Essay

Carel ter Linden: Ik zie geen andere weg dan die waarop de man uit Nazareth ons voorging

De aanbidding van de herders, Peter Paul Rubens (1577-1640), Sint Pauluskerk (Antwerpen). Beeld Wikimedia commons

Matteüs en Lucas bedachten allebei hun verhaal van Jezus’ geboorte. Daar schemert een boodschap doorheen.

Wie in de onbevangenheid van een kind het volgende gaat lezen, moet ik op iets voorbereiden. Want wat het kerstverhaal vertelt is nooit zo gebeurd, en dat wil het kind in ons in deze dagen niet graag horen. Maar wij zijn nu eenmaal geen kind meer. De Franse filosoof Paul Ricoeur heeft eens gezegd: wat wij nodig hebben om die oude bijbelverhalen te begrijpen, is een ‘tweede naïviteit’. Een die de argeloosheid van het kind heeft overwonnen (wij zullen engelen die Hebreeuws spreken bijvoorbeeld niet letterlijk meer nemen) maar die nog wel in staat is om in die wonderlijke verhalen de verborgen boodschap te horen. Welnu, ik waag het erop en doe een beroep op ieders ‘tweede onbevangenheid’.

Meest markant

Stelt u zich voor: zo’n vijftig jaar na Jezus’ dood zit Lucas achter zijn schrijftafel, bezig aan een verhaal over Jezus van Nazareth. Straks weet niemand meer van hem, en dat moet voorkomen worden. Hij is er bijna mee klaar; naar goed gebruik hoeft hij alleen nog een geboorteverhaal te schrijven. Grote gestalten in Israëls geloofsgeschiedenis - Izaäk, Jakob en Ezau, Gideon, Mozes, Simson, Samuël - krijgen na hun dood immers een dergelijke vertelling, waarin de scribent beeldend samenvat wat de betekenis van de betrokkene is geweest.

Tezelfdertijd schrijft ook een zekere Matteüs aan een geboorteverhaal over Jezus, en ook hij denkt na over wat voor hém het meest markante van deze figuur was. En dan begrijpen we meteen waarom die twee verhalen zowel iets gemeenschappelijks hebben als behoorlijk verschillen.

Wat ze gemeen hebben is dat zij Jezus, hoewel vermoedelijk afkomstig uit Nazareth, geboren laten worden in Bethlehem. Dat komt door een oude belofte van God, dat Hij eenmaal iemand zou zenden die zijn verstrooide volk van alle einden der aarde zou terugbrengen naar hun land, en zich als een ware koning over zijn volk zou ontfermen en hen in vrede en gerechtigheid zou doen wonen.

Aanbidding door de koningen, Peter Paul Rubens (1624), Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Beeld kmska.be

Deze belofte zagen beide evangelieschrijvers in Jezus van Nazareth vervuld. Hij zou, aldus de profeet Micha, uit Bethlehem komen, waar ook koning David geboren was. Zeker: deze ongekroonde rabbi was meer een antikoning, die eenmaal zijn intocht zou houden op een ezelsveulen. Hij preekte geweldloosheid en ging met een felle kritiek op de geloofspraktijk van zijn dagen rond om zijn volk opnieuw te leren waar het in het leven wérkelijk om ging. En toch, al kwam hij roemloos aan zijn eind: in de ogen van Matteüs en Lucas was hij de enige die hun volk - en niet alleen hun eigen volk - de weg kon wijzen hoe als mensen met elkaar om te gaan.

In het geboorteverhaal van Matteüs wonen ten tijde van Jezus’ geboorte zijn ouders in Bethlehem en gaan zij pas later in Nazareth wonen. In Lucas’ verhaal wonen Jozef en Maria in Nazareth en moet Lucas dus iets bedenken om ze in Bethlehem te krijgen: hij beschrijft hoe het hele volk op bevel van de Romeinen moest worden ingeschreven in de plaats waar de familie vandaan kwam. Voor Jozef was dat, aldus Lucas, Bethlehem.

Engel ingeschakeld

Het moge duidelijk zijn: deze verhalen hebben geen biografische grond: het is er beide schrijvers er uitsluitend om te doen in beelden te vangen hoe naar hun diepste overtuiging in het leven van dit bijzondere mensenkind de geest van God werkzaam was.

Jezus was in hun ogen door God gezonden. Maar, moeten Matteüs en Lucas onafhankelijk van elkaar gedacht hebben: hoe beeld je uit dat dit mensenkind uit Nazareth een godsend was, een godsgeschenk? Ze schakelen beiden een engel in.

Matteüs doet het zo: toen Jozef ontdekte dat zijn aanstaande vrouw zwanger was, wilde hij het reeds gesloten huwelijkscontract verbreken, als niet een engel hem in een droom had gewaarschuwd dat niet te doen, omdat het hier ging om een uniek kind, een zoon van de Allerhoogste. Lucas doet het weer anders: daar is het Maria aan wie een engel verschijnt, die haar dezelfde boodschap brengt.

En zo belijden beide schrijvers in wezen hetzelfde: zij zagen in Jezus de ware door God beloofde koning, de enige die in staat was om vrede en gerechtigheid te brengen onder de mensen. Reden waarom zijn volgelingen hem later de titel schonken die de koning van Israël van oudsher toekwam: die van ‘zóón van God’.

Een motief dat in Israëls geloofsverhalen meer gebruikt werd, en ook in de literatuur buiten Israël niet onbekend is.

Grootste heidenen

Daarna gaan Matteüs en Lucas uiteen. Wat Matteüs kennelijk het meest getroffen heeft in het leven van Jezus, is dat de geestelijk leiders van zijn volk zijn inzichten en optreden afwezen als zijnde strijdig met het aloude geloof en daarmee bijdroegen aan zijn dood, terwijl Matteüs zijn aanhang onder allerlei niet-Joden juist zag groeien, tot in Klein-Azië, Griekenland en Rome toe. Kort nadat de inkt van de evangeliën droog was, was er al een christengemeente in Tours en een halve eeuw later in Trier!

Dit gegeven verwerkt hij heel geraffineerd in zijn geboorteverhaal. Hij verzint de grootste heidenen die hij bedenken kan: oosterse magiërs die nog helemaal in hun natuurgodsdienst gevangen zitten, astrologen die een bijzondere ster ontdekken, waaruit zij afleiden dat er een ‘koning der Joden’ geboren is. Zij zadelen hun kamelen en gaan die ster achterna. Die brengt hen naar Jeruzalem, waar zij belet vragen bij de koning.

De aanbidding van de herders, Peter Paul Rubens (1577-1640), Sint Pauluskerk (Antwerpen). Beeld Wikimedia commons

Heel de stad, schrijft Matteüs, is ontsteld door dit bericht, inclusief koning Herodes. Deze roept alle opperpriesters en schriftgeleerden van het volk samen en vraagt hun waar deze koning geboren kan zijn. Deze mannen hoeven alleen maar het bijbelboek van de profeet Micha op te slaan om te weten waar dat moet zijn: in Bethlehem! Herodes vraagt de geleerde mannen om hem op de hoogte te houden, zodat ook hij deze nieuwe koning hulde kan bewijzen - met het heimelijke plan het kind om te brengen. De opperpriesters en schriftgeleerden verzetten geen stap om die sterrenkijkers de weg te wijzen - waarmee Matteüs verwijst naar hun latere verzet tegen Jezus’ opvattingen - zodat die ster dat opnieuw zelf zal moeten doen.

Ook hier moeten we weer door het verhaal heen lezen naar een veel ingrijpender gebeuren: hoe Gods bedoelingen met de wereld altijd weer de machthebbers - Matteüs tekent Herodes als een tweede farao van Egypte - en de gevestigde godsdienst tegenover zich vinden.

En zo vinden deze heidenen eerder dan wie ook dit kind, in Bethlehem, in het huis van zijn ouders, en zij eren het met kostbaarheden: goud en wierook. Dat ontleent Matteüs overigens aan de profeet Jesaja, die in een visioen eenmaal de koningen der aarde op hun kamelen op weg zag gaan naar Jeruzalem, om daar bij de God van Israël hun heil te zoeken: “Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel…” De mirre, een kruid dat gebruikt werd bij een begrafenis, voegt Matteüs veelzeggend aan de geschenken toe. Die koningen uit Jesaja zijn in het verhaal van Matteüs magiërs geworden, al zal het christelijk volksgeloof er later weer koningen van maken. En omdat het om drie geschenken ging, werden het er ook drie!

Schrijnend

Lucas doet het anders. Die laat een engel richting Bethlehem vliegen, maar deze vliegt die stad voorbij, hij komt kennelijk niet voor hen. Pas buiten de muren van het stadje daalt hij neer, tot verbijstering van een aantal herders die daar in de nacht hun kudden bewaken. Schrik niet, roept hij ze toe, “want ik breng u goed nieuws, dat voor heel het volk bestemd is. Er is een nieuwe koning geboren. De door God beloofde!”

“U is heden de Heiland geboren…” roept de engel die mannen toe. Dat ‘u’ geldt allereerst die verbaasde mannen. Hiermee tekent Lucas hoe er in dit kind een nieuw soort koningschap zou verschijnen, dat het oog allereerst richt op de geringsten in deze wereld (herders stonden buiten de samenleving en mochten bijvoorbeeld niet optreden in rechtszaken): de mensen búiten de muren, de armen, de uitgestotenen, de zieken. Dit hemels bericht is bestemd voor heel het volk - dat betekent in de Bijbel steeds: heel de wereld -, maar daarbij gaan de mensen in de marge van het bestaan voorop.

“En als u dit kind gaat zoeken”, zegt de engel, “het ligt in een kribbe.” Schrijnender kan Lucas hiermee het lot van dit kind niet typeren: het raakte later voortdurend in conflict met de heersende geloofsopvattingen, was zijn leven vaak niet zeker. Er was, schrijft Lucas veelzeggend, “voor hem geen plaats in de herberg.” Een legende vertelt hoe het hout van de kribbe kwam van de stam waarvan later het kruis werd gemaakt.

Kerstmisbaksel

Het feest van Jezus’ geboorte is onlosmakelijk verbonden geraakt met het geboorteverhaal van Lucas, terwijl het geboorteverhaal van Matteüs aan de orde komt op 6 januari, het feest van Driekoningen. Met als gevolg dat het als een gelijkwaardig geboorteverhaal vaak niet herkend wordt. Voor wie gewend is zulke verhalen te zien als historisch, als ‘echt gebeurd’, is het behoorlijk verwarrend. En voor kleine kinderen niet goed te begrijpen. Vandaar dat kinderbijbels, zeker vroeger, en kerststallen en schilders de oosterse wijzen van Matteüs voor het gemak maar laten reizen naar de stad van Lucas. Een vreemd mengsel, waarmee beide verhalen aan kracht verliezen; in de zeventiger jaren is daar ooit de mooie naam ‘Kerstmisbaksel’ voor bedacht.

Dat neemt naar ik hoop niet weg dat het de moeite waard is om deze dagen te vieren dat deze bijzondere mens ooit aan ons gegeven is. Zonder hem had deze wereld er anders uitgezien. Hij heeft ons geleerd kwaad niet met kwaad te vergelden, om te zien naar elkaar, allereerst naar mensen en volkeren in nood. Om voorzichtig te zijn met een ander te veroordelen, in het besef ook ‘zelf niet zonder zonden te zijn’. Inzichten, die hij al luisterende naar de profeten voor hem - Matteüs tekent hem als een tweede Mozes - en vanuit een heel eigen innerlijke bewogenheid en onafhankelijkheid door de Geest van zijn God bezield, zijn volk en wie daarbuiten ook op zijn weg kwam heeft voorgeleefd. Binnenkort leven wij in het jaar 2019 na hém.

Carel ter Linden Beeld Jörgen Caris

Hoezeer de kerkgang ook teruggelopen is, de betekenis van de man van Nazareth kan alleen maar groeien. Willen wij een antwoord vinden op de levensgrote problemen die de toekomst bedreigen, dan zie ik geen andere weg dan die waarop deze begenadigde mens ons is voorgegaan. Oók, meen ik, voor de manier waarop wij als volkeren met elkaar omgaan, hoe moeilijk en weerbarstig dat proces ook is.

Dat hebben Matteüs en Lucas ieder op hun wijze willen zeggen. Laten wij dan onbevangen en met vreugde vieren dat dit mensenkind ons geschonken is.

Carel ter Linden (85) was dominee van de Haagse Kloosterkerk en ‘hofpredikant’. Dit jaar publiceerde hij ‘Bijbelse miniaturen’.

Lees ook:

‘Het kerstverhaal is heel maatschappij-kritisch’

Waarom as­so­ciëren we Kerstmis met gezelligheid, terwijl de Bijbel verhaalt over politieke onrust? ‘Demonstreren ligt meer voor de hand dan tafelen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden