anderen.

We moeten daarom op zoek naar een nieuwe taal, bepleitte voorzitter Mariëtte ­Hamer van de Sociaal-Economische Raad, een tijd terug. Die zou nodig zijn, omdat onze huidige taal een financiële taal aan het worden is die de solidariteit in de samenleving ondermijnt.

Aangetast gezag

Kan dat, een nieuwe taal ontwikkelen? Misschien helpt het al ons bewust te worden van deze taalverandering, van deze bubbelspraak. Bij de studenten lukte het; aan het einde van de gezamenlijke taaldag beseften zij dat deze termen in de toekomst ook hun leven gaan bepalen. En als ze hier geen ‘visie’ op zouden ontwikkelen, zullen deze termen hun leven beperken. Want de grenzen van onze taal zijn de grenzen van onze wereld.

Het gezag van de professional is zoek

Ooit had de professional gezag. Maar de afbraak daarvan is al in de jaren tachtig begonnen. En dat gezag komt niet meer terug, zegt René ten Bos.

Schrijfster Joke Hermsen stelde onlangs dat de docent geen ‘coach’ is, die zappende leerlingen begeleidt, “maar een gespecialiseerde kracht, die met aandacht, gezag en kennis van zaken zijn beroep uitoefent en de leerlingen weet te motiveren”.

Denker des Vaderlands, René ten Bos, zet hier vraagtekens bij: “Gezag is geen cadeautje dat je zo maar even weggeeft. Er is afgelopen decennia namelijk wel het een en ander met die docent gebeurd wat zijn gezag behoorlijk heeft aangetast. En wat voor de docent geldt, geldt ook voor andere professionals: met de opkomst van het neoliberalisme of het neoconservatisme is hun status gekelderd, en daarmee ook het gezag van hun werk.”

U noemt de professional. Ik hoor die term vaak de laatste tijd. Wat is dat precies?

“Een professional is iemand die voldoet aan een aantal kenmerken. Een van de belangrijkste is dat er een vocatie is, een innerlijke drijfveer om iets te ­willen of, anders gezegd, een overgave aan een hoger doel dat je wilt dienen. Gezondheidszorg, veiligheid, jeugdzorg, noem het doel maar op. Zo’n drijfveer heeft allerlei voordelen, maar kan wel voor een zekere ethische arrogantie zorgen: professionals zijn vaak erg ­overtuigd van hun eigen gelijk. Er is een belangrijk verschil tussen de manager en de professional: een manager wordt eigenlijk pas al doende opgeleid, maar wil je dokter worden, dan moet je toch eerst een studie ­geneeskunde doen. Een ander groot verschil is marktimmuniteit. Professionals zijn mensen bij wie vroeger het presteren nooit door klanten werd ­beoordeeld, maar door collega’s die hun sporen in het vak hadden verdiend. Dat is het laatste decennium compleet veranderd.”

Hoe is dat gegaan?

“De afbraak van de professional is al in de jaren tachtig begonnen. Toenmalig premier van Engeland Margaret Thatcher beschouwde professionals in de gezondheidszorg als gedegenereerde adel, die zich op basis van verouderde denkbeelden wensten te onttrekken aan de tucht van de markt. Het is niet per se slecht dat er gaten werden geschoten in het morele gezag van de klassieke professional, die zich soms wel heel gemakkelijk kon beroepen op ‘onbetwijfelbare en objectieve kennis’.

“Door de opheffing van de marktimmuniteit moet de professional de ­laatste jaren de ene na de andere ­vernedering ondergaan: minder gezag, minder respect, lagere salarissen en kritiek van patiënten, ouders, lezers, consumenten, burgers, die het vroeger niet in hun hoofd zouden hebben ­gehaald aan de kunde van de professional te twijfelen. Vroeger waren huisartsen nog bepalend voor gezinnen. Via de huisvrouw kreeg het gezin te horen hoe ze aan hygiëne moesten doen. Nu hebben huisartsen vaak niet meer dan een doorverwijzingsfunctie. Dat is een voorbeeld van de gezagsuitholling, of de ­erosie van ­expertise zoals dat ook wel genoemd wordt.

Daar komt nog bij dat gezag vroeger transcendentaal verankerd was. Het gezag ontleende de ­dokter niet alleen aan zijn ­waanzinnige kennis, maar dankte hij ook aan God, zoals de koning zijn gezag ontleende aan God. Als je God afschaft, ontstaan er ook problemen met gezagsverhoudingen. Gezag moet dan ergens anders vandaan komen. Zo krijg je van die waanzinnig populaire leiderschapscursussen, want je probeert iets in ­jezelf te ontwikkelen dat gezag ­uitstraalt.”

Is het mogelijk dat gezag te herstellen?

“Nee. Wij moeten leren omgaan met een wereld die in een permanente ­gezagscrisis leeft, waarin gezag van ­korte duur is. Heel kort worden we ­aangeraakt door het gezag van iemand, dan is zij het weer kwijt.”

Hoe moeten we daarmee omgaan?

“Dat is moeilijk. Mensen gaan cursussen mindfulness volgen of zoeken het in andere spirituele substituties.”

Of vertrouwen op de manager, die het gezag van de professional heeft overgenomen.

“Dat lijkt me zeer de vraag. Jaarlijks wordt er in Engeland een zogeheten Veracity ­Index opgesteld, een soort geloofwaardigheidsbarometer. Daaruit komt naar voren dat professionals als onderwijzers, artsen, advocaten en ingenieurs nog steeds uitzonderlijk veel vertrouwen genieten. Managers, bestuurders en ­politici staan helemaal onderaan. Dat leidt tot de vreemde situatie dat we in onze samenleving mensen die we níet vertrouwen – managers, bestuurders, politici – mensen laten controleren die we wél ­vertrouwen.”

Klinkt idioot. Hoe kan zo’n ­situatie ontstaan?

“In een bureaucratie hebben degenen die de baas zijn in organisaties het minste belang bij verandering van dit soort zaken. Hierdoor ontstaan droevige toestanden. Ik kom op hogescholen, pabo’s studenten tegen van wie ik verwacht dat zij zich verheugen voor de klas te gaan staan. Dat blijkt niet het geval. Zij hopen straks een bestuurlijk baantje in het onderwijs te krijgen. Dat laat zien hoe laag de status is van de onderwijsprofessional. En dan zegt Hermsen dat de onderwijzer met ‘gezag en kennis van zaken zijn ­beroep uitoefent’?”

De opmars van de cliënt

Een opvallende verandering in ons taalgebruik is de opmars van het woord cliënt, in de zorg of het onderwijs. Volgens Denker des ­Vaderlands René ten Bos betekent het gebruik van dit woord dat je ‘marktwerking binnen die sectoren toelaat’. Het is ­interessant, zegt hij, te onderzoeken wat er dan gebeurt. Want een klant bij een groentezaak is iets anders dan een burger, een student of een patiënt. “Een patiënt heeft bepaalde rechten, die te maken hebben met bijvoorbeeld integriteit van het lichaam, het recht op privacy. Daar denk je niet aan bij iemand die een stengel prei koopt.”

Ten Bos meent dat een verschuiving in de taal ‘een erosie van rechten’ tot gevolg heeft. Uiteindelijk is een klant een wezen dat ­behoeften en wensen heeft.

“Wat gebeurt er wanneer ­docen-ten studenten behandelen alsof ze alleen maar behoeften en wensen hebben? Veel studenten op laten we zeggen een management- of bedrijfskundefaculteit hebben er vooral behoefte aan snel een papiertje te halen. Cynisch gezegd: wegwezen en carrière maken. Als docenten daaraan tegemoetkomen, ­miskennen wij wat het betekent student te zijn. En miskennen wij ook wat het betekent vertegenwoordiger van een instituut te zijn dat we universiteit noemen of hogeschool of ROC.”

Die miskenning heeft de afgelopen dertig, veertig jaar ook plaatsgevonden. Ten Bos: “Het onderwijs is veel simpeler geworden. Als ik naar mijn eigen vakgebied kijk, is het duidelijk dat je nu veel ­minder hoeft te lezen om af te studeren. Gisteren sprak ik iemand die mij vertelde over studenten die afstudeerden zonder een chapitertje Kant te hebben gelezen. Dat was vroeger ondenkbaar.”

Welkom in Bubbelonië

We trekken ons terug in onze veilige bubbel. Verliezen we het vermogen elkaar te begrijpen en te bereiken? In een serie columns reist filosofieredacteur Peter Henk Steenhuis op trouw.nl wekelijks langs de grenzen van onze taal op zoek naar de grenzen van onze werelden. Deze columns maken deel uit van het project ‘Welkom in Bubbelonië’, dat ook dagen over taal organiseert. Samen met zijn onderwijspartners Verus, MBO Raad, CNV Connectief, en ROC Friese Poort daagt Welkom in Bubbelonië onderwijsprofessionals en geïnteresseerden uit na te denken over taal die zij in hun beroepsveld gebruiken. Bijvoorbeeld respect, autonomie, professionaliteit, werkdruk, vrijheid, taak, roeping. Met lezingen van Denker des Vaderlands, René ten Bos, en wetenschapsjournalist Mark Mieras. Deze dag is mogelijk gemaakt door steun van Instituut Gak. 

Wanneer: 4 maart. Waar: Zonheuvel, Doorn. Tijd: 13.30-17.00 Kosteloos voor Trouw-lezers. Inschrijven via trouw.nl/exclusief

Lees hier de eerdere columns die Peter Henk Steenhuis schreef over hoe onze taal verandert en welke gevolgen dat heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden