Filosofisch ElftalNeoliberalisme

Dat het neoliberalisme stervende is, hebben we wel vaker gehoord

Volgens minister Hugo de Jonge loopt het neoliberalisme op zijn laatste benen.Beeld ANP

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Deze week: loopt het neoliberalisme, zoals minister Hugo de Jonge beweert, ten einde? Het elftal is sceptisch.

Is het heilige geloof in de markt aan het uitdoven? Zelfs prominente liberalen als Sigrid Kaag van D66 en Klaas Dijkhoff van de VVD pleiten voor een herwaardering van de overheid. Ook bij andere partijen klinkt de opvatting dat je niet alles aan de markt over kunt laten. Ondanks de krimpende economie en het oplopende begrotingstekort stond Prinsjesdag niet in het teken van bezuinigen; de opvatting van VVD-minister Eric Wiebes dat ‘we ons uit de crisis moeten investeren’ wordt breed gedragen. “Het jaar 2020 zal de geschiedenisboeken ingaan als het einde van het neoliberalisme”, sprak minister en CDA-leider Hugo de Jonge zondag in de Abel Herzberglezing. Zal dat inderdaad het geval zijn? En zo ja, wat betekent dat voor de toekomst?

“Als ik dit soort uitspraken hoor, is mijn reactie sceptisch”, zegt politiek filosoof Ivana Ivkovic. “Dit is namelijk de zoveelste keer dat wordt geroepen dat het neoliberalisme doodgaat. Het sterfbed duurt inmiddels wel erg lang. Zo werd na de financiële crisis in 2008 ook gezegd dat het neoliberalisme een catastrofaal systeem is. De bonuscultuur was het kwaad van alles, en er kwam enorme staatssteun voor de omvallende banken. Maar het was allerminst het einde van het neoliberalisme. We zaten met een hoge werkloosheid en een economie die moest herstellen. Daarom werd besloten dat de arbeidsmarkt moest flexibiliseren. Dat komt zo uit het neoliberale boekje. Terwijl iedereen zich blindstaarde op de bonussen, werd op grote schaal een laag flexwerkers en zzp’ers gecreëerd. En waar vallen de harde klappen nu? Binnen die flexibele arbeidsmarkt. In plaats van dat er destijds afstand is gedaan van het neoliberalisme, kregen we enkel een andere vorm van neoliberalisme. Ik zie geen overtuigende signalen dat dit nu anders zal zijn.”

Meer collectieve voorzieningen of burgerinitiatieven

“Ik kan me wel voorstellen dat mensen verwachten dat het dit keer anders zal zijn”, reageert Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek aan de Universiteit Utrecht en econoom. “Kenmerkende aspecten van het neoliberalisme zijn geloof in de markt en onderlinge competitie, ten behoeve van onze economische vrijheden. De huidige crisis in het neoliberalisme zou aangegrepen kunnen worden om zaken op een andere manier te regelen, zoals meer collectieve voorzieningen of via burgerinitiatieven. Want door corona is onze onderlinge afhankelijkheid en het belang van een meer zorgzame samenleving enorm helder gemaakt. Maar het neoliberalisme afschaffen vergt meer dan enkel meer ruimte voor de overheid. Een bepaald wantrouwen jegens de mens is namelijk ook kenmerkend voor deze stroming. In de publieke sector krijgen mensen niet het vertrouwen dat ze voor de publieke zaak gaan, maar wordt ook interne competitie georganiseerd en is er veel controle. Dat zie je nu terug bij alle sectoren die in opstand zijn – de zorg, het onderwijs, de politie. Ze klagen niet alleen over onderbetaling, maar ook over al het papierwerk, het eindeloze verantwoording afleggen. Die controlerende rol van de overheid is ook heel erg neoliberaal.”

Ivkovic: “De Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984, red.) heeft laten zien dat meer overheid niet per se hand in hand gaat met minder neoliberalisme. Aan het Collège de France in Parijs gaf hij lezingen over de geschiedenis van het neoliberalisme, die nog steeds actueel zijn. Daarbij ging hij ook in op historische stromingen waar juist werd ingezet op meer overheidssturing. De neoliberale gedachte is dat het economische proces altijd op gang moet blijven. Foucault toont dat er sprake is van een slingerbeweging in de geschiedenis; soms viert een overheid de teugels ten behoeve van dat proces, maar soms ook juist niet. Maar dat zijn twee zijden van dezelfde medaille, stelt hij. Waar het werkelijk om gaat, is de achterliggende logica. In Nederland werd een aantal jaar gedacht dat de overheid laten krimpen het meest efficiënt was voor het economische proces. Nu grijpt de overheid meer in op de markt, maar nog steeds omwille van die efficiëntie. Het doel is nog steeds de economie zo goed mogelijk houden; de nadruk ligt niet opeens op verduurzaming of het aanpakken van sociaal-economische gelijkheid. Zolang dat doel hetzelfde blijft, kun je je afvragen of dit een breuk is met het neoliberalisme. Want daarvoor moeten gesprekken aangezwengeld worden over fundamentele herverdeling, over hoe we onze rijkdom creëren, over hoe we de kwetsbaren in onze samenleving beschermen. En daar is geen sprake van.”

Filosofen zijn geen waarzeggers

Robeyns: “Er klinkt wel de kritiek dat het neoliberalisme de economische ongelijkheid versterkt heeft. Maar dat betekent nog niet dat een breuk ermee vanzelfsprekend een meer zorgzame samenleving betekent. Deze kritiek klinkt namelijk uit twee hoeken. Aan de ene kant heb je de links-progressieven, die een samenleving willen waarin we meer opkomen voor de zwakkeren en waar welzijn belangrijker is dan economische groei. Aan de andere kant heb je de populistische groepen. Die zijn ook niet tevreden met hoe de maatschappij zich ontwikkelt, maar hun antwoord daarop luidt heel anders. Zij keren zich meer tegen de liberale component in het neoliberalisme, bijvoorbeeld het onderschrijven van politieke en burgerrechten voor iedereen. Dat zie je momenteel onder andere in Hongarije, Polen en Rusland. De economische ongelijkheid wordt dan niet per se verminderd. Het schoolvoorbeeld hiervan is Trump, die een belastingverlaging voor de superrijken heeft doorgevoerd.

Filosofen zijn geen waarzeggers, dus wij kunnen niet voorspellen of we aan het einde van het neoliberalisme staan. Maar we kunnen wel kijken naar wat er in de samenleving gebeurt en dat duiden. Ik denk dat er een kans is dat we de weg van het huidige neoliberalisme verlaten. Alleen is de vraag welk pad we vervolgens inslaan.”

Lees ook:

Filosofie kan niet zonder canon, vinden deze filosofen

Weg met de canon van de filosofie, bepleitte de Britse filosoof Liam Kofi Bright in deze krant. Niet iedereen is het met hem eens. Waarom de canon dan tóch behouden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden