BladenLeonie Breebaart

Boerka’s verboden, mondkapjes verplicht. Klopt dat wel?

Vlucht gecanceld, camping afgezegd, niks om je op te verheugen. Is het niet vreselijk, dat we deze zomer misschien niet met vakantie kunnen? Zo voelt het zeker, constateert Alies Pegtel in Filosofie Magazine. Weekendje Londen, meivakantie naar Sicilië, op adem komen op Bali: het hoorde gewoon bij het precoronaleven. Althans, voor een handjevol gelukkige Europeanen, waarschuwt de auteur van dit essay. Want náár Europa reizen, vanuit Afrika bijvoorbeeld, is stukken minder vanzelfsprekend. Die kant op wachten reizigers “hekken, kampen, grenspatrouilles, push-backoperaties en malafide mensensmokkelaars”, om met Marli Huijer te spreken. Van Huijer is ook de observatie dat mensen die níét reizen in onze samenleving vaak beschouwd worden als passief, bekrompen en inflexibel.

Maar goed, nu ook de voorheen zo mobiele West-­Europeanen niet meer weg kunnen, moeten ze hun ­eigen omgeving leren bekijken alsóf ze feitelijk in een vreemde stad rondlopen: met verscherpte zintuigen, denkt Pegtel. Dat het wat oplevert, bewees Xavier Maistre, die zich in 1790 vrijwillig opsloot in zijn eigen kamer en eruit kwam met een enthousiasmerende klassieker: ‘Voyage autour de ma chambre’. Een reis door zijn eigen kamer dus, met veel aandacht voor de sofa. 

Zó inspirerend is dat boek nog steeds, dat de kosmopolitische Alain de Botton na het lezen ­ervan ineens oog kreeg voor zijn eigen buurt in Londen, die hij daarna doorkruiste als een eenzame avonturier. Want reisplezier hangt niet zozeer af van de bestemming, als wel van onze mindset, betoogt Pegtel.

Coronaspetters

Maar wat als we tóch het openbaar vervoer in gaan, of moeten? Dat vereist ook een flexibele geest. Wie had kunnen bevroeden dat je anno 2020 een boete riskeert als je je gezicht níet bedekt? Augustus vorig jaar mochten Nederlanders met halfbedekte gezichten toch juist niet meer het ov in, weet u nog, want “op die plekken moeten we elkaar kunnen aankijken”. Het verbod gold voor vrouwen in nikab en boerka, maar om één groepje niet onevenredig hard te treffen, mocht je de bus of tram ook niet in met een masker, integraalhelm of ­bivakmuts. 

Volgens de Leidse promovenda Josette Daemen laat het nieuwe besluit zien waar het oude de mist in ging; ze legt dat uit op filosofieblog Bij Nader ­Inzien. Het mondkapjesgebod is te rechtvaardigen, vindt Daemen, want je draagt dat omdat je anderen in gevaar kunt brengen ‘met je coronaspetters’. 

Een liberale premier hoeft over zo’n ­besluit geen slapeloze nachten te hebben. Hij bemoeit zich namelijk niet met de levenskeuzes van mondkapjesdrager, alleen maar met de veiligheid in het openbare leven. Maar kun je dat ook zeggen van het boerkaverbod? Het valt moeilijk vol te houden dat je met het dragen van zo’n gewaad anderen in de problemen brengt, betoogt Daemen. Als je de boerka wil verbieden, doe het dan omdat je het voor die vrouwen zélf een onderdrukkend gewaad vindt. Alleen is die vorm van staatsbemoeienis moeilijk te verdedigen, tenminste voor liberale politici.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden