Essay

Dan maak je maar zin: hoe je zin krijgt in je werk

Niks theoretisch aan wijsbegeerte op de werkvloer. Juist een bril om scherper naar je werk en je leven te kijken, ziet Peter Henk Steenhuis.

 “Ik maak zin door te werken”, zei voormalig Denker des Vaderlands, René Gude, toen ik hem sprak vlak nadat hij geopereerd was. Gude had botkanker, moest geregeld naar het ziekenhuis. Maar hij was al weer aan het werk nog voor hij ontslagen was. We raakten aan de praat over dat woord ‘zin’. Wat is dat eigenlijk, zin? Of zingeving? Zin leek volgens Gude vroeger vooral voorbehouden aan religie, die je strikt genomen ‘zin-krijging’ zou moeten noemen. Wij kregen de zin van ons bestaan ooit van boven aangereikt. In onze geseculariseerde samenleving is zin voor velen van ons iets geworden wat je zelf moet maken. Zingeving is zinmaking geworden, en de activiteit ‘zin geven’ wordt dus ‘zin maken’.

Zin is iets wat je kunt maken, het is een bezigheid. Maar wat is dan zin? Om daar antwoord op te geven, legde Gude het woord ‘zin’ onder de loep? Zin verwijst allereerst naar het lijflijke, het fysieke. Gude noemde dat het zinnelijke of het lekkere, het lustvolle. Zin is ook het zintuiglijke, het esthetische, het schone. Maar zin staat ook voor het zinrijke, het rationele, dat je in staat bent te verwoorden wat je doet of moet doen. En ten slotte betekent zin ook zinvol, dat je achter de doelen staat van je leven of je werk.

Toen ‘zin’ in vieren was opgedeeld, kreeg ik het gevoel dat Gude iets op het spoor was. Het was nog broos, maar ‘zin’ was met deze uitleg veel concreter dan de meeste stukken die ik in boeken en kranten over zingeving had gelezen.

Bruikbaar maken

Die vier betekenissen van zin, vroeg ik René, leuk maar wat moeten we ermee? Gude: “Leer ze uit je hoofd en zorg er als de donder voor dat ze allemaal in je leven tot hun recht komen. Het mag een paar jaar kosten, het mag je hele leven duren, maar je weet wat je te doen staat.”

Ik heb ze uit mijn hoofd geleerd en ben er­mee aan het werk gegaan. Aanvankelijk sa­men met Gude, in de hoop deze vier ‘Z-ten’ bruikbaar te maken voor het bedrijfsleven en zo de burn-out epidemie te lijf te kunnen gaan. Dagelijks kwam ik bij Gude over de vloer. “Aan het werk, Henkie, we hebben een strakke deadline.” Gude heeft die deadline niet gehaald, in maart 2015 overleed hij.

Ik ging aan het werk, met een journalistiek onderzoek naar de bruikbaarheid van de vier betekenissen van zin voor het bedrijfsleven.

Ruim vier jaar later kan ik zeggen: het bedrijfsleven heeft veel baat bij zingeving, en bij deze vier betekenissen van zin. Dat heb ik gemerkt tijdens talloze lezingen en workshops, maar vooral op de werkvloer zelf, met ouderen, met jongeren, met bankiers, verpleegkundigen, ingenieurs, schoolbestuurders, die ineens doorkregen dat zingeving niet iets vaags was, maar iets concreets, iets tastbaars, waarmee ze aan het werk konden.

Bij het Zinnelijke (Z1), het fysieke, het lekkere of lustvolle stuitte ik aanvankelijk op nogal wat weerstand. Tijdens een lezing citeerde ik wat Gude hierover had gezegd. “Lust is de vitale bron; zonder trek gebeurt er niets. Als we planten waren zou ik zeggen: Lust is de stuwende kracht die vanuit de wortels de bloemenpracht van vitaliteit voorziet.”

Na dat citaat: stilte in de zaal. Doodse stilte.

Tot ik op een dag merkte dat het zinnelijke, het lekkere, het lustvolle tijdens het officiële gedeelte werd doodgezwegen, maar na afloop, tijdens de borrel de boventoon voerde. Hoe kon dit? Zou het zinnelijke misschien te bedreigend zijn, omdat we vaak niet durven te praten over ons lichaam?

Om het minder bedreigend te maken, verzon ik een woordenwolk, een reeks woorden die ongeveer hetzelfde aanduidden, bijvoorbeeld: energie, vitaliteit, kick, vibe, lekker, fysiek, hartstocht of genot. Dat hielp, gesprekken kwamen op gang. Bijvoorbeeld bij een familiebedrijf, waar ze de hiërarchie in de organisatie probeerden aan te pakken. De directeur vertelde erover, onder het genot van een heerlijke espresso. Later op de werkvloer kwam de stank van aangebrande filterkoffie, die al veel te lang op de warmhoudplaat stond te pruttelen, me tegemoet. Waarom wil je praten over het afschaffen van hiërarchie, als je alleen al in je koffie laat zien dat jij meer bent dan je werknemers?

Slechter wifinetwerk

Dit simpele voorbeeld riep eindeloos veel herkenning op, en varianten: leraren die voorstelden de deur van de lerarenkamer open te zetten, om samen met de leerlingen te gaan lunchen, verpleegkundigen die zich beklaagden over kwalitatief mindere mobiele telefoons dan de directie, die zelfs een slechter wifinetwerk hadden, terwijl juist zij toch bereikbaar moeten zijn voor patiënten, cliënten? Brandweerlieden die zich stoorden aan het verschil in werkkleding tussen directie en personeel. Ik ontdekte dat het ‘lekkere’ breder was dan wij aanvankelijk dachten: het betrof niet alleen het lichamelijke, maar ook de stoffelijke werkelijkheid van werknemers.

Ook voor het Zintuiglijke (Z2) bedacht ik een woordenwolk: mooi, schoon als tegenhanger van smerig, volgens de juiste maat, stil als positieve tegenhanger van lawaaierig. Het zintuiglijke betreft vooral het esthetische, en daarbij krijg je toch al snel het idee van luxe. Niets bleek minder waar. Marijke Horstink, oprichtster van een uitzendbureau voor verpleegkundig personeel, heeft verpleegkundigen die haar zeggen: “In Lelystad wil ik niet werken, wat een ellendig gebouw is dat, die betonnen muren.” Er is tal van onderzoek dat dit gevoel bevestigt: in een mooi gebouw werken mensen prettiger, én veel harder.

Heel mooi was het gesprek met een groep bestuurders en directeuren van middelbare scholen. Toen ik aan het einde van de dag vroeg op welke manier zij morgen aan de slag gingen met zingeving, antwoordde één van hen: “Ik heb een fout gemaakt. Wij gaan een nieuwe school bouwen. Maar ik heb vorige week gekozen voor de kale variant, de goedkopere. Ik dacht: ik kom uit het zuiden, ik houd van schoon­heid, maar hier in het noorden vinden ze dat vast overbodig. Nu begrijp ik dat een mooi gebouw helemaal geen overbodige luxe is. Ik ga morgen terug naar de architect, want ik kies alsnog voor de mooie variant.”

Naarmate de tijd vorderde, breidde de derde betekenis van zingeving zich het sterkste uit: het Zinrijke (Z3), het rationele, bezinning in de letterlijke betekenis van het woord. Of je nu spreekt over nut en onnut van functioneringsgesprekken, over de mogelijkheden en moeilijkheden van thuiswerken, over fusies, auto­nomie in je werk, protocollering en schrapsessies in de zorg – elke keer kwam het aan op het verwoorden van je taken. Op bezinning en communicatie.

Dat merkte ik sterk in Groningen, waar ik afgelopen maanden workshops mocht geven aan deelnemers van meer dan dertig bedrijven. Pratend over zingeving stuit je eigenlijk altijd wel op een excuustruus: als we meer tijd hadden, zouden we betere koffie of betere lunches kunnen aanbieden. Of: ja, als we meer geld hadden, dan konden we een mooier gebouw neer zetten. In Groningen, waar bedrijven zitten te springen om personeel, niets daarvan; telkens opnieuw bleek gebrek aan zingeving terug te voeren op gebrekkige communicatie.

Het meest in het oog springend gebeurde dat tijdens een gesprek over ‘de digitale leiband’, een aanduiding voor de mate waarin wij steeds sterker verbonden raken met alle digitale communicatiemiddelen die ons omringen. 

E-mail checken

Een jonge vrouw met een mbo-opleiding die al vroeg op een leidinggevende positie terecht was gekomen, vertelde mij dat zij slecht slaapt, ’s nachts vaak om twee uur opstaat om haar e-mail te checken, te zien of ze al actie moet ondernemen. Ze had hier nooit met háár lei­dinggevende over durven praten.

Werkgevers, managers deden zingeving een paar jaar geleden nog wel eens af als soft. Gebeurt dat nu, dan zeg ik: als deze jonge vrouw niet echt in gesprek raakt met haar collega’s, zal ze voor haar dertigste zijn opgebrand. En heeft het bedrijf een nog groter probleem.

Tijdens een lezing voor een paar honderd managers van mbo’s in Den Haag stelde ik twee maanden geleden de vraag of hun studenten worden getraind in het verwoorden van dergelijke hedendaagse problemen. Nee, luidde het antwoord. Of dit zou moeten? Ja.

Peter Henk Steenhuis (1969) is neerlandicus, publicist en filosofieredacteur bij Trouw. Beeld Hollandse Hoogte / Kick Smeets Fotografie

De laatste betekenis die Gude onderscheidde, het Zinvolle (Z4), bewaar ik meestal voor het laatst, omdat bijna iedereen zingeving hiertoe beperkt. Zingeving, zo is de traditionele gedachte, betekent dat je antwoord kunt geven op de vraag: waarom? Dat zingeving dus veel meer inhoudt, neemt niet weg dat de waaromvraag belangrijk is, en blijft.

Een paar jaar geleden sprak ik een jonge bankier, die op feestjes niet meer durfde te vertellen dat hij bij een bank werkt. Hij stond niet meer achter de doelen van zijn werk. “Maar ik heb drie jonge kinderen, een huis onder water, en eigenlijk kan ik ook weinig anders.” We raakten aan de praat. Zou het mogelijk zijn het gebrek aan zingeving ergens te compenseren? Niet zo lang geleden ontmoette ik hem weer: hij gaf nu één dag in de week Nederlands aan Syrische vluchtelingen. Dat gaf zo­ veel betekenis aan zijn bestaan, dat zijn dagelijkse werk hem ook weer voldoening begon te geven.

Concreet

Wijsbegeerte op de werkvloer – ruim vier jaar na het overlijden van René Gude beginnen zijn vier betekenissen van zingeving te landen. Niet als wetenschappelijke theorie, maar als bril waarmee je scherper naar je werk en je leven kunt leren kijken. En daar ook mee aan het werk kunt, want zingeving blijkt alles behalve vaag. Ik maak zelf ook zin door te werken. Het meest bevredigt mij nog wel dat werk­nemers en werkgevers beginnen in te zien dat je concreet met zingeving aan de slag kunt. Morgen al.

Dat kan met boeken en oefenspellen, en nu ook met een webapp, waarmee je in een paar minuten kunt ontdekken waar je sterke en minder sterke kanten op zingevingsgebied zitten. Bedrijfsartsen gaan daar nu mee aan de slag, omdat zij ineens ‘heel andere gesprekken’ blijken te kunnen voeren met werknemers die niet lekker draaien.

René Gude zou het allemaal prachtig hebben gevonden. “Niets vage zingeving maar aan de slag met die zin”, zou hij uitroepen. 

Peter Henk Steenhuis (1969) is neerlandicus, publicist en filosofie-redacteur bij Trouw. Voor Letter&Geest maakte hij de rubriek ‘Zin in Werk’.  

Meer info: www.zinverzetten.nl. Het project is me­de mogelijk gemaakt door Instituut Gak. Peter Henk Steenhuis is een van de sprekers op de bijeenkomst ‘Trouw in het land’ (Assen, 16 juni).

De Z-test; doe ’m snel

Verkrijg online inzicht in jouw ‘zin in werk’. De Z-test biedt werknemers en werkgevers zicht op de mate waarin individuen en organisaties hierin sla­gen, en wat er beter kan. Geen ellenlange vragenlijsten, gewoon door te swipen op je mobiel. Je krijgt onmiddellijk een concreet rapport over jouw huidige 4 Z-ten, als uitnodiging tot een goed gesprek over zingeving op je werk. De Z-test is gemaakt voor bedrijven. Trouwlezers kunnen hem vandaag en morgen eenmalig gratis doen. Ga naar: https://trouw.zinverzetten.nl/ Wachtwoord: 0106.

Lees ook:

Denker des Vaderlands: Onze taal verandert en wij dus ook

De arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler. En dat maakt andere mensen van ons, ziet Denker des Vaderlands Daan Roovers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden