Boekrecensie

Commandant met een glimlach

Het Nationaal Monument Kamp Westerbork Beeld ANP

Ad van Liempt laat niks heel van het vriendelijke gezicht van Albert Gemmeker, commandant van Westerbork.

‘Hij maakte de indruk van een Engelse sportman’, zei een getuige na de oorlog. Met Albert Gemmeker (1907-1982) had Westerbork een ietwat typische commandant: op het oog correct en beheerst. Een tijdelijke bewoner van het doorgangskamp die suggereerde dat de man na de oorlog gelyncht moest worden, vond een kampgenoot tegenover zich: “Als u dat doet ga ik voor hem staan, want we worden hier niet slecht behandeld.” De later in Auschwitz omgekomen Etty Hillesum schreef: “Met dat grijze haar, dat zo romantisch afsteekt tegen een nog betrekkelijk jong gezicht, dwepen vele onnozele jonge bakvissen hier, al durven ze daar niet zo openlijk voor uit te komen.”

Holocaustoverlever Jozef Weisz liet zich niet bedotten. Hij vergeleek Gemmekers optredens bij het afvoeren van kampbewoners naar het Oosten met dat van een van zijn voorgangers: “Een deportatietransport is altijd onmenselijk en wanneer ik er nu over nadenk moet ik zeggen dat de humane behandeling erger was dan de brutale. Bij de commandant Dischner werd geslagen en getrapt – Dischner was altijd dronken. De mensen wisten toen wat hun te wachten stond. Bij Gemmeker ging dat alles cavalier-achtig. Koelbloedig met een glimlach heeft hij de mensen bedonderd.”

Gemmeker Beeld NIOD

Ad van Liempt heeft zich evenmin laten bedotten bij het schrijven van de biografie ‘Gemmeker. Commandant van Westerbork’. De man in kwestie vertoonde heel wat meer menselijke trekjes dan zijn twee voorgangers, schiep bovendien orde in de chaos. Maar Gemmekers masker viel geregeld. De sfinx kon onvoorspelbaar, kil en koelbloedig zijn. De Duitser – opgeklommen via verzekerings- en politiewerk – leefde zich uit in het bedenken van een enorme hoeveelheid regels en in kamporders. Vanwege een ogenschijnlijk bagatel konden mensen op de transportlijst terechtkomen.

Paraderen in vol ornaat 

Ruim tachtigduizend Joden werden vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen doorgestuurd. Gemmeker paradeerde voor hun vertrek in vol ornaat over het perron en gaf in de meeste gevallen zelf het vertreksein. Hij liet één zo’n aftocht zelfs filmen, een van de weinige opnames van deportaties die zijn gemaakt.

Van Liempt trekt – terecht – meer dan een derde van zijn boek uit voor de naoorlogse jaren van zijn hoofdpersoon. Ook die zitten vol stuitende geschiedenissen. Tijdens de oorlog suggereerden kampbewoners Gemmeker na de bevrijding als ‘beloning’ voor de hoffelijke indruk die hij kon maken niet aan een ijzeren draad maar aan een fluwelen koord op te hangen.

De procureur-fiscaal zei tijdens de rechtszaak dat hij bij een Nederlandse kampcommandant zeker de doodstraf zou hebben geëist. In het geval van Gemmeker vormde zijn Duits-zijn een verzachtende omstandigheid. Hij had vanaf 1933 geleefd in geestelijk misvormde samenleving met een doorgeschoten Befehl-ist-Befehlcultuur. “Menige Duitser die in de positie van deze verdachte zou zijn geplaatst zou Westerbork tot een veel grotere hel hebben gemaakt.” De procureur-fiscaal eiste twaalf jaar gevangenisstraf.

De rechter maakte daar tien jaar van. Zolang zat Gemmeker niet. Hij kwam in voorjaar 1951 al vrij. De laatste twee jaar van zijn straf had hij mogen werken in de Zuid-Limburgse steenkolenmijnen. De kampcommandant verdiende er exact hetzelfde als de koempels die puur voor hun boterham ondergronds gingen. Alleen voor verblijfkosten werd vier gulden per maand afgetrokken.

Gemmeker kwam te makkelijk weg 

Ook bij de Duitse justitie drong later het besef door dat Gemmeker wel erg makkelijk was weggekomen. De pogingen die werden ondernomen om hem nog eens voor de rechter te laten komen, liepen spaak. Dé smoking gun, bewijs dat de commandant Westerbork wist van het lot dat de Joden in Oost-Europa te wachten stond, kwam niet boven water. Dat was voor een belangrijk deel te wijten aan nogal knullig onderzoek en weinig gefocuste verhoren.

Gemmeker had het benauwd bij dat blijvend zoeken van justitie. Hij hield ondertussen wel zijn verdedigingslinie overeind. Terug in Düsseldorf verdiende de oud-nazi zijn geld met de verkoop van tabakswaren. De foute overtuigingen sluimerden, om het mild uit te drukken. Tekenend was zijn breuk met zijn dochters, naar wie hij in hun jonge jaren nauwelijks had omgekeken. Een van hen trouwde een Griekse man. Een kind van de twee knoeide bij opa met een ei. Grootvader was in alle staten en riep: “Dat krijg je, met die bastaardkinderen!” Een andere dochter vernoemde haar derde kind naar een indrukwekkende vroedvrouw: Ruth. Voor Gemmeker stopte met die Joodse naam de gesprekken met zijn dochter.

Met ‘Gemmeker. Commandant van Westerbork’ voegt Van Liempt weer een titel toe aan zijn rijke oeuvre aan boeken over de oorlog met onder meer ‘Kopgeld. Nederlandse premiejagers op zoek naar joden’, ‘De oorlog’, ‘Na de bevrijding. De loodzware jaren 1945-1950’ en ‘Aan de Maliebaan. De kerk, het verzet, de NSB en de SS op een strekkende kilometer’. Journalist Frits Barend probeerde onlangs met een artikel in Het Parool gaten te schieten in de reputatie die daarbij hoort. Het voornaamste verwijt daarin was een al te vluchtig, positief oordeel van Van Liempt voor het historisch broddelwerk ‘Oorlogsouders’ van Isabel van Boetzelaer, een uitglijder waarvoor hij al eerder door het stof ging. Van Liempt zou volgens Barend bovendien met andermans veren pronken, maar veel van die beschuldigingen lijken nauwelijks hard te maken.

Van Liempts biografie van Gemmeker, waarop hij 9 mei hoopt te promoveren aan de Rijksuniversiteit Groningen, biedt in elk geval een fascinerend portret. Dat contrasteert met de vorig jaar verschenen biografie ‘Rauter. Himmlers vuist in Nederland’ van Theo Gerritse. In hun ijver leken de twee nazi’s op elkaar, maar de Höhere SS- und Polizeiführer in den Niederlanden was niet zo’n showman als de commandant van Westerbork en gaf weinig om een vriendelijk gezicht. Als product van de Eerste Wereldoorlog, waar de jongere Gemmeker meer werd gevormd door het rommelige Duitse interbellum, stond Rauter zelfs na de oorlog nog voor het bruine gedachtengoed. Bij zijn executie weigerde hij de blinddoek, riep hij hard ‘Duitsland!’ en gaf hij zelf het commando ‘Vuur!’. Gemmeker was opportunistischer en wist met zijn boerenslimheid een echt zware straf te ontlopen.

Als de twee biografieën iets duidelijk maken, is het dat het kwaad vele gezichten heeft. Dat mag een cliché lijken, maar door de gedetailleerde levensverhalen krijgt die schijnbare open deur betekenis.

Ad van Liempt, Gemmeker. Commandant van WesterborkBalans; 368 blz. € 34,95 

Lees ook:

Etty Hillesum smokkelde kinderen Kamp Westerbork uit, ook al was ze tegen onderduiken

In de Joodse gemeenschap is juriste en schrijfster Etty Hillesum (1914-1943) omstreden omdat ze tegen onderduiken was. Maar in de laatste maanden van haar leven veranderde ze van gedachten, blijkt uit opgedoken notities van een verzetsheld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden