De imam van de Blauwe Moskee in Amsterdam in gesprek met buurtbewoners.

Reportage Buurtbijeenkomst

‘De gebedsoproep van de moskee moet normaal worden’

De imam van de Blauwe Moskee in Amsterdam in gesprek met buurtbewoners. Beeld Jean-Pierre Jans

Enkele buurtbewoners kwamen in de Blauwe Moskee luisteren naar de gebedsoproep, die over drie weken ook buiten op straat te horen zal zijn. 

Op het gezicht van imam Ayoub El Mansouri is toch iets van zenuwen te bespeuren als hij naar voren stapt, en bij de microfoon plaatsneemt. Dan gaat de capuchon van zijn kastanjebruine djellaba op, en zet hij aan. Een langgerekte, warme a-klank vult de zaal van de Blauwe Moskee in Amsterdam. Na een reeks loepzuivere, vibrerende uithalen en een demonstratie van de geoefende longen van de imam volgt de bekende eerste regel van de gebedsoproep: ‘Allahu Akhbar’.

Over drie weken begint de moskee in de wijk Slotervaart op vrijdagmiddagen met het versterkt oproepen tot het gebed. Op een informatiebijeenkomst voor de buurt liet het moskeebestuur zondagmiddag horen hoe dat ongeveer gaat klinken. Stilletjes, een beetje onwennig staan enkele buurtgenoten te luisteren. Zodra de laatste klanken wegsterven pakt moskeebestuurder Nancy Berk de microfoon: “En, wat vindt u ervan?” Een man met een paarse trui en een peutertje op de arm antwoordt gedecideerd: “Ik vind dat meneer een mooie stem heeft.”

Technofeest

Het is buurtbewoner en ingenieur Thomas Cohen Stuart (39), zo blijkt even later. Aan een statafel raken hij en zijn vrouw Serena Eek (33), lerares in het basisonderwijs, in gesprek met de imam. De laatste vertelt waarom ze de gebedsoproep willen gaan laten horen. Zo heeft de tekst ‘Allahu Akhbar’ de afgelopen jaren een heel negatieve klank gekregen, zegt hij, ‘door bepaalde mensen’. Serena Eek oppert: “Zelfmoordterroristen?” Dat ja, zegt de imam. “We willen dat herstellen, en het ware beeld van de islam naar buiten brengen.”

Het jonge Amsterdamse gezin woont net achter de moskee, maar is voor het eerst binnen. Cohen Stuart wijst naar zijn buik. “Ik heb hier bij dat geluid niet zoiets van: hè gadver. Trouwens, zelf heb ik ook weleens een feestje. En soms is er een technofeest verderop, dan is er ook lawaai. Vliegtuigen komen over, de metro ligt hiernaast. Als ik het heel droog bekijk, dan is het gewoon onderdeel van in een stad wonen.”

Bij de moskee hadden ze de bijeenkomst met enige spanning tegemoet gezien, vanwege mogelijke weerstand, maar tegenstanders van de gebedsoproep zijn hier niet te vinden. Eerder had de gemeenteraadsfractie van Forum voor Democratie al wel haar afkeuring laten blijken – fractievoorzitter Annabel Nanninga sprak van ‘opdringerige islamisering’. Aan de statafel bij de imam is het buurtbewoonster Lolies van Grunsven (48) die de vraag opwerpt of het voornemen niet polariserend zal werken. De imam: “We maken als moskee gewoon onderdeel uit van de samenleving, en willen dat de gebedsoproep een normaal iets wordt.”

Goede geluidsinstallatie 

Verder is Van Grunsven, in het dagelijks leven literair agent, vooral benieuwd naar de betekenis van de Arabische frasen. De imam begint zijn uitleg bij de eerste zin, “God is de grootste”, en is nog niet klaar als Cohen Stuart met weer een andere vraag komt: zou het eigenlijk niet in het Nederlands kunnen?

“Nou nee”, zegt de imam, “Het is echt een traditioneel iets. En naast dat een vertaling lastig is, geeft het ook niet hetzelfde gevoel.” Eek snapt het wel. “De magie gaat er dan ook een beetje af, hè?”

Dat de gebedsoproep vandaag niet buiten maar binnen te horen was heeft een praktische reden: de geluidsinstallatie moet nog worden aangeschaft. “Ha”, zegt Cohen Stuart. “Misschien kan ik dan wel een wens uitspreken? Dat het een goede wordt? Zodat het geen krakend, vervormd geluid wordt? Want dan gaat die schoonheid er wel een beetje af.” De imam lacht, en gebaart naar het brandschone tapijt en de flonkerende kroonluchter. “Wat vindt u, hoe ziet het er hier uit? Maakt u zich geen zorgen, we gaan hier voor kwaliteit.”

Lees ook:

Geen gebedsoproep, want de moskee denkt aan de buren

Het gros van de Nederlandse moskeeën ziet er vanaf om de gebedsoproep te laten horen, ook al staat de Grondwet dat toe. Maar de wens de buren niet te ergeren weegt zwaarder.

Gebedsoproep ‘is een grondrecht’ en klinkt in zeker 12 steden

Dagelijks of wekelijks vanuit een minaret oproepen tot gebed, mag dat? De discussie die ontstond omdat een moskee in Deventer van zich wilde laten horen, doet vermoeden dat er voor gebedsoproepen hoge juridische drempels zijn. Dat valt wel mee, zo blijkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden