Column Eva Meijer

Bestaat u eigenlijk wel?

Wat ik u nog wilde vragen: bestaat u eigenlijk wel? En hoe het zit met mensen om u heen, bestaan die? De Russische schrijver en dichter Daniil Charms laat zien dat het om te bestaan helpt om een lichaam te hebben. In een raadselachtig kort verhaal beschrijft hij een roodharige man zonder ogen of oren. De man had ook geen haar, dus eigenlijk kun je hem alleen in theorie roodharig noemen. Omdat hij geen mond had kon hij niet spreken. Hij had geen armen of benen, geen buik, ruggegraat of ingewanden. Hij had helemaal niets. Daarom weten we niet goed over wie we praten, en of hij zelfs wel bestaat. Eigenlijk is het beter niet over hem te spreken, schrijft Charms.

Filosoof René Descartes hield zich ook bezig met ­deze vraag en wijst juist op het belang van de geest. Hij vroeg zich af of hij zelf bestond en besloot daar goed over na te denken. Uit het denken bleek volgens hem dat hij bestond. Uit ‘ik denk’ volgt namelijk dat er een ‘ik’ is, of die gedachten nu waar zijn of niet.

Bewijs voor het bestaan

Toch is daarmee de kous niet af. Want stel, je denkt dat je weet dat jij bestaat omdat je denkt, maar hoe zit het dan met anderen? Jij bent niet de ik die in hun geval denkt. In de filosofie wordt dat het probleem van andere geesten genoemd. Dat speelt een centrale rol in het ­solipsisme, het idee dat alleen iemands eigen bewustzijn bestaat, en dat van anderen hooguit voor de waarnemer.

Ho eens even, zegt Ludwig Wittgenstein hierover in ‘On certainty’. Dat is de verkeerde vraag. Zoeken naar bewijs voor het bestaan van anderen (of jezelf) is simpelweg niet hoe het leven werkt. Om te kunnen leven, onderzoek te doen en kennis te vergaren, moet je bepaalde dingen aannemen. Dat zijn de zekerheden waarop eventuele kennis kan rusten.

Zekerheden zijn niet gefundeerd, maar ze maken kennis mogelijk, ze vormen het referentiekader dat nodig is om te kunnen kennen. Zekerheden zijn ook niet te betwijfelen. Kennis is daarentegen intrinsiek verbonden met rechtvaardiging, het geven van redenen, en twijfel. Maar om iemand te kunnen leren kennen, moeten we ervan uitgaan dat er iemand is om te leren kennen.

Hebben vrouwen een ziel?

Wittgenstein heeft gelijk, maar er is nog iets aan de hand. Psycholoog Susanna Chamberlain schreef een overzichtsartikel over de eeuwenoude filosofische vraag of vrouwen wel of niet een ziel hebben. In een tabel kun je in een oogopslag zien wat Plato, Descartes, Kant en andere sleutelfiguren hierover dachten. Dat valt niet mee.

Waar Plato de vrouw nog wel een ziel toedichtte, geloven Aristoteles, Descartes, Kant en anderen dat ziel en/of rede bij haar ontbreken. Sociale verhoudingen spelen dus ook een rol in het denken over het denken en kennen van anderen.

Maar hoe zit het dan met de roodharige man? We kunnen hem niet voor ons zien; zelfs als we ervan uitgaan dat hij bestaat is er niemand om te leren kennen. Misschien is het inderdaad maar beter over hem te zwijgen.

Eva Meijer

Eva Meijer (1980) is filosoof, schrijver en singer-songwriter. Ze promoveerde op de politieke stem van het dier en in 2011 debuteerde ze met de roman ‘Het schuwste dier’. Voor Trouw schrijft ze tweewekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden