InterviewHarrie Smeets

Bisschop Harrie Smeets zal niet meer genezen: ‘Ik weet ook niet waarom de dingen zijn zoals ze zijn, maar het vertrouwen in Hem is er’

Bisschop Smeets, die ernstig ziek is, bezoekt nog dagelijks de ochtendmis om 09.00 uur in de Munsterkerk in Roermond.
 Beeld John Peters
Bisschop Smeets, die ernstig ziek is, bezoekt nog dagelijks de ochtendmis om 09.00 uur in de Munsterkerk in Roermond. Beeld John Peters

Eind juni kreeg bisschop Harrie Smeets van Roermond te horen dat hij een hersentumor heeft waarvan hij niet zal genezen. Een bucketlist heeft hij niet, al wil hij nog wel een paar dingen doen. ‘Van de natuur win je het niet.’

Zijn woordvoerder had van tevoren gewaarschuwd. De bisschop was er niet zo goed aan toe, praten ging moeilijk. Daarom was ook besloten om er een gecombineerd interview van te maken. De Limburger en Trouw zouden gezamenlijk met de bisschop spreken. Dat zou hem kracht schelen. Twee interviews voor de prijs van één.

Maar als bisschop Smeets in een rolstoel – hij is halfzijdig verlamd en kan niet zelfstandig meer lopen – de ruimte wordt binnengereden waar het gesprek plaatsvindt, maakt hij een opvallend montere indruk. Terwijl zijn directe voorgangers vanaf schilderijen aan de muur toekijken, zegt hij dat hij niet mag klagen. “Er is nog elke dag vreugde”, zegt hij. “Ik laat het mooie dat er nog is niet bederven door wat er nog komen gaat. Zo zit ik niet in elkaar. Vanochtend is de verpleegster gekomen om mij te douchen. Ik krijg twee keer per week een douchebeurt. En het was fijn om gedoucht te worden. Natuurlijk is het zo dat ik drie maanden geleden nog zelf moeiteloos onder de douche sprong en nu moet ik met alles geholpen worden. Daar moet je aan wennen. Maar de keuze is heel eenvoudig: ofwel je vervuilt, ofwel je laat je helpen.”

Bij dit alles steunt hij op zijn geloof. Geen grote twijfel of wanhoop. “Nadat ik tot bisschop was benoemd ben ik veel geïnterviewd met vragen als: ‘Wat ga je doen?’ en ‘Wat ben je van plan, want het gaat toch zo slecht met de kerk in ons land.’ Toen heb ik de woorden aangehaald uit het evangelie van Maria Boodschap. U weet wel, Maria krijgt bezoek van de aartsengel Gabriël die voor haar de boodschap heeft dat ze moeder van de Messias zal worden. Maria reageert dan met: ‘Mij geschiede naar Uw woord’. Vervolgens staat er dan: ‘En de engel ging van haar heen’.” De bisschop is even aangedaan. “Dat geldt voor mij ook. ‘Mij geschiede naar Zijn woord.’ Ik weet ook niet waarom de dingen zijn zoals ze zijn en hoe het allemaal zal gaan, maar het vertrouwen in Hem is er.”

Bisschop Smeets tijdens het interview met De Limburger en Trouw. Links vooraan Trouw-redacteur Stijn Fens. Beeld John Peters
Bisschop Smeets tijdens het interview met De Limburger en Trouw. Links vooraan Trouw-redacteur Stijn Fens.Beeld John Peters

Eind mei van dit jaar werd bisschop Smeets ’s nachts niet goed. Hij ging naar de huisarts. Later bleek het een insult te zijn geweest. De huisarts vroeg hem of hij misschien gedroomd had. Smeets antwoordde dat hij dat niet wist, maar dat de stok die hij nodig had om weer in bed te komen, de volgende ochtend naast zijn bed lag. Die stond altijd bij de kapstok. De bisschop kreeg bloedverdunners voorgeschreven. Twee dagen later ging het weer mis en nu goed. De bisschop viel en werd met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Het leek aanvankelijk de goede kant op te gaan, maar vlak voordat hij naar huis mocht, kreeg hij weer een insult. Er volgde een periode van MRI-scans en andere onderzoeken. “Binnen de kortste keren was duidelijk dat het menens was.”

Er zat een tumor in uw hoofd?

“Sterker nog: die zit er nog. Rechtsboven in mijn hoofd. Ik weet nu dat het in de hersenen omgekeerd werkt. Die tumor zit rechts, maar dat leidt tot uitval in de linkerkant van mijn lichaam. Vandaar dat ik een rolstoel zit. Ik krijg nu chemokuren. Laatst was ik weer bij de specialist, die vertelde mij: ‘We kunnen het proces wat afremmen, misschien stopzetten, maar het gaat een keer verder. Van genezing zal geen sprake zijn.’”

Hoe gaat u om met deze toch keiharde boodschap?

“Ik heb er van meet af aan tamelijk rustig op gereageerd. Ik dacht: ‘Ik ben geen dokter, ik heb hier geen verstand van’. Dertig jaar lang heb ik in een parochie gewerkt en ik ben nu bijna drie jaar bisschop. In die periode heb ik best wel slapeloze nachten gehad. Er komen problemen op je pad, je staat voor moeilijke beslissingen. Je bent nu eenmaal de kapitein op het schip. Dat bracht onrust, maar mijn ziekte brengt mij geen onrust. Ik ben ook reëel. Ik zal hieraan sterven.”

Was u niet boos? Ik kan me voorstellen dat u nog wat langer op deze aarde had willen blijven.

“Natuurlijk had ik dat gewild. Maar het is zoals het is. Er zijn mensen die zeggen: ‘Vraag je je dan niet af: waarom? Of waarom ik?’ Nee dus. Ik heb me meteen afgevraagd: ‘waarom ik niet?’ Ik ben toch niet beter of meer dan een ander? Mensen willen ook weten hoe lang ik nog heb. Die vraag heb ik ook gesteld aan een van mijn artsen. Hij vroeg op zijn beurt: ‘Wilt u dat echt weten? Als ik u een prognose geef, gaat u er waarschijnlijk naar leven.’ Ik heb de vraag niet meer gesteld en dat ga ik ook niet meer doen.”

Er zullen mensen zijn die denken: ‘Die bisschop is een gelovig mens, die kan misschien daarom wel beter met deze situatie omgaan.’

“Dat weet ik niet. Ik heb een paar weken in een verpleeghuis verbleven. In die periode was ik er slechter aan toe dan nu. Alleen het belangrijkste nieuws kreeg ik mee, zoals de verschrikkelijke overstromingen die Limburg hebben getroffen. Maar ik kon niets doen. Ik was al blij dat ik in een stoel kon zitten. Het was zo dat ik overdag vaak wegzakte en daardoor vaak ’s nachts een paar uur naar het plafond lag te kijken. Bidden is heel goed, de rozenkrans bidden is ook heel goed, maar op een gegeven moment heb je dat gehad. Toch heb ik mij altijd geborgen gevoeld in Hem.

null Beeld John Peters
Beeld John Peters

“In sommige dingen is er geen sprake van toeval. In mijn bisschopswapen staat de aartsengel Rafaël. Die komt maar in één boek in de Bijbel voor. Dat is in het deuterocanoniek boek Tobit, waar de protestanten wat moeite mee hebben. Slechts één keer in de twee jaar zit dat boek Tobit in het leesrooster. En uitgerekend in de week dat ik al dat slechte nieuws kreeg werd uit Tobit voorgelezen. In dat boek kun je lezen dat Tobit alle bezittingen zijn afgenomen zijn door de Assyrische koning Sanherib. Tobit is ook nog eens ziek en hij stuurt zijn zoon Tobias op pad om een kleine schat op te halen die hij ooit in Medië heeft achtergelaten. Rafaël gaat dan als bescherm-engel incognito mee met Tobias. Die wachten allerlei beproevingen, maar uiteindelijk brengt hij de schat naar huis. Voor mij was het feit dat dit verhaal juist in die voor mij zo moeilijke week werd gelezen een teken. Ik wist toen niet en weet nog altijd niet wat er allemaal met mij gaat gebeuren. Maar die zoon, die Tobias, komt veilig thuis en dat gaat mij ook gebeuren. Ook ik kom veilig thuis, hoe dan ook.”

Heeft u erover nagedacht wat u nog aan behandelingen wil?

“Voorlopig ga ik verder met de chemokuren. Elke maand krijg ik een week lang iedere dag een pil. Eind deze maand maken ze weer een MRI-scan en dan moet blijken of het iets heeft uitgehaald. Als een verdere behandeling verlenging van lijden zou betekenen, moet ik daar goed over nadenken. Op een gegeven moment moet je de natuur zijn gang laten gaan.”

Betekent dat zoveel als ‘Dan stoppen we ermee’?

“Niet stoppen in de zin van: ‘Dan maar euthanasie.’ Dat is niet aan de orde. Ik ga in ieder geval de middelen die de kerk mij toestaat gebruiken. Katholieken zijn geen masochisten. Je hoeft lijden niet nodeloos te verlengen. Er kan een moment komen dat het leven geweest is. Van de natuur win je het niet. Je mag dan tot palliatieve sedatie overgaan, als maar duidelijk is dat je je tijdelijke en eeuwige zaken op orde hebt kunnen stellen.

“Met dat laatste ben ik bezig. Zo zijn er een paar mensen met wie ik van tevoren nog zou willen praten. Een van hen ontloopt mij nu, naar mijn vaste overtuiging. Ik denk dat ik hem er toch op ga aanspreken voordat het te laat is. Zo heb ik ook aan mijn zussen gevraagd: ‘Zijn er dingen die wij nog moeten uitspreken?’ De conclusie was: ‘Het is goed zo.’

Een echte ‘bucketlist’ heeft bisschop Smeets niet. “Daar word je alleen maar ongelukkig van.” Wel heeft hij, zoals hij het formuleert, een aantal stippen op de horizon gezet. Hij wil een bundel nalaten aan de gelovigen van zijn bisdom met een verzameling paaspreken. De verrijzenis gezien vanuit perspectief van de Bijbelse personages die het hebben meegemaakt. Ook hoopt hij begin oktober aanwezig te zijn bij een middag voor zieken in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht. “Maar mijn energie is niet eindeloos.” Komende week gaat hij met een groep familie en intimi een aantal dagen naar het Mariabedevaarts-oord Lourdes. De start van de volgende chemokuur wordt er speciaal voor uitgesteld.

Met wat voor gevoel gaat u naar Lourdes?

“Niet met het idee dat er een wonder bij mij zal gebeuren. Op een wonder mag je hopen, maar zeker niet rekenen. Ik heb eens bij de grot van Lourdes een vrouw ontmoet. Die zat daar gewoon. Ze zei: ‘Ik bid thuis heel veel. Elke dag wel de rozenkrans. Maar als ik in Lourdes ben, bid ik niet. Dan zit ik bij de grot en zeg ik tegen Maria: ‘Hier ben ik, hier ben ik thuis.’’ Ook ik hoop dat ik in Lourdes thuiskom bij Maria. Dan is het goed voor mij.”

Bent u bang voor de dood?

“Nee, dat is niet het geval. Ook niet voor de wijze waarop ik zal sterven. Ik weet niet wat er allemaal gaat gebeuren, maar ik ben er gewoon niet mee bezig.”

Heeft u een idee hoe de hemel eruitziet?

“Daar heb ik wel over nagedacht. Jezus is hier zelf duidelijk over geweest, dat niemand zich kan voorstellen hoe het zal zijn. Of zoals Paulus schrijft: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’ Dat zijn niet zomaar woorden. Het is ook niet voor te stellen. Daar zijn onze zintuigen te beperkt voor.”

Gaat u dierbaren terugzien?

“Het zou zomaar kunnen. Ik zou niet weten waarom niet. Augustinus heeft ooit tegen zijn moeder gezegd: ‘Als ik jou daar niet terugzie, hoef ik er ook niet te zijn’. Dat vind ik een prachtige uitspraak.”

Wie is Harrie Smeets?

Harrie Smeets werd op 22 oktober 1960 in Heerlen geboren. In 1992 werd hij tot priester gewijd en was hij achtereenvolgens kapelaan in Weert, Thorn en Wessem, en pastoor in Maastricht. Langzaam maar zeker kroop hij omhoog in de hiërarchie van het bisdom. In 2004 werd hij benoemd tot pastoor-deken van Venray. Later werd hij ook nog lid van het kathedraal kapittel van het bisdom Roermond, het hoogste adviescollege van de bisschop.

Op 10 oktober 2018 benoemde paus Franciscus hem tot bisschop van Roermond als opvolger van Frans Wiertz. Ruim een jaar later maakte Smeets bekend dat het bisdom flink moest gaan bezuinigen vanwege teruglopende inkomsten. Op 2 juli van dit jaar werd bekend dat bisschop Smeets een hersentumor had en dat op volledige genezing niet gerekend moest worden.

Lees ook:
Pastorale Limburger Harrie Smeets wordt de nieuwe bisschop van Roermond

Na een lange en moeizame procedure is vandaag bekendgemaakt dat uiteindelijk de keus toch gevallen is op de meest voor de hand liggende kandidaat: Harrie Smeets wordt de nieuwe bisschop van Roermond, als opvolger van de vorig jaar afgetreden bisschop Wiertz. Paus Franciscus heeft de 57-jarige Smeets benoemd. Op 8 december wordt Smeets tot bisschop gewijd.

De nieuwe bisschop van Roermond gooit niet meteen de bijl erin

Harrie Smeets is de nieuwe leidsman van Roermond. Morgen wordt hij tot bisschop gewijd. Ook in Limburg loopt het kerkbezoek terug. ‘Als we niet oppassen, hebben we een levensgroot probleem.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden