InterviewBeatrice de Graaf

Beatrice de Graaf sprak met veroordeelde terroristen over hun geloof: ‘Radicalisering is niet simpelweg een uitvloeisel van islam’

Beatrice de Graaf Beeld Patrick Post
Beatrice de GraafBeeld Patrick Post

Voor haar nieuwe boek sprak hoogleraar ­Beatrice de Graaf met meer dan twintig ­veroordeelde terroristen over hun geloof.

Ze moest de ene na de andere poort door, en dan was er nog weer een poort, voordat Beatrice de Graaf was waar ze moest zijn. Er gingen zeker tien sloten achter haar dicht eer ze met de veroordeelde terroristen kon spreken voor haar onderzoek. De 23 gesprekken die de hoogleraar internationale en politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht voerde, vormen de basis voor haar boek Radicale verlossing. Wat terroristen geloven.

Aan de muur hing in de laatste gang nog een waarschuwing: dat je vanaf dat punt on your own was als er opstand uit zou breken. Het was heftig, vertelt De Graaf, om mensen te spreken in het zwaarst beveiligde deel van de gevangenis. “Verschrikkelijk deprimerend. Je spreekt met mensen die weten: de komende jaren zit ik hier. En de meesten weten dat ze, ook al zijn ze in Nederland geboren, ook al hebben ze hier vrouw en kinderen, vervolgens het land worden uitgezet. Zo gaat dat met terrorismeverdachten die een dubbel paspoort hebben, die krijgen in feite twee keer straf. Hun leven zoals ze dat kennen is voorbij.”

Zo gesloten als het gebouw waarin ze zich bevinden, zo open waren de veroordeelde terroristen over hun ­leven. Ze kon heel dichtbij komen, vertelt De Graaf. “Ik sprak vaak wel een uur of twee met hen.”

De rol van religie bij de radicale levenskeuzes

De vraag waarmee ze de terroristenafdeling op ging: wat was de rol van religie bij de radicale levenskeuzes van de mannen? Als historicus bestudeerde De Graaf in het begin van haar loopbaan veiligheidsvraagstukken en na de aanslagen van 11 september 2001 specialiseerde ze zich in terrorisme en radicalisering. Twintig jaar later bleef ze met het gevoel zitten dat een deel van het onderzoeksterrein lastig doordringbaar bleef. “Ik ben zelf religieus, dus ik wist altijd: die religie is een factor. Maar hoe precies, dat was geen eenvoudige vraag.”

Het idee dat radicalisering een logisch uitvloeisel is van religie in het algemeen, of de islam in het bijzonder, is veel te simplistisch, zegt De Graaf. “De geschiedenis toont aan dat die analyse echt onzinnig is. Je ziet geweld ten eerste ook volop terug bij niet-religieuze radicale groeperingen. Ten tweede is het overgrote merendeel van de religieuzen niet gewelddadig.”

Tegelijkertijd vindt ze ook dat je radicalisering niet louter kunt wijten aan factoren als sociaal-economische achterstelling, persoonlijke trauma’s en worsteling met identiteit. “Dat is wel wat academici lang deden. Sociaal-psychologische processen spelen natuurlijk mee. Maar het aspect van religie verdwijnt daarmee te veel naar de achtergrond. Ik denk dat de wetenschap meer kan doen om de factor geloof te begrijpen en in kaart te ­brengen.”

Er zijn intussen wel academici die hier serieus mee bezig zijn, toch? De Amerikaanse psycholoog John Horgan bijvoorbeeld, die tien jaar geleden ook persoonlijke verhalen van terroristen opschreef en nu onderzoek doet naar bekering en radicalisering?

“Ja, dat klopt, en hij is niet de enige, het is inmiddels meer en vogue aan het worden. Aan die trend doe ik graag mee, laat ik het dan zo zeggen. Het punt is: als terroristen zeggen dat zij dit vanwege hun geloof doen en ze zitten niet aantoonbaar in een psychose, waarom zouden we dat in eerste instantie dan niet serieus nemen? Als iemand een engel ziet of een droom waaruit hij opmaakt dat hij naar Syrië moet gaan, of muskus ruikt op de lippen van een gestorven vriend, dan zijn dat niet zomaar wonderverhalen, dit doet ertoe. Voor jihadstrijders waren dit tekenen, zo van, ‘dit moet wel de goede weg zijn’.

“In de jaren zeventig had je links terrorisme, waar ik eerder kopstukken van heb geïnterviewd. Die teksten heb ik er nog eens op nagelezen. Daarbij viel me op dat zij de wereld ook wilden verlossen, maar dan uit de greep van het kapitalisme. Terrorismedeskundige Martha Crenshaw zei al eens in een bijzin dat het terroristen te doen is om de verlossing van het verleden. Die zinswending, dat begrip bleef bij mij hangen en in verhalen over jihadstrijders zag ik het ook weer terug. Het ging vaak over schuld en boetedoening na een zondig leven – over verlossing, bevrijding en zuivering.

“Verlossing is natuurlijk ook een kernstuk van het christendom – het geloof dat Jezus’ dood en wederopstanding de verlossing betekent voor zondaren. Ik dacht dus eerst: dit is mijn protestantse opvoeding, daardoor lees ik dit erin. Maar ik kwam het vaker tegen. En ik heb toen uitgebreid collega’s die islamoloog of arabist zijn ­ernaar gevraagd: ‘Ben ik nou gek, of zie ik hier nou ook elementen terug die lijken op een verlangen naar verlossing en boetedoening?’ Nee, zeiden ze, dat zit er inderdaad in.”

Beatrice de Graaf Beeld Patrick Post
Beatrice de GraafBeeld Patrick Post

Historicus Beatrice de Graaf (1976) schreef boeken over de geschiedenis van de strijd tegen terrorisme en over militante vrouwen, en adviesrapporten voor de overheid over radicalisering en deradicalisering. In 2012 verkreeg ze het hoogleraarschap, en sinds 2017 is ze lid van de KNAW. De Graaf is een gelovige protestant.

Wat hadden de gedetineerden hierover te zeggen?

“Hun levensverhalen kennen vaak een soort drieslag. Heel grof gezegd: eerst is er een gevoel van moreel tekort, vervolgens een moment van bezinning, van geroepen worden, en dan zet iemand de stap op het pad naar verlossing. Ze vertelden me dat ze zich vaak slecht voelden, schuldig. Ze hadden een strafblad, een verslaving of een gokschuld, of ze liepen vrouwen achterna. En precies op dat moment kwam een jihadistische groepering op de lijn, die beloofde dat je met hen kindjes zou redden uit de handen van de martelende dictator Assad. En dat ze op die manier boete konden doen en punten konden verdienen, hasanat. Zo gingen jongens van vakkenvuller bij de Aldi in een keer naar een levensvervulling als engel der wrake. Hun leven kreeg een hogere zin, ze zouden zichzelf en hun gemeenschap verlossen van het kwaad.”

Hoe gaat het nu met ze, zien ze zichzelf nog als verlosser?

“Dat is een moeilijke vraag. Van Gökmen T., die ik trouwens niet gesproken heb voor mijn onderzoek, weet ik dat hij nog vol heilig vuur zit. Hij heeft laatst ook nog een beveiliger aangevallen. Maar over het algemeen is de recidive onder terroristen laag, tussen de 3 en 5 procent. De meeste mensen die in Nederland gevangen zitten, zijn zelf teruggekomen uit Syrië en Irak. Ze hebben uit eigen beweging het strijdtoneel de rug toegekeerd, of het IS-kalifaat verlaten. Ter plekke bleek dat jihadistische groeperingen soms meer bezig waren onderling te vechten, dan dat ze daadwerkelijk tegen Assad streden. De strijd was niet zo zwart-wit als ze hadden gehoopt. Dus ze waren daar al teleurgesteld en kwamen ze terug. Het is dus wel een bepaalde selectie van Syriëgangers die ik heb gesproken.

“Ook niet iedereen die op het slagveld is gestorven, was trouwens nog overtuigd van zijn zaak. Een broer van een jihadstrijder vertelde me dat zijn broer er op een gegeven moment al niet meer in geloofde. Juist omdat hij vond dat hij zo slecht bezig was en omdat hij zijn ouders in de steek gelaten had, heeft hij zich letterlijk doodgevochten. ‘Dan ben ik anderen tenminste niet meer tot last’, zei hij. Verlangen naar verlossing was voor zijn dood omgeslagen in diepe frustratie en teleurstelling.

“Als je die verlossingscyclus volgt en het pakt niet uit zoals je dacht, dan is de kans dat je die heilige verontwaardiging terugvindt, vrij gering. Dan ben je radeloos, en psychisch echt kapot. De cyclus van hoop op radicale verlossing eindigt in radicaal bederf. Godsdienstpsycholoog Dan McAdams noemt dit de sequence of contamination, als het hoogste verlangen omslaat in grote teleurstelling.”

U schrijft dat we in het seculiere Westen banger zijn voor terroristen, omdat we niet meer gelovig zijn. En dat dit terroristen in de kaart speelt. Maar in Irak en Syrië, waar yezidi’s, christenen en moslims te lijden hadden onder jihadistisch-salafistische groeperingen, was men toch net zo goed bang?

“Enerzijds wel. We vergeten vaak dat moslims de grootste slachtoffers zijn van terrorisme. Anderzijds, IS is in Syrië niet de grootste bedreiging, de meerderheid van de bevolking daar is toch echt het meest bevreesd voor Assad. Ik bedoelde niet te vergoelijken, of te zeggen dat IS alleen bestaat bij de gratie van onze angst. Maar er zitten in Nederlandse gevangenissen mensen vast die zelf geen geweld gebruikt hebben, maar die filmpjes verspreid hebben en een vlag aan de muur hadden gehangen. En gevangenisstraf voor rekrutering of verheerlijking van terrorisme is dan gebruikelijk. Maar dat zij na een straf van twee of drie jaar straks het land moeten verlaten, vanwege hun dubbele paspoort, dat zegt wel iets over onze angst voor het jihadisme.

“Wij denken: dit zijn mensen die in het boven­natuurlijke geloven, die de dood meer liefhebben dan het leven. Dat maakt ons banger van jihadisten dan van rechts-extremisten. Terwijl die ook huishouden in Europa. Zelfs in Nederland. Ook hier zijn recentelijk mannen opgepakt die plannen hadden voor rechts-extremistische aanslagen. En een paar jaar ­geleden heeft een groepje een aanslag gepleegd op een moskee, in Enschede. Ik hoorde een paar veiligheidsmensen iets zeggen als: ‘Dat was toch helemaal geen terrorisme’, en: ‘Die lui waren dronken’. Nou, als er een bom was gegooid tegen een kerk waar mensen in zaten, en de daders hadden jihadistische sympathieën gehad, dan was dat nooit gezegd.

“Rechts-extremisten zijn net zo goed uit op radicale verlossing. Ook daar zit soms een element van transcendentie in – het gaat hen om meer dan henzelf, om het vermeende ‘hogere’ ideaal van de zuivere volksgemeenschap. Zij zijn bevangen door het idee dat ‘onze gemeenschap’ bevrijd moet worden van ‘het kwaad’, namelijk buitenlanders die de grens over komen, en die onze vrouwen en meisjes iets aan zouden willen doen, en huizen en banen af zouden pakken. Ook deze daders willen punten verdienen, likes, willen iets goedmaken en zichzelf en hun groep verlossen. Dat moeten we bloedserieus nemen, want dat doen ze zelf ook.”

Lees ook:

Zij redde hem van de jihad

Moslimouders en hun kinderen vertellen over hun levens. Hoe anders zijn die? In deel drie van een serie: Fatima Ben Ayad en haar zoon Ilias Mahmoud Tighadouini. Hij was haast jihadist geworden, maar zijn moeder stak er een stokje voor.

Deze filosoof kruipt in het hoofd van fundamentalisten

De vraag waarom mensen de wending tot fundamentalisme maken ligt nog open. Filosoof en theoloog Rik Peels gaat een forse beurs gebruiken om tot nieuwe inzichten te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden