EssayJodenhaat

De broedertwist tussen joden en christenen was een van de grondslagen van de Holocaust

null Beeld

De Jodenvervolging door de nazi’s had ook christelijke wortels, schrijft theoloog Bert Jan Lietaert Peerbolte. Hoe konden twee groepen met een gedeelde oorsprong­­ zo uit elkaar groeien?

Aan het einde van de vierde eeuw is Johannes Chrysostomus een gevierd redenaar. Hij richt zich in Antiochië, tegenwoordig Antakya (Turkije), in acht bijtende redevoeringen tegen de Joden. Het is niet voor niets dat vertalingen van deze polemiek nauwelijks te vinden zijn – het is een pijnlijk hoofdstuk in de geschiedenis van jodendom en christendom.

En toch is het belangrijk. De latere bisschop van Constantinopel scheldt zijn joodse stadgenoten de huid vol en legt de basis voor een motief dat in de christelijke geschiedenis de kop blijft opsteken: Joden hebben Christus vermoord en verdienen daarom gestraft te worden. Wat hier gezaaid is, komt bij Maarten Luther in de zestiende eeuw tot wasdom en loopt uiteindelijk uit op de gruwel der verwoesting van de Holocaust.

Ook om een andere reden zijn deze preken van Chrysostomus van belang: de christenen tot wie hij spreekt, hebben hoge achting voor hun joodse broeders en zusters en vieren zelfs hun feesten met hen mee. Zij bezoeken met regelmaat de synagoge! Dit lijkt misschien niet vreemd, maar is het wel. Immers, aan het einde van de vierde eeuw is het christendom officieel de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk geworden. Chrysostomus gaat zo tekeer, omdat hij het nodig vindt een grens tussen Joden en christenen te trekken die blijkbaar voor veel kerkgangers in zijn dagen niet vanzelf sprak. Zeker tot het einde van de vierde eeuw waren de grenzen tussen de beide godsdiensten poreus.

De periode rond het begin van onze jaartelling is hier van groot belang

Voor de geschiedenis van jodendom en christendom is de periode rond het begin van onze jaartelling van groot belang. De doorwerking ervan is tot vandaag voelbaar, getuige de regelmatig terugkerende spanningen, zo niet vijandschap, tussen kerk en synagoge. Hoe heeft het zover kunnen komen, gegeven het feit dat het christendom uit het jodendom is voortgekomen?

In deze tijd, rond wat wij nu het jaar nul noemen, bestond ‘het jodendom’ nog niet op de wijze waarop we er nu over spreken: een culturele stroming met of zonder een beroep op de God van Abraham, Izaäk en Jakob, de stamvaders van het volk Israël. Er leefden in deze periode tal van Judeeërs door heel het Romeinse Rijk heen. Een voorzichtige schatting komt erop uit dat ongeveer een miljoen Judeeërs in Palestina (de Romeinse aanduiding van het gebied) leefden, terwijl het aantal joodse inwoners van het rijk erbuiten zo rond de zeven miljoen gelegen zal hebben. Zij stonden bekend als ‘Judeeërs’, zoals derde generatie Nederlanders van Marokkaanse afkomst vandaag wel bekend staan als ‘Marokkanen’.

De cultuur en godsdienst van de Judeeërs was gevarieerd. In Palestina waren ­farizeeën (de uitleggers van de Wet die mensen op heel praktische wijze van advies voorzagen), sadduceeën (de priester-elite die in de tempel in Jeruzalem de dienst uitmaakte), essenen (een groep die leefde volgens zeer strenge regels van rituele reinheid) en diverse andere groepen. Bij de Judeeërs buiten Judea was diversiteit evenzeer de norm. De joodse wijsgeer Philo van Alexandrië beschrijft bijvoorbeeld dat er zelfs Judeeërs waren die de Wet uitsluitend symbolisch opvatten: voorlopers van wat we nu liberale joden noemen.

null Beeld

In dit spectrum treedt aan het begin van de eerste eeuw een rondtrekkende leraar op: Jezus van Nazareth. Hij vormt een hervormingsbeweging, waarin hij kritiek uit op een legalistische toepassing van de Wet, ofwel de Thora. Bovendien is hij kritisch op de wijze waarop de elite in de tempel van Jeruzalem vormgaf aan de cultus, en stelt hij de liefde voor God en de naaste centraal. Hij wordt door zijn volgelingen gezien als de ultieme gezant van God, de Messias. Deze term is afkomstig uit het Hebreeuws (mesjiach) en betekent ‘gezalfde’. Het is een eretitel van de koningen uit het oude Israël die tot koning gezalfd werden om te regeren namens God.

Sommigen zien Jezus als de Messias, anderen wijzen die gedachte af

Het optreden van Jezus, zijn dood aan het kruis en de ervaring van zijn opstanding door zijn leerlingen leveren een enorme impuls aan zijn volgelingen. Zij verkondigen zijn dood en opstanding, bekrachtigen de boodschap die hij bracht en beschouwen hem als de verlosser die ooit door God aan ­Israël was beloofd. Deze verkondiging wordt een splijtzwam: sommigen zien Jezus als de Messias, anderen wijzen die gedachte af.

Een generatie na Jezus’ leven ontstaan onder leiding van met name de apostel Paulus tal van groepen buiten Palestina, met name in Klein-Azië (het huidige Turkije), Hellas en Macedonië, die hun leven inrichten rondom het geloof in de figuur van Jezus Christus. Deze groepen bestaan voor een deel uit Judeeërs/Joden en voor een deel uit niet-Joden.

Het is hier dat de schurende relatie tussen joden en christenen haar wortels heeft. Wat gebeurt er? Paulus en zijn volgelingen zien Jezus als de beloofde Messias. Daarin wijken zij niet af van de andere volgelingen van Jezus. Maar Paulus legt de basis voor een nieuwe identiteit van deze volgelingen; het begrip ‘Israël’ krijgt een nieuwe inhoud, het bestaat voortaan niet meer uit een volk, maar uit de volgelingen van de Messias, Joods én niet-Joods.

Door het optreden van Paulus ontstaan groepen die zichzelf zien als Israël, als Judeeërs, maar mede bestaan uit niet-Joodse volgelingen van Jezus, voornamelijk Grieken. Nu is er niet zo veel aan de hand als zo’n groep zichzelf ziet als Israël, maar nog altijd voor het leeuwendeel bestaat uit Joden. Alleen, op termijn verschuift dit. In de tijd van Chrysostomus, 3,5 eeuw later dus, bestaan de Jezus-groepen in meerderheid uit niet-Joden. En toch blijven zij zichzelf aanduiden als Israël.

Twee oorlogen tegen de Romeinse bezetter gevoerd en verloren

In de tussentijd heeft dat deel van Israël dat Jezus niet ziet als de Messias twee oorlogen gevoerd tegen de Romeinse bezetter en die beide oorlogen smadelijk verloren. De eerst eindigde in het jaar 70 met het neerhalen van de tempel in Jeruzalem en de tweede in 135 met de verwoesting van het weinige van de stad dat nog overeind stond. De neergang van Jeruzalem had ook religieuze consequenties. De leider van de opstand van 132-135, Simon bar Kochba, werd door velen gezien als de echte Messias. Want de Messias zou toch de heidenen met geweld verdrijven uit Judea en Israël?! Maar na zijn dood en het extreem gewelddadige neerslaan van de revolte door de Romeinen hebben de nieuwe leiders van de Judeeërs genoeg van alle Messiaanse speculaties. Die laten ze voorlopig over aan de christenen.

De christenen – die term is vanaf de tweede eeuw gangbaar – beroepen zich op de Griekse versie van de joodse Bijbel. Zij lezen deze als voorzegging van het optreden van Jezus en uiteindelijk bundelen zij ook de gezaghebbende teksten van de vroegste volgelingen van Jezus. Deze bundeling krijgt in de vierde eeuw definitief vorm als het Nieuwe Testament. In combinatie met de joodse geschriften – die dan wordt gezien als het Oude Testament – ontstaat aldus de christelijke Bijbel.

Maar de rabbijnen die op de puinhopen van Jeruzalem de joodse traditie opnieuw vormgeven, kiezen voor het Hebreeuws als hun religieuze voertaal – hoogstwaarschijnlijk in reactie op het kapen van de Griekse versie van hun Bijbel door de christenen. En zo ontstaan er in de eerste vier eeuwen van onze jaartelling twee stromingen, die ieder ook nog eens gekenmerkt worden door een grote mate van interne diversiteit. Deze stromingen noemen we nu gemakshalve jodendom en christendom.

null Beeld

Terug naar Chrysostomus. Zijn optreden is een invloedrijk moment in de geschiedenis van moeilijke verhoudingen tussen Joden en christenen. Het claimen van de identiteit van Israël door christenen leidt al in de oudheid tot vervangingstheologie: de kerk zou in de plaats van het jodendom gekomen zijn. Joden worden steeds weer weggezet als ‘de ander’, vooral in negatieve zin. Het motief dat zij de Messias hebben vermoord, wordt uiteindelijk een bloedspoor door de geschiedenis. Denk aan de kruistochten, die niet alleen de inmiddels islamitische overheersing van Jeruzalem beëindigden, maar onderweg én in Palestina ook de Joden bestreden. Of aan Luther, met zijn beruchte schotschrift Over de Joden en hun leugens en zijn antisemitische redevoeringen. Hierdoor werd hij door Hitler gezien als de grootste Duitser uit de geschiedenis!

Excuus van de PKN aan de Joodse gemeenschap

De Jodenvervolging door de nazi’s had ook christelijke wortels, zo moet je het wel stellen. In dat opzicht was het excuus van de PKN aan het adres van de Joodse gemeenschap, vorig najaar, terecht. Tegelijkertijd was het ook een doekje voor het bloeden: hoe kun je excuses maken voor iets wat je niet zelf gedaan of nagelaten hebt?

Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Gelukkig is er in de afgelopen decennia in christelijke kring veel geschreven over theologie na Auschwitz. Tot aan de paus toe nemen christenen afstand van de gedachte dat de kerk in de plaats gekomen zou zijn van de synagoge, de oude vervangingstheorie. Een open houding ten opzichte van de joodse godsdienst, maar ook in de richting van andere religieuze tradities is gelukkig in brede kring de norm geworden.

Dan nog dit. De afgelopen jaren spreken Nederlandse politici veel over ‘de joods-christelijke traditie’. Deze aanduiding is een politiek construct, dat vooral als doel heeft nu moslims tot ‘de ander’ te maken.

Niemand wordt daar beter van. Joden niet, christenen niet en moslims niet. Wat de geschiedenis van Joden en christenen ons leert, is dat het beter is de ander als anders te accepteren en de eigen aanspraken op de waarheid wat losjes op te vatten. Wie zichzelf tot norm verheft, sluit de ander buiten en dat helpt niet om samen te leven.

Bert Jan Lietaert Peerbolte (1963) is hoogleraar Nieuwe Testament aan de VU, gespecialiseerd in de geschiedenis van het vroegste christendom en het jodendom van dezelfde periode. Hij studeerde theologie in Groningen en in Leiden. Na zijn doctoraat in Leiden werkte hij bij de universiteiten­­ van Utrecht, Kampen en aan Yale (VS).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden