Beeld uit de documentaire over het celibaat. De kruisheren in het klooster van Sint Agatha.

Kloosterleven

De broeders praten in de film over het celibaat

Beeld uit de documentaire over het celibaat. De kruisheren in het klooster van Sint Agatha. Beeld Daan Jongbloed

De kruisheren van Sint Agatha kozen op jonge leeftijd voor een celibatair leven in het klooster. Binnen hun kleine gemeenschap wordt nauwelijks gesproken over seksuele onthouding en het ontbreken van een liefdesrelatie. Regisseur Daan Jongbloed maakt dit alles bespreekbaar in de documentaire Celibaat.

 Eigenlijk wil Daan Jongbloed (35) best wel een romantisch verhaal ophangen over hoe zijn nieuwe documentaire ‘Celibaat’ tot stand is gekomen. Maar het begon doodgewoon met een oproep van de provincie Noord-Brabant voor ideeën om het Brabants Erfgoed in beeld te brengen. “Al snel kwam ik op kloosters uit. Ik ben gefascineerd door dit soort plekken. Mijn vorige film ging over een hele ­oude boer. Boer-zijn heeft iets van ‘weg uit de samenleving’ willen zijn. Bij kloosterlingen is ook sprake van een zelfgekozen eenzaamheid, die een doel heeft, namelijk dichter bij God komen.”

Jongbloed mocht op de koffie komen

Jongbloed ging bellen, aanvankelijk naar kloosters met vrouwelijke religieuzen. Hij was nergens welkom, ook niet bij broeders. “Vaak kreeg ik bij mijn eerste telefoontje al te horen dat ze het niet zagen zitten. “ Totdat hij in contact kwam met pater Joe van de kruisheren van Sint Agatha, een dorp aan de Maas tussen Nijmegen en Venlo. Jongbloed mocht op de koffie komen. Nadat hij had verteld wat hij van plan was besloten de zes leden van de communiteit mee te doen aan het project. “Ik dacht meteen : daar wil ik wel ­instappen”, vertelt de Vlaamse pater Joe (77) die in 1960 bij de kruisheren intrad.

Hij zit met de regisseur aan een tafel in een voor de rest onttakelde kamer van het klooster in Sint-Agatha. De kruisheren zitten midden in een interne verhuizing. Op tafel staat een thermoskan koffie en een schaaltje met daarop twee plakjes cake. Zelf neemt pater Joe – overhemd met das en daaroverheen een trui – alleen koffie. “Daan zei meteen dat hij voor de geschiedenis van onze orde niet zoveel belangstelling had, maar wilde zien wat er in ons steekt en wat ons beweegt. Ikzelf ben eraan begonnen met een dubbel gevoel. In het begin van de film zeg ik ook dat ik een zekere huiver voel voor de vragen die op mij af zouden gaan komen. Anderzijds had ik wel lust om te gaan praten over mijzelf. “

Uiteindelijk filmde Jongbloed in ­totaal zeven weken in Sint-Agatha en hij had zelfs een eigen kamer. Hij begon met het filmen van alledaagse dingen als de gezamenlijke maaltijd en het dagelijks ­gebed. Zo won hij vertrouwen. Later ­begon hij pas met de interviews. ­‘Celibaat’ ging eind september in première op het Nederlands filmfestival in Utrecht. De documentaire (helemaal in zwart-wit en zonder muziek) laat prachtig zien hoe zes mannen, min of meer tot elkaar veroordeeld, ­samenleven en met elkaar communiceren. En vaak ook niet communiceren. Daan Jongbloed: “Ik dacht niet meteen: het moet over het celibaat gaan. Maar het was mij al snel duidelijk dat ik dat onderwerp moest aansnijden. Als zes mannen samenleven in zo’n kleine ­gemeenschap, zonder vrouw, dan kan je daar niet om heen. Het celibaat ontneemt de broeders een echte liefdesrelatie met een ander en daar moet mee gedeald worden.”

In het begin vallen er ongemakkelijke stiltes

‘Celibaat’ is een zoektocht naar taal voor dingen die door de kruisheren ­onderling niet besproken worden. ­Zaken als intimiteit en seksualiteit. ­Pater Joe: “Het was wel moeilijk om te gaan formuleren en om gedachten vast te krijgen. Je legt, voor een publiek dat je niet kent, iets open dat heel kwetsbaar is en waar je in de communiteit niet over spreekt. Een zekere terughoudendheid heb ik hier en daar dus wel ­gevoeld.”

Pater Joe: ‘Ik dacht meteen: daar wil ik wel instappen’. Beeld Daan Jongbloed

In het begin van de film vallen er veel ongemakkelijke stiltes, wordt er veel gezucht en worden er dingen gezegd als “gevoelens zijn er nou eenmaal” en “dan heb je wel een stuk eenzaamheid uit te staan”. Naarmate het verhaal vordert, worden de kruisheren – van wie er vier aan het woord komen- openhartiger. Zo vertelt broeder Edgard dat hij voordat hij het klooster in ging verkering heeft gehad, maar nog nooit gemeenschap heeft gehad met een vrouw. Hij is er blij om, want je kunt niet missen wat je niet kent. “Dat is wel een voordeel”. De oudere pater André bekent, terwijl hij voor zich uitkijkt, dat “het af en toe tot zelfbevrediging komt” .

Maar de grootste ontboezeming komt toch van pater Joe. De film loopt tegen het einde. Hij zit op een stoel, op zijn kamer. Het gaat over zijn seksuele voorkeur. Eerder heeft hij al gezegd dat hij heel nieuwsgierig is hoe het is om een ander aan te raken met ‘respect en tederheid’. Dat heeft hij nog nooit meegemaakt. “Ik zou nooit zoals een medebroeder tijdens een kerkdienst deed, verklaren dat ik homo was”, zegt hij ­behoedzaam. Ik denk ook dat ik dus eerder, hoe moet je dat noemen, aangetrokken word door beide geslachten.” En dan ligt het er.

Pater Joe bekent nu, nadat hij heeft geïnformeerd of er nog nieuwe koffie moet worden gezet, dat hij zich heeft afgevraagd hoe ‘deze ontboezeming’ zou uitpakken. “Toen we de film met de communiteit voor het eerst samen bekeken en die uitspraak van mij langs-kwam, zei broeder Edgard meteen: ‘Dat wist ik toch al lang’. Daar was ik blij mee. De anderen namen het voor kennisgeving aan.” Regisseur Jongbloed: “Ze negeren het. Ik vond het ook wel een spannend moment. Natuurlijk denk je op zo’n moment: ‘ Heb ik er goed aan gedaan’ om Joe dit te laten vertellen?’ ”

Pater Joe knikt en kijkt even uit het raam. Nu de film uit, komen de reacties. Ook van zijn familie die de documentaire nog moet gaan zien. Dat vindt hij, op zijn beurt, weer spannend. Hij noemt de naam van Timothy Radcliffe, de oud-magister-generaal van de dominicanen. Die pleitte na de verschijning – eerder dit jaar – van een boek dat ­beweerde dat in het Vaticaan vier van de vijf priesters homo was, voor een ‘nieuwe cultuur van eerlijkheid’ binnen de kerk. “Ik wil eerlijk zijn”, zegt pater Joe.

Broeder Edgard (midden) had ooit verkering. Beeld Daan Jongbloed

De meeste priesters nemen het erbij

En dan is er nog het celibaat. Volgens pater Joe hebben de meeste priesters dat ‘erbij genomen’. Het hoort er in de rooms-katholieke kerk nu eenmaal bij, maar je moet er wel mee om leren gaan. “Dat gaat met horten en stoten. Anderen zullen het nooit integreren in hun leven.” 

In Rome vindt op dit moment een bisschoppensynode over het Amazonegebied plaats. Vanwege het priestertekort in die regio vinden nogal wat bisschoppen daar dat er getrouwde mannen tot priester moeten worden gewijd. Er zijn zelfs kerkleiders die vinden dat de celibaatsverplichting in de hele kerk moet worden afgeschaft. Ze krijgen de zegen van pater Joe. Omdat, naar zijn mening, ongehuwd leven vanuit een ­religieus motief en pastor-zijn twee charisma’s zijn die niet noodzakelijk ­samengaan.“ Maar dat is wel een private mening”, voegt hij eraan toe. En weer : “We zullen zien.”

Voorlopig is er nog de film die – zoals pater Joe in goed Vlaams zegt – “door de band genomen positief wordt aangenomen”. Dat ligt ook aan het zeer verrassende einde dat pater Joe voor zijn verantwoording neemt. “De mensen moeten maar gaan kijken”, zegt hij. Zelf zal hij niet meer zo snel in het openbaar over zijn geaardheid spreken. Daan Jongbloed en pater Joe hebben nog veel contact. Er is een vriendschap gegroeid.

Pater Joe: “Wat Daan zoal meemaakt in zijn leven, dat beweegt mij wel. In die zin hoop ik dat het hem goed gaat en dat we elkaar blijven ontmoeten.”

Daan Jongbloed: “Iemand zei me: ‘Joe verdient een ovatie voor zijn eerlijkheid’.”

Pater Joe: “Ik hoop dat er collega-priesters zijn die na de film ook eerlijk durven zijn over hun seksuele gevoelens. Ik denk dat het goed zou zijn voor de kerk”

Daan Jongbloed: “Ik hoop dat Joe zichzelf door deze film zijn gevoelens nu wat meer accepteert. Dat hij denkt: ik ben hoe ik ben en dat is niet verkeerd.”

Ondertussen gaat in de communiteit het ­leven door zoals het al heel lang het ­geval is. De vier kruisheren hebben ­gezegd wat ze wilden zeggen, in de film.

De kruisheren

De Orde van het Heilig Kruis wordt rond 1210 gesticht in het prinsbisdom Luik. Daar leggen enkele kanunniken kloostergeloften af. Volgens de zeventiende-eeuwse kroniekschrijver Henricus Russelius deden ze dit onder leiding van een zekere Theodorus van Celles. Ze dragen een wit habijt, een zwart scapulier en daarop een rood-wit kruisteken. De kloostergemeenschap leidt een leven van enerzijds (koor)gebed en contemplatie, maar is ook actief in de zielzorg. De orde groeit tot de tijd van de Reformatie, met tientallen kloosters in West-Europa. Maar tussen 1600 en 1800 worden bijna alle kloosters opgeheven, behalve die in Uden en Sint Agatha. In de tweede helft van de negentiende eeuw herstelt de orde zich en worden nieuwe kloosters gesticht. Tegenwoordig heeft de orde vooral veel leden op het zuidelijk halfrond. De Europese provincie van de orde telt nu 42 kruisheren.

De documentaire ‘Celibaat’ is de komende tijd nog op verschillende plekken te zien. Meer informatie op celibaat.com

Lees ook
De kerk heeft de getrouwde priester nodig

In juli opende het Vaticaan de deur naar de priesterwijding van gehuwde mannen in het Amazonegebied, en daarmee de discussie over het celibaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden