Links: zeiltochtje op de Loosdrechtse plassen in 1937. Naast Etty Hillesum zit Han Wegerif, vooraan diens zoon (foto Bernard Meijlink, kleurbewerking Erwin Zeemering). Rechts: Etty Hillesum rond 1940. Beeld
Links: zeiltochtje op de Loosdrechtse plassen in 1937. Naast Etty Hillesum zit Han Wegerif, vooraan diens zoon (foto Bernard Meijlink, kleurbewerking Erwin Zeemering). Rechts: Etty Hillesum rond 1940.

InterviewJudith Koelemeijer

Biograaf Judith Koelemeijer: ‘Ik kan alleen maar hopen dat Etty ook in Auschwitz haar geloof niet verloren is’

Hoe meer Judith Koelemeijer ontdekte tijdens het schrijven van haar biografie van Etty Hillesum, hoe meer vragen ze aanvankelijk kreeg. Gaandeweg kwam ze steeds nader tot de ware Etty, maar ‘er zullen altijd vragen onbeantwoord blijven’.

Tobiah Palm

“De gedachten waren vrij, altijd. Er konden overal bordjes ‘Voor Joden verboden’ staan, dan nóg kon niemand haar belemmeren de frisse, ongerantsoeneerde lucht in te ademen en te genieten van de wijde hemel”, zo haalt Judith Koelemeijer (55) de woorden aan van Etty Hillesum in de vorige week uitgekomen biografie Etty Hillesum. Het verhaal van haar leven.

Joden mochten vanaf 1941 tijdens de Duitse bezetting niet meer naar het café, niet naar de bioscoop, niet uit eten, en ook het strand en het park waren verboden terrein. In precieze scènes beschrijft Koelemeijer hoe het net rond de Joden zich langzaam sluit, van de eerste razzia’s en de februaristaking tot de deportaties naar Westerbork.

Verzet tegen haat

Die buitenwereld van onvrijheden, van angst, van machteloosheid, van al het geweld, staat in schril contrast tot binnenwereld van Etty Hillesum (1914-1943), de Joodse schrijfster die om het leven werd gebracht in Auschwitz en die tot het einde bleef geloven in haar vrijheid van geest. Ze verzette zich tegen de haat, besloot ‘het lot van haar volk te delen’, niet onder te duiken, en haar lotgenoten zo lang mogelijk te helpen.

De nazi’s mochten uit zijn op haar ondergang, om te vernederen waren er volgens Hillesum altijd nog twee nodig: ‘Diegene die vernedert en diegene die men wil vernederen en vooral: die zich láát vernederen’. Ze geloofde dat als je immuun was voor vernedering, deze geen vat op je kreeg. Dan verdampten de vernederingen in de lucht, schreef ze. ‘Men kan ons niets doen, men kan ons werkelijk niets doen.’

Koelemeijer was 22 toen ze De nagelaten geschriften van Etty Hillesum voor het eerst las. “Ik identificeerde me met Etty, als jonge vrouw, met meerdere minnaars en de ambitie om schrijver te worden”, vertelt ze, terwijl ze haar kleine schrijfkamer laat zien. “Maar toen ik het werk herlas, bijna dertig jaar later, voelde ik in plaats van identificatie vooral verwondering. Hoe was het mogelijk dat een jonge vrouw, in de hel van de oorlog, tot zulke diepe, menselijke inzichten was gekomen? En wat was de achtergrond van haar keuze om niet onder te duiken, terwijl die mogelijkheid haar wel werd geboden? Ik raakte ontzettend nieuwsgierig en had vooral heel veel vragen.”

Een kast vol boeken

Links naast Koelemeijers bureau staat een boekenkast met uitgaven van door haar eerder geschreven boeken (Anna Boom, Het zwijgen van Maria Zachea, Hemelvaart). Rechts een kast vol boeken over Etty Hillesum, haar therapeut Julius Spier en de Tweede Wereldoorlog. Het is maar een deel van het materiaal dat ze gebruikte voor het boek; om Hillesum helemaal te begrijpen deed Koelemeijer zeven jaar onderzoek, bestudeerde ze een enorme hoeveelheid bronnen en reisde ze naar Auschwitz, de Verenigde Staten en Israël.

Aan de muur een oude foto van het Amsterdamse Museumplein, gemaakt door een vriend van Koelemeijer in de jaren tachtig, vanuit Hillesums kamertje aan de Gabriël Metsustraat waar zij haar dagboeken schreef. Hillesum woonde in bij de accountant Han Wegerif (‘pa Han’ in de boeken), met wie ze een geheime liefdesrelatie had. Tegenover dat raam stond Hillesums kleine bureau, waar ze schreef, Russische literatuur las. Daar was ze het gelukkigst.

Judith Koelemeijer: ‘Etty was natuurlijk veel meer dan de mythe die ze is geworden’. Beeld Bob Bronshoff
Judith Koelemeijer: ‘Etty was natuurlijk veel meer dan de mythe die ze is geworden’.Beeld Bob Bronshoff

Halve heilige

“Met Etty’s uitzicht en de gordijnen dicht werkte ik dagen achter elkaar. Op mijn koptelefoon pianomuziek van Ludovico Einaudi of Erik Satie”, vertelt Koelemeijer. “Ik heb geprobeerd om met kritische distantie te schrijven. Etty wordt soms als een halve heilige gezien, maar dat was ze natuurlijk niet. Ik heb steeds gezocht naar het andere perspectief. Wat vertelden haar vroegere vrienden over haar, wat waren de opvattingen van tijdgenoten, hoe waren de historische omstandigheden op dat moment, in Amsterdam en Westerbork? Door Etty’s eigen woorden steeds in een context te plaatsen, schets ik een nieuw, en naar ik hoop vollediger beeld van de complexe persoonlijkheid die zij was.”

De schrijfster laat de lezer op indringende wijze meeleven met Hillesums gedachten, gevoelens, liefdesrelaties, vele vriendschappen en de onmogelijke keuzes waarvoor zij zich gesteld zag. Wanneer in de zomer van 1942 de deportaties beginnen, meldt zij zich aan bij de Joodse Raad en gaat zij in Westerbork werken, waar zij hoopt haar lotgenoten nog zoveel mogelijk te helpen.

“Maar Etty was natuurlijk veel meer dan de mythe die ze is geworden. Met de vraag ‘Wie was Etty als mens?’ ben ik begonnen met mijn onderzoek”, zegt Koelemeijer. Ze zit nu aan de eettafel in haar lichte woonkamer. Handen om een kop koffie gevouwen. “Ik ontdekte steeds meer en daardoor kwamen er ook meer vragen bij. Hoe Etty als schrijver in een kleine twee jaar tijd zo’n enorme innerlijke groei kon meemaken bijvoorbeeld.”

Worden wie ze was

De oorlog was natuurlijk een soort snelkookpan. En in diezelfde tijd ontmoette ze Julius Spier, een ‘psychochiroloog’, bij wie ze in therapie ging. Hij las haar hand, waarin hij – volgens het teruggevonden protocol – zag dat ‘zijn’ object onrustig was, zeer gevoelig, kunstzinnig, rechtvaardig, gevoelsmatig gul en warmhartig. Maar: “Ondanks de vele talenten heeft object op geen enkel gebied iets bereikt”.

Spier hielp haar te ‘worden wie ze was’. Na de handlezing begon Hillesum een dagboek bij te houden. Eerste zin: ‘Vooruit dan maar!’ De psycholoog Spier en zijn cliënte kregen na maanden therapie, waarin ze soms met kleren aan knuffelden, maar ‘het’ nooit echt deden, uiteindelijk een liefdesrelatie. De ontmoeting met Spier werd een keerpunt in Hillesums leven, eindelijk kreeg ze greep op de innerlijke onrust en de angsten die haar als adolescent hadden beheerst.

Met behulp van onderzoeker John Stienen kwam Koelemeijer erachter dat er nog Russische familie van Etty Hillesum leeft. Er was tot nu haast niets bekend over de voorgeschiedenis van haar moeder. “Er is altijd van uitgegaan dat de Russische familieleden rond 1914 vanuit Nederland verder trokken naar de Verenigde Staten. Maar ze gingen naar Rusland, zo bleek nu, en uiteindelijk, in 1994, naar Israël.”

En zo waren er wel meer aannames die Koelemeijer door haar onderzoek kon weerleggen. Er is bijvoorbeeld wel verondersteld dat Hillesum communist was. Maar uit een nieuwe brief van Hillesum die de biografe vond, uit 1936, bleek dat zij juist behoorlijk kritisch stond ten opzichte van de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie. “Etty sloot zich nooit ergens volledig bij aan”, vertelt Koelemeijer. “Ze was eigenlijk nergens echt thuis. Heel anders dan sommige van haar vrienden, zoals haar beste vriendin Pim Eldering in de jaren dertig, die zich wél bewust bij de communistische partij aansloten.”

Etty Hillesum in haar kamertje aan haar bureau, 'de liefste plek op aarde', 1937. Beeld
Etty Hillesum in haar kamertje aan haar bureau, 'de liefste plek op aarde', 1937.

Een fascinerende Etty-wereld

Pim is in het boek van Koelemeijer, dat scenisch, haast als een roman geschreven is, een goede tegenhanger van Hillesum. Pim gaat in het verzet, en zal uiteindelijk het initiatief nemen om al in de oorlog Hillesums Westerborkbrieven illegaal te laten uitgeven. “Maar de beste tegenspeler vond ik in Leonie Snatager”, vertelt Koelemeijer. “Een goede vriendin van Etty, ook Joods, die helaas drie jaar voordat ik aan mijn onderzoek begon op 95-jarige leeftijd overleden is. In haar huis in de Verenigde Staten vond ik haar oorlogsdagboek, waarin ze ook veel over Etty schreef. De beste vondst die een biograaf kan hebben.”

Leonie was een paar jaar jonger dan Hillesum en keek tegen haar op. “Etty was als een fee”, schrijft ze, “alles wat zij met haar toverstaf aanraakte, werd ‘opgeheven uit de dagelijkse sleur en in een fascinerende Etty-wereld gebracht’.”

De veel nuchterdere Leonie besloot, in tegenstelling tot haar vriendin, om uiteindelijk wel onder te duiken, terwijl Hillesum voor de Joodse Raad naar Westerbork ging.

Ontboezemingen

Koelemeijer ontdekte dat Hillesum eind juli 1942 met een grote groep medewerkers van de Joodse Raad naar Drenthe vertrok. Het was geen eenmansactie van Hillesum, zoals vaak gedacht. De Joodse Raad-medewerkers moesten helpen bij de administratie en probeerden hun lotgenoten die op transport moesten bij te staan. Hillesum verbleef steeds twee weken in het doorgangskamp, daarna mochten Joodse Raad-medewerkers met verlof en ging Hillesum weer naar Amsterdam. “Vanuit de hoofdstad deed ze gedetailleerd verslag van alles wat ze had meegemaakt in het kamp, waarin ze reportage-achtige scènes afwisselde met persoonlijke ontboezemingen. Op dat moment werd Etty echt een schrijver.”

“Ze schrijft dat ze soms terugverlangde naar de barakken, die zo mooi onder de zilveren maan lagen, als een stukje speelgoed. Maar de werkelijkheid daar was hard. Ik heb die wereld van Westerbork, op grond van vele getuigenissen, zo gedetailleerd mogelijk willen oproepen. De regen, de modder, het gebrek aan de meest elementaire zaken, de vele zieken, de angst.”

Een soort van zelfopoffering

Veel van haar vrienden probeerden Hillesum over te halen om onder te duiken, maar ze weigerde. Toch twijfelde ze soms. Toen ze in juni 1943 de bescherming van de Joodse Raad kwijtraakte, probeerde de verzetsgroep in het kamp waar ze contact mee had haar over te halen te ontsnappen uit Westerbork. “Een vriend van haar noemde het zelfbedrog, dat ze wilde blijven, en dat ze beter buiten het kamp kon vechten tegen het fascisme. Volgens hem had Etty een soort van zelfopoffering over zich, waar hij niets van begreep.” Hillesum ging niet in op het aanbod van de verzetsgroep haar te helpen. Op 7 september 1943 werd ze, samen met haar ouders en broer Mischa, naar Auschwitz gedeporteerd.

‘In zo een kamp moet toch een dichter zijn’, had Hillesum ooit geschreven. Maar zodra ze in Auschwitz aankwam, werd alles haar afgepakt, ook pen en papier. Samen met historica Erika Prins maakte Koelemeijer een nauwgezette reconstructie van Hillesums mogelijke lot in Auschwitz. “Maar er zullen altijd vragen onbeantwoord blijven. Ik kan alleen maar hopen dat Etty ook daar haar geloof niet verloren is.”

Lees ook:

Deze sprankelende biografie wekt Etty Hillesum tot leven

Er was al het door miljoenen gelezen dagboek Het verstoorde leven (1981). Er waren vele brieven, onderzoeken en interviews van en over de Joodse Etty Hillesum (1914-1943), maar er was nog geen boek waarin alles samenkomt.

De verdwenen familie van Etty Hillesum wist niet van haar bestaan: ‘Het is ongelofelijk’

De biografe van Etty Hillesum heeft de verdwenen Russische familie gevonden van de Nederlandse schrijfster. Voor de familie, die moest vluchten voor Jodenvervolgingen, is het des te waardevoller om haar via haar dagboeken alsnog te kunnen leren kennen. ‘Het is ongelofelijk allemaal.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden