(On)voltooid leven

De discussie over voltooid leven gaat vaak over autonomie, maar hoezo zijn we autonoom?

Beeld Fenna Jensma

Gaat de discussie over voltooid leven, dan valt vaak al snel het woord autonomie. Maar een mens is geen eiland, betoogt filosoof Hans Achterhuis. Geestelijk verzorger Margriet van der Kooi ziet achter een vraag om stervenshulp een wereld van verdriet en kwetsbaarheid.

Hans Achterhuis: ‘Ik geloof niet in een maakbare samenleving en niet in autonomie’

Afgelopen jaren sprak voormalig Denker des Vaderlands, Hans Achterhuis, regelmatig over voltooid leven en euthanasie. Met onder anderen de theoloog Johan Goud en de dichter Willem Jan Otten schreef hij begin deze eeuw het schot­schrift ‘Als de dood voor het leven’, over wat zij noemden ‘professionele hulp bij zelfmoord’. In de bundel richtten zij hun pijlen op psychiater Boudewijn Chabot, die meewerkte aan de zelfdoding van een vrouw die niet ondraaglijk lichamelijk of psychisch ziek was, maar wel door zoveel leed was getroffen dat zij dood wilde.

“Bij de discussie rondom voltooid leven moet ik altijd denken aan de Engelse filosoof Thomas More”, zegt Achterhuis. “In zijn boek ‘Utopia’ (1516, red.) wordt een ongeneeslijk zieke door priesters en magistraten vriendelijk doch dringend verzocht euthanasie te plegen: ‘Zie het onder ogen, u zult nooit meer in staat zijn een normaal leven te leiden. U bent alleen uzelf en anderen tot last... Omdat uw leven louter ellende is, zou u niet moeten aarzelen te sterven. Stem toe, en wij zullen u uit uw martelingen verlossen’. Als streng katholiek moet dit voor More een gruwelbeeld zijn geweest, een absurd toekomstbeeld waar mensen onder druk komen te staan hun leven te beëindigen omdat ze anderen alleen maar tot last zijn.”

Van een dergelijke situatie is nu toch geen sprake? Wat er ook over voltooid leven gezegd wordt, het autonomieprincipe staat voorop.

“We hebben tegenwoordig een autonomiemoraal: ik wil zelf kunnen besluiten wat ik doe, en daar ook zelf verantwoordelijk voor zijn. Maar beslis ik dan ook over de hoeveelheid pech die mij overkomt? De andragoloog Nico Koning trekt ergens de vergelijking met wilde eenden, die in vergelijking met mensen, zeer autonoom zijn. Zij trekken zich, behalve soms even bij de voortplanting, hun hele leven niets aan van andere eenden en gaan hun eigen gang in het water, op aarde en de lucht. Maar ze kunnen niet voorkomen dat er telkens een van hun kuikens wordt geroofd, zodat er uiteindelijk maar een fractie van hun broedsel overblijft. Mensen kunnen zichzelf veel effectiever beschermen dan die eenden, juist doordat ze samenwerken en zich naar elkaar richten, dus door hun autonomie op te geven.”

Ons autonomie-ideaal gaat uit van een maakbare samenleving.

“Ik geloof niet in een maakbare samenleving en niet in autonomie, niet in ons gewone dagelijkse leven, en al helemaal niet als we afhankelijk worden van anderen. ‘No man is an island entire of itself’, schreef de dichter John Donne.”

En als je wel een eiland geworden bent?

“Dan is het hopeloos met je gesteld. Ik lees nu het schitterende boek ‘In het huis van de dichter’ van Jan Brokken over het leven van de pianist en cultheld Youri Egorov (1954-1988, red.). Egorov, die aan aids lijdt, kan niet meer pianospelen, en piano is zijn leven. Egorov besluit euthanasie te plegen. Brokken heeft moeite met de beslissing. Als de euthanasie plaatsvindt, wil Brokken er ook niet bij zijn. Goed, Egorov zal nooit meer pianospelen, hij zal nooit meer een normaal leven leiden, zijn leven is in die zin niet meer van nut. Maar er zijn nog goede momenten, gesprekken met vrienden; Egorov was nog geen eiland, hij was van grote betekenis voor deze vrienden.”

Kunt u zich voorstellen dat u zelf bepaalt wanneer uw leven voltooid is?

“Vroeger sprak ik hier lichtvaardiger over. Naarmate het einde dichterbij komt, vind ik het moeilijker erover te praten. Maar nee, dat kan ik mij niet voorstellen. Dat komt ook, doordat ik grote moeite heb met de consequenties van dat voltooide leven. Wie moet de euthanasie voltrekken bij degene die zijn leven voltooid acht? De arts. Ik denk dat wij dit artsen niet mogen aandoen. Een dierbare vriendin van ons, arts, zei vroeger altijd: ‘Euthanasie is niet goed voor je ziel’.”

D66 wil voltooid leven uit de medische sfeer trekken. Die partij wil dat niet een arts, maar een stervensbegeleider hierbij hulp zal bieden.

“Dat lijkt mij geen goed idee. Het geweldsmonopolie lag altijd bij de staat, die dat met heel veel condities en waarborgen gedelegeerd heeft aan leger en politie. Afgelopen eeuw zijn artsen in dat geweldsmonopolie gaan delen, omdat zij ook de dood onder bepaalde voorwaarden mogen toebrengen. Je kunt je afvragen of dat goed is. Maar dan nu nog een aparte beroepsgroep daaraan toevoegen? Dat wordt een hele gevaarlijke, nieuwe professie.

“Als je dan toch besluit dat je leven voltooid is, moet je misschien zelf de consequenties daarvan dragen. Boudewijn Chabot, met wie ik het aanvankelijk zo oneens was, heeft daar prachtig over geschreven in ‘Uitweg: Een waardig einde in eigen hand’. Chabot toont aan dat versterven een onderdeel kan zijn van een normaal stervensproces, waarbij de patiënt steeds minder behoefte krijgt aan eten en drinken. Vaak sterf je dan binnen twee weken. Wie dit kan, is echt in staat zichzelf de wet te stellen.”

Hans Achterhuis is emeritus hoogleraar Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente. Hij was de eerste Denker des Vaderlands. Hij won de Socrates Wisselbeker voor het beste filosofieboek van het jaar voor ‘De utopie van de vrije markt’ en voor ‘Met alle geweld’.

Margriet van der Kooi: ‘Voltooid leven - ik vind het een te rooskleurig woordje’

‘Kun je komen? Nu? Deze vrouw is zo verdrietig en in paniek.’ Het was Kerstavond, geestelijk verzorger Margriet van der Kooi stond op het punt naar de kerk te gaan, toen haar gevraagd werd onmiddellijk naar het ziekenhuis te komen. Een vrouw wilde dood, liefst onmiddellijk en het lukte de verpleging niet haar uit te leggen dat dat niet zomaar kan.

Van der Kooi: “Het begrip voltooid leven bestond toen nog niet, maar als het bestaan had, hadden we er niets aan gehad. Want haar verhaal ging niet over een voltooid leven maar over té eenzaam zijn, en over het ondraaglijk missen van haar man, die al gestorven was. En ook over de vraag naar zin, naar zingeving.”

Bij gebrek aan zingeving moet je niet over voltooid leven spreken?

“Voltooid leven – ik vind het een te rooskleurig woordje. Het is opmerkelijk hoe snel in Nederland het begrip voltooid leven over de toonbank geschoven en geadopteerd is, zonder dat duidelijk is wat ermee bedoeld kan zijn.”

Het lijkt een logische term: klaar, ten einde geleefd.

“Het begrip voltooid leven veronderstelt een autonome keus van autonome mensen, maar mijn ervaring als ziekenhuispastor leert me dat achter het verzoek om euthanasie bijna altijd een wereld van verdriet en kwetsbaarheid schuilgaat: eenzaamheid, angst om afhankelijk te worden, schaamte, woede, verlies aan vaardigheden.”

Mensen zijn te eenzaam?

“Dat wordt ook door politici gezegd. En de oplossing zou dan gezocht moeten worden in het versterken van een zorgzamere samenleving. Dat mag een factor zijn, maar ook daarmee wordt het probleem gesimplificeerd. Er is meer aan de hand, en dat is wel relatief nieuw: er lijkt geen einde te zijn aan het bittere einde. De theoloog Harry Kuitert deed veertig jaar geleden al een belangrijke observatie: de medische wetenschap heeft ons in de hoogste boom gebracht, maar geen ladder meegeleverd om weer uit die boom te komen. Er wordt langer geleefd en ook langer geleden en langer gestorven. ‘De dood is mij vergeten’, hoor ik vaak verzuchten. Of zelfs: ‘Zou God mij vergeten zijn?’”

Is hier verandering in aan te brengen?

“Ja, door echt te leren beseffen dat niet alles wat kan, hoeft. Dit idee wint terrein. Niet elke behandeling, niet elke therapie, niet elke chemo- of antibioticakuur hoeft te worden aangegrepen om de dood nog even op afstand te houden. Dat is wat anders dan euthanasie. Mijn ervaring is dat sinds een jaar of tien patiënten en artsen aanzienlijk vaker beginnen over de vraag of elke strohalm wel aangegrepen moet worden, of dat patiënten maar liever, zoals dat dan vaak gezegd wordt, kiezen voor meer kwaliteit dan tijd. De effecten van een chemo- of antibioticakuur, de gevolgen van een ingrijpende operatie worden tegen het licht gehouden en besproken met arts en naasten, en niet zelden wordt besloten niet meer tot het gaatje te gaan. Ik denk dat het zinniger is deze ontwikkeling aan te moedigen, dan wetgeving over voltooid leven verder te pushen.”

Wat is daarvoor nodig?

“Goede voorlichting over kansen en risico’s van al of niet ingrijpen. En het vraagt om een aandachtig gesprek over grote vragen: wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik naartoe, wat voor zin heeft mijn leven gehad? Als ik sterf, kan ik dat dan op een goede manier? Dat is niet de vraag naar een technisch goed uitgevoerde dood, maar de vraag naar: kan ik gaan, laat ik geen rafels of schulden na waar ik nog wat aan kan doen? Wacht nog iemand op mijn berouw of excuus? Wacht iemand nog op een woord van mij, heb ik mijn kinderen gezegend? Kortom: heb ik mijn nalatenschap op orde?”

Er wordt al veel onderzoek gedaan naar hoe ouderen leven, hoe ze verder willen leven of juist niet.

“Ja. Maar de al te opgewekte oplossingen om eenzaamheid te willen oplossen door gezellige activiteiten te organiseren doen geen recht aan de onderliggende existentiële vragen: wie ben ik nog, wat heeft mijn leven voor zin, voor wie beteken ik nog iets? Het heeft iets te gemakkelijks, te geruststellends, te bagatelliserends, te bedrieglijks om te menen dat met leuke uitjes de zingevingsvragen kunnen worden opgelost. Ze worden dan hooguit gedempt.”

Is dat niet ook winst?

“We doen elkaar tekort door weg te lopen van deze existentiële vragen. De hartekreet is dikwijls niet: ik wil dood, maar: zó kan ik niet leven. In plaats van die hartekreet te negeren door een geolied protocol over voltooid leven en euthanasie te ontwerpen, is het menselijk, wenselijk en eerlijk om die vragen naar zingeving samen aan te gaan. Er is een negatieve kijk ontstaan op oud-zijn, een angstige kijk; het is huiswerk voor alle generaties om daarover na te denken en met elkaar te verkennen hoe we een nieuwe weg kunnen vinden.”

Ds. Margriet van der Kooi is hart- en zielzorger bij het Daan Theeuwes Centrum in Woerden. Over sterven en voltooid leven schreef zij met Kees van der Kooi: ‘Midden in het leven’. 

Dit is de derde aflevering van een serie over voltooid leven. Lees de andere verhalen terug via trouw.nl/voltooidleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden