Interview Ada Houtman en Ineke Voskamp

Christelijke vrouwenbond viert eeuwfeest: ‘We gaan niet voor nog eens 25 jaar’

Ada Houtman, voorzitter van Passage. ‘We moeten nadenken hoe lang je dit nog op een goede manier draaiende kan houden.’ Beeld Bram Petraeus

Op advies van mannen werd honderd jaar geleden de christelijke vrouwenbond NCVB opgericht. Morgen viert de christelijke-maatschappelijke vrouwenbeweging haar eeuwfeest. Hield zij vrouwen in hun traditionele rol of werkte ze aan hun emancipatie? Voorzitter Ada Houtman en oud-bestuurslid Ineke Voskamp blikken terug.

Begin jaren zeventig, middenin de tweede feministische golf, wilde schrijfster Mink van Rijsdijk weleens weten hoe christelijke vrouwen aankeken tegen emancipatie. In het ledenblad van de christelijke vrouwenbond NCVB deed ze een oproep aan de destijds circa zeventigduizend leden: dames, schrijft u mij uw gedachten over gelijke rechten voor vrouwen!

In een restaurant tegenover het station in Amersfoort bladert Ada Houtman (64) driftig in het boekje. ‘Hoor haar eens’, heet het, met de nadruk op hóór. Houtman kocht het voor een paar euro in de ramsj. De voorzitter van christelijk-maatschappelijke vrouwenbeweging Passage, de organisatie waarin de Nederlandse Christen Vrouwen Bond en de Christelijke Plattelandsvrouwen Bond CPB twintig jaar geleden opgingen, is op zoek naar een briefje van een mevrouw uit Nijkerk, moeder van vier kinderen. Zij schreef Mink van Rijsdijk het volgende:

‘Mijn man weet niet dat ik u schrijf’

“Bij een vriendin las ik uw oproep. Mijn man weet niet dat ik u schrijf, hij zou het niet goed vinden. Ik wil zo graag naar de Vrouwenbond om me met vrouwen uit andere kerken eens wat meer te bezinnen op de belangrijke dingen in het leven. Maar mijn man is daar tegen. Hij vindt kontakt met andere kerken niet goed, is bang voor verwatering. Maar hij is er vooral op tegen omdat hij vindt dat ik dan mijn huishouden verwaarloos. Ik wil geen ruzie, maar één avond in de maand, is dat nou zo erg? Ik heb alleen lagere school, ik weet zo weinig en wil zo graag wat leren. Ook bijvoorbeeld over de opvoeding van de kinderen.”

Houtman kijkt op van het papier; het verhaal dat ze voorlas was uit 1974, een tijd waarin vrouwen – ook niet-christelijke – hoofdzakelijk huisvrouw waren. Zij en de eveneens aangeschoven Ineke Voskamp (65), oud-bestuurslid en actief in de afdeling Oss, hopen maar dat deze vrouw uit Nijkerk alsnog haar weg heeft gevonden naar de Vrouwenbond. Ook hopen ze dat geen enkele vrouw zo’n briefje nog schrijven zou.

Morgen viert de christelijke-maatschappelijke vrouwenbeweging dat honderd jaar geleden de NCVB werd opgericht­­. De vraag aan Houtman en Voskamp is: was de NCVB een bond die vrouwen in de honderden plaatselijke afdelingen wilde emanciperen, of heeft de bond christelijke vrouwen bevestigd in hun rol als huisvrouw en moeder?

Een stem geven

Ze vallen even stil. “Zijn er ook meer smaken, kunnen we nog uit iets anders kiezen?”, vraagt Houtman. Liever zou ze voor bewustwording kiezen, van de kracht van vrouwen. Voskamp zegt: “De NCVB heeft vrouwen een stem gegeven, zodat ze gehoord werden. Als je een stem hebt, dan heb je kracht. Het is heel bijzonder dat je in een veilige omgeving met elkaar kunt praten en een mening kunt vormen.”

Het initiatief voor de oprichting van de NCVB kwam van mannen. In 1919 kregen vrouwen kiesrecht. Van de vele orthodoxe gereformeerden en hervormden hoefde dat niet, maar nu het er eenmaal was, moesten de vrouwen wél gaan stemmen. Een jaar daarvoor hadden voormannen uit zowel de ARP als de CHU, de protestantse voorlopers van het CDA, vrouwen geadviseerd zich te verenigen. In 1919 richtte een aantal dames de NCVB op. Niet kerkelijk gebonden, voor gereformeerde en hervormde vrouwen, voor die verzuilde tijd heel bijzonder. De blik was naar buiten gericht. Het doel was vrouwen voorlichting te geven over maatschappelijke en staatkundige vraagstukken. Vrouwen, die vaak maar kort naar school waren geweest, konden bij de maandelijkse afdelingsvergaderingen kennis opdoen over de samenleving, vanuit een christelijke visie. Zodat ze zelfstandig konden beslissen wat te stemmen.

Opboksen tegen mannen

Niet alle gelovige vrouwen hadden daar behoefte aan. “De oprichtsters moesten al opboksen tegen mannen, maar ook van christelijke vrouwen kwam er tegenwerking. Die vroegen wat ze daar deden in de Vrouwenbond, zij zeiden: mannen zijn toch geschapen om zich met de wereld te bemoeien?”, weet Houtman. Niettemin: de NCVB sloeg aan. Het begon in de omgeving van Den Haag, daarna werden al snel overal in het land afdelingen opgericht. Doorn hoorde bij de eerste tien en is inmiddels de oudste die nog bestaat. Bij haar oprichtingsvergadering in 1921 kwam Henriëtte Kuyper spreken, dochter van de oprichter van de ARP, en de vermaarde econoom Pieter Diepenhorst – als spreker zijn mannen altijd welkom geweest bij de NCVB.

Dat het plaatsje op de Utrechtse Heuvelrug er zo snel bij was, kwam, vermoedt Houtman, doordat een van de protestantse dames er goede contacten­­ had met de oprichtsters in de Randstad. Dat waren vooral vrouwen uit bevoorrechte milieus, zegt de huidige­­ voorzitter. “Andere vrouwen waren wel lid, maar hadden geen tijd om te vergaderen en een bond op te zetten. De kartrekkers waren de vrouwen die waarschijnlijk een meisje hadden voor dag en nacht.” En voor de functie van presidente van de afdeling werd vaak de vrouw van de dominee gevraagd.

Gebrek aan belangstelling

Om dit soort dingen te weten te komen­­, kon het huidige bestuur niet terugvallen­­ op een boek of een promotie over de geschiedenis van de christelijke vrouwenbeweging. Dat is er niet, de historie is nimmer systematisch in beeld gebracht. Hoe dat gebrek aan belangstelling te verklaren, weet Houtman noch Voskamp. Het is zo. Met het eeuwfeest in zicht is Houtman daarom zelf maar met een paar andere vrouwen naar het archief bij kennisinstituut Atria in Amsterdam getogen. Twee dagen hebben ze er gezeten, er is nog een paar meter aan materiaal te gaan.

Het hoogtepunt van de NCVB lag vlak na de oorlog. Tussen 1950 en 1960 groeide het aantal leden van 44.000 naar 85.000, in 1951 waren er 541 plaatselijke afdelingen, de motor van de vrouwenorganisatie, de plek waar de leden elkaar nog steeds eens per maand ontmoeten. Nu is de missie: hart voor de samenleving, hart voor de naaste dichtbij en ver weg, en gevoel voor cultuur. Elke afdeling kan dat zelf invullen. Vaak is er een deskundige die iets komt vertellen, in Oss is bij voorbeeld een huisarts uitgenodigd die een lezing houdt over de dood, in Nijkerk is er in oktober een creatieve avond en komt in december een boerin ‘een smakelijke presentatie’ houden over haar melkbedrijf annex landwinkel.

Moeizaam proces

In ‘Hoor haar eens’ constateerde oud-Trouw-columniste Mink van Rijsdijk dat emancipatie bij christelijke vrouwen een moeizamer proces is dan bij buitenkerkelijken. ‘Wij hebben een langere aanloop nodig omdat wij door de kerk, welke dan ook, onmondiger zijn gehouden dan elke andere vrouwengroep. De kerk was een mannenzaak. In theorie werd de vrouw dan wel geëerd als ‘het zwakke vat’, in feite draaide dat uit op diskriminatie’, schreef Van Rijsdijk in 1974.

Houtman en Voskamp denken dat ze daar gelijk in had. Tegelijkertijd stellen ze vast dat de NCVB er met haar thema’s altijd vroeg bij was. Afvalscheiding, vrouwenhandel, microkrediet, maar ook bijvoorbeeld de islam, het zijn allemaal onderwerpen die de bond al jaren geleden op de agenda zette.

Houtman wijst in dat verband op de nota van het hoofdbestuur uit 1964, over arbeid van de vrouw buiten het gezin. Het was nadrukkelijk geen advies om níet te gaan werken, maar een discussiestuk. Het getypte rapportje, dat in de afdelingen werd verspreid, mondt uit in acht discussiepunten. Zoals: tot hoever reikt de verantwoordelijkheid van de vrouw voor het gezin? Is er mentaliteitsbeïnvloeding nodig van vrouwen en meisjes. Of van mannen en jongens?

Schokkende onderwerpen

Maar met die onmiskenbaar emancipatoire thema’s moest het niet te gek worden. In 1971 werd Sienie Strikwerda presidente van de NCVB. Zij wilde het hebben over abortus, ongehuwd samenwonen, homoseksualiteit, kinderopvang, geboortebeperking. Ze wist, zei ze later, dat dat schokkende onderwerpen waren voor veel christelijke vrouwen en ze had daar ook nog eens liberale standpunten over. Dat ging niet goed.

Houtman: “Ze was heel vooruit­strevend, ze sprak zich in interviews uit. De leden herkenden dat niet, maar ze was wel hun voorzitter.” Door de felle­­ kritiek­­ uit conservatieve hoek legde Strikwerda het voorzitterschap neer. Ze werd later landelijk bekend door haar activiteiten in het Komitee Kruisraketten Nee, en werd op haar 68ste Statenlid voor de PvdA. “Ze was echt een actievrouw­­”, zegt Ineke Voskamp, die denkt dat het eerder de toon dan de inhoud­­ was, die op weerstand stuitte.

Strikwerda noemde zichzelf een feminist. Dat etiket past Passage, en eerder de NCVB en CPB, volgens de hedendaagse bestuursleden niet. Dat zouden ze ook niet willen. Bij feministisch denken ze aan drammerig, en anti-man. “Wij strijden voor een rechtvaardige samenleving voor vrouwen én mannen.” Ze zijn niet feministisch, niet rolbevestigend, maar geëmancipeerd.

Vergrijzing van het ledenbestand

Ondertussen hebben veel NCVB- en CPB-leden hun dochters zo opgevoed dat ze goed zijn opgeleid en voor zichzelf kunnen zorgen, ook financieel. Het komt niet in hun hoofd op lid te worden van Passage – de gemiddelde leeftijd ligt ver boven de 65. Er is een reorganisatie geweest, het hoofdkantoor is gesloten, er worden diensten ingekocht bij een secretariaatsbureau. Naar jonge vrouwen wordt niet gezocht: onderzoek wijst uit dat dat verspilde energie is. Die besteden ze liever aan de 11.000 leden die er nog zijn.

Als afdelingen besluiten te stoppen, dan vinden de bestuurders dat jammer, maar ze begrijpen het. “Er is een mooie geschiedenis van honderd jaar. Als het klaar is, kan er een mooie strik omheen. Maar dat is het nu nog niet”, zegt Voskamp. Houtman wil een uitsterfconstructie voorkomen. Er is nog niet met de leden gesproken hoe het verder moet, maar ze zegt wel: “We moeten nadenken hoe lang je dit nog op een goede manier draaiende kan houden. Er is een groot tekort aan vrijwilligers. We moeten reëel zijn: we gaan niet voor nog eens 25 jaar. Maar eerst vieren we morgen ons eeuwfeest groots.”

Lees ook:

‘Weer wat wijzer geworden’ Vrouwenorganisaties op zoek naar vijftigers

Traditionele vrouwenorganisaties kampen met teruglopende ledentallen. Om te overleven steken ze zichzelf in een nieuw jasje. Een nieuwe naam, en een beperktere doelgroep: vrouwen vanaf een jaar of vijftig.

Vrijwilligers zijn er wel, maar willen zich niet langdurig binden

Sinds 1975 is het aantal vrijwilligers in Nederland vrijwel stabiel. En toch klagen verenigingen en clubs dat ze geen vrijwilligers kunnen vinden. Rara, hoe kan dat? Een onderzoeksters geeft een aantal verklaringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden