De anderen zijn vergeten, Camus blijft een kompas

Voor de Franse intellectueel Jean-Pierre Le Goff was het werk van Albert Camus een openbaring. ‘Helaas is ­begrijpelijkheid vaak verdacht.’

Le Goff (70) knuffelt eerst een van zijn katers die zich op tafel heeft genesteld tussen een paar stapels boeken op zijn zolder in de Parijse banlieue. Dan steekt de prominente Franse intellectueel van wal. “Camus ontdekte ik op school in Normandië, het Institut Saint-Paul in Cherbourg. Dat moet in 1965 zijn geweest, ik was 16 jaar. Hem móést je gelezen hebben, Camus had acht jaar eerder de Nobelprijs gekregen. Dat het geloof bij hem ontbrak, zoals ze dat noemden, was geen bezwaar.”

‘De vreemdeling’ en ‘De pest’ maakten diepe indruk op de puber. De stranden van het schiereiland Cotentin, waar lucht en water meestal grijs kleuren, bekeek hij niet meer op dezelfde manier. “De wilde, rotsige schoonheid van de kaap van La Hague vermengde zich voortaan met de sensualiteit van Camus’ zonovergoten Algerijnse landschappen.”

In ‘Noces’, een bundel autobiografische essays, onderstreepte Jean-Pierre Le Goff met potlood enkele regels die hij voor zichzelf verhief tot principe: “Het is geen schande om gelukkig te zijn. Alleen idioten zijn bang om te genieten.”

Latere generaties zullen niet opkijken van deze passage, beaamt Le Goff. “Maar voor mij was het een enorme ontdekking. Het is moeilijk om je dat nu voor te stellen, maar het geloof van mijn jeugd was een nogal morbide restant van de negentiende eeuw. Het katholicisme in het naoorlogse Normandië was zwaar beïnvloed door het dolorisme: alles stond in het teken van lijden, boetedoening en aanbidding.”

De moeder van Le Goff was een devote kerkgangster. “Zij had voor ze trouwde met mijn vader ‘de zonde van het vlees begaan’, met een man die ze had ontmoet op een dorpsbal. Ze raakte zwanger van mijn halfzus en trouwde met deze man, maar hij verliet haar in de oorlog. Het eerste kind dat mijn moeder met mijn vader kreeg, overleed. Dat alles heeft haar schuldgevoelens aangewakkerd, want was de dood van haar kind geen straf van God? Ze zag erop toe dat wij een streng katholieke opvoeding kregen.”

Wat Le Goff trof in ‘De vreemdeling’ was het ontbreken van elk moreel oordeel. “Het is een roman zonder enig pathos, het probeert niet uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit en nog minder om iets of iemand aan te klagen. Meursault, die het verhaal vertelt, leek in niets op de personages die ik kende. Een man die leeft in een heden zonder verleden en zo dicht mogelijk blijft bij wat hij ervaart en voelt, alsof hij wordt verblind door de ‘schoonheid van de wereld’ die hem van anderen afsluit en eenzaam maakt.”

Dat Meursault zich van de maatschappij had afgekeerd, maakte Le Goff niet uit. “Voor mij en mijn schoolvrienden was dit een oproep het hier en nu te omarmen, je over te geven aan zintuiglijk genot, de zon en de zee. En alle ideeën over zonde, en een slecht geweten overboord te zetten.”

We werken zoveel dat we vergeten te beminnen

Ook ‘De pest’ voerde Le Goff in gedachten weg naar even onbekende als aantrekkelijke mediterrane oevers. “Maar dit boek stelde ook de vraag naar de zin van het bestaan. Waar is het allemaal goed voor? Ik was bang voor het volwassen leven en daarom sprak een tekst als deze mij erg aan: ‘Zo vergaat het iedereen: we trouwen, we hebben nog een beetje lief, we werken. En daarna werken we zoveel dat we vergeten lief te hebben.’”

De held in ‘De pest’ – over een stad in de greep van een epidemie, metafoor voor het kwaad – streeft geen nobele doelen na en leest anderen niet de les. “Het is een bescheiden man die alleen zijn best wil doen. ‘Ik geloof niet in heldendom’, zegt hij. ‘Wat ik zou willen is dat we leven en sterven aan waar we van houden.’ Met het laatste bedoelt hij de liefde en de vriendschap, maar zeker ook de natuur, allemaal zaken die in kringen van revolutionaire collega-intellectuelen golden als een teken van zwakte, van sentimentalisme.”

Hier belanden we volgens Le Goff bij een andere kern van het denken van Camus: zijn antitotalitarisme, een uitzondering in het Frankrijk van de Koude Oorlog. Het communisme was lang toonaangevend bij de intelligentsia. De grootste fellow traveler, Jean-Paul Sartre, verdedigde de gruwelen van het communisme in naam van een glorieuze toekomst. Camus verzette zich juist tegen deze marxistisch-hegeliaanse geschiedfilosofie waarin tragische en moorddadige perioden zoals de Grote Terreur van Stalin (1936-1938) ‘etappes’ waren die uiteindelijk bij zouden dragen aan een positief resultaat.

Camus verwachtte geen enkel heil van een pseudoreligie als het communisme, maar wel van het echte leven. “We moeten het volgens hem zoeken in liefde, vriendschap, een esthetische dimensie – natuur en schoonheid – maar ook in waarheid en rechtvaardigheid.”

Camus werd erom verketterd. “Hoe kon je beweren dat je links was en de revolutie afwijzen? Hij zou een naïeveling zijn, een voorstander van principiële geweldloosheid. Maar Camus was geen utopist die beweerde dat geweld afge-schaft zou moeten worden. Hij sprak zich uit tegen elke vorm van legitimering van geweld. Hij had een hekel aan de radicale pose van mensen die vol zijn van zichzelf en een ideologie, maar die de blik afwenden om niet de lijken te hoeven zien die hun heilsleer achterlaat.”

Het humanisme van Camus accepteert beperkingen en grenzen, benadrukt Le Goff. “‘Vrijheid zonder grenzen is tirannie’, schreef hij. Je moet leren leven met het idee dat het leven niet af en tragisch is.

“De wereld kan heel goed zonder politieke catechismus of moraal. In het marxistische engagement van collega-intellectuelen zag Camus een existentiële vlucht, een vorm van hoogmoed en zelfoverschatting.”

Camus: ook in de Algerijnse oorlog een buitenbeen

Ook tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962) was Camus een outsider. Hij verzette zich tegen de terreur van het OAS (illegaal commando van de fanatiekste voorstanders van een Frans Algerije), maar ook tegen de aanslagen op burgers van het Algerijnse bevrijdingsleger FLN. Dat deed hij toen vele anderen partij kozen voor het FLN, niet zelden letterlijk. Hij pleitte voor een Algerije dat gelijke rechten zou verlenen aan al zijn inwoners en hoopte dat deze staat zijn band met Frankrijk zou behouden.

“Zo werd hij gegrepen door de tragiek van de geschiedenis, want al heel snel zat een dergelijke oplossing er niet in. Hoe het afliep, zou hij niet meer meemaken, Camus verongelukte in 1960, nog maar 46 jaar oud, twee jaar later werd Algerije onafhankelijk. Hij heeft nog wel gezien hoe Arabieren en pieds noirs – Algerijnse Europeanen – zoals hijzelf uit elkaar werden gedreven en dat de kans op een etnisch, religieus en politiek pluralisme heel klein was.”

Opnieuw zag links hem als de filosoof die maar niet kon kiezen voor de goede kant. Camus werd pas weer herontdekt aan het einde van de jaren zeventig, niet toevallig op het moment dat aan de intellectuele hegemonie van marxisme en communisme een einde kwam, zegt Le Goff, zeker ook doordat Aleksandr Solzjenitsyn in de ‘Goelag Archipel’ over de strafkampen in de Sovjet-Unie berichtte. “Dat was een schok, de waarheid over het communisme kon niet meer worden ontkend.”

Maar ook toen bleek dat de geschiedenis Camus gelijk gaf, verscheen er nog het hatelijke pamflet ‘Camus, filosoof voor eindexamenklassen’. “Hij zou niet zo diep graven als Husserl of Heidegger”, lacht Le Goff. “De stijl van Camus is glashelder, hij schreef in een erg Franse traditie waarin ideeën voortdurend worden voorzien van voorbeelden en had zeker niet het abstractieniveau van deze Duitsers bij wie Sartre’s existentialisme vandaan komt. Helaas is begrijpelijkheid vaak verdacht en verleent obscuriteit autoriteit aan een filosoof.”

Le Goff zelf verloor Camus uit het oog na de studentenrevolte van mei 1968, toen hij de universiteit radicaal verliet. “Ik geloofde zoals velen van mijn generatie in een nieuwe kans voor een revolutionair messianisme en vergat Camus’ waarschuwingen. Ik was maoïst, marxist-leninist, en gaf jarenlang alfabetiserings- en omscholingscursussen aan mijnarbeiders in Noord-Frankrijk.”

Maar veel van wat Camus had geschreven lag al die tijd opgeslagen ‘in een hoek van mijn geest’, zegt Le Goff. “Later was hij een van de bronnen die mij hielpen om het activisme achter mij te laten en een nieuw leven te beginnen waarin vriendschap en de mooie dingen van het leven weer de plaats kregen die zij nooit hadden mogen verliezen.”

Hij blijft verplichte kost voor scholieren 

Gevraagd naar de huidige status van Camus in Frankrijk, wijst Le Goff naar een van zijn volgestouwde boekenkasten. Daarin staat Camus’ hele oeuvre, vier delen in de Pléiade, de serie voor de Franse canon. Camus is een klassieker – maar dan wel een die nog steeds wordt gelezen en gespeeld. “Hij zal verplichte kost blijven voor scholieren. Ook al heeft de ­literatuur niet meer de plaats in de vorming van de Franse elite die het had.”

De filosofie van Camus blijkt al even tijdloos. Zijn denken lijkt zelfs gemaakt voor onze verwarde tijd, constateert het tijdschrift Le Nouveau Magazine Littéraire, “en dat is een prachtige revanche voor een man die werd weggehoond door mensen die deden alsof ze hem niet begrepen. Camus is geen onderwerp van debat meer, hij is een kompas.”

Le Goff kan die conclusie alleen maar onderschrijven. Hij citeert graag de toespraak die Camus hield bij zijn aanvaarding van de Nobelprijs in 1957. “Ongetwijfeld denkt elke generatie dat zij is voorbestemd om de wereld te verbeteren. Die van mij weet inmiddels dat dit er niet in zit. Maar haar taak is misschien nog wel veel groter: voorkomen dat de wereld uit elkaar valt.”

Die boodschap is actueler dan ooit, meent Le Goff. “Het beschermen van zaken waar we aan hechten en waar nodig herstellen wat stuk is. Zo zouden we ons moeten afvragen waarom een deel van de elite de mentaliteit van een groot deel van de bevolking niet begrijpt. Als dat lukt, is dat al heel erg veel.” 

Lees ook

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden