Het Goede Jan Keij

De ander is leidraad voor het goede

Beeld Daniel Roozendaal

Het goede is geen opvatting, maar een gevoeligheid voor de ander, zegt filosoof Jan Keij. ‘Dit is een godsdienst die ook heel geschikt is voor atheïsten.’

Praten met Jan Keij is praten met Emmanuel Levinas. Goed, dat is overdreven. Keij, die een praktijk voert als zelfstandig filosoof, laat zich ook graag inspireren door Nietzsche en Kierkegaard. Maar de joodse denker Levinas (1906-1995) staat wel degelijk centraal in wat Keij te zeggen heeft over het leven, zeker als het gaat om de zoektocht naar het goede. Steeds weer komt hij terug op het appèl dat de ander op een mens doet – daar ligt bij Levinas de basis van de moraal. Keij volgt hem daarin.

Dat gaat zover dat Keij over de mens zegt dat die niet alleen een gevoeligheid voor anderen hééft, maar zelfs die gevoeligheid ís. Klinkt dat wat al te vroom, weet dan dat Keij er meteen aan toevoegt in gedachten menigeen te hebben omgelegd. “De ander kan een behoorlijke sta-in-de-weg zijn.”

Zoetsappig is zijn visie niet; hij pleit in navolging van Levinas ook onbekommerd voor het genieten van het leven en voor een gezonde dosis egoïsme: “Je moet ook voor jezelf zorgen.” Maar filosofisch gezien is hij gegrepen door de ‘copernicaanse wending’ die Levinas veroorzaakte door de ander als uitgangspunt te nemen.

“Het westerse denken was altijd een egologie, uitgaande van het ik. Bij Levinas draait het om de ander. Ik leer aan de ander waar mijn opdracht ligt in het leven. Aanvankelijk begreep ik Levinas helemaal niet, hij was voor mij volkomen ondoorgrondelijk. Maar toch was er iets wat mij trok, ik ben hem opnieuw en opnieuw gaan lezen en uiteindelijk op hem gepromoveerd.”

Als we over het goede denken, kunnen we uitgaan van de wet of van deugden. Wat maakt het anders om uit te gaan van de ander? Is dat iets dat voor iedereen zo werkt?

“Ja, zo werkt het voor iedereen. Dat is de stelling van deze filosofie. Iedereen is een gevoeligheid voor de ander. Hoewel het zeker mogelijk is die gevoeligheid te vergeten. Of te negeren. Maar we hebben het van nature. En het mooie is: als het goede voortkomt uit het appèl van de ander, betekent het: schep kwaliteit van leven voor die ander. Laat die ander lukken. Levinas zegt dat het een appèl is zonder woorden: de aanwezigheid van de ander volstaat. Het goede is dan dit: dat ik de ander als uitgangspunt neem bij mijn zoeken naar welzijn.”

“Daarmee kun je dus ook vaststellen dat wet- en regelgeving niet het ultieme goede is, hoezeer we onze samenleving er ook mee hebben dichtgetimmerd. Regels zijn een hulpmiddel, het gaat uiteindelijk om mijn verantwoordelijkheid voor de ander. Dat kan ook inhouden dat ik in sommige situaties burgerlijk ongehoorzaam moet zijn. Het goede gaat boven de wet. Als ik nooit regels aan mijn laars lap, lap ik uiteindelijk mensen aan mijn laars. Je kunt het goede ook niet benoemen: zodra je dat doet, kom je in het gebied van de opvattingen, maar het goede is geen opvatting, het is een voortdurend zoeken. Het goede blijkt pas in een concrete situatie van mens tot mens. En dat kan in verschillende situaties heel verschillende uitkomsten geven.”

De wet, de overlevering of de confrontatie met de ander – in al die gevallen komt het goede niet uit jezelf. Het is extern.

“Dat klopt. Het komt niet uit jezelf. En de ander is waarlijk extern: onkenbaar, ongrijpbaar, mysterie. Je kunt nooit zeggen: ik ken jou. Zelfs niet als je tientallen jaren met iemand samenleeft. Hooguit: ik heb een beeld van jou, en dat heb ik in de loop van de jaren steeds bijgesteld, want het is beweeglijk.

“Op z’n best zijn mensen voor elkaar intieme vreemden. Bij cursussen laat ik vaak het schilderij ‘Les amants’ van Magritte zien: twee mensen die elkaar omhelzen, maar geblinddoekt. Wij kunnen fantastisch contact hebben, maar er blijft altijd iets dat buiten dat contact zal vallen.”

Maar er zijn talloze anderen en ze willen allemaal iets anders, van zo’n appèl word je toch stapelgek?

“Dat hoeft helemaal niet. Ik heb Levinas in elk geval nooit zo opgevat. Misschien heeft dat met mijn afkomst te maken, ik ben katholiek opgevoed, inclusief het bourgondische leven, en ik heb dat direct herkend bij Levinas, die het genieten heel belangrijk vindt. Maar tegelijkertijd is daar inderdaad het appèl van de ander, en die ander vertegenwoordigt meteen de hele mensheid, en ik ben voor al die mensen verantwoordelijk.”

Dan wordt het toch…

“Nee, nee, nee.”

…heel zwaar?

“Dat zegt men vaak, maar ik lees bij Levinas iets anders. Ik moet die oneindige verantwoordelijkheid voor de ander beperken omwille van de zorg voor mijzelf. Ook dat is een plicht. Om dat wankele evenwicht gaat het; Levinas is geen last. Je mag niet alleen genieten, je moet het. Want pas op: mensen kunnen zich volledig op de ander storten, zelfs tot ze er ziek van worden en eindigen in een burn-out.”

Om duidelijk te maken wat dat appèl is: u noemt als voorbeeld dat iemand te water is geraakt, juist terwijl ik passeer. En verder is er niemand. Dan is mijn verantwoordelijkheid om iets te doen of te laten onherroepelijk.

“Ja, het appèl stelt mij simpelweg verantwoordelijk. Ik heb daar niets over te vertellen, het gaat aan mijn vrijheid vooraf. Of en hoe ik die verantwoordelijkheid neem, is vervolgens aan mijzelf. Ik kan ook besluiten door te lopen. Je vindt dit prachtig terug in de roman ‘De val’ van Albert Camus. Daarin komt de hoofdpersoon Jean-Baptiste terug van een leuke avond bij zijn vriendin, hij loopt over een brug over de Seine, en passeert een vrouw die over de leuning staat gebogen, maar schenkt aan haar geen aandacht. Tot hij, een eindje verder gelopen, een schreeuw hoort en een plons. Dan staat hij stokstijf stil, want hij beseft onmiddellijk wat er is gebeurd. De vrouw is in het water gevallen of gesprongen. Maar hij loopt door. En later zegt hij: toen ik geroepen werd die avond, móest ik een antwoord geven. Dat is Levinas in een notedop. Helpen of doorlopen, het is in beide gevallen een antwoord.”

Verwijst de ander, bij Levinas regelmatig ook met een hoofdletter geschreven, naar een God?

“Dat vind ik een moeilijke vraag. Laat ik beginnen met een ‘nee’. De ander wordt met een hoofdletter geschreven omdat hij verplicht. Hij is in zekere zin mijn heer, mijn meerdere. Maar ik kan ook toegeven dat die ander ergens iets wellicht met God te maken heeft. Ik zeg het heel voorzichtig. Zelfs als het om een god zou gaan, dan is het God die er uiteindelijk niet toe doet. Want het gaat om de ander. Maar het kan zijn dat God roept via de ander.

“De vraag van Levinas is: waar komt de schok vandaan als ik onverschillig voorbijloop aan een ander? Die schok is er omdat ik een absolute, goddelijke opdracht negeer. Ik ben zelf agnost, maar ik heb hier geen moeite mee. Totaal niet. Want als het zo zou zijn dat God spreekt via de ander, dan zijn we toch mooi van een heleboel godsdienstige ballast af. Dan hebben we een religie gevonden die heel veilig is, omdat God erin verwijst naar de mens. Een godsdienst die ook heel geschikt is voor atheïsten.”

De stem in mij die zegt dat ik de drenkeling moet redden, is dat het geweten?

“Het is de stem van de ander. De Franse filosoof Lyotard, generatiegenoot van Levinas, heeft gezegd: die stem komt van een onbekende afzender. En het is onze gevoeligheid voor die stem waaruit ons geweten groeit, zich ontwikkelt en ook verandert.”

Als het geweten veranderlijk is, en ook nog eens onderhevig aan tijd en plaats, wat zegt dat dan over het appèl van de ander?

“Dat onze opvattingen over wat juist is heel subjectief zijn en in grote mate cultureel bepaald. Ik zeg wel eens tegen cursisten: het is een hopeloos gecompliceerd karwei. Onze verantwoordelijkheid gaat altijd gepaard met onverantwoordelijkheid – ik doe het nooit helemaal goed. Al mijn daden bevatten ook iets van ‘misdaden’. Niet in criminele zin, maar in die zin dat ik het beoogde doel nooit bereik. Ik zal ook altijd schade berokkenen. En mensen pijn doen. Wat ik voor de een doe, kan ten koste gaan van een ander, rechtvaardigheid gaat altijd gepaard met onrechtvaardigheid. Maar er blijft een ultiem ijkpunt: het welzijn van de ander.”

Toch blijkt uit de geschiedenis van de mensheid dat dit vaak helemaal niet het ijkpunt is.

“Wat zou er voor in de plaats kunnen komen?”

Dat het lot van anderen mij niet interesseert, bijvoorbeeld. Wordt het leven gemakkelijker van.

“Het probleem is dat het leven dan juist moeilijker wordt. Ik kan wellicht een zekere onverschilligheid aanleren, ik kan het kunstje leren om geen mens te zien waar die er wel degelijk is. Maar maakt mij dat gelukkiger? Brengt het mij als mens op een hoger plan? Ik denk dat verantwoordelijkheid tot een zeker geluk kan leiden, tot een zinvol bestaan.”

Als het geweten de stem van de ander is, geldt dat dan ook voor de schaamte?

“Bij schaamte gaat het om ons zelfbewustzijn, dat merkwaardige vermogen tot reflectie, waarvan filosofen zich blijven afvragen waar het vandaan komt. Levinas zegt: het ontstaat in de schaamte. In het gegeven dat ik ergens in de opvoeding tegen een ander op bots, waardoor ik op mezelf word teruggeworpen en mijzelf voor het eerst ‘zie’.

“Denk aan het scheppingsverhaal: nadat ze de fout in zijn gegaan, beseffen Adam en Eva dat ze naakt zijn en krijgen ze de behoefte zich voor de ander te bedekken. Christenen spreken over een zondeval, een joodse filosoof als Levinas ziet het eerder als een verheffing: de mens heeft nu kennis van goed en kwaad, hij is volwassen geworden. Een metafoor voor de gang in elk mensenleven.”

Wie is Jan Keij?

Jan Keij (1948) studeerde tijdens zijn werk als onderwijzer filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn afstuderen promoveerde hij op de filosofie van Emmanuel Levinas, waarover hij ook verschillende boeken publiceerde. Hij is zelfstandig ondernemer in de filosofie, ofwel ‘handelaar in denkbeelden’.

Het Goede

“We hebben mensen nodig die het goede zoeken, en dat is meer dan wat niet verboden is.” Met die conclusie besloot Stevo Akkerman zijn boek ‘Het klopt wel, maar het deugt niet’, gebaseerd op een reeks Trouw-interviews over de maatschappelijke moraal. Het leidde vanzelf tot de vraag: maar wat is dan goed? Stevo Akkerman laat daarover vooraanstaande denkers aan het woord. Lees eerdere interviews hier terug. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden